|
17.2.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/46 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 16 februari 2005
tot gedeeltelijke schorsing van de bij Verordening (EG) nr. 258/2005 ingestelde definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of niet-gelegeerd staal uit Kroatië en Oekraïne
(2005/133/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), met name op artikel 14, lid 4,
Na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. THANS GELDENDE MAATREGELEN
|
(1) |
Naar aanleiding van een herzieningsonderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening („het herzieningsonderzoek”), werd bij Verordening (EG) nr. 258/2005 van de Raad (2) („de definitieve verordening”), een antidumpingrecht van 38,8 % ingesteld op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of niet-gelegeerd staal uit Kroatië en een antidumpingrecht van 64,1 % op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of niet-gelegeerd staal uit Oekraïne, behalve voor Dnipropetrovsk Tube Works („DTW”), voor welk bedrijf een antidumpingrecht van 51,9 % werd ingesteld. Bij de definitieve verordening werden de definitieve antidumpingrechten die waren ingesteld bij Verordening (EG) nr. 348/2000 (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1515/2002 (4) gewijzigd en werd de mogelijkheid tot vrijstelling van de rechten krachtens artikel 2 van Verordening (EG) nr. 348/2000 ingetrokken. |
B. THANS GELDENDE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN ROEMENIË EN RUSLAND
|
(2) |
Bij Verordening (EG) nr. 2320/97 werden antidumpingrechten ingesteld op naadloze buizen en pijpen uit onder meer Roemenië en Rusland (5). Bij Besluit 97/790/EG (6) en Besluit 2000/70/EG (7), werden verbintenissen aanvaard van exporteurs uit onder meer Roemenië en Rusland. Bij Verordening (EG) nr. 1322/2004 (8), werd besloten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van Roemenië en Rusland vanwege concurrentiebeperkende gedragingen van bepaalde EG-producenten (9) voorzichtigheidshalve niet langer toe te passen. |
C. SCHORSING VAN DE THANS GELDENDE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN KROATIË EN ROEMENIË
|
(3) |
Op grond van artikel 14, lid 4, van de basisverordening kunnen antidumpingmaatregelen in het belang van de Gemeenschap worden geschorst als de marktverhoudingen tijdelijk zodanig zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat er opnieuw schade zal ontstaan als gevolg van die schorsing. Voorts is in artikel 14, lid 4, bepaald dat de antidumpingmaatregelen te allen tijde weer kunnen worden ingesteld wanneer de reden van de schorsing niet meer bestaat. |
|
(4) |
In de definitieve verordening werd hoofdzakelijk rekening gehouden met de situatie van oktober 2001 tot en met september 2002, dat wil zeggen het onderzoektijdvak van het herzieningsonderzoek. Bij het herzieningsonderzoek dat leidde tot de definitieve verordening bleek dat het betrokken product uit Oekraïne en Kroatië in het desbetreffende onderzoektijdvak een sterke marktpositie had. Het product uit die landen werd nog steeds met dumping ingevoerd en de schademarge was toegenomen ten opzichte van het oorspronkelijke onderzoek. Daarom was de conclusie van het herzieningsonderzoek dat de oorspronkelijke maatregelen, waarbij voor Kroatië een recht van 23 % en voor Oekraïne een recht van 38,5 % werd ingesteld, moesten worden verhoogd tot het niveau van 38,8 % voor Kroatië en 51,9 % dan wel 64,1 % voor Oekraïne, al naar gelang van de producent/exporteur. |
|
(5) |
Bij onderzoek van de recente invoerstromen is gebleken dat met name sinds de niet-toepassing van de maatregelen op naadloze buizen en pijpen uit Rusland en Roemenië de situatie op de EG-markt is gewijzigd, meer bepaald in die zin dat de invoer uit vorengenoemde landen, tezamen genomen, sterk is toegenomen, terwijl de invoer uit Kroatië en Oekraïne, tezamen genomen, sterk is gedaald tot een zeer laag peil. |
|
(6) |
Zolang de huidige marktomstandigheden niet veranderen, is het waarschijnlijk dat het betrokken product uit Rusland en Roemenië zijn sterke positie op de EG-markt zal handhaven en is het niet waarschijnlijk dat de invoer van het betrokken product uit Oekraïne en/of Kroatië sterk zal toenemen. Het wordt derhalve, in deze bijzondere omstandigheden, onwaarschijnlijk geacht dat de EG-producenten opnieuw schade zullen leiden indien bij de definitieve verordening verhoogde antidumpingrechten, worden geschorst. Om die reden en gelet op de bijzondere omstandigheden onder meer met betrekking tot de niet-toepassing van de maatregelen op het betrokken product uit Rusland en Roemenie, worden de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde rechten van 23 % voor Kroatië en 38,5 % voor Oekraïne toereikend geacht om de gevolgen van schadeveroorzakende dumping weg te nemen. |
|
(7) |
De Commissie wijst er ook op dat de huidige tijdelijke wijziging in de marktomstandigheden geen volledige schorsing van de maatregelen ten aanzien van Kroatië en Oekraïne rechtvaardigt. Uit informatie die werd verzameld bij het herzieningsonderzoek dat tot de definitieve verordening leidde, is gebleken dat de Oekraïense en Kroatische producenten nog altijd over een aanzienlijk exportpotentieel beschikken waardoor zij hun uitvoer naar de EG gemakkelijk tot een schadeveroorzakend niveau kunnen verhogen. Indien de maatregelen ten aanzien van Kroatië en Oekraïne volledig worden geschorst, zou de invoer uit deze twee landen zich in dezelfde richting kunnen ontwikkelen als thans de invoer uit Rusland en Roemenië, waardoor de EG-producenten naar alle waarschijnlijkheid schade zullen leiden. |
|
(8) |
Om vorengenoemde redenen luidt de conclusie dat voldaan is aan de voorwaarden voor een gedeeltelijke schorsing van de definitieve verordening overeenkomstig artikel 14, lid 4, van de basisverordening. Het is immers niet in het belang van de Gemeenschap om de bij de definitieve verordening verhoogde antidumpingrechten toe te passen zolang de bij Verordening (EG) nr. 348/2000, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1515/2002, vastgestelde rechten toereikend zijn. Daarom moeten de antidumpingrechten waarin de definitieve verordening voorziet, gedeeltelijk worden geschorst, namelijk ter hoogte van het verschil tussen de rechten als vastgesteld bij artikel 1 van de definitieve verordening en de rechten vastgesteld bij artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 348/2000. |
|
(9) |
Mochten zich later wijzigingen voordoen in de situatie die tot de schorsing aanleiding heeft gegeven, dan kan de Commissie het antidumpingrecht opnieuw instellen door de gedeeltelijke schorsing met onmiddellijke ingang in te trekken. |
D. RAADPLEGING VAN DE EG-PRODUCENTEN
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 4, van de basisverordening heeft de Commissie de EG-producenten in kennis gesteld van haar voornemen om de antidumpingmaatregelen gedeeltelijk te schorsen en deze in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De EG-producenten hebben geen bezwaar gemaakt. |
BESLUIT:
Artikel 1
Het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 258/2005 op
|
— |
naadloze pijpen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, van de soort gebruikt voor olie- of gasleidingen, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm (ingedeeld onder GN-codes 7304 10 10 en 7304 10 30); |
|
— |
naadloze buizen met een rond profiel, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, koudgetrokken of koudgewalst (ingedeeld onder GN-code 7304 31 99); |
|
— |
andere buizen met een rond profiel, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm (ingedeeld onder GN-codes (7304 39 91 en 7304 39 93) |
wordt voor een periode van negen maanden gedeeltelijk geschorst als volgt:
|
Land |
Onderneming |
Recht als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 258/2005 % |
Recht dat wordt geschorst % |
Recht dat niet wordt geschorst % |
Aanvullende Taric-code |
|
Kroatië |
Alle ondernemingen |
38,8 |
15,8 |
23 |
— |
|
Oekraïne |
Dnipropetrovsk Tube Works (DTW), Dnipropetrovsk |
51,9 |
13,4 |
38,5 |
A614 |
|
OJSC Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant (NTRP), Dnipropretovsk, en CJSC Nikopolsky seamless tubes plant „Nikotube”, Nikopol |
64,1 |
25,6 |
38,5 |
A615 |
|
|
Alle overige ondernemingen |
64,1 |
25,6 |
38,5 |
A999 |
Artikel 2
Deze beschikking treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 16 februari 2005.
Voor de Commissie
Peter MANDELSON
Lid van de Commissie
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) Zie bladzijde 7 van dit Publicatieblad.
(3) PB L 45 van 17.2.2000, blz. 1.
(4) PB L 228 van 24.8.2002, blz. 8.
(5) PB L 322 van 25.11.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 235/2004 (PB L 40 van 12.2.2004, blz. 11).
(6) PB L 322 van 25.11.1997, blz. 63.
(7) PB L 23 van 28.1.2000, blz. 78.
(8) PB L 246 van 20.7.2004, blz. 10.
(9) Zie overweging 9 van Verordening (EG) nr. 1322/2004.