|
24.8.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 274/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1492/2004 VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft uitroeiingsmaatregelen voor overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij runderen, schapen en geiten, de handel in en invoer van sperma en embryo's van schapen en geiten en gespecificeerd risicomateriaal
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name op artikel 23, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 999/2001 zijn uitroeiingsmaatregelen vastgesteld die moeten worden getroffen na bevestiging van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) bij runderen, schapen en geiten. |
|
(2) |
In zijn advies van 14 september 2000 inzake het ruimen van runderen in verband met boviene spongiforme encefalopathie (BSE) heeft de Wetenschappelijke Stuurgroep (WS) aangegeven dat het ruimen van de geboortecohort vrijwel hetzelfde effect heeft als het ruimen van het hele beslag. Op 21 april 2004 heeft het panel voor biologische gevaren van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid een advies goedgekeurd waarin het concludeert dat er onvoldoende nieuwe argumenten zijn om het advies van de WS te wijzigen. De bepalingen betreffende het ruimen in Verordening (EG) nr. 999/2001 moeten met deze adviezen in overeenstemming worden gebracht. |
|
(3) |
In het belang van de rechtszekerheid in de Gemeenschap moet ook duidelijker omschreven worden wat onder de cohort van een BSE-geval wordt verstaan en wat met cohortgenoten moet worden gedaan, dit om uiteenlopende interpretaties te vermijden. |
|
(4) |
Verder moet worden toegelicht hoe de TSE-uitroeiingsmaatregelen moeten worden toegepast op drachtige ooien en op bedrijven met meer dan één beslag. Om praktische redenen moeten de voorschriften worden gewijzigd ten aanzien van bedrijven die afmestlammeren produceren, het binnenbrengen van ooien met onbekend genotype op besmette bedrijven, en de geldigheidsduur van afwijkingen betreffende de vernietiging van dieren op bedrijven of in rassen waar de frequentie van het ARR-allel gering is. |
|
(5) |
Maatregelen voor de uitroeiing van scrapie overeenkomstig het advies van de WS van 4 april 2002 zijn bij Verordening (EG) nr. 260/2003 van de Commissie (2) in Verordening (EG) nr. 999/2001 opgenomen. Die maatregelen zijn om beheersredenen geleidelijk ingevoerd. Volgens de momenteel beschikbare informatie is het uiterst onwaarschijnlijk dat de karkassen van dieren jonger dan twee maanden een significante mate van besmettelijkheid vertonen, mits het slachtafval inclusief de kop zijn verwijderd. De uitroeiingsmaatregelen moeten gewijzigd worden in verband met problemen die zich in een aantal lidstaten met deze jonge dieren voordoen. |
|
(6) |
Er moeten op bedrijven beperkende maatregelen worden ingevoerd wanneer bij een schaap of geit verdenking op scrapie is gerezen, om te voorkomen dat andere mogelijk besmette dieren worden verplaatst voordat de verdenking bevestigd is. |
|
(7) |
De testvoorschriften voor het opheffen van de beperkende maatregelen op besmette bedrijven zijn voor grote koppels schapen te bezwaarlijk gebleken en moeten gewijzigd worden. Ook moeten de doelgroepen van dergelijke tests beter gedefinieerd worden. |
|
(8) |
De algemene voorschriften voor de handel in en invoer van sperma en embryo's van schapen en geiten zijn vastgesteld bij Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (3). In deze verordening moeten specifieke TSE-voorschriften voor het in de handel brengen van sperma en embryo's van die dieren worden vastgelegd. |
|
(9) |
Aansluitend bij de huidige voorschriften van Verordening (EG) nr. 999/2001 betreffende gespecificeerd risicomateriaal, die de dwarsuitsteeksels van de lenden- en borstwervels niet als gespecificeerd risicomateriaal beschouwen, dienen ook de doornuitsteeksels van die wervels, de doorn- en dwarsuitsteeksels van de halswervels en de crista sacralis mediana niet als gespecificeerd risicomateriaal te worden aangemerkt. |
|
(10) |
Verordening (EG) nr. 999/2001 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I, VII, VIII, IX en XI bij Verordening (EG) nr. 999/2001 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De punten 3 en 4 van de bijlage bij deze verordeningen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2004.
Voor de Commissie
David BYRNE
Lid van de Commissie
(1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 876/2004 van de Commissie (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 52).
(2) PB L 37 van 13.2.2003, blz. 7.
(3) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EG) nr. 2004/68/EG (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 320).
BIJLAGE
De bijlagen I, VII, VIII, IX en XI worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage I, punt 2, wordt vervangen door:
|
|
2) |
Bijlage VII wordt vervangen door: „BIJLAGE VII UITROEIING VAN OVERDRAAGBARE SPONGIFORME ENCEFALOPATHIE
|
|
3) |
Bijlage VIII, hoofdstuk A, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd: Het volgende hoofdstuk H wordt toegevoegd: „HOOFDSTUK H Invoer van sperma en embryo's van schapen en geiten Sperma en embryo's van schapen en geiten die vanaf 1 januari 2005 in de Gemeenschap worden ingevoerd, voldoen aan de eisen van bijlage VIII, hoofdstuk A, deel I, onder d).”. |
|
5) |
Bijlage XI, deel A, punt 1, onder a), i), wordt vervangen door:
|