19.5.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/18


VERORDENING (EG) Nr. 991/2004 VAN DE RAAD

van 17 mei 2004

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1100/2000 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van siliciumcarbide uit de Volksrepubliek China, de Russische Federatie en Oekraïne en tot verlenging van de verbintenis die werd aangenomen bij Besluit 94/202/EG van de Commissie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 8, artikel 11, lid 3, artikel 21 en artikel 22, onder c),

Gezien het voorstel dat door de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité is ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Aansluitend op een herzieningsprocedure naar aanleiding van het vervallen van maatregelen heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 821/94 (2), definitieve antidumpingrechten ingesteld op de invoer van siliciumcarbide uit de Volksrepubliek China, de Russische Federatie en Oekraïne. Tegelijkertijd heeft de Commissie bij Besluit 94/202/EG (3), een verbintenis aanvaard die werd aangeboden door de Russische regering samen met V/O Stankoimport uit Moskou, Rusland. Aansluitend op de herzieningsprocedure naar aanleiding van het vervallen van maatregelen heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1100/2000 (4), definitieve antidumpingrechten ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van siliciumcarbide („het betrokken product”) uit de Volksrepubliek China, de Russische Federatie en Oekraïne en de Commissie heeft de verbintenis verlengd die bij Besluit 94/202/EG voor de Russische onderneming V/O Stankoimport werd aanvaard.

(2)

Het toepasselijke recht op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, voor inklaring, werd vastgesteld op 23,3 % voor de invoer van het betrokken product uit Rusland.

(3)

Het toepasselijke recht op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, voor inklaring, werd vastgesteld op 24 % voor de invoer van het betrokken product uit Oekraïne.

2.   Onderzoek

(4)

Op 20 maart 2004, kondigde de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie (5), aan dat zij overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 22, onder c), van de basisverordening een procedure voor de gedeeltelijke tussentijdse herziening van de geldende maatregelen („de maatregelen”), inleidde.

(5)

De herziening werd ingeleid op initiatief van de Commissie, die wilde onderzoeken of het dienstig was, naar aanleiding van de uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004 („de uitbreiding”) en rekening houdende met het belang van de Gemeenschap, de maatregelen aan te passen om een plotse en overdreven negatieve impact voor alle belanghebbenden, waaronder de verwerkende bedrijven, distributiebedrijven en consumenten, te vermijden.

3.   Bij het onderzoek betrokken partijen

(6)

De Commissie heeft alle haar bekende belanghebbende partijen, waaronder de bedrijfstak van de Gemeenschap, de organisaties van producenten en verwerkende bedrijven in de Gemeenschap, de producenten/exporteurs in het betrokken land, de importeurs en organisaties van importeurs, de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen alsmede de belanghebbenden in de tien nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden („EU10”), in kennis gesteld van de inleiding van de procedure en zij heeft hen de mogelijkheid gegeven hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, informatie te verstrekken en bewijsmateriaal toe te zenden binnen de in het bericht van inleiding genoemde termijn. Alle belanghebbenden die aantoonden dat er redenen waren om te worden gehoord en een daartoe strekkend verzoek indienden, werden gehoord.

(7)

In dit verband hebben de volgende belanghebbende partijen hun standpunt uiteengezet:

a)

Organisatie van EG-producenten:

Europese Raad van de Bonden van de Chemische Nijverheid (CEFIC)

b)

Producent/exporteur:

Zaporozhsky Abrasivny Combinat uit Zaporozhye, Oekraïne

c)

Exporteur:

V/O Stankoimport, Rusland

d)

Producent:

JSC Volzhsky Abrasive Works, Rusland

B.   BETROKKEN PRODUCT

(8)

Het product waarop de procedure betrekking heeft, is hetzelfde als in de oorspronkelijke procedure en is ingedeeld onder GN-code 2849 20 00 .

(9)

Kenmerkend voor het productieproces van siliciumcarbide is dat automatisch verschillende kwaliteiten hiervan worden verkregen. Deze kunnen in twee grote categorieën worden onderverdeeld, namelijk kristallijn siliciumcarbide en metallurgisch siliciumcarbide. De kristallijne soort, die verder onderverdeeld wordt in een zwarte en een groene soort, wordt normaliter gebruikt voor de vervaardiging van schuurmiddelen, slijpstenen, vuurvaste producten van hoge kwaliteit, keramische stoffen, plastics, enz., terwijl de metallurgische soort aan staal wordt toegevoegd en vooral in gieterijen en hoogovens wordt gebruikt. Zoals bij de vorige onderzoeken moeten beide soorten in het kader van dit onderzoek als één enkel product worden beschouwd.

C.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

I.   SILICIUMCARBIDE UIT RUSLAND

1.   Verklaringen van belanghebbende partijen

(10)

De Russische exporteur voor wie de verbintenis geldt, stelde dat het importvolume waarop de verbintenis van toepassing is, was bepaald op basis van zijn verkoop op de markt van de EU15 en dat de verbintenis derhalve moest worden herzien om op passende wijze rekening te houden met de markt van de EU25. Een dergelijke herziening was volgens hem absoluut noodzakelijk om te vermijden dat de andere exporteurs van het betrokken product naar de EU zouden worden bevoordeeld.

2.   Opmerkingen van de lidstaten

(11)

De lidstaten hebben hun standpunt uiteengezet en de meerderheid is voorstander van een aanpassing van de maatregelen om rekening te houden met de uitbreiding.

3.   Beoordeling

(12)

Er werd een analyse van de beschikbare gegevens en informatie verricht, waaruit bleek dat de invoer van het betrokken product uit Rusland in de EU10 omvangrijk was. Aangezien het importvolume waarop de huidige verbintenis van toepassing is, werd bepaald op basis van de invoer in de EU 15, wordt geen rekening gehouden met het hogere importvolume voor de EU 25.

4.   Conclusie

(13)

Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het in het licht van de uitbreiding dienstig is de maatregelen aan te passen en het extra importvolume voor de markt van de EU10 in aanmerking te nemen.

(14)

Het oorspronkelijke importvolume waarop de verbintenis voor de EU 15 van toepassing is, werd telkens in de tweede helft van het lopende jaar voor het daaropvolgende jaar berekend en vastgesteld als een aandeel van het verbruik van de Gemeenschap in het aan het lopende jaar voorafgaande jaar. De verhoging van het importvolume waarvoor de verbintenis geldt, werd volgens dezelfde berekeningsmethode bepaald.

(15)

Dienovereenkomstig wordt het passend geacht dat de Commissie een voorstel voor een gewijzigde verbintenis mag aanvaarden die rekening houdt met de situatie na de uitbreiding en gebaseerd is op de in overweging 14 beschreven methode.

II.   SILICIUMCARBIDE UIT OEKRAÏNE

1.   Verklaringen van belanghebbende partijen in exportlanden

(16)

De Oekraïense autoriteiten en de Oekraïense producent/exporteur verklaarden dat, als gevolg van de hoge antidumpingrechten en de uitbreiding van de maatregelen tot de EU10, hun traditionele handelsstromen naar de EU10 ernstig zouden worden verstoord.

(17)

Zij stelden met name dat de plotse sterke prijsstijgingen als gevolg van de hoge antidumpingrechten het product onbetaalbaar duur maakten voor de vervaardiging van metallurgische briketten.

2.   Opmerkingen van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(18)

De EG-producenten verklaarden dat zij zich niet zouden verzetten tegen voorstellen voor tussentijdse maatregelen in een overgangsperiode, voorzover deze geen negatieve invloed hebben op hun situatie.

3.   Opmerkingen van de lidstaten

(19)

De autoriteiten van Tsjechië, Hongarije en Slowakije waren van mening dat er na de uitbreiding een bijzondere overgangsregeling voor de invoer van het betrokken product uit Oekraïne zou moeten gelden. Er werd betoogd dat het betrokken product van groot belang is voor de industriële eindgebruikers in de EU10, omdat het niet in die landen wordt vervaardigd.

(20)

Dienovereenkomstig pleitten sommige van deze autoriteiten voor een schorsing van de antidumpingrechten ten aanzien van de invoer van het betrokken product uit Oekraïne.

4.   Beoordeling

(21)

Op basis van de beschikbare gegevens en informatie werd een analyse verricht, waaruit bleek dat de invoer van het betrokken product uit Oekraïne in de EU10 in 2003 omvangrijk was.

(22)

Gelet op het grote belang van het betrokken product voor de traditionele industriële eindgebruikers in de EU10 en het relatief hoge antidumpingrecht werd derhalve geconcludeerd dat het in het belang van de Gemeenschap is de thans geldende maatregelen geleidelijk aan te passen om een plotse en overdreven negatieve impact op alle belanghebbenden te vermijden.

5.   Conclusie

(23)

Al deze verschillende aspecten en belangen werden in aanmerking genomen en als geheel onderzocht. Dit leidde tot de slotsom dat de belangen van de importeurs en de verwerkende bedrijven in de EU10 aanzienlijk zouden worden geschaad als de bestaande maatregelen onmiddellijk, zonder tijdelijke aanpassing, zouden worden toegepast.

(24)

Anderzijds hebben de EG-producenten zelf bevestigd dat een tijdelijke aanpassing van de maatregelen geen overdreven negatieve impact op hun belangen zou hebben, aangezien zij momenteel niet volledig aan de vraag in de EU10 kunnen voldoen.

(25)

Onder deze omstandigheden kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat het niet in het belang van de Gemeenschap is de bestaande maatregelen ongewijzigd toe te passen en dat de tijdelijke aanpassing van de bestaande maatregelen wat de invoer van het betrokken product in de EU10 betreft, het gewenste niveau van handelsbescherming niet noemenswaardig zou ondergraven.

(26)

Er werden verschillende mogelijkheden onderzocht hoe de bedrijfstak van de Gemeenschap het best tegen schadeveroorzakende dumping kan worden beschermd, terwijl tegelijkertijd ook het belang van de Gemeenschap in aanmerking wordt genomen door de economische schok van de antidumpingrechten voor de traditionele afnemers in de EU10 te verzachten gedurende de periode van economische aanpassing na de uitbreiding.

(27)

De conclusie luidde dat dit het best kon worden bereikt door gedurende een overgangsperiode geen antidumpingrechten te heffen op de hoeveelheden die Oekraïne traditioneel naar de EU10 uitvoert. Ten aanzien van alle overige uitvoer naar de EU10 bovenop deze traditionele exportvolumes gelden de normale antidumpingrechten, net zoals voor de uitvoer naar de EU15.

6.   Verbintenis

(28)

Er werd onderzocht welke de meest adequate manier is om deze traditionele exportstromen naar de EU10 niet te onderbreken en de conclusie luidde dat die erin bestond van de medewerkende partij een vrijwillige verbintenis met een kwantitatief maximum te aanvaarden. Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie derhalve de betrokken producent/exporteur een verbintenis voorgesteld en als reactie daarop heeft één producent/exporteur van het betrokken product uit Oekraïne een verbintenis aangeboden.

(29)

In dit verband zij erop gewezen dat bij de vaststelling van de voorwaarden van de verbintenis rekening is gehouden met de bijzondere omstandigheden van de uitbreiding in overeenstemming met artikel 22, onder c), van de basisverordening. Het betreft hier een bijzondere maatregel in die zin dat deze verbintenis voorziet in een tijdelijk aanpassing van bestaande maatregelen aan de realiteit van de EU 25.

(30)

Voor de producent/exporteur in Oekraïne werd een importvolume („maximum”) vastgesteld op basis van zijn traditionele exportvolumes naar de EU10 in 2001, 2002 en 2003. Er zij evenwel op gewezen dat abnormale stijgingen in de exportvolumes naar de EU10 die in de laatste maanden van 2003 en de eerste maanden van 2004 werden vastgesteld, van de traditionele volumes die voor de vaststelling van de maxima zijn gebruikt, werden afgetrokken.

(31)

De betrokken producenten/exporteurs moeten, wanneer zij het betrokken product in het kader van een verbintenis in de EU10 verkopen, bereid zijn om globaal genomen niet af te wijken van hun traditionele verkooppatronen ten aanzien van individuele afnemers in de EU10. De producenten/exporteurs moeten er zich derhalve van bewust zijn dat een aanbod voor een verbintenis slechts als werkbaar, en dus aanvaardbaar, kan worden aangemerkt als zij voor de verkoop waarop de verbintenis betrekking heeft, globaal genomen deze traditionele patronen in de handel met hun afnemers in de EU10 handhaven.

(32)

De producenten/exporteurs moeten er zich eveneens van bewust zijn dat indien wordt vastgesteld dat deze verkooppatronen sterk wijzigen of het toezicht op hun verbintenis om welke reden dan ook moeilijk of onmogelijk wordt, de Commissie, overeenkomstig de voorwaarden van de verbintenis, de aanvaarding van de verbintenis van de onderneming mag intrekken, wat tot gevolg heeft dat definitieve antidumpingrechten worden geheven op het niveau zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1100/2000, of dat zij het maximum mag aanpassen dan wel anderszins corrigerend mag optreden.

(33)

Dienovereenkomstig mag de Commissie ieder aanbod voor een verbintenis dat aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, bij verordening van de Commissie aanvaarden.

D.   WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) NR. 1100/2000

(34)

Gelet op het bovenstaande moet, voor het geval dat de Commissie bij verordening verbintenissen aanvaardt, worden voorzien in de mogelijkheid dat de invoer in de Gemeenschap die overeenkomstig de voorwaarden van zulke verbintenissen plaatsvindt, wordt vrijgesteld van het bij Verordening (EG) nr. 1100/2000 ingestelde antidumpingrecht, door laatstgenoemde verordening te wijzigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie mag een voorstel voor een gewijzigde verbintenis aanvaarden waarbij het importvolume dat onderworpen is aan de bij Besluit 94/202/EG aanvaarde verbintenis voor de invoer van siliciumcarbide uit Rusland, wordt verhoogd. De verhoging wordt berekend volgens dezelfde methode als die welke werd gebruikt voor de vaststelling van het oorspronkelijke maximum voor de Gemeenschap van 15 lidstaten. Het oorspronkelijke maximum werd telkens in de tweede helft van het lopende jaar voor het daaropvolgende jaar berekend en vastgesteld als een aandeel van het verbruik van de Gemeenschap in het aan het lopende jaar voorafgaande jaar.

2.   De Commissie mag de verbintenis dienovereenkomstig aanpassen.

Artikel 2

Aan artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1100/2000 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.   De voor het vrije verkeer aangegeven goederen worden vrijgesteld van de bij artikel 1 ingestelde antidumpingrechten, mits zij zijn vervaardigd door een onderneming waarvan de Commissie een verbintenis heeft aanvaard en waarvan de naam is opgenomen in de desbetreffende verordening van de Commissie, zoals die telkenmale wordt gewijzigd, en zijn ingevoerd in overeenstemming met de bepalingen van diezelfde verordening van de Commissie. Deze invoer wordt vrijgesteld van het antidumpingrecht op voorwaarde dat:

a)

de aangegeven en bij de douane aangebrachte goederen nauwkeurig overeenstemmen met het in artikel 1 omschreven product,

b)

bij de aangifte voor het vrije verkeer de douaneautoriteiten van de lidstaten een handelsfactuur wordt overgelegd die ten minste de in de bijlage vermelde gegevens bevat, en

c)

de aangegeven en bij de douane aangebrachte goederen nauwkeurig overeenstemmen met de beschrijving op de handelsfactuur.”

Artikel 3

De tekst in de bijlage bij deze verordening wordt toegevoegd aan Verordening (EG) nr. 1100/2000.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in iedere lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 mei 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

B. COWEN


(1)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)   PB L 94 van 13.4.1994, blz. 21. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1786/97 (PB L 254 van 17.8.1997, blz. 6).

(3)   PB L 94 van 13.4.1994, blz. 32.

(4)   PB L 125 van 26.5.2000, blz. 3.

(5)   PB C 70 van 20.3.2004, blz.15.


BIJLAGE

„BIJLAGE

Gegevens die moeten worden vermeld op de handelsfactuur bij de invoer van siliciumcarbide waarop de verbintenis van toepassing is:

1.

Het opschrift „HANDELSFACTUUR — GOEDEREN DIE ONDER EEN VERBINTENIS VALLEN”

2.

De naam van de in artikel 1 van Verordening […] van de Commissie vermelde onderneming die de handelsfactuur heeft afgegeven.

3.

Het nummer van de handelsfactuur.

4.

De datum van afgifte van de handelsfactuur.

5.

De aanvullende Taric-code waaronder de op de factuur vermelde goederen aan de grens van de Gemeenschap zullen worden ingeklaard.

6.

Een nauwkeurige omschrijving van de goederen, met inbegrip van:

het codenummer van het product (Product Code Number of PCN) dat werd gebruikt voor het onderzoek en de verbintenis (bv. PCN 1, PCN 2 enz.),

een duidelijke omschrijving van de goederen die onder het betrokken PCN vallen (bv. PCN 1: PCN 2: enz.),

de productcode van de onderneming (Company Product Code of CPC) (indien van toepassing),

de GN-code;

de hoeveelheid (in ton).

7.

De verkoopvoorwaarden, met inbegrip van:

de prijs per ton,

de betalingsvoorwaarden,

de leveringsvoorwaarden,

het totale bedrag aan kortingen en rabatten.

8.

De naam van de onderneming die als importeur in de Gemeenschap optreedt en die de rechtstreekse ontvanger is van de handelsfactuur.

9.

De naam van de werknemer van de onderneming die de factuur heeft opgesteld alsmede de hiernavolgende ondertekende verklaring:

„Ondergetekende bevestigt dat de verkoop voor rechtstreekse uitvoer naar de Europese Gemeenschap van de goederen waarop deze factuur betrekking heeft, plaatsvindt in het kader en op de voorwaarden van de verbintenis die werd aangeboden door […] (naam van de onderneming) en door de Europese Commissie bij Verordening […] werd aanvaard. Hij verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”