32004R0224

Verordening (EG) nr. 224/2004 van de Commissie van 9 februari 2004 tot vaststelling van het in Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad bedoelde steunbedrag voor de particuliere opslag van boter en room en houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 2771/1999

Publicatieblad Nr. L 037 van 10/02/2004 blz. 0005 - 0006


Verordening (EG) nr. 224/2004 van de Commissie

van 9 februari 2004

tot vaststelling van het in Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad bedoelde steunbedrag voor de particuliere opslag van boter en room en houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 2771/1999

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten(1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 34, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2771/1999 van de Commissie van 16 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room(2) is bepaald dat het in artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 bedoelde steunbedrag voor de particuliere opslag elk jaar wordt vastgesteld.

(2) Op grond van artikel 6, lid 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 moet bij de vaststelling van de steun rekening worden gehouden met de opslagkosten en de verwachte ontwikkeling van de prijs voor verse boter en koelhuisboter.

(3) Voor de opslagkosten moet met name rekening worden gehouden met de inslag- en uitslagkosten voor de betrokken producten, de dagelijkse kosten voor koelopslag en de financieringskosten.

(4) Wat de verwachte prijsontwikkeling betreft, moet rekening worden gehouden met de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 vastgestelde verlagingen van de boterinterventieprijs en de daaruit voortvloeiende verwachte daling van de marktprijs voor verse boter en koelhuisboter en moet een hoger steunbedrag worden toegekend voor contractaanvragen die vóór 1 juli 2004 zijn ontvangen.

(5) Om te voorkomen dat vóór die datum voor een te grote hoeveelheid aanvragen voor particuliere opslag worden ingediend, moet voor de aan 1 juli 2004 voorafgaande periode naast een indicatieve hoeveelheid ook een mededelingsregeling worden vastgesteld, zodat de Commissie kan nagaan of deze hoeveelheid bereikt is. Deze indicatieve hoeveelheid moet worden vastgesteld met inachtneming van de hoeveelheden waarvoor in de afgelopen jaren opslagcontracten werden gesloten.

(6) Op grond van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2771/1999 moet de inslag plaatsvinden tussen 15 maart en 15 augustus. Wegens de huidige toestand op de botermarkt is het verantwoord de datum voor de inslag van boter en room in 2004 te vervroegen tot 1 maart. Derhalve moet van dat artikel worden afgeweken.

(7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Voor in 2004 gesloten contracten wordt het in artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 bedoelde steunbedrag per ton boter of boterequivalent als volgt vastgesteld:

a) voor alle contracten:

- 24 euro voor de vaste opslagkosten;

- 0,35 euro per dag contractuele opslag voor de kosten van opslag in het koelhuis;

- per dag contractuele opslag, een bedrag dat berekend wordt op basis van 90 % van de op de eerste dag van de contractuele opslag geldende interventieprijs voor boter en van een rente van 2,25 % per jaar; en

b) 147,60 euro voor contracten die zijn gesloten op basis van aanvragen die het interventiebureau vóór 1 juli 2004 ontvangt.

2. Het interventiebureau registreert de datum waarop het de aanvragen ontvangt om een in artikel 30, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2771/1999 bedoeld contract te sluiten, alsook de desbetreffende hoeveelheden en productiedata en de plaats waar de boter opgeslagen is.

De lidstaten delen de Commissie elke dinsdag uiterlijk om 12 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden mee waarvoor in de voorafgaande week dergelijke aanvragen zijn ingediend. Vanaf het tijdstip waarop de Commissie de lidstaten meedeelt dat voor 90000 ton aanvragen zijn ingediend, delen de lidstaten de Commissie dagelijks vóór 12 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden mee waarvoor de voorafgaande dag aanvragen zijn ingediend.

3. De Commissie schorst de toepassing van lid 1, onder b), en lid 2, zodra zij vaststelt dat de hoeveelheid waarvoor de in lid 1, onder b), bedoelde aanvragen zijn ingediend, 120000 ton bereikt.

Artikel 2

In afwijking van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2771/1999 mag in 2004 de inslag vanaf 1 maart plaatsvinden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 februari 2004.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1787/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 121).

(2) PB L 333 blz. 24.12.1999, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 359/2003 (PB L 53 van 28.2.2003, blz. 17).