20.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 100/46


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2004

betreffende de steunregeling die Italië heeft toegepast ten gunste van ondernemingen die in de door natuurrampen in 2002 getroffen gemeenten investeringen hebben gedaan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 3893)

(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/315/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Op 6 en 29 maart 2003 heeft de Commissie twee klachten ontvangen met betrekking tot de verlenging van wet nr. 383 van 18 oktober 2001 in bepaalde gemeenten van Italië die in 2002 door natuurrampen waren getroffen.

(2)

Op 20 maart 2003 vroeg de Commissie de Italiaanse autoriteiten om informatie over deze verlenging. Na op 2 en 21 mei 2003 tweemaal om een verlenging van de termijn te hebben verzocht waarbinnen een antwoord moest worden gegeven, hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie op 10 juni 2003 een mededeling doen toekomen. Een tweede mededeling van de Italiaanse autoriteiten werd op 4 juli 2003 door de Commissie ontvangen.

(3)

Aangezien voor de inwerkingtreding van de steunregeling niet de voorafgaande goedkeuring van de Commissie in de zin van de artikelen 87 en volgende van het EG-Verdrag was vereist, is de regeling in het register van aangemelde steun ingeschreven onder nr. NN 58/03.

(4)

Bij schrijven van 17 september 2003 heeft de Commissie Italië in kennis gesteld van haar besluit om de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag ten aanzien van de betrokken steunmaatregel in te leiden. De zaak is geregistreerd onder nummer N 57/03. Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) en de belanghebbenden is verzocht hun opmerkingen kenbaar te maken.

(5)

Bij brief van 23 oktober 2003 verzochten de Italiaanse autoriteiten om verlenging van de termijn om hun opmerkingen te maken. Bij brieven van 5 november en 16 december 2003 heeft de Commissie dit verzoek ingewilligd respectievelijk een aanmaning gezonden.

(6)

Italië heeft haar opmerkingen gezonden bij brief van 18 februari 2004, ingeschreven op 23 februari 2004, en bij brief van 10 september 2004, ingeschreven op 15 september 2004. Er werden geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.

II.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUNREGELING

Rechtsgrondslag

(7)

Artikel 5 sexies van wetsdecreet nr. 282/2002 van 24 december 2002, dat bij wet nr. 27 van 21 februari 2003 in wet is omgezet, verlengt de in artikel 4, lid 1, van wet nr. 383 van 18 oktober 2001 beoogde voordelen uitsluitend ten behoeve van ondernemingen die investeringen hebben gedaan in bepaalde gemeenten van Italië die in 2002 door natuurrampen waren getroffen. Artikel 5 sexies van wetsdecreet nr. 282/2002 is door het Italiaanse ministerie van Economische Zaken en van Financiën toegelicht in circulaire brief nr. 43/E van 31 juli 2003 van de belastingdienst. De betrokken gemeenten liggen in de gebieden die zijn omschreven in:

het decreet van de premier van 29 oktober 2002 waarin bepalingen zijn vervat betreffende het uitroepen van de noodtoestand ten aanzien van de ernstige gevolgen van de uitbarsting van de Etna en de aardbevingen in de provincie Catania;

het decreet van de premier van 31 oktober 2002 waarin bepalingen zijn vervat betreffende het uitroepen van de noodtoestand ten aanzien van de ernstige aardbevingen van 31 oktober 2002 in de provincie Campobasso;

het decreet van de premier van 8 november 2002 waarin bepalingen zijn vervat betreffende het uitroepen van de noodtoestand ten aanzien van de ernstige aardbevingen van 31 oktober 2002 in de provincie Foggia;

het decreet van de premier van 29 november 2002 waarin bepalingen zijn vervat betreffende het uitroepen van de noodtoestand ten gevolge van uitzonderlijke weersomstandigheden (overstromingen en aardverschuivingen) in de regio's Ligurië, Lombardije, Piemonte, Veneto, Friuli Venezia Giulia en Emilia Romagna.

(8)

Daarnaast was het in de gemeenten in kwestie noodzakelijk een evacuatiebevel dan wel een rijverbod op de voornaamste toegangswegen tot het grondgebied van de gemeente uit te vaardigen.

(9)

De Commissie vernam uit artikelen in de pers dat een lijst van de door uitzonderlijke weersomstandigheden getroffen de regio's Ligurië, Lombardije, Piemonte, Veneto, Friuli Venezia Giulia en Emilia Romagna is vastgesteld bij besluit van de premier van 28 mei 2003, dat in het staatsblad van de Italiaanse republiek nr. 126 van 3 juni 2003 is verschenen.

(10)

De maatregel betreffende de verlenging van wet nr. 383 van 18 oktober 2001 werd van kracht op 23 februari 2003, op de dag na de publicatie van wet nr. 27 van 21 februari 2003 in het gewone supplement nr. 29 bij het Italiaanse Staatsblad nr. 44 van 22 februari 2003.

Doelstelling

(11)

Met de regeling wordt beoogd de investeringen te stimuleren in de gebieden die zijn getroffen door de natuurrampen welke worden opgesomd in de in overweging 7 van deze beschikking genoemde decreten van de premier.

Begunstigden

(12)

De maatregel heeft betrekking op alle ondernemingen van eender welke sector die investeringen hebben gedaan in de door deze natuurrampen getroffen gemeenten. In circulaire brief nr. 43/E van de belastingdienst van 31 juli 2003 wordt erop gewezen dat de regeling is bedoeld voor het stimuleren van investeringen door ondernemingen die, wegens de ernstige moeilijkheden die zijn veroorzaakt door de natuurrampen in de gemeenten waar zij zijn gevestigd, rechtstreeks of onrechtstreeks financiële schade hebben geleden. Voorts wordt opgemerkt dat deze schade alleen wordt geacht voor alle bedrijven in een bepaalde gemeente te gelden wanneer:

het aantal gebouwen dat door het evacuatiebevel is getroffen van dien aard is dat dit een negatief effect heeft op de economie van de gehele gemeente;

het rijverbod betrekking had op de voornaamste toegangswegen tot het grondgebied van de gemeente.

Volgens de bewuste circulaire brief is in de overige gevallen de steun alleen bestemd voor bedrijven die langs de toegangswegen liggen of gevestigd zijn in de gebouwen waarop bovengenoemde maatregelen betrekking hebben.

Vorm en intensiteit van de steun

(13)

Met de betrokken maatregel worden de bepalingen van wet nr. 383 van 18 oktober 2001 verlengd tot de tweede belastingperiode volgend op de op 25 oktober 2001 lopende periode; zij heeft slechts betrekking op investeringen die tot en met 31 juli 2003 zijn gedaan. Op grond van deze wet kan het gedeelte van de investeringen dat na 1 juli 2001 is gedaan en dat overeenkomt met 50 % van de investeringen die het gemiddelde investeringsniveau van de voorgaande vijf jaar overschrijden, worden afgetrokken van de inkomstenbelasting van ondernemingen en zelfstandigen. Bij de berekening van het gemiddelde niveau wordt geen rekening gehouden met de investeringen welke zijn gedaan in het jaar waarin deze het hoogste bedrag bereikten. Voor investeringen in onroerend goed geldt de verlenging investeringen die tot het derde belastingjaar volgend op het op 25 oktober 2001 lopende belastingjaar en uiterlijk op 31 juli 2004 zijn gedaan.

Doelstelling van de regeling

(14)

De regeling is bedoeld voor de constructie van nieuwe gebouwen, de uitbreiding, het herstel en de modernisering van bestaande gebouwen, de voltooiing van opgeschorte werkzaamheden en de aankoop van nieuwe installaties.

III.   BESLUIT TOT INLEIDING VAN DE PROCEDURE UIT HOOFDE VAN ARTIKEL 88, LID 2, VAN HET EG-VERDRAG

(15)

In het besluit tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure (hierna: „besluit tot inleiding van de procedure”) werd de maatregel in kwestie onderzocht om na te gaan of deze in aanmerking kwam voor de afwijking uit hoofde van artikel 87, lid 2, onder b), als steun die beoogt de door natuurrampen of andere uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakte schade te herstellen.

(16)

De Commissie is voorts nagegaan of op de maatregel in kwestie de ontheffing op grond van artikel 87, lid 3, onder a) en/of c), van het EG-Verdrag kon worden toegepast, op basis van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (3), van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (4) en, voor de landbouwsector, de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector (5) of, voor de visserij- en aquacultuursector, de richtsnoeren voor het onderzoek van de steunmaatregelen van de staten in de visserij- en aquacultuursector (6).

Analyse van de maatregel als steun bedoeld om de door natuurrampen veroorzaakte schade te herstellen

(17)

Wat vrijstelling op grond van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag betreft, uitte de Commissie bij het inleiden van de procedure twijfels over de vraag of de steun alleen bestemd was om de door deze natuurrampen veroorzaakte schade te herstellen en of de mogelijkheid van overcompensatie voor de schade op het niveau van de afzonderlijke begunstigden kon worden uitgesloten. Zij is derhalve niet in de gelegenheid geweest om haar goedkeuring te verlenen aan de maatregel als steun die beoogt de door natuurrampen of andere uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakte schade te herstellen.

(18)

De Italiaanse autoriteiten hebben de rechtstreekse materiële schade als gevolg van hogervermelde natuurrampen niet gekwantificeerd. Zij hebben verklaard dat de regeling is gebaseerd op een macro-economische definitie van schade, waarbij zij deze benadering motiveerden door de onmogelijkheid om de schade op het niveau van ieder bedrijf te kwantificeren zonder de procedure te vertragen en deze inefficiënt te maken.

(19)

In het besluit tot inleiding van de procedure was de Commissie dan ook van oordeel dat op grond van de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte inlichtingen niet kon worden geconcludeerd dat de onderzochte maatregel, gezien de aard en de werking ervan, beoogt de door natuurrampen veroorzaakte schade te herstellen. Het was de Commissie niet mogelijk uit de werking te concluderen dat:

de begunstigde van de steun een onderneming is die daadwerkelijk schade heeft geleden;

dat deze schade uitsluitend is veroorzaakt door de natuurrampen die worden opgesomd in een van de decreten van de premier die in overweging 7 van deze beschikking worden genoemd;

de steun ten behoeve van deze onderneming zich uitsluitend beperkt tot de schade die door deze natuurrampen is veroorzaakt, en iedere overcompensatie van deze schade ten voordele van de individuele begunstigde is uitgesloten. De afwezigheid van een verband tussen de steun en de door de onderneming geleden schade blijkt eveneens uit het feit dat, gezien de werking van de betrokken regeling, een onderneming die daadwerkelijk schade heeft ondervonden van de natuurrampen niet zonder meer van de betrokken regeling gebruik kan maken. De mogelijkheid bestaat namelijk dat een onderneming die een investering doet die uitsluitend bedoeld is om de schade te herstellen welke door de betrokken natuurrampen is veroorzaakt, niet voor de steun in aanmerking komt wanneer de waarde van de investering lager is dan de gemiddelde investeringen die in de vijf voorgaande jaren zijn verricht. Daarnaast zou een onderneming die een investering verricht waarmee uitsluitend wordt beoogd de schade als gevolg van de betrokken natuurrampen te herstellen maar die in het lopende jaar een boekhoudkundig verlies lijdt, in datzelfde jaar evenmin voor de regeling in aanmerking kunnen komen.

Analyse van de maatregel als investeringssteun

(20)

Wat de vrijstelling op grond van artikel 87, lid 3, onder a) en/of c), van het EG-Verdrag betreft, is de Commissie in haar besluit tot inleiding van de procedure nagegaan of de maatregel in aanmerking kon komen voor vrijstelling als investeringssteun.

(21)

Ten aanzien van de eventuele vrijstellingen uitte de Commissie in eerste instantie twijfels over het feit dat de in de regeling voorziene steun alleen betrekking heeft op de gebieden die in aanmerking komen voor regionale steun op de Italiaanse regionale-steunkaart voor 2000-2006. De Commissie betwijfelde eveneens of:

het begrip investering volgens de regeling overeenstemt met de investering als bedoeld in punt 4.4 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en in artikel 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 70/2001;

de intensiteit van de in de regeling vervatte steun, die moet worden berekend als percentage van het geheel van de uitgaven die in de standaardgrondslag zijn opgenomen zoals wordt omschreven in punt 4.5 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en in artikel 4, lid 5, van Verordening nr. 70/2001, in overeenstemming is met de regionale plafonds die in de Italiaanse regionale-steunkaart 2000-2006 zijn vervat dan wel met de steunintensiteiten die in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 70/2001 voor KMO's zijn vastgesteld;

de cumuleringsregels in de punten 4.18 tot en met 4.21 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en artikel 8 van Verordening nr. 70/2001 in acht zijn genomen;

het beginsel van de noodzaak van de steun, zoals bedoeld in punt 4.2 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 70/2001 in acht is genomen;

teneinde ervoor te zorgen dat de gesteunde productieve investeringen levensvatbaar en gezond zijn, het aandeel van de begunstigde in de financiering ervan ten minste 25 % bedraagt, zoals bepaald in punt 4.2 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 70/2001;

de in de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector en in de richtsnoeren voor het onderzoek van de steunmaatregelen van de staten in de visserij- en aquacultuursector vervatte voorwaarden in acht zijn genomen.

IV.   OPMERKINGEN VAN ITALIË

(22)

In haar antwoorden op het besluit tot inleiding van de procedure verstrekte Italië aanvullende gegevens en deed aan de Commissie haar opmerkingen toekomen, waarvan de voornaamste punten hieronder worden samengevat.

Opmerkingen over de analyse van de maatregel als steun bedoeld om de door natuurrampen veroorzaakte schade te herstellen

(23)

De Italiaanse autoriteiten wezen erop dat het grondgebied waarop de maatregelen betrekking hebben, bestaat uit de gemeenten die worden genoemd in de decreten van de premier van 29 oktober, 31 oktober en 8 november 2002. Overeenkomstig artikel 1 van het decreet van 29 oktober 2002 wordt alleen steun verleend aan de gemeenten die door de overstromingen zijn getroffen en ten aanzien waarvan een evacuatiebevel dan wel een rijverbod op de voornaamste toegangswegen tot het grondgebied van de gemeente was uitgevaardigd. Deze gemeenten werden opgesomd in besluit nr. 3290 van de premier.

(24)

Ten aanzien van de twijfels over de vraag of de begunstigde van de steun een onderneming is die daadwerkelijk schade heeft geleden en of deze schade uitsluitend is veroorzaakt door de natuurrampen antwoordden de Italiaanse autoriteiten dat schade alleen wordt verondersteld het merendeel van de belastingbetalers van een bepaalde gemeente te hebben getroffen wanneer:

het aantal gebouwen dat door het evacuatiebevel is getroffen van dien aard is dat dit een negatief effect heeft op de economie van de gehele gemeente;

het rijverbod betrekking had op de voornaamste toegangswegen tot het grondgebied van de gemeente.

(25)

De Italiaanse autoriteiten concluderen derhalve dat de voornaamste begunstigden van de steun bedrijven zijn die daadwerkelijk schade hebben geleden van de natuurramp en die langs de toegangswegen liggen of gevestigd zijn in de gebouwen waarop bovengenoemd evacuatiebevel betrekking had.

(26)

Daarenboven zijn de Italiaanse autoriteiten, wat het verband tussen de geleden schade en de verleende steun betreft, van oordeel dat het Verdrag de mogelijkheid om de totale schade in een bepaald gebied in aanmerking te nemen niet uitsluit. De regeling is gebaseerd op een macro-economische definitie van schade omdat het gezien de vereisten op het gebied van snelheid en efficiëntie niet mogelijk was de schade van alle ondernemingen afzonderlijk te ramen. De Italiaanse autoriteiten gebruiken macro-economische gegevens om aan te tonen dat het voor de regeling uitgetrokken budget veel geringer was dan de omvang van de schade.

(27)

De Italiaanse autoriteiten wezen er voorts op dat in een aantal gevallen de Commissie haar goedkeuring heeft gehecht aan steun voor het herstel van een bepaalde sector of voor de compensatie van meer indirecte vormen van schade.

(28)

Zij bevestigden bij brief van 10 september 2004 dat de maatregel is gebaseerd op een macro-economische benadering, alhoewel de bedrijven wel wordt verzocht certificaten of verklaringen over te leggen om de daadwerkelijk door iedere begunstigde geleden schade te verifiëren. De belastingautoriteiten kunnen vervolgens de nodige controles verrichten. Deze certificaten dienen gegevens te bevatten die het recht van het bedrijf om steun te ontvangen omdat het in een voor steun in aanmerking komend gebied is gevestigd, aantonen. De bedrijven moeten tevens verklaren dat de steun het bedrag van de geleden schade niet overschrijdt en dat er geen overcompensatie is.

Opmerkingen over de analyse van de maatregel als investeringssteun

(29)

Ten aanzien van de analyse van de verenigbaarheid van de maatregel overeenkomstig de ontheffing op grond van artikel 87, lid 3, onder a) en/of c), van het EG-Verdrag, welke is verricht volgens de in overweging 16 van deze beschikking genoemde bepalingen, merkten de Italiaanse autoriteiten slechts op dat het aanwijzen van de steungebieden rechtstreeks en uitsluitend op de natuurrampen is gebaseerd.

(30)

Zij wijzen erop dat de verenigbaarheid van de steun dient te worden beoordeeld op basis van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag, met andere woorden als steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen.

(31)

In de brief van 10 september 2004 wezen de Italiaanse autoriteiten er voorts op dat de steun wegens die ontheffing als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt moet worden beschouwd en dat dit de noodzaak om vrijstelling van de steun op grond van andere bepalingen of regels te onderzoeken, overbodig maakt.

V.   EVALUATIE

Beoordeling van het steunkarakter van de maatregel

(32)

Om te kunnen beoordelen of de bij de regeling ingestelde maatregelen als steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag moeten worden beschouwd, moet worden nagegaan of zij een voordeel opleveren voor de begunstigden, of dat voordeel door de overheid is verleend, of de maatregelen aanleiding geven tot vervalsing van de mededinging, en ten slotte of het handelsverkeer tussen lidstaten er ongunstig door kan worden beïnvloed.

(33)

De eerste in artikel 87, lid 1, van het Verdrag genoemde voorwaarde is de mogelijke begunstiging van bepaalde ondernemingen. Daarom moet worden nagegaan enerzijds of de maatregel voor de begunstigde ondernemingen een economisch voordeel oplevert dat zij bij normale marktvoorwaarden niet zouden hebben verkregen, dan wel of de begunstigde ondernemingen door deze maatregel ontsnappen aan kosten die zij normaliter hadden moeten dragen, en anderzijds of een dergelijk voordeel aan een bepaalde categorie van ondernemingen wordt toegekend. De mogelijkheid om een deel van de investeringen fiscaal af te trekken, levert de begunstigden een economisch voordeel op aangezien hun belastbare inkomen en dientengevolge het bedrag van de belasting over dat inkomen worden verminderd in vergelijking met hetgeen het bedrijf normaliter zou moeten betalen. Daarnaast is de steun bestemd voor slechts enkele bedrijven die activiteiten hebben — en vooral investeringen doen — in welbepaalde gebieden van Italië; aangezien deze maatregelen niet gelden voor ondernemingen die buiten deze gebieden zijn gevestigd, is er sprake van begunstiging.

(34)

De tweede vereiste voor de toepasselijkheid van artikel 87, lid 1, is dat de steun door de staat wordt verleend of met staatsmiddelen wordt bekostigd. In dit geval is het gebruik van staatsmiddelen indirect bij de steun betrokken, doordat de verlaging van de inkomstenbelasting voor bepaalde bedrijven tot lagere belastingopbrengsten voor de overheid leidt.

(35)

Overeenkomstig de derde en vierde voorwaarde voor de toepasselijkheid van artikel 87, lid 1, van het Verdrag moet de steun de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden. In onderhavig geval dreigen de steunmaatregelen de mededinging te vervalsen, doordat de financiële positie en potentieel van de begunstigde ondernemingen worden versterkt ten opzichte van hun concurrenten die dit voordeel niet hebben. Deze situatie kan ook gevolgen hebben voor het handelsverkeer tussen lidstaten. Dergelijke maatregelen kunnen de mededinging namelijk vervalsen en het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloeden als de begunstigde ondernemingen een deel van hun productie naar andere lidstaten uitvoeren; is dat niet het geval, dan is er sprake van begunstiging van de binnenlandse productie, omdat de in andere lidstaten gevestigde ondernemingen de mogelijkheden om hun producten naar de Italiaanse markt uit te voeren, zien afnemen (7). Hetzelfde geldt wanneer een lidstaat steun verleent aan bedrijven met activiteiten in de dienstensector en de distributiesector (8).

(36)

Om bovengenoemde redenen zijn de maatregelen in kwestie in beginsel verboden bij artikel 87, lid 1, van het Verdrag en kunnen zij alleen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd als zij onder één van de afwijkingen vallen waarin het Verdrag voorziet.

(37)

De Commissie is niettemin van mening dat de steun die uit hoofde van de bepaling in kwestie wordt verleend geen staatssteun is indien deze beantwoordt aan de voorwaarden vervat in Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie (9) of de de minimis-regels die van kracht waren toen de steun werd verleend.

Onwettigheid van de regeling

(38)

Gelet op het feit dat de maatregelen reeds van kracht zijn geworden, betreurt de Commissie het dat de Italiaanse autoriteiten niet hebben voldaan aan hun verplichting om de regeling overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag aan te melden.

Beoordeling van de verenigbaarheid van de maatregelen met de gemeenschappelijke markt

(39)

Nadat zij heeft vastgesteld dat de onderzochte maatregelen moeten worden beschouwd als steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, moet de Commissie onderzoeken of deze steun verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, leden 2 en 3, van het Verdrag.

(40)

De Commissie is van mening dat de afwijkingen als bedoeld in artikel 87, lid 2, onder a), van het Verdrag niet van toepassing zijn op de betrokken steunmaatregelen: het gaat immers niet om steunmaatregelen van sociale aard noch om steun die binnen de werkingssfeer valt van artikel 87, lid 2, onder c). Uiteraard zijn de afwijkingen van artikel 87, lid 3, onder b) en d), evenmin van toepassing.

(41)

Wat de eventuele afwijking als bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a) en c), betreft, verwijst de Commissie naar de twijfels die zij in dit verband heeft geuit in haar besluit tot inleiding van de procedure en neemt zij kennis van de verklaringen van de Italiaanse autoriteiten in het kader van de procedure volgens welke de steun in kwestie niet is gericht op een van de doelstellingen waarvoor deze afwijkingen gelden. De lidstaat in kwestie heeft niet de gegevens verschaft aan de hand waarvan de Commissie de verenigbaarheid van de regeling op basis van deze afwijkingen moest kunnen beoordelen en het is derhalve niet mogelijk de regeling uit dit oogpunt in deze beschikking te beoordelen. Deze constatering doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat de in het kader van de regeling verleende steun verenigbaar kan worden verklaard na een afzonderlijk onderzoek of dat hierop de vrijstellingsverordeningen van toepassing zijn.

(42)

De Commissie is nagegaan of de maatregelen in aanmerking kunnen komen voor de afwijking op grond van artikel 87, lid 2, onder b), als steun die beoogt de door natuurrampen of andere uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakte schade te herstellen. Er zij op gewezen dat Italië in de loop van de procedure heeft onderstreept dat dit de doelstelling van de steun is.

Analyse van de maatregel als steun bedoeld om de door natuurrampen veroorzaakte schade te herstellen

(43)

Overeenkomstig artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag mag steun worden verleend om de door natuurrampen of andere uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakte schade te herstellen. Volgens de vaste praktijk van de Commissie worden vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, overstromingen en aardverschuivingen als natuurrampen in de zin van genoemd artikel beschouwd.

(44)

Uit hoofde van de regeling in kwestie wordt steun verleend om de schade te herstellen die de bedrijven hebben geleden als gevolg van de natuurrampen die verscheidene gebieden in Italië hebben getroffen. De rampen en de getroffen gebieden zijn in administratieve instrumenten gespecificeerd en aangeduid.

(45)

Zoals de Italiaanse autoriteiten ook in hun brief van 10 september 2004 bevestigden, is de maatregel op een macro-economische benadering gebaseerd. Volgens het Verdrag zelf en de vaste praktijk van de Commissie, moet er een duidelijk en rechtstreeks verband zijn tussen de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt en de staatssteun waarmee wordt beoogd deze te herstellen. Het verband moet op het niveau van ieder bedrijf en niet op macro-economisch niveau worden vastgesteld (10).

(46)

Wat meer indirecte vormen van schade betreft wordt in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de reactie van de Europese Gemeenschap op de overstromingen in Oostenrijk, Duitsland en verscheidene kandidaat-lidstaten gesteld: „meer indirecte vormen van door de overstromingen veroorzaakte schade, bij voorbeeld productievertragingen als gevolg van stroomstoringen, leveringsproblemen door geblokkeerde transportroutes, mogen volledig worden vergoed als er een oorzakelijk verband tussen de schade en de overstroming kan worden aangetoond” (11). Gelet echter op de macro-economische benadering in de door de Italiaanse autoriteiten genomen maatregel is het niet mogelijk tussen de schade die wordt vergoed en de natuurrampen een duidelijk causaal verband vast te stellen. Ook waar het onrechtstreekse schade betreft, moet het verband op het niveau van iedere onderneming en niet op macro-economisch niveau worden vastgesteld.

(47)

In het onderhavige geval komt de regeling ten goede aan alle ondernemingen die investeringen doen boven een bepaalde drempel, welke is vastgesteld aan de hand van het gemiddelde in de voorgaande jaren, in de door de Italiaanse autoriteiten aangeduide gemeenten, waarvan sommige zeer groot zijn, een groot aantal inwoners hebben en een aanzienlijk niveau van economische activiteit hebben (bv. Milaan, Turijn, Genova). Het is duidelijk dat vele begunstigden geen rechtstreekse schade hebben geleden en evenmin is er enig doorslaggevend bewijs van onrechtstreekse schade. Er is evenmin enig bewijs voor dat schade alleen is veroorzaakt door de natuurrampen die door de Italiaanse autoriteiten worden genoemd.

(48)

Het steunmechanisme en het bedrag dat aan iedere begunstigde is verstrekt, houden geen enkel verband met de feitelijk geleden schade maar zijn afhankelijk van het volume van de investeringen die in een bepaalde periode zijn gedaan, het volume van de investeringen in de voorgaande jaren en het bestaan van een belastbaar inkomen. Onder deze omstandigheden kan het bedrag van de steun, ook al heeft de begunstigde schade geleden die is veroorzaakt door de natuurrampen in kwestie, de hoogte van het schadebedrag overschrijden.

(49)

Derhalve moet worden geconcludeerd dat de formele onderzoeksprocedure de twijfels van de Commissie niet heeft weggenomen en dat de bewuste regeling steun vormt die onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is.

(50)

In de brief van 10 september 2004 hebben de Italiaanse autoriteiten echter verklaard dat zij de betrokken ondernemingen om certificaten of verklaringen zouden vragen om te na te gaan wat de daadwerkelijk door iedere onderneming geleden schade is en vervolgens de nodige controles te verrichten.

(51)

Het valt niet uit te sluiten dat, in specifieke gevallen, de uit hoofde van de regeling verleende steun voldoet aan de voorwaarden om als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te worden beschouwd. De Italiaanse autoriteiten kunnen daarom iedere begunstigde onderneming controleren om het bestaan te verifiëren van een duidelijk en rechtstreeks verband tussen de natuurrampen in kwestie en de staatssteun die is bedoeld om de schade te herstellen. De controle moet het mogelijk maken overcompensatie van door iedere onderneming geleden schade met zekerheid uit te sluiten.

(52)

Om overcompensatie te voorkomen, moeten de Italiaanse autoriteiten verlangen dat de betalingen die op grond van verzekeringen aan de begunstigden verschuldigd zijn van de steunbedragen worden afgetrokken. De Italiaanse autoriteiten moeten er voorts op toezien dat er geen overlappingen zijn tussen de uit hoofde van de regeling in kwestie en de op grond van andere maatregelen verleende steun, om overcompensatie van de schade te voorkomen.

(53)

Deze beschikking heeft betrekking op de regeling als zodanig en dient onmiddellijk ten uitvoer te worden gelegd, met name door middel van terugvordering van steun die onwettig is verleend en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. De Commissie merkt op dat een negatieve beschikking inzake een steunregeling geen afbreuk doet aan de mogelijkheid dat in het kader van dezelfde regeling verleende steun wegens de specifieke kenmerken ervan (bv. omdat op de afzonderlijke subsidie de de minimis-regels van toepassing zijn of omdat de steun wordt verleend op grond van een beschikking waarin de steun verenigbaar wordt verklaard of uit hoofde van een vrijstellingsverordening) niet als staatssteun moet worden beschouwd of als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden beschouwd.

VI.   CONCLUSIE

(54)

De Commissie concludeert dat Italië de in de maatregel in kwestie vastgelegde steun onwettig en in strijd met artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag heeft verleend.

(55)

Op basis van haar beoordeling concludeert de Commissie dat de regeling in kwestie onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt omdat deze niet voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden — als steun die beoogt de door natuurrampen of andere uitzonderlijke omstandigheden veroorzaakte schade te herstellen — om in aanmerking te komen voor de afwijking uit hoofde van artikel 87, lid 2, onder b), de enige afwijking waarop Italië zich beroept.

(56)

Artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (12) schrijft voor dat, indien negatieve beschikkingen worden gegeven in gevallen van onrechtmatige steun, de Commissie beschikt dat de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen. De Commissie verlangt geen terugvordering van de steun indien zulks in strijd is met een algemeen beginsel van het Gemeenschapsrecht. Terugvordering is in het onderhavige geval niet strijdig met enig beginsel. De Commissie merkt overigens op dat noch de Italiaanse autoriteiten noch de begunstigden zich op dergelijke beginselen hebben beroepen.

(57)

Italië dient alle nodige maatregelen te nemen om de steun van de begunstigden van de steunregeling terug te vorderen, met uitzondering van de afzonderlijke gevallen die, overeenkomstig de overwegingen 50, 51 en 52 van deze beschikking, voldoen aan de voorwaarden voor verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig de afwijking van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag. Hiertoe moet Italië binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking de steun van de begunstigden terugvorderen. De terug te vorderen steun omvat rente, welke wordt berekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (13).

Italië wordt verzocht aan de Commissie het daarvoor bestemde formulier over de voortgang met de invordering van de steun te doen toekomen, een lijst op te stellen van de begunstigden ten aanzien waarvan steun wordt teruggevorderd, en duidelijk de concrete maatregelen aangeven die met het oog op een onmiddellijke en efficiënte terugvordering van de steun zijn genomen. Italië moet daarnaast binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking aan de Commissie de documenten zenden waaruit blijkt dat met de terugvordering van de onwettig en met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steun een begin is gemaakt (bv. circulaire brieven, uitgevaardigde terugvorderingsbevelen, enz.).

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De regeling inzake staatssteun voor ondernemingen die investeringen hebben gedaan in de gemeenten die in 2002 door natuurrampen zijn getroffen, welke worden opgesomd in artikel 5 sexies van wetsdecreet nr. 282 van 24 december 2002, dat is omgezet in wet nr. 27 van 21 februari 2003 en waarin voor bepaalde ondernemingen de in artikel 4, lid 1, van wet nr. 383 van 18 oktober 2001 beoogde voordelen worden verlengd, die Italië onwettig en in strijd met artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag heeft toegepast, is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 2

Italië trekt de in artikel 1 genoemde steunregeling in voor zover zij nog uitwerking heeft.

Artikel 3

Steun die afzonderlijk op grond van de in artikel 1 genoemde regeling wordt verleend, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 2, onder b), van het EG-Verdrag voorzover deze niet meer bedraagt dan de nettowaarde van de schade die door elk van de begunstigden daadwerkelijk is geleden ten gevolge van de in artikel 5 sexies van wetsdecreet nr. 282 van 24 december 2002 genoemde natuurrampen, rekening houdend met de bedragen die uit hoofde van verzekering of van andere maatregelen zijn ontvangen.

Artikel 4

Individuele verlening van steun uit hoofde van de in artikel 1 bedoelde regeling die niet aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden beantwoordt, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 5

1.   Italië neemt alle nodige maatregelen om de in artikel 4 bedoelde steun van de begunstigden terug te vorderen.

2.   Italië zet vanaf de datum van kennisgeving van deze beschikking alle steunbetalingen stop.

3.   De terugvordering geschiedt onverwijld en in overeenstemming met de nationaalrechtelijke procedures voorzover deze procedures een onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de onderhavige beschikking toelaten.

4.   De terug te vorderen steun omvat rente vanaf de datum waarop de steun aan de begunstigden ter beschikking is gesteld tot de datum van de daadwerkelijke terugbetaling ervan.

5.   De rente wordt berekend op grond van de bepalingen in hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 794/2004.

6.   Italië moet binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking de onrechtmatig verleende steun terugvorderen van alle in artikel 4 genoemde begunstigden, vermeerderd met de rente.

Artikel 6

Italië deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen door de bij deze beschikking gevoegde vragenlijst in te vullen. Met name doet Italië binnen dezelfde termijn aan de Commissie alle documenten toekomen waaruit blijkt dat de procedures voor de terugvordering van de onwettige steun van de begunstigden zijn ingeleid.

Artikel 7

Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2004.

Voor de Commissie

Mario MONTI

Lid van de Commissie


(1)   PB C 42 van 18.2.2004, blz. 5.

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)   PB C 74 van 10.3.1998, blz. 9.

(4)   PB L 10 van 13.1.2001, blz. 33. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 364/2004 (PB L 63 van 28.2.2004, blz. 22).

(5)   PB C 28 van 1.2.2000, blz. 2.

(6)   PB C 19 van 20.1.2001, blz. 7.

(7)  Arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 1988 in zaak 102/87, Frankrijk/Commissie van de Europese Gemeenschappen (SEB), Jurispr. 1988, blz. 4067, punt 19.

(8)  Arrest van het Hof van Justitie van 7 maart 2002 in zaak C-310/99, Italië/Commissie van de Europese Gemeenschappen, Jurispr. 2002, blz. I-2289, punt 85.

(9)   PB L 10 van 13.1.2001, blz. 30.

(10)  Zie bijvoorbeeld, de steungevallen N 629/02, N 545/02, N 429/01, NN 62/2000, N 770/99 of NN 87/99. Zelfs in het door de Italiaanse autoriteiten genoemde steungeval, N92/2000, heeft de Commissie een verband op het niveau van de economische actoren vastgesteld.

(11)  COM(2002) 481 def. van 28.8.2002, blz. 9.

(12)   PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(13)   PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1.