|
23.9.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 298/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1655/2004 VAN DE COMMISSIE
van 22 september 2004
tot vaststelling van bepalingen voor de overgang van het bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad ingestelde facultatieve differentiatiesysteem naar het bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad ingestelde verplichte modulatiesysteem
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (1), en met name op artikel 155,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Sinds 1 mei 2004 is Verordening (EG) nr. 1259/1999 (2) ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad. De lidstaten kunnen de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 bedoelde vrijwillige differentiatie blijven toepassen tot en met 31 december 2004. Vanaf 2005 zal in het kader van de nieuwe regeling een systeem van verplichte modulatie worden toegepast. |
|
(2) |
Voor bepaalde lidstaten zal het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde percentage van de verplichte modulatie in het beginstadium lager liggen dan het in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 vastgestelde percentage van de facultatieve differentiatie. Dit zou tot een tekort kunnen leiden bij de financiering van flankerende maatregelen in het kader van nationale of regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s die momenteel worden gefinancierd uit extra communautaire steun uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1259/1999. |
|
(3) |
Derhalve dient te worden bepaald dat de betrokken lidstaten de facultatieve differentiatie kunnen blijven toepassen na 31 december 2004, voorzover dit nodig is om te voorzien in de financiële behoeften die voortvloeien uit vóór 1 januari 2006 goedgekeurde flankerende maatregelen. |
|
(4) |
Er zijn dus overgangsbepalingen nodig om de overgang van de facultatieve differentiatie naar de verplichte modulatie te vergemakkelijken. |
|
(5) |
Ter wille van een harmonieuze overgang tussen de programmeringsperioden moeten de termijnen waarin de uit de facultatieve differentiatie voortvloeiende bedragen beschikbaar zijn, worden verlengd tot het einde van het vierde begrotingsjaar na dat waarin ze zijn ingehouden. In dit verband is het met het oog op juridische duidelijkheid dienstig artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 963/2001 van de Commissie van 17 mei 2001houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad met betrekking tot de extra communautaire steun en de informatieverstrekking aan de Commissie te wijzigen (3). |
|
(6) |
Gelet op de wijziging van artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 963/2001 van de Commissie dient ook artikel 6 van Verordening (EG) nr. 296/96 van de Commissie (4) betreffende de door de lidstaten te verstrekken gegevens en de maandelijkse boeking van de uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) gefinancierde uitgaven te worden gewijzigd, om te garanderen dat dit artikel volledig wordt toegepast op uit de facultatieve differentiatie voortvloeiende middelen. |
|
(7) |
Verordeningen (EG) nr. 963/2001 en (EG) nr. 296/96 moeten bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Met het oog op traceerbaarheid moet de financieringsbron van meerjarige maatregelen dezelfde blijven tot het einde van de looptijd ervan. Wanneer de uit de facultatieve differentiatie voortvloeiende middelen echter uitgeput zijn, moet de lidstaat worden gemachtigd om nog lopende meerjarige maatregelen uit andere fondsen te financieren. |
|
(9) |
Om te garanderen dat de uit de facultatieve differentiatie voortvloeiende middelen naar behoren worden beheerd en gecontroleerd, moeten de lidstaten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 296/96 een aparte boekhouding voeren voor de ingehouden bedragen en het gebruik ervan. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De lidstaten die verlagingen van de rechtstreekse betalingen overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 hebben toegepast, kunnen bovenop de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde verlagingen een extra verlaging toepassen tot het percentage dat elk jaar noodzakelijk wordt geacht om het verschil te dekken tussen het als gevolg van de verlagingen overeenkomstig dat artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 beschikbare bedrag en het bedrag dat nodig is ter financiering van de uitgaven voor flankerende maatregelen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad (5) waarvoor de toewijzing en het gebruik van extra communautaire steun zijn goedgekeurd tot en met 31 december 2005.
2. De totale uit de toepassing van lid 1 voortvloeiende verlaging van de voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer toe te kennen steun mag niet meer bedragen dan 20 % van het totaalbedrag aan betalingen dat, indien dat lid en artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 buiten beschouwing worden gelaten, voor het betrokken kalenderjaar aan de landbouwer zou worden toegekend.
3. Als flankerende maatregelen in de zin van lid 1 gelden maatregelen uit hoofde van de artikelen 10 tot en met 12 (vervroegde uittreding), 13 tot en met 21 (probleemgebieden en gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied), 21 bis tot en met 21 quinquies (voldoen aan normen), 22 tot en met 24 (milieumaatregelen in de landbouw en dierenwelzijn), 24 bis tot en met 24 quinquies (voedselkwaliteit) en 31 (bebossing) van Verordening (EG) nr. 1257/1999.
4. De in lid 1 bedoelde extra verlaging kan op regionaal niveau worden toegepast.
5. Het bepaalde in artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 817/2004 van de Commissie (6) is mutatis mutandis van toepassing op de goedkeuring van de toewijzing en het gebruik van overeenkomstig lid 1 ingehouden bedragen.
Artikel 2
Onverminderd artikel 77 van Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie (7) wordt het bedrag van de in artikel 1 bedoelde extra verlaging berekend op basis van de bedragen aan rechtstreekse betalingen waarop een landbouwer recht zou hebben vóór toepassing van verlagingen of uitsluitingen op grond van de artikelen 6 en 24 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 of, in het geval van in bijlage I bij die verordening vermelde, doch niet onder de titels III en IV van die verordening vallende steunregelingen, uit hoofde van de specifieke terzake geldende wetgeving.
Artikel 3
1. De overeenkomstig artikel 1 van deze verordening en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 ingehouden bedragen moeten uiterlijk aan het einde van het vierde begrotingsjaar na dat waarin ze zijn ingehouden, worden gebruikt voor de betaling van de extra communautaire steun.
2. Het percentage van de communautaire bijdrage voor maatregelen die worden gefinancierd uit overeenkomstig artikel 1 ingehouden bedragen moet hetzelfde zijn als het in het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor de betrokken maatregel vastgestelde percentage.
3. Een meerjarige maatregel mag niet het ene jaar uit de in artikel 48, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 817/2004 bedoelde communautaire steun en het andere jaar uit middelen die voortvloeien uit de extra verlaging in het kader van deze verordening worden gefinancierd.
Wanneer de uit de verlaging in het kader van deze verordening voortvloeiende middelen echter uitgeput zijn, kan de lidstaat de meerjarige maatregel tot het einde van de looptijd ervan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/1999 financieren uit het EOGFL, afdeling Garantie.
Artikel 4
Het bepaalde in artikel 2 en artikel 3, lid 6, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 296/96 is mutatis mutandis van toepassing op de boeking van de in het kader van deze verordening ingehouden bedragen en voortvloeiende uitgaven.
Artikel 5
Uiterlijk op 30 september van elk jaar verstrekken de lidstaten de Commissie bijgewerkte informatie over de toewijzing van overeenkomstig artikel 1 ingehouden bedragen, tezamen met de in artikel 55 van Verordening (EG) nr. 817/2004 bedoelde uitgavenstaat.
Artikel 6
Artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 963/2001 wordt vervangen door:
„1. De overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1259/1999 ingehouden bedragen worden uiterlijk aan het einde van het derde begrotingsjaar na dat waarin ze zijn ingehouden, gebruikt voor de betaling van de in artikel 5, lid 2, van die verordening bedoelde extra communautaire steun.”.
Artikel 7
Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 296/96 wordt vervangen door:
„Artikel 6
De overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 of artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1655/2004 van de Commissie (8) ingehouden bedragen en de eventueel daarop verkregen rente die niet in overeenstemming met artikel 1 van Verordening (EG) nr. 963/2001 of artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1655/2004 zijn betaald, worden in mindering gebracht op de voorschotten op de uitgaven in oktober van het betrokken begrotingsjaar.
Artikel 8
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005. Artikel 3, lid 1, en artikel 6 zijn echter van toepassing met ingang van 15 oktober 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 september 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 864/2004 (PB L 161 van 30.4.2004, blz. 48).
(2) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 113. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 41/2004 (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 19).
(3) PB L 136 van 18.5.2001, blz. 4.
(4) PB L 39 van 17.2.1996, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2035/2003 (PB L 302 van 20.11.2003, blz. 6).
(5) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 583/2004 (PB L 91 van 30.3.2004, blz. 1).
(6) PB L 153 van 30.4.2004, blz. 30.
(7) PB L 141 van 30.4.2004, blz. 18.
(8) PB L 298 van 23.9.2004, blz. 3.”.