Verordening (EG) nr. 669/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1734/94 van de Raad betreffende de financiële en technische samenwerking met de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook
Publicatieblad Nr. L 105 van 14/04/2004 blz. 0001 - 0002
Verordening (EG) nr. 669/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1734/94 van de Raad betreffende de financiële en technische samenwerking met de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 179, Gezien het voorstel van de Commissie, Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(1), Overwegende hetgeen volgt: (1) Al het mogelijke moet worden gedaan om te voorkomen dat de Palestijnse economie verder achteruitgaat. Daartoe moet worden bijgedragen tot goed bestuur en een evenwichtige begrotingssituatie van de Palestijnse autoriteit en tot consolidatie van die autoriteit door middel van institutionele versterking. (2) Door de recente ontwikkelingen in het vredesproces in het Midden-Oosten zal op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook de behoefte aan financiële steun blijven bestaan. (3) De Gemeenschap moet daarom doorgaan met haar hulpinspanningen op grond van Verordening (EG) nr. 1734/94 van de Raad van 11 juli 1994 betreffende de financiële en technische samenwerking met de bezette gebieden(2). (4) Verordening (EG) nr. 1734/94 moet door het Europees Parlement en de Raad vóór einde 2005 opnieuw worden bekeken in het licht van de ontwikkelingen in het gebied, met name wat betreft de tenuitvoerlegging van de routekaart voor vrede (Elementen van een op prestaties gebaseerde routekaart naar een permanente tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict). (5) Bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen(3) is een gemeenschappelijk juridisch kader ingesteld voor alle gebieden van de eigen middelen en de uitgaven van de Gemeenschappen. Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden(4) is van toepassing op alle activiteitsgebieden van de Gemeenschappen, onverminderd het bepaalde in de communautaire regels voor specifieke beleidsterreinen. (6) Verordening (EG) nr. 1734/94 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 1734/94 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 1 wordt vervangen door: "Artikel 1 1. De Gemeenschap werkt financieel en technisch samen met de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, teneinde tot de duurzame economische, politieke en sociale ontwikkeling van deze gebieden bij te dragen. De tenuitvoerlegging geschiedt, indien de omstandigheden zulks toelaten, op basis van meerjarenprogramma's. 2. De Commissie brengt uiterlijk op 31 december 2005 een verslag uit waarin deze verordening wordt getoetst, rekening houdend met de jongste ontwikkelingen in de regio.". 2. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: a) na lid 3 wordt het volgende lid toegevoegd: "3a. Voor de steunmaatregelen komen niet alleen staten en gebieden in aanmerking, maar ook plaatselijke autoriteiten, regionale organisaties, openbare instanties, plaatselijke of traditionele gemeenschappen, organisaties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, particuliere ondernemingen, coöperaties, onderlinge vennootschappen, verenigingen, stichtingen en niet-gouvernementele organisaties."; b) na lid 6 wordt het volgende lid toegevoegd: "7. Aanbestedingen en opdrachten staan onder gelijke voorwaarden open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen uit de lidstaten en de mediterrane partners zoals genoemd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1488/96 van de Raad van 23 juli 1996 inzake financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (MEDA)(5).". 3. Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd: "5. In financieringsbesluiten alsmede in de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en contracten wordt onder meer voorzien in toezicht en financiële controle door de Commissie (en ook het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)), met inbegrip van controle en inspectie ter plaatse, overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96(6), en in zo nodig ter plaatse uit te voeren controles door de Rekenkamer. Volgens de procedure van artikel 5 worden maatregelen getroffen teneinde te zorgen voor een passende bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95(7). Waar nodig wordt een onderzoek uitgevoerd door OLAF overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad(8).". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Straatsburg, 31 maart 2004. Voor het Europees Parlement De voorzitter P. Cox Voor de Raad De voorzitter D. Roche (1) Advies van het Europees Parlement van 29 januari 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 11 maart 2004. (2) PB L 182 van 16.7.1994, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). (3) PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1. (4) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. (5) PB L 189 van 30.7.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2698/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 1). (6) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. (7) PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1. (8) PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.