|
14.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367/17 |
VERORDENING (EG) Nr. 2121/2004 VAN DE COMMISSIE
van 13 december 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1727/1999 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand en Verordening (EG) nr. 2278/1999 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van bossen en milieu-interacties in de Gemeenschap (1), en met name op artikel 14, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2152/2003 is sedert 1 januari 2003 van toepassing en vormt de rechtsgrond voor de voortzetting, in geïntegreerde vorm, van de maatregelen die voorheen ten uitvoer werden gelegd krachtens Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad van 17 november 1986 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (2) en Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand (3). Voorts is Verordening (EG) nr. 2152/2003 vastgesteld ter voortzetting van de bewaking van de bossen op het vlak van luchtverontreiniging en bosbranden en ter bestudering van eventuele toekomstige ontwikkelingen van de regeling teneinde nieuwe milieuvraagstukken die voor de Gemeenschap relevant zijn, het hoofd te bieden. |
|
(2) |
Artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2152/2003 bepaalt dat de activiteiten waarin de artikelen 4 en 5, artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 7, lid 2, voorzien, worden uitgevoerd in het kader van nationale programma's die de lidstaten voor periodes van twee jaar opstellen. Overeenkomstig artikel 8, lid 5, neemt de Commissie op basis van de ingediende nationale programma's of op basis van eventuele goedgekeurde aanpassingen van deze nationale programma's een besluit over de financiële bijdragen in de subsidiabele kosten. |
|
(3) |
Krachtens artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2152/2003 moeten de lidstaten de instanties aanwijzen die bevoegd zijn om de in de goedgekeurde nationale programma's opgenomen activiteiten te beheren. Bij die verordening worden uitvoeringstaken dus uitdrukkelijk aan de nationale instanties gedelegeerd. |
|
(4) |
Zolang er geen verordening van de Commissie is waarbij nadere uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2152/2003 worden vastgesteld, blijft het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1696/87 van de Commissie van 10 juni 1987 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (inventarissen, net, balansen) (4), Verordening (EG) nr. 804/94 van de Commissie van 11 april 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad wat informatiesystemen betreffende bosbranden betreft (5), Verordening (EG) nr. 1091/94 van de Commissie van 29 april 1994 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (6), Verordening (EG) nr. 1727/1999 van de Commissie (7) en Verordening (EG) nr. 2278/1999 van de Commissie (8) van toepassing, voorzover het niet strijdig is met Verordening (EG) nr. 2152/2003. |
|
(5) |
Sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 1727/1999 en Verordening (EG) nr. 2278/1999 dienen echter in overeenstemming te worden gebracht met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (9), en met name artikel 54, lid 2, onder c), en artikel 56, en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (10). |
|
(6) |
Uit een voorafgaande analyse is gebleken dat de delegatie van de taken tot uitvoering van de begroting aan nationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten in overeenstemming met artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 voldoet aan de eisen van goed financieel beheer en de naleving van het beginsel van non-discriminatie alsook de zichtbaarheid van de communautaire actie waarborgt. |
|
(7) |
Criteria voor de selectie van de entiteiten die in aanmerking komen om door de lidstaten te worden aangewezen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2152/2003, moeten in Verordening (EG) nr. 1727/1999 en Verordening (EG) nr. 2278/1999 worden opgenomen, samen met bepalingen die de naleving van de eisen van goed financieel beheer en de onverkorte toepassing van de beginselen van non-discriminatie en transparantie garanderen. |
|
(8) |
Verordening (EG) nr. 1727/1999 en Verordening (EG) nr. 2278/1999 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor bosbouw, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In Verordening (EG) nr. 1727/1999 wordt het volgende artikel 2 bis ingevoegd:
„Artikel 2 bis
1. De bevoegde instanties die door de lidstaten krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad (11) worden aangewezen om de in de goedgekeurde nationale programma's opgenomen activiteiten te beheren, leven de bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (12) en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie (13) vastgestelde regels alsook het bepaalde in deze verordening na.
2. In het bijzonder dienen de in lid 1 bedoelde instanties, hierna „de bevoegde instanties” genoemd, ten minste aan de volgende criteria te voldoen:
|
a) |
zij zijn nationale publiekrechtelijke organen of met een openbaredienstverleningstaak belaste privaatrechtelijke entiteiten die onderworpen zijn aan het recht van een lidstaat; |
|
b) |
zij bieden passende financiële garanties, bij voorkeur uitgaand van een overheidsinstantie, met name wat betreft de volledige invordering van alle aan de Commissie verschuldigde bedragen; |
|
c) |
zij ontplooien hun activiteiten overeenkomstig de eisen van goed financieel beheer; |
|
d) |
zij garanderen de doorzichtigheid van de overeenkomstig artikel 56, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 verrichte handelingen. |
3. Naast het feit dat zij aan de criteria van lid 2 dienen te voldoen, leveren de in lid 2, onder a), bedoelde privaatrechtelijke entiteiten het bewijs
|
a) |
van hun technische en professionele geschiktheid, op basis van bescheiden betreffende de opleiding en beroepskwalificaties van hun hoger personeel; |
|
b) |
van hun financiële en economische draagkracht, op basis van passende verklaringen van banken of het bewijs van een relevante verzekering tegen beroepsrisico’s of een staatsgarantie, dan wel balansen of uittreksels daarvan betreffende ten minste de laatste twee afgesloten boekjaren, ingeval de bekendmaking van de balans is voorgeschreven krachtens de bedrijfswetgeving van het land waar de entiteit is gevestigd; |
|
c) |
dat zij naar nationaal recht bevoegd zijn om de taken tot uitvoering van de begroting te vervullen, bijvoorbeeld blijkens documenten die het bewijs vormen van hun inschrijving in het beroeps- of handelsregister, een verklaring onder ede of een attest, lidmaatschap van een specifieke organisatie, uitdrukkelijke vergunning of inschrijving in het BTW-register; |
|
d) |
dat zij zich niet in een van de in de artikelen 93 en 94 van Verordening (EG) nr. 1605/2002 genoemde gevallen bevinden. |
4. De Commissie sluit met de bevoegde instanties een overeenkomst conform artikel 56 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en de artikelen 35 en 41 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.
5. De bevoegde instanties voeren periodieke controles uit om te garanderen dat de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2152/2003 gefinancierde maatregelen correct worden uitgevoerd. Zij nemen de nodige maatregelen om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en stellen in voorkomend geval vervolging in om verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen in te vorderen.
6. De bevoegde instanties verstrekken de Commissie alle informatie waarom deze verzoekt. De Commissie kan overeenkomstig de regels van goed financieel beheer controles van de documenten en controles ter plaatse uitvoeren naar hun bestaan, relevantie en goede werking.
7. De bijdrage van de Gemeenschap wordt uitbetaald via de bevoegde instanties, die ook de rekeningen en bescheiden betreffende de ontvangst en uitbetaling van die bijdrage ter ondersteuning van het nationale programma bijhouden, met inbegrip van alle facturen en documenten met een soortgelijke bewijskracht ter staving van de directe en indirecte kosten van het programma.”.
Artikel 2
Verordening (EG) nr. 2278/1999 wordt als volgt gewijzigd. Het volgende artikel 2 bis wordt ingevoegd:
„Artikel 2 bis
1. De bevoegde instanties die door de lidstaten krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad (14) worden aangewezen om de in de goedgeheurde nationale programma's opgenomen activiteiten te beheren, leven de bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (15) en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie (16) vastgestelde regels alsook het bepaalde in deze verordening na.
2. In het bijzonder dienen de in lid 1 bedoelde instanties, hierna „de bevoegde instanties” genoemd, ten minste aan de volgende criteria te voldoen:
|
a) |
zij zijn nationale publiekrechtelijke organen of met een openbaredienstverleningstaak belaste privaatrechtelijke entiteiten die onderworpen zijn aan het recht van een lidstaat; |
|
b) |
zij bieden passende financiële garanties, bij voorkeur uitgaand van een overheidsinstantie, met name wat betreft de volledige invordering van alle aan de Commissie verschuldigde bedragen; |
|
c) |
zij ontplooien hun activiteiten overeenkomstig de eisen van goed financieel beheer; |
|
d) |
zij garanderen de doorzichtigheid van de overeenkomstig artikel 56, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 verrichte handelingen. |
3. Naast het feit dat zij aan de criteria van lid 2 dienen te voldoen, leveren de in lid 2, onder a), bedoelde privaatrechtelijke entiteiten het bewijs
|
a) |
van hun technische en professionele geschiktheid, op basis van bescheiden betreffende de opleiding en beroepskwalificaties van hun hoger personeel; |
|
b) |
van hun financiële en economische draagkracht, op basis van passende verklaringen van banken of het bewijs van een relevante verzekering tegen beroepsrisico’s of een staatsgarantie, dan wel balansen of uittreksels daarvan betreffende ten minste de laatste twee afgesloten boekjaren, ingeval de bekendmaking van de balans is voorgeschreven krachtens de bedrijfswetgeving van het land waar de entiteit is gevestigd; |
|
c) |
dat zij naar nationaal recht bevoegd zijn om de taken tot uitvoering van de begroting te vervullen, bijvoorbeeld blijkens documenten die het bewijs vormen van hun inschrijving in het beroeps- of handelsregister, een verklaring onder ede of een attest, lidmaatschap van een specifieke organisatie, uitdrukkelijke vergunning of inschrijving in het BTW-register; |
|
d) |
dat zij zich niet in een van de in de artikelen 93 en 94 van Verordening (EG) nr. 1605/2002 genoemde gevallen bevinden. |
4. De Commissie sluit met de bevoegde instanties een overeenkomst conform artikel 56 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en de artikelen 35 en 41 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.
5. De bevoegde instanties voeren periodieke controles uit om te garanderen dat de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2152/2003 gefinancierde maatregelen correct worden uitgevoerd. Zij nemen de nodige maatregelen om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en stellen in voorkomend geval vervolging in om verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen in te vorderen.
6. De bevoegde instanties verstrekken de Commissie alle informatie waarom deze verzoekt. De Commissie kan overeenkomstig de regels van goed financieel beheer controles van de documenten en controles ter plaatse uitvoeren naar hun bestaan, relevantie en goede werking.
7. De bijdrage van de Gemeenschap wordt uitbetaald via de bevoegde instanties, die ook de rekeningen en bescheiden betreffende de ontvangst en uitbetaling van die bijdrage ter ondersteuning van het nationale programma bijhouden, met inbegrip van alle facturen en documenten met een soortgelijke bewijskracht ter staving van de directe en indirecte kosten van het programma.”.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 december 2004.
Voor de Commissie
Stavros DIMAS
Lid van de Commissie
(1) PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 788/2004 (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 17).
(2) PB L 326 van 21.11.1986, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 804/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 132 van 17.5.2002, blz. 1).
(3) PB L 217 van 31.7.1992, blz. 3. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 805/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 132 van 17.5.2002, blz. 3).
(4) PB L 161 van 22.6.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2278/1999 (PB L 279 van 29.10.1999, blz. 3).
(5) PB L 93 van 12.4.1994, blz. 11.
(6) PB L 125 van 18.5.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2278/1999.
(7) PB L 203 van 3.8.1999, blz. 41.
(8) PB L 279 van 29.10.1999, blz. 3.
(9) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(10) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.
(11) PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1.
(12) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(13) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.
(14) PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1.
(15) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(16) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.