|
28.9.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 301/67 |
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2004/661/GBVB VAN DE RAAD
van 24 september 2004
betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde functionarissen van Belarus
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Europese Unie blijft ernstig bezorgd over de voortdurende aantasting van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten in Belarus. |
|
(2) |
Indachtig de conclusies van de Raad van 15 september 1997, herhaalt de Europese Unie dat zij veel belang hecht aan de politieke, maatschappelijke en economische ontwikkeling van Belarus tot een democratische staat waar de rechtsstaat en de mensenrechten worden geëerbiedigd, zodat het land zijn rechtmatige plaats in Europa kan innemen. |
|
(3) |
De Europese Unie bevestigt eens te meer haar belangstelling voor een opbouwende dialoog met Belarus en zij beschouwt het als een nieuwe zware nederlaag voor de rechtsstaat in Belarus dat er tot op heden geen onafhankelijk, volledig en geloofwaardig onderzoek is verricht of zelfs maar is ingesteld naar de misdaden die de parlementaire vergadering van de Raad van Europa heeft behandeld in zijn op 28 april 2004 aangenomen verslag („het Pourgourides-verslag”). |
|
(4) |
Oproepen van de Europese Unie, laatstelijk in haar verklaring van 14 mei 2004, alsook van de Raad van Europa en van anderen om een dergelijk onafhankelijk onderzoek in te stellen, zijn door de regering van Belarus steeds genegeerd. |
|
(5) |
In het uitgebreide en terdege onderbouwde Pourgourides-verslag worden Victor Sheyman, de huidige procureur-generaal van Belarus en voormalig secretaris van de Veiligheidsraad, Yury Sivakov, minister van Sport en Toerisme van Belarus en voormalig minister van Binnenlandse Zaken, alsmede Dmitri Pavlichenko, kolonel van een speciale troepeneenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Republiek Belarus, genoemd als de figuren die een centrale rol speelden in de verdwijning van vier bekende personen in Belarus in 1999/2000 en bij de daaropvolgende tegenwerking van het gerecht. |
|
(6) |
De hoofdverantwoordelijken voor de verdwijningen zijn vrijuit gegaan. |
|
(7) |
Derhalve heeft de Raad, gezien de klaarblijkelijke belemmering van de rechtsgang, besloten gerichte sancties te treffen in de vorm van reisbeperkingen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor, maar hebben nagelaten een aanvang te maken met, het onafhankelijk onderzoek en de vervolging van de vermoedelijke misdaden, alsmede tegen degenen die volgens het Pourgourides-verslag een centrale rol hebben gespeeld bij de verdwijningen en bij de daaropvolgende doofpotoperatie. De Europese Unie behoudt zich het recht voor op een latere datum verdere beperkende maatregelen te overwegen. |
|
(8) |
De Europese Unie zal haar standpunt in het licht van toekomstige ontwikkelingen opnieuw bezien, waarbij rekening zal worden gehouden met de bereidheid van de betrokken Belarussische autoriteiten om de verdwijningen volledig en op transparante wijze te laten onderzoeken en ervoor te zorgen dat degenen die voor de misdaden verantwoordelijk zijn voor het gerecht worden gebracht, |
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van de in de bijlage vermelde personen die verantwoordelijk zijn voor, maar hebben nagelaten een aanvang te maken met, het onafhankelijk onderzoek en de vervolging van de vermoedelijke misdaden en degenen die in het Pourgourides-verslag worden aangemerkt als centrale figuren in de verdwijning van vier algemeen bekende personen in Belarus in 1999/2000 en bij de daaropvolgende doofpotoperatie, gezien hun klaarblijkelijke tegenwerking van het gerecht.
2. Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.
3. Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:
|
a) |
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie; |
|
b) |
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; of |
|
c) |
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent. |
De Raad wordt in elk van die gevallen naar behoren geïnformeerd.
4. Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE).
5. De lidstaten kunnen ontheffing van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die worden gemaakt op grond van dringende humanitaire noden, of voor de bijwoning van intergouvernementele, met inbegrip van door de geïnitieerde, vergaderingen waar een politieke dialoog plaatsvindt die direct bevorderlijk is voor democratie, mensenrechten en de rechtsstaat in Belarus.
6. Een lidstaat die de in lid 5 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij één of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. In dat geval besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen om de voorgestelde ontheffing al dan niet toe te staan.
7. Wanneer een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 5 en 6 een machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, dan geldt deze machtiging uitsluitend voor het doel waarvoor ze is verleend en voor de daarbij betrokken personen.
Artikel 2
De Raad neemt op voorstel van een lidstaat of van de Commissie de wijzigingen van de lijst in de bijlage aan die op grond van de politieke ontwikkelingen in Belarus nodig zijn.
Artikel 3
Om het effect van voornoemde maatregelen zo groot mogelijk te maken, moedigt de Europese Unie derde landen aan soortgelijke beperkende maatregelen als de in dit gemeenschappelijk standpunt genoemde te treffen.
Artikel 4
Dit gemeenschappelijk standpunt is van toepassing gedurende een periode van twaalf maanden. Het wordt voortdurend getoetst. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.
Artikel 5
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.
Artikel 6
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 24 september 2004.
Voor de Raad
De Voorzitter
L. J. BRINKHORST
BIJLAGE
Lijst van de in artikel 1 bedoelde personen
|
1) |
SIVAKOV, YURY (YURIJ) Leonidovich, minister van Toerisme en Sport van Belarus, geboren op 5 augustus 1946 in de Sachalin-regio, voormalige Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek. |
|
2) |
SHEYMAN (SHEIMAN), VICTOR Vladimirovich, procureur-generaal van Belarus, geboren op 26 mei 1958 in de Grodno-regio. |
|
3) |
PAVLICHENKO (PAVLIUCHENKO), DMITRI (Dmitry) Valeriyevich, officier van de speciale troepen van Belarus, geboren in 1966 in Vitebsk. |
|
4) |
NAUMOV, VLADIMIR Vladimïrovich, minister van Binnenlandse Zaken, geboren in 1956. |