22.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/17


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 14 juni 2004

tot wijziging van Beschikking 98/20/EG waarbij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gemachtigd tot toepassing van een maatregel die afwijkt van artikel 21 van Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting

(2004/516/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (1), en met name op artikel 27,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 27, lid 1, van de zesde BTW-richtlijn kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van die richtlijn afwijkende maatregelen te treffen of te verlengen, teneinde de belastingheffing te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

(2)

Bij brief, ingekomen bij het secretariaat-generaal van de Commissie op 26 november 2003, heeft de Nederlandse regering verzocht om verlenging van Beschikking 98/20/EG van de Commissie (2) waarbij zij werd gemachtigd bijzondere belastingmaatregelen toe te passen op de confectie -industrie.

(3)

De overige lidstaten werden op 14 januari 2004 van het verzoek van Nederland in kennis gesteld.

(4)

Bij Beschikking 98/20/EG werd het Koninkrijk der Nederlanden gemachtigd in de confectie-industrie een regeling toe te passen waarbij de verplichting tot afdracht van BTW van de onderaannemer naar het confectiebedrijf (de aannemer) werd verlegd.

(5)

Deze regeling vormt een doeltreffende maatregel ter voorkoming van fraude in een sector waarin de inning van de BTW wordt gehinderd door het feit dat de activiteiten van onderaannemers moeilijk in kaart te brengen en te controleren zijn.

(6)

Op 7 juni 2000 heeft de Commissie een strategie ter verbetering van de werking van het BTW-stelsel op de korte termijn gepresenteerd, waarin zij zich tot doel stelde het grote aantal afwijkingen dat thans van kracht is, te rationaliseren. In sommige gevallen zou deze rationalisering er overigens in kunnen bestaan dat bepaalde bijzonder effectieve afwijkingen tot alle lidstaten worden uitgebreid. In haar mededeling van 20 oktober 2003 herhaalt de Commissie de mogelijkheid van dit compromis.

(7)

De gevraagde maatregel moet in de eerste plaats worden beschouwd als een maatregel ter voorkoming van bepaalde vormen van belastingontwijking in de confectie-industrie.

(8)

Aan het Koninkrijk der Nederlanden dient een verlenging van de huidige afwijking te worden toegestaan tot en met 31 december 2006.

(9)

De afwijking heeft geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen uit de BTW van de Europese Gemeenschappen en is evenmin van invloed op het in het stadium van het eindverbruik in rekening gebrachte belastingbedrag.

(10)

Met het oog op de juridische continuïteit moet deze beschikking van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2004,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 1 van Beschikking 98/20/EG wordt de datum „31 december 2003” vervangen door „31 december 2006”.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

B. COWEN


(1)  PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/15/EG (PB L 52 van 21.2.2004, blz. 61).

(2)  PB L 8 van 14.1.1998, blz. 16. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2000/435/EG (PB L 172 van 12.7.2000, blz. 24).