13.9.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 236/14


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

betreffende de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” die het Verenigd Koninkrijk voornemens is uit te voeren ten gunste van KMO’s in Noord-Ierland

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 3917)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/644/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen (1) te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Bij brief van 20 maart 2003, die bij de Commissie werd geregistreerd op 26 maart 2003, meldden de Britse autoriteiten de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” (Risicokapitaalfonds voor Noord-Ierland 2003) aan.

(2)

Bij brief D/53203 van 15 mei 2003 en brief D/55504 van 29 augustus 2003, verzocht de Commissie om nadere gegevens met betrekking tot de aangemelde steunmaatregel.

(3)

Bij brieven van 24 juni 2003 en 30 september 2003, die respectievelijk op 1 juli 2003 en 1 oktober 2003 bij de Commissie werden geregistreerd, verstrekten de Britse autoriteiten de gevraagde inlichtingen.

(4)

Bij brief van 26 november 2003 deelde de Commissie aan het Verenigd Koninkrijk mee dat zij had besloten de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de steunmaatregel in te leiden.

(5)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2) bekendgemaakt. De Commissie verzocht belanghebbenden hun opmerkingen te maken.

(6)

Bij brief van 6 januari 2004, die bij de Commissie werd geregistreerd op 9 januari 2004, reageerde het Verenigd Koninkrijk op het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure.

(7)

Bij brieven van 25 februari 2004, 27 februari 2004, 1 maart 2004, 2 maart 2004, 3 maart 2004, 4 maart 2004 en 5 maart 2004, die bij de Commissie werden geregistreerd op 2 maart 2004, 3 maart 2004, 4 maart 2004, 8 maart 2004 en 10 maart 2004, ontving de Commissie opmerkingen van elf belanghebbenden.

(8)

Bij brief D/52015 van 18 maart 2004 zond de Commissie deze opmerkingen door aan het Verenigd Koninkrijk, dat de gelegenheid kreeg om te reageren.

(9)

Het Britse standpunt over de opmerkingen van de derden werd ontvangen bij brief van 29 april 2004, die bij de Commissie werd geregistreerd op 3 mei 2004.

(10)

Bij brief van 23 juni 2004, die bij de Commissie werd geregistreerd op 24 juni 2004, verstrekte het Verenigd Koninkrijk aanvullende informatie over de aangemelde steunmaatregel.

II.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGEL

1.   Doelstelling van de steunmaatregel

(11)

De steunmaatregel heeft ten doel risicokapitaal te verstrekken aan kleine en middelgrote ondernemingen (3) („KMO’s”) in Noord-Ierland door een nieuw risicokapitaalfonds op te richten.

(12)

Het „Invest Northern Ireland Venture 2003 Fund” (hierna „het fonds” genoemd) moet de specifieke financieringsproblemen oplossen waarmee KMO's in Noord-Ierland worden geconfronteerd.

(13)

Op 4 februari 2003 verleende de Commissie haar goedkeuring aan de steunregeling „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen” (Small and Medium Enterprises Venture Capital and Loan Fund), een overkoepelende regeling voor alle Britse regio's, inclusief Noord-Ierland (4).

(14)

In het kader van het „Risicokapitaal en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen” (Small and Medium Enterprises Venture Capital and Loan Fund) wordt de oprichting van risicokapitaalfondsen geregeld die zich toespitsen op het verstrekken van risicokapitaal aan KMO's in het gehele Verenigd Koninkrijk en in Gibraltar.

(15)

In haar besluit van 4 februari 2003 stemde de Commissie voor bepaalde steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag in met door de overheid verstrekt risicokapitaal, ten bedrage van maximaal 750 000 EUR per tranche.

(16)

Aangezien Noord-Ierland momenteel wordt aangemerkt als steungebied in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag (5), zijn investeringen in KMO’s in Noord-Ierland overeenkomstig de overkoepelende regeling „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen” beperkt tot 750 000 EUR per tranche.

(17)

Gelet op de bijzondere uitdagingen waarmee Noord-Ierland wordt geconfronteerd, beogen de Britse autoriteiten met de aangemelde steunregeling aan kleine en middelgrote ondernemingen in Noord-Ierland risicokapitaal te verstrekken ten bedrage van maximaal 1 500 000 GBP (2,2 miljoen EUR) per tranche, waardoor de in het besluit betreffende het „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen” per tranche vastgestelde maximumbedragen worden overschreden.

(18)

Alle andere wezenlijke onderdelen van de aangemelde steunmaatregel voldoen aan de voorwaarden van het besluit betreffende het „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen”.

2.   Beschrijving van de steunmaatregel

(19)

De rechtsgrondslag van de regeling is artikel 7 van de Industrial Development (Northern Ireland) Order 1982.

(20)

Het Verenigd Koninkrijk is voornemens een risicokapitaalfonds tussen 15 miljoen GBP (22 miljoen EUR) en 20 miljoen GBP (29 miljoen EUR) op te richten.

(21)

Indien minder dan 20 miljoen GBP (29 miljoen EUR) wordt bijeengebracht, zal de overheidsbijdrage evenredig worden verminderd.

(22)

Indien meer dan 20 miljoen GBP (29 miljoen EUR) wordt bijeengebracht, zal het fonds aanvullende investeringen van particuliere investeerders aanvaarden. De overheidsbijdrage zal niet worden verhoogd tot een overeenkomstig niveau.

(23)

De overheidsbijdrage aan het fonds zal in geen geval meer dan 50 % van het totaalbedrag van het fonds bedragen.

(24)

Het fonds wordt opgericht als een commanditaire vennootschap met een duur van tien jaar, die met toestemming van alle investeerders kan worden verlengd tot maximaal twaalf jaar om een vlotte uitstap uit het fonds te vergemakkelijken.

(25)

De regeling zal alleen gelden voor kleine en middelgrote ondernemingen in Noord-Ierland.

(26)

Ondernemingen in moeilijkheden worden van de regeling uitgesloten.

(27)

Aan ondernemingen uit sectoren die met overcapaciteit kampen, zoals de scheepsbouwsector en de EGKS-sectoren, wordt geen financiering verstrekt.

(28)

Het fonds verricht in begunstigde KMO's investeringen tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR). In sommige gevallen kunnen in een verdere financieringsronde vervolginvesteringen worden verricht. Deze beslissingen staan los van eerdere investeringsbeslissingen en zijn gebaseerd op de prestaties van de begunstigde KMO.

(29)

De Britse autoriteiten hebben verklaard dat andere toegestane regionale steun of KMO steun voor KMO's die in het kader van de regeling risicokapitaal ontvangen, tijdens de gehele duur van de investering wordt verminderd met 30 % van de steunintensiteit die anders door de Commissie als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt zou worden aangemerkt.

(30)

In de mededeling van de Commissie betreffende staatssteun en risicokapitaal (6) (hierna „de mededeling” genoemd) wordt erkend dat de rol voor financiering van risicokapitaalmaatregelen door de overheid beperkt is tot een middel om identificeerbare markttekortkomingen aan te pakken.

(31)

In de mededeling wordt gesteld dat specifieke factoren die de toegang van KMO’s tot kapitaal nadelig beïnvloeden, zoals gebrekkige of asymmetrische informatie of hoge transactiekosten, markttekortkomingen kunnen veroorzaken die staatssteun kunnen rechtvaardigen.

(32)

In de mededeling wordt voorts gesteld dat er in de Gemeenschap geen sprake is van een algemene tekortkoming op de risicokapitaalmarkt, maar wel wordt erkend dat er voor sommige soorten investeringen in bepaalde stadia van de ontwikkeling van ondernemingen sprake is van lacunes op de markt en dat er bijzondere problemen rijzen in regio's die overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder a) en c), van het EG-Verdrag voor steun in aanmerking komen (hierna „steungebieden” genoemd).

(33)

In de mededeling wordt vervolgens uiteengezet dat de Commissie in het algemeen zal verlangen dat wordt aangetoond dat er sprake is van een markttekortkoming, vooraleer zij instemt met risicokapitaalmaatregelen.

(34)

De Commissie kan evenwel bereid zijn zonder verdere bewijsvoering aan te nemen dat er sprake is van een markttekortkoming wanneer elke afzonderlijke financieringstranche voor een onderneming uit hoofde van risicokapitaalmaatregelen die geheel of gedeeltelijk met staatssteun worden gefinancierd, niet meer bedraagt dan 500 000 EUR of 750 000 EUR voor steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag dan wel 1 miljoen EUR voor steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag.

(35)

Hieruit volgt dat de Commissie in de gevallen waarin deze bedragen worden overschreden, zal verlangen dat wordt aangetoond dat er sprake is van een markttekortkoming die de voorgenomen risicokapitaalmaatregel rechtvaardigt, vooraleer zij de verenigbaarheid van de maatregel beoordeelt op basis van de in punt VIII.3 van de mededeling vermelde positieve en negatieve criteria.

(36)

De door het Verenigd Koninkrijk voorgenomen steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” voorziet in risicokapitaalinvesteringen tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR) per investeringstranche voor KMO’s in Noord-Ierland.

(37)

Overeenkomstig de regionalesteunkaart 2000-2006 voor het Verenigd Koninkrijk, wordt Noord-Ierland momenteel aangemerkt als een regio die overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag voor steun in aanmerking komt.

(38)

Overeenkomstig de bepalingen van de mededeling zou de Commissie bijgevolg bereid zijn zonder verdere bewijsvoering aan te nemen dat er sprake is van een markttekortkoming indien het geheel of gedeeltelijk met staatssteun gefinancierde risicokapitaal voor KMO’s in Noord-Ierland niet meer bedraagt dan 750 000 EUR, zoals in punt VI.5 van deze mededeling is voorzien voor steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag.

(39)

In de aanmelding heeft het Verenigd Koninkrijk uiteengezet dat met uitzondering van de geplande maximale financieringstranche van 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR) alle andere wezenlijke onderdelen van de voorgenomen steunmaatregel in overeenstemming zijn met het reeds goedgekeurde „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen”.

(40)

De Commissie is derhalve van mening dat haar besluit betreffende het „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen” alle in het kader van de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” voorgenomen investeringen dekt tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 510 000 GBP (750 000 EUR) per afzonderlijke investeringstranche.

(41)

Voor de in het kader van de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” voorgenomen risicokapitaalinvesteringen tussen 510 000 GBP (750 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR) moet het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de bepalingen van de mededeling aantonen dat er sprake is van een markttekortkoming.

(42)

Om aan te tonen dat er sprake is van een markttekortkoming verwees het Verenigd Koninkrijk naar meerdere specifieke kenmerken van de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland die uit een studie naar voren zijn gekomen (7). De voornaamste argumenten waren:

a)

KMO's in Noord-Ierland hebben te kampen met een gebrek aan durfkapitaal voor transactievolumes tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR);

b)

Hoewel dergelijk marktfalen ook in andere regionale economieën bestaat, is het om de volgende redenen sterker aanwezig in Noord-Ierland:

i)

de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland heeft wat betreft het investeringsvolume, het aantal transacties, het aantal fondsen en de beschikbaarheid van vaardigheden inzake fondsbeheer vele jaren achterstand op de rest van het Verenigd Koninkrijk;

ii)

de omvang van de Noord-Ierse markt, het feit dat Noord-Ierland geografisch afgesneden is van de rest van het Verenigd Koninkrijk en de langdurige gevolgen van de sociale onlusten in Noord-Ierland, hebben ertoe geleid dat er geen zuiver particuliere risicokapitaalfondsen zijn, die ter plaatse zijn gevestigd of vanuit het Verenigd Koninkrijk in Noord-Ierse KMO’s investeren;

iii)

bovendien is het moeilijk ervaren fondsbeheerders aan te trekken naar Noord-Ierland.

(43)

Bij brief van 26 november 2003 deelde de Commissie het Verenigd Koninkrijk mee dat zij had besloten de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden ten aanzien van de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003”.

(44)

In haar brief stelde de Commissie dat zij betwijfelde of de argumenten die het Verenigd Koninkrijk heeft aangevoerd tot staving van het bestaan van een markttekortkoming voldoende kunnen rechtvaardigen dat tranches van risicokapitaalinvesteringen worden toegekend die aanzienlijk hoger liggen dan de maximumbedragen die in de mededeling zijn vastgesteld voor steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag.

(45)

De Commissie was voorts van mening dat dit vraagstuk een grondiger onderzoek behoefde. Voor dit onderzoek dienen opmerkingen van belanghebbenden te worden verzameld. Alleen na onderzoek van de opmerkingen van derden kan de Commissie beslissen of de door het Verenigd Koninkrijk voorgenomen maatregel de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

III.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(46)

Naar aanleiding van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van haar besluit tot inleiding van de formele procedure, ontving de Commissie opmerkingen van de volgende belanghebbende partijen:

Enterprise Equity (NI) Limited

Momentum Northern Ireland

Qubis Limited

Ulster Farmers’ Union

CBI Northern Ireland

Institute of Directors Northern Ireland

Investment Belfast Limited

Inter Trade Ireland

BDO Stoy Hayward

The Ulster Society of Chartered Accountants

International Fund for Ireland.

(47)

Alle ontvangen opmerkingen waren positief en onderstreepten het belang van de maatregel en de geschiktheid van de voorgenomen maximale investeringsbedragen.

(48)

Uit de argumenten van de belanghebbenden blijkt dat het voor ondernemingen in Noord-Ierland moeilijk is aandelenkapitaal aan te trekken tussen 1 miljoen GBP (1,5 miljoen EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR). Dit is vooral het gevolg van de volgende factoren:

a)

risicokapitaalfondsen in de rest van het Verenigd Koninkrijk verhogen de minimuminvesteringsdrempels, een tendens die zich ook in Noord-Ierland manifesteert;

b)

de perifere ligging van Noord-Ierland heeft nadelige gevolgen voor de met fondsen samenhangende kosten;

c)

fondsen uit de rest van het Verenigd Koninkrijk en uit de Republiek Ierland hebben nauwelijks belangstelling voor investeringen van deze omvang en geen enkel Noord-Iers fonds is in staat dergelijke investeringen te verrichten;

d)

een over het algemeen ongegrond negatief beeld als gevolg van de sociale onlusten in het verleden heeft nog steeds een negatieve invloed op de houding van investeerders wanneer deze overwegen in Noord-Ierland te investeren.

IV.   OPMERKINGEN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

(49)

De opmerkingen van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot het besluit van de Commissie tot inleiding van de formele procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag en de opmerkingen van derden zijn samengevat in de onderstaande overwegingen.

(50)

Een aantal algemene economische tekortkomingen moet worden aangepakt om de concurrentiepositie van Noord-Ierland te verbeteren.

a)

het Noord-Ierse bruto binnenlands product (BBP) per hoofd ligt onder het Britse gemiddelde (77,5 % van het Britse gemiddelde). Deze kloof is in de loop van de jaren negentig nauwelijks verkleind (3 procentpunten sinds 1989);

b)

de gehele economische productiviteit, uitgedrukt in BBP per werknemer in Noord-Ierland, ligt onder die van het Verenigd Koninkrijk (89 % van het Britse gemiddelde);

c)

de economie is sterk afhankelijk van kleine ondernemingen: van de in totaal 85 000 ondernemingen hebben er 99 % minder dan 50 werknemers in dienst en 93 % minder dan tien werknemers;

d)

de be- en verwerkende industrie blijft afhankelijk van „traditionele sectoren” met een lage toegevoegde waarde. De dienstverlenende sector, die een hoge toegevoegde waarde heeft, is maar half zo groot als in het Verenigd Koninkrijk;

e)

in vergelijking met andere gebieden van het Verenigd Koninkrijk telt Noord-Ierland een klein aantal kennisondernemingen;

f)

geringe innovatie en O & O-activiteiten;

g)

een van de laagste starterspercentages van alle gebieden van het Verenigd Koninkrijk;

h)

gebrek aan schuldfinanciering en aandelenkapitaal voor startende ondernemingen.

(51)

Naast deze algemene economische tekortkomingen is de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland ook onderontwikkeld in vergelijking met andere gebieden van het Verenigd Koninkrijk:

a)

tijdens de periode 1985-2002 bedroegen de risicokapitaalinvesteringen in Noord-Ierland slechts 0,7 % van de totale risicokapitaalinvesteringen in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het Noord-Ierse aandeel in het Britse BBP 2,2 % bedroeg;

b)

de risicokapitaalactiviteiten in Noord-Ierland zouden moeten verviervoudigen om per hoofd het niveau van andere Britse regio's zoals Wales of Schotland te bereiken.

(52)

Er zijn een aantal algemene factoren die met deze situatie verband houden:

a)

perifere ligging: Noord-Ierland is door zijn geografische ligging sterk benadeeld;

b)

groei van lokale ondernemingen: in de laatste jaren werd de groei van de lokale economie sterk afgeremd als gevolg van de sociale onlusten;

c)

subsidiecultuur: dit is een gevolg van het feit dat de overheid zich — in vergelijking met elders in het Verenigd Koninkrijk — veel meer moest mengen in de Noord-Ierse industriële ontwikkelingsactiviteiten. Bijgevolg zijn ondernemingen niet bereid de opname van nieuw aandelenkapitaal te overwegen.

(53)

Hoewel in de afgelopen jaren een aantal fondsen is opgericht, moet er nog veel worden gedaan, met name door te zorgen voor een adequate investeringsstroom, maar ook door te zorgen voor een grotere verscheidenheid aan investeerders en voor meer investeerders.

a)

Noord-Ierland is op het gebied van risicokapitaal zwak vertegenwoordigd en beschikt slechts over een gering aantal lokale fondsen, die voornamelijk gericht zijn op kleine transactievolumes;

b)

in Noord-Ierland zijn slechts drie beheerders van risicokapitaalfondsen voltijds aanwezig;

c)

de beschikbare risicokapitaalfondsen bieden meestal financieringen aan onder 500 000 GBP (730 000 EUR);

d)

uit studies blijkt dat de gemiddelde omvang van startfinancieringen voor technologische ondernemingen toeneemt naarmate de markt zich verder ontwikkelt. Voor Noord-Ierland zal het tekort aan aandelenkapitaal voor eerste ronde financieringen de komende vijf jaar naar verwachting tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR) liggen;

e)

gezien de schaalvergroting van projecten en de verwachte toename van de vraag, moeten in Noord-Ierland in de komende vijf jaar twee of meer commerciële fondsen van elk ongeveer 15 miljoen GBP (22 miljoen EUR) worden opgericht, waarvan er één door de overheid moet worden gefinancierd.

(54)

Het Verenigd Koninkrijk heeft geen verdere opmerkingen gemaakt over de antwoorden van de derden, maar heeft er wel op gewezen dat deze derden de oprichting van het geplande fonds krachtig ondersteunen.

V.   BEOORDELING VAN DE STEUNMAATREGEL

(55)

De Commissie heeft de regeling getoetst aan artikel 87 van het EG-Verdrag en met name aan de mededeling. De resultaten van deze beoordeling zijn samengevat in de overwegingen 56 e.v.

1.   Rechtmatigheid

(56)

Door de regeling aan te melden hebben de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hun verplichtingen uit hoofde van artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag nageleefd.

2.   De vraag of er sprake is van staatssteun

(57)

Het Verenigd Koninkrijk bevestigt dat — met uitzondering van het toegestane maximumbedrag per afzonderlijke financieringstranche — alle andere wezenlijke onderdelen van de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” in overeenstemming zijn met het besluit van de Commissie betreffende het Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(58)

Voor haar beoordeling of er in het onderhavige geval sprake is van staatssteun, baseert de Commissie zich bijgevolg op de beoordeling in dat besluit.

(59)

In haar besluit betreffende het Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen stelde de Commissie dat er bij het onderzoek van de vraag of er sprake is van staatssteun, overeenkomstig punt IV.2 van de mededeling rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat met de risicokapitaalmaatregel op verschillende niveaus steun kan worden verleend.

(60)

De Commissie concludeerde vervolgens dat er in het geval van het leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen sprake was van staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag, met name op het niveau van de investeerders en op dat van de begunstigde KMO's. De Commissie was ook van mening dat er op het niveau van het fonds of voor ongedekte leningen aan KMO's tegen de geldende referentievoet vermeerderd met minimaal 4 procentpunten dan wel voor gedekte leningen tegen de geldende referentievoet, geen sprake was van staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

(61)

Deze beoordeling blijft gelden voor de evaluatie van de aangemelde maatregel in onderhavige beschikking.

3.   Aanwijzingen van een markttekortkoming

(62)

Overeenkomstig de bepalingen van de mededeling is de Commissie bereid zonder verdere bewijsvoering aan te nemen dat er sprake is van een markttekortkoming indien het geheel of gedeeltelijk met staatssteun gefinancierde risicokapitaal voor KMO’s in steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag, beperkt is tot 750 000 EUR, zoals in punt VI.5 van deze mededeling is voorzien.

(63)

De door het Verenigd Koninkrijk voorgenomen steunmaatregel voorziet in risicokapitaalinvesteringen tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR) per investeringstranche voor KMO’s in Noord-Ierland.

(64)

Overeenkomstig de regionalesteunkaart 2000-2006 voor het Verenigd Koninkrijk, wordt Noord-Ierland momenteel beschouwd als een gebied dat overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag voor steun in aanmerking komt. Overeenkomstig deze regionalesteunkaart wordt Noord-Ierland evenwel als een „atypisch” steungebied aangemerkt met een overeenkomstig regionaal steunplafond van 40 %, dat normaal is voorbehouden aan steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder a).

(65)

Overeenkomstig de bepalingen van de mededeling heeft de Commissie het Verenigd Koninkrijk ervan in kennis gesteld dat het — aangezien de in het kader van de aangemelde regeling voorgenomen risicokapitaalinvesteringen de voor steungebieden in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), vastgestelde drempel van 750 000 EUR overschrijden — dient aan te tonen dat er sprake is van een markttekortkoming.

(66)

Om aan te tonen dat er voor risicokapitaalinvesteringen van meer dan 750 000 EUR voor KMO’s in Noord-Ierland sprake is van een markttekortkoming, heeft het Verenigd Koninkrijk argumenten aangevoerd waaruit moet blijken dat de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland specifieke kenmerken heeft die deze markt onderscheiden van andere gebieden in het Verenigd Koninkrijk.

(67)

De argumenten van het Verenigd Koninkrijk worden ondersteund door een studie waarin wordt beklemtoond dat Noord-Ierse KMO's te kampen hebben met een gebrek aan particulier risicokapitaal voor transactievolumes tussen 250 000 GBP (367 000 EUR) en 1,5 miljoen GBP (2,2 miljoen EUR).

(68)

Hoewel een dergelijk marktfalen ook bestaat in andere regionale economieën, is het volgens het Verenigd Koninkrijk sterker aanwezig in Noord-Ierland. Dit blijkt uit de door het Verenigd Koninkrijk ingediende studie.

(69)

Volgens deze studie verschillen de risicokapitaalactiviteiten in Noord-Ierland wat betreft het aantal transacties en de waarde ervan, aanzienlijk van die in andere gebieden van het Verenigd Koninkrijk, zoals Schotland en het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside. In 2000-2002 bedroeg het aantal transacties voor startende ondernemingen in Schotland 9,9 % van het nationale totaal, in het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside 8,1 % van het nationale totaal, terwijl Noord-Ierland slechts goed was voor 4,4 % van het nationale totaal. Voor ondernemingen in de uitbreidingsfase waren de respectieve percentages: 10,2 % van het nationale totaal voor Schotland, 7,9 % voor het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside en slechts 2,4 % voor Noord-Ierland.

(70)

Wat de waarde van de transacties in de opstart en uitbreidingsfasen betreft, blijkt uit de studie dat de opstartinvesteringen in 2000-2002 in Schotland 8,1 % van het nationale totaal bedroegen, tegenover 5,7 % in het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside en 2,2 % in Noord-Ierland. Het verschil is zelfs nog duidelijker voor de transacties met betrekking tot ondernemingen in de uitbreidingsfase. Dan vertegenwoordigt Schotland 9,5 % van het nationale totaal, tegenover 21,2 % voor het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside en slechts 0,7 % voor Noord-Ierland.

(71)

Deze kloof blijkt voorts ook uit vergelijkingen die in de studie zijn opgenomen met betrekking tot de gemiddelde omvang van de transacties in 2000-2002: het nationale gemiddelde voor opstartinvesteringen bedroeg 1,14 miljoen GBP, tegenover 0,93 miljoen GBP in Schotland, 0,81 GBP in het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside en 0,36 miljoen in Noord-Ierland. Voor KMO’s in de uitbreidingsfase is het verschil opnieuw veel duidelijker: het nationale gemiddelde bedroeg 2,82 milljoen GBP, tegenover 2,63 miljoen GBP in Schotland, 7,62 miljoen GBP in het gebied Noordwest-Engeland/Merseyside, en slechts 0,86 miljoen GBP in Noord-Ierland.

(72)

Uit deze cijfers blijkt de relatieve zwakte van de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland (volgens de studie is Noord-Ierland in het algemeen slechts goed voor 0,7 % van de totale investeringen in het VK hoewel het aandeel van Noord-Ierland in het BBP van het VK 2,2 % bedraagt), met name voor KMO's in de uitbreidingsfase. Deze zwakte kan worden verklaard door de momenteel in Noord-Ierland actieve risicokapitaalfondsen nader te bekijken: van de acht bestaande en actieve risicokapitaalfondsen biedt slechts één financieringen aan voor transacties tussen 250 000 GBP en 1,5 miljoen GBP. De investeringsperiode van dit fonds is echter reeds verstreken. Alle andere fondsen bieden slechts financieringen aan onder 250 000 GBP.

(73)

In de studie die het Verenigd Koninkrijk bij de Commissie heeft ingediend, wordt gesteld dat dit gebrek aan aandelenfinanciering voor transactievolumes tussen 250 000 GBP en 1,5 miljoen GBP duidelijk verband houdt met de algemene sociaal economische kenmerken van Noord-Ierland (zie de overwegingen 50 e.v.). Deze kenmerken van Noord-Ierland, namelijk zijn perifere ligging en de erfenis van sociale onlusten, hebben de twee in de mededeling vermelde oorzaken van markttekortkomingen — gebrekkige of asymmetrische informatie en hoge transactiekosten — versterkt.

(74)

In haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de voorgenomen steunmaatregel, stelde de Commissie dat aangezien de in het kader van de regeling voorgenomen maximale investeringsbedragen aanzienlijk hoger liggen dan de in de mededeling vastgestelde maximale investeringsbedragen, belanghebbenden om opmerkingen moest worden verzocht teneinde te kunnen beslissen of de maatregel de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

(75)

Alle opmerkingen van belanghebbende derden waren positief en onderstreepten het belang van de maatregel alsmede de geschiktheid van de voorgenomen maximale investeringsbedragen.

(76)

Rekening houdend met de informatie in de initiële aanmelding, de opmerkingen van de belanghebbende derden en de aanvullende informatie die het Verenigd Koninkrijk heeft verstrekt naar aanleiding van het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag, wordt geconcludeerd dat het Verenigd Koninkrijk afdoende heeft bewezen dat sprake is van een markttekortkoming op de risicokapitaalmarkt in Noord-Ierland.

4.   Verenigbaarheid van de steunmaatregel

(77)

Het Verenigd Koninkrijk heeft bevestigd dat — met uitzondering van het toegestane maximumbedrag per afzonderlijke financieringstranche — alle andere wezenlijke onderdelen van de aangemelde steunregeling in overeenstemming zijn met het besluit van de Commissie betreffende het Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(78)

De beoordeling van de verenigbaarheid van de aangemelde staatssteun is bijgevolg gebaseerd op de beoordeling in het besluit betreffende het Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen. In haar besluit betreffende deze steunmaatregel concludeerde de Commissie dat alle in punt VIII.3 van de mededeling vermelde positieve elementen voorhanden waren. Dit is ook het geval voor het „Invest Northern Ireland Venture 2003 Fund”.

(79)

De volgende elementen kunnen als positief worden beschouwd:

a)

beperking tot investeringen in KMO’s die zich in hun start of aanloopfase bevinden en/of KMO’s die willen uitbreiden of diversifiëren;

b)

nadruk op de slechte werking van de risicokapitaalmarkt: financiering van KMO’s die hoofdzakelijk geschiedt in de vorm van verstrekking van aandelenkapitaal of quasi-aandelenkapitaal;

c)

winstgerichte investeringsbeslissingen: marktinvesteerders zullen ten minste 40 % van het kapitaal van het fonds verstrekken. Professionele fondsbeheerders zullen alle investeringsbeslissingen nemen en hun beloning zal rechtstreeks verband houden met de resultaten van het fonds;

d)

de concurrentie tussen investeerders en investeringsfondsen wordt zo min mogelijk verstoord: de investeerders worden geselecteerd op basis van openbare aanbestedingen. Particuliere investeerders zullen via reclame op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheid om te investeren. Geen enkele persoon of organisatie zal worden uitgesloten van investeringen in het fonds. Bij de selectie van investeerders worden zo weinig mogelijk preferentiële voorwaarden vastgesteld — voorwaarden die nodig zijn om particuliere investeringen aan te trekken. Om overcompensatie aan investeerders te voorkomen, zullen de winsten worden opgedeeld tussen publieke en particuliere investeerders afhankelijk van de hoogte van hun investering;

e)

sectorgerichtheid: gevoelige sectoren zijn uitgesloten;

f)

investeringen op basis van ondernemingsplannen: alle investeringen zullen worden verricht op basis van solide ondernemingsplannen samen met een reeks andere commerciële standaardtests teneinde de levensvatbaarheid van het project en het verwachte commerciële rendement te waarborgen;

g)

beperking van cumulering van steun ten gunste van één en dezelfde onderneming: de Britse autoriteiten hebben verklaard dat andere toegestane regionale steun of KMO-steun voor KMO's die in het kader van de regeling risicokapitaal ontvangen, tijdens de gehele duur van de investering wordt verminderd met 30 % van de steunintensiteit die anders door de Commissie als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt zou worden aangemerkt.

(80)

Derhalve wordt geconcludeerd dat met betrekking tot de aangemelde regeling alle in de mededeling vereiste positieve elementen voorhanden zijn.

VI.   CONCLUSIE

(81)

Derhalve wordt geconcludeerd dat de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” aan de voorwaarden van de mededeling voldoet. Bijgevolg moet de aangemelde steunmaatregel overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden verklaard als steunmaatregel om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, zonder dat de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De staatssteun die het Verenigd Koninkrijk voornemens is uit te voeren in het kader van de steunregeling „Invest Northern Ireland Venture 2003” is overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

De tenuitvoerlegging van deze steunmaatregel is derhalve toegestaan.

Artikel 2

Het Verenigd Koninkrijk zal jaarlijks een verslag indienen over de tenuitvoerlegging van de steunmaatregel.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Mario MONTI

Lid van de Commissie


(1)  PB C 33 van 6.2.2004, blz. 2.

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)  De door de Britse autoriteiten in het kader van de regeling gehanteerde definitie van kleine en middelgrote ondernemingen is steeds in overeenstemming met de definitie die wordt gegeven in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 10 van 13.1.2001, blz. 33). Verordening zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 364/2004 (PB L 63 van 28.2.2004, blz. 22).

(4)  Staatssteun N 620/2002 — Verenigd Koninkrijk: „Risicokapitaal- en leningenfonds voor kleine en middelgrote ondernemingen”. Besluit van de Commissie van 4 februari 2003 (C/2003/110).

(5)  Staatssteun N 265/2000 — Verenigd Koninkrijk „Regionalesteunkaart 2000-2006” (PB C 272 van 23.9.2000, blz. 43).

(6)  PB C 235 van 21.8.2001, blz. 3.

(7)  „Market Failure in the Supply of Venture Capital Funds for SMEs in Northern Ireland” (markttekortkomingen bij het aanbod van risicokapitaalfondsen voor KMO's in Noord-Ierland). Invest NI, oktober 2002.