Verordening (EG) nr. 2044/2003 van de Commissie van 20 november 2003 tot vaststelling van administratieve procedures voor de tweede tranche van de kwantitatieve contingenten die in 2004 van toepassing zijn op bepaalde producten uit de Volksrepubliek China
Publicatieblad Nr. L 303 van 21/11/2003 blz. 0003 - 0009
Verordening (EG) nr. 2044/2003 van de Commissie van 20 november 2003 tot vaststelling van administratieve procedures voor de tweede tranche van de kwantitatieve contingenten die in 2004 van toepassing zijn op bepaalde producten uit de Volksrepubliek China DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 520/94 van de Raad van 7 maart 1994 houdende de totstandbrenging van een communautaire procedure voor het beheer van kwantitatieve contingenten(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003(2), en met name op artikel 2, leden 3 en 4, artikel 6, lid 3, en de artikelen 13, 23 en 24, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 427/2003(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1985/2003(4), kwantitatieve jaarcontingenten vastgesteld voor bepaalde producten uit de Volksrepubliek China die in bijlage I bij die verordening zijn vermeld. Verordening (EG) nr. 520/94 is van toepassing op die contingenten. (2) Gezien de uitbreiding van de Europese Gemeenschap op 1 mei 2004 zijn de contingenten die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 427/2003 verhoogd bij Verordening (EG) nr. 1985/2003 van de Raad. (3) Daar de Europese Gemeenschap op 1 mei 2004 zal worden uitgebreid, dienen de contingenten voor 2004 in twee tranches te worden verdeeld, namelijk een tranche die loopt van januari 2004 tot en met april 2004 voor importeurs in de huidige lidstaten, en een tweede tranche die loopt van mei 2004 tot en met december 2004 voor importeurs in alle landen die vanaf mei 2004 lidstaten zijn. (4) Bij Verordening (EG) nr. 1351/2003 van de Commissie(5), zijn administratieve procedures vastgesteld voor de eerste tranche van de kwantitatieve contingenten voor 2004 voor bepaalde producten uit de Volksrepubliek China. (5) Bij deze verordening worden de kwantitatieve contingenten toegewezen voor mei tot en met december 2004. (6) De Commissie heeft Verordening (EG) nr. 738/94(6) vastgesteld, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 983/96(7) tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 520/94. Deze bepalingen zijn van toepassing op het beheer van de bovengenoemde contingenten, onder voorbehoud van het bepaalde in deze verordening. (7) Vanwege bepaalde kenmerken van de Chinese economie, de seizoensgebonden aard van bepaalde producten en de tijd die nodig is voor het vervoer worden orders voor de aan de contingenten onderworpen producten over het algemeen vóór de aanvang van de contingentperiode geplaatst. Het is van belang te voorkomen dat de voorgenomen invoer door administratieve knelpunten wordt belemmerd. Om de continuïteit van het handelsverkeer te waarborgen, dienen de regelingen voor het beheer en de toewijzing van de tweede tranche van de contingenten voor 2004 vóór mei 2004 te worden vastgesteld. (8) Bij onderzoek van de verschillende methoden voor het beheer van contingenten waarin Verordening (EG) nr. 520/94 voorziet, is gebleken dat de op de traditionele handelsstromen gebaseerde methode in dit geval het meest geschikt is. Bij toepassing van deze methode worden de contingenten in twee delen verdeeld, waarvan het ene voor traditionele importeurs en het andere voor andere vergunningaanvragers is bestemd. (9) Dit is de meest geschikte methode gebleken om de continuïteit van de handelsactiviteiten van de importeurs in de Gemeenschap te waarborgen en verstoring van handelsstromen te voorkomen. (10) De referentieperiode die in de voorgaande verordening inzake het beheer van deze contingenten was gebruikt voor de toewijzing van het deel van de contingenten dat voor de traditionele importeurs in de Gemeenschap was bestemd, kan niet worden aangepast. De jaren 2000 en 2001 werden gekenmerkt door een aantal verstoringen, met name meer dan een verdubbeling van het aantal aanvragen uit één lidstaat, waardoor aan niet-traditionele importeurs in alle lidstaten aanzienlijk minder kon worden toegewezen. In 2002 was er een aanzienlijke stijging van het aantal aanvragen dat door niet-traditionele importeurs in het Verenigd Koninkrijk bij andere lidstaten werd ingediend, hetgeen wijst op pogingen om de voorschriften inzake verbonden bedrijven te omzeilen. Ook lopen er onderzoeken naar een aantal houders van vergunningen voor de jaren 2002 en 2003 die mogelijk de voorschriften inzake verbonden bedrijven hebben geschonden. De jaren 1998 en 1999 zijn derhalve de meest recente jaren die representatief zijn voor het normale handelsverkeer in de betrokken producten die door importeurs in de Gemeenschap worden ingevoerd. Traditionele importeurs in de Gemeenschap moeten derhalve aantonen dat zij in 1998 of 1999 de producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China hebben ingevoerd waarop deze contingenten betrekking hebben. De jaren 2001 en 2002 zijn de meest recente jaren die representatief zijn voor het normale handelsverkeer in de betrokken producten die door importeurs in de toetredende staten worden ingevoerd. Daar de meeste importeurs in de toetredende staten niet aan invoerbeperkingen waren onderworpen en daarom niet de wettelijke verplichting hadden invoerdocumenten over 1998 en 1999 te bewaren, zou een bepaling over bewijsstukken over de jaren 1998 en 1999 voor hen onevenredig bezwarend zijn. Traditionele importeurs in de toetredende staten moeten daarom aantonen dat zij in 2001 of in 2002 de producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China hebben ingevoerd waarop de betrokken contingenten betrekking hebben. (11) Gebleken is dat de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/94 genoemde methode van toewijzing, namelijk op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, voor de toewijzing van het voor niet-traditionele importeurs bestemde deel van het contingent minder geschikt kan zijn. Daarom dient, overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 520/94, te worden voorzien in een toewijzing in verhouding tot de aangevraagde hoeveelheden, door middel van een gelijktijdig onderzoek van de ingediende aanvragen voor invoervergunningen overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 520/94. (12) De Commissie acht het noodzakelijk te bepalen dat ondernemers die als niet-traditionele importeurs een aanvraag indienen en die verbonden personen zijn als bedoeld in artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie(8) houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 881/2003(9) voor elk deel van de contingenten dat voor niet-traditionele importeurs is bestemd, slechts één aanvraag mogen indienen. Om speculatieve aanvragen te voorkomen, dient een maximumhoeveelheid te worden vastgesteld die per niet-traditionele importeur kan worden aangevraagd. (13) Het deel van het contingent dat voor traditionele importeurs bestemd is, dient te worden vastgesteld op 75 %, en dat voor niet-traditionele importeurs op 25 %. (14) Tevens dienen de door niet-traditionale importeurs niet opgenomen hoeveelheden te worden overgedragen naar de traditionele importeurs om ervoor te zorgen dat deze hoeveelheden kunnen worden toegewezen in het jaar dat zij zijn vastgesteld. (15) Voor de toewijzing van de contingenten dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de traditionele en niet-traditionele importeurs hun aanvragen voor invoervergunningen moeten indienen. (16) De lidstaten en de toetredende landen dienen de Commissie, overeenkomstig de procedure van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 520/94, in kennis te stellen van de aanvragen voor invoervergunningen die zij hebben ontvangen. De gegevens over de vroegere invoer van de traditionele importeurs moeten in dezelfde eenheid worden opgegeven als die waarin het betrokken contingent is uitgedrukt. (17) Om ervoor te zorgen dat traditionele importeurs in de Gemeenschap hun zakenpraktijken kunnen voortzetten die inhouden dat zij de gehele hoeveelheid van het voor hen bestemde deel vroeg in het contingentjaar invoeren zodat zij kunnen concurreren met importeurs in de toetredende staten waarvoor, vóór 1 mei 2004, geen eisen inzake vergunningen gelden, worden vergunningen, zo spoedig mogelijk nadat de kwantitatieve criteria door de Commissie zijn vastgesteld, door de bevoegde nationale autoriteiten in de lidstaten afgegeven. Zij zijn geldig vanaf de datum van afgifte tot en met 31 december 2004. (18) De bepalingen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het beheer van de contingenten dat bij artikel 22 van Verordening (EG) nr. 520/94 is opgericht, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Bij deze verordening worden de bepalingen vastgesteld die in 2004 van toepassing zijn op het beheer van de kwantitatieve contingenten als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1985/2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 427/2003 voor de periode van mei tot en met december 2004. Verordening (EG) nr. 738/94 tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 520/94 is van toepassing onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen van deze verordening. Artikel 2 1. De in artikel 1 bedoelde kwantitatieve contingenten worden toegewezen volgens de op de traditionele handelsstromen gebaseerde methode bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 520/94. 2. De voor traditionele en niet-traditionele importeurs bestemde delen van elk contingent voor de tweede tranche van 2004 zijn vermeld in bijlage I bij deze verordening. 3. a) Het voor de niet-traditionele importeurs bestemde deel wordt toegewezen in verhouding tot de aangevraagde hoeveelheden. De hoeveelheid die per aanvrager kan worden aangevraagd, mag de in bijlage II aangegeven hoeveelheid niet overschrijden. b) Ondernemers die verbonden personen zijn, zoals gedefinieerd in artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, mogen, voor het deel van het contingent dat voor niet-traditionele importeurs is bestemd, slechts één aanvraag indienen voor de in de aanvraag omschreven goederen. Naast de verklaring die vereist is op grond van artikel 3, lid 2, onder g), van Verordening (EG) nr. 738/94, als gewijzigd bij artikel 1 van Verordening (EG) nr. 983/96, dient bij de aanvraag voor een vergunning voor het deel van het contingent dat voor niet-traditionele importeurs is bestemd, te worden verklaard dat de aanvrager geen banden heeft met een andere aanvrager van een vergunning voor het desbetreffende contingent dat voor niet-traditionele importeurs is bestemd. c) Het niet toegewezen deel van de hoeveelheden die voor niet-traditionele importeurs zijn bestemd, wordt toegevoegd aan de hoeveelheden die voor traditionele importeurs zijn bestemd. Artikel 3 Aanvragen voor invoervergunningen kunnen bij de in bijlage III bij deze verordening vermelde bevoegde administratieve instanties worden ingediend met ingang van de dag volgende op die van de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie tot 31 december 2003 om 15.00 uur (plaatselijke tijd Brussel). Artikel 4 1. Voor de toewijzing van het deel van elk contingent dat voor traditionele importeurs is bestemd, wordt onder "traditionele" importeurs verstaan: - ondernemers die voor 1 mei 2004 in de Gemeenschap zijn gevestigd en die kunnen aantonen dat zij in het kalenderjaar 1998 of 1999 goederen in de Gemeenschap hebben ingevoerd; - ondernemers die voor 1 mei 2004 in een van de toetredende landen zijn gevestigd en die kunnen aantonen dat zij in het kalenderjaar 2001 of 2002 goederen in de toetredende landen hebben ingevoerd. 2. De bewijsstukken als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 520/94 hebben betrekking op het in het vrije verkeer brengen hetzij in het kalenderjaar 1998 hetzij in het kalenderjaar 1999 door in de Gemeenschap gevestigde traditionele importeurs, of op het in het vrije verkeer brengen hetzij in het kalenderjaar 2001 hetzij in het kalenderjaar 2002 door in de toetredende staten gevestigde traditionele importeurs, zoals door de importeur aangegeven, van producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China die onder het contingent vallen waarvoor de aanvraag wordt ingediend. 3. In plaats van de in artikel 7, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 520/94 bedoelde bewijsstukken kan de aanvrager zijn vergunningaanvraag vergezeld doen gaan van een door de bevoegde nationale instanties opgesteld en gewaarmerkt bewijsstuk, gebaseerd op de douanegegevens waarover deze beschikken, over de invoer van de betrokken producten in het kalenderjaar 1998 of 1999 (lidstaten van de Gemeenschap) of in het kalenderjaar 2001 of 2002 (toetredende staten) door hemzelf, of, indien van toepassing, door een door hem overgenomen bedrijf. Artikel 5 De lidstaten en de toetredende staten delen de Commissie uiterlijk op 23 januari 2004, om 10.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), het aantal ontvangen aanvragen voor invoervergunningen en de totale gevraagde hoeveelheden mede, alsmede, wat de aanvragen van traditionele importeurs betreft, de hoeveelheden die in de in artikel 4, lid 1, bedoelde referentieperiode door traditionele importeurs werden ingevoerd. Artikel 6 Uiterlijk op 10 februari 2004 stelt de Commissie de kwantitatieve criteria vast aan de hand waarvan de bevoegde nationale autoriteiten bepalen of aan de aanvraag van een importeur kan worden voldaan. Artikel 7 Invoervergunningen die zijn afgegeven door de bevoegde nationale autoriteiten in de toetredende staten zijn geldig vanaf 1 mei 2004 tot en met 31 december 2004. Invoervergunningen die zijn afgegeven door de bevoegde nationale autoriteiten in de lidstaten worden afgegeven zodra de Commissie de kwantitatieve criteria heeft vastgesteld. Zij zijn geldig vanaf de datum van afgifte tot en met 31 december 2004. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 20 november 2003. Voor de Commissie Pascal Lamy Lid van de Commissie (1) PB L 66 van 10.3.1994, blz. 1. (2) PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1. (3) PB L 65 van 8.3.2003, blz. 1. (4) PB L 295 van 13.11.2003, blz. 43. (5) PB L 192 van 31.7.2003, blz. 8. (6) PB L 87 van 31.3.1994, blz. 47. (7) PB L 131 van 1.6.1996, blz. 47. (8) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. (9) PB L 134 van 29.5.2003, blz. 1. BIJLAGE I Toewijzing van de contingenten - tweede tranche >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II Maximale door niet-traditionele importeurs aan te vragen hoeveelheid >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE III Bevoegde nationale instanties in de lidstaten 1. BELGIË Service Public Fédéral Economie, P.M.E., Classes Moyennes & Energie Administration du Potentiel économique Politiques d'accès aux marchés, Service Licences Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand & Energie Bestuur Economisch Potentieel Markttoegangsbeleid, Dienst Vergunningen Generaal Lemanstraat 60, Rue Général-Leman 60 B - 1040 Brussel/Bruxelles Tel. (32-2) 206 58 16 Fax (32-2) 230 83 22/231 14 84 2. DANMARK Erhvervs -og Boligstyrelsen Vejlsøvej 29 DK - 8600 Silkeborg Tel. (45) 35 46 64 30 Fax (45) 35 46 64 01 3. DEUTSCHLAND Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle (BAFA) Frankfurter Strasse 29-35 D - 65760 Eschborn Tel. (49) 619 69 08-0 Fax (49) 619 69 42 26/(49) 6196 908-800 4. ΕΛΛΑΔΑ Ministry of Economy & Finance General Directorate of Policy Planning & Implementation Directorate of International Economic Issues 1, Kornarou Street G - Athens 105-63 Tel. (30-210) 328-60 31/328 60 32 Fax (30-210) 328 60 94/328 60 59 5. ESPAÑA Ministerio de Economía y Hacienda Dirección General de Comercio Exterior Paseo de la Castellana, 162 E - 28046 Madrid Tel. (34) 913 49 38 94/913 49 37 78 Fax (34) 913 49 38 32/913 49 37 40 6. FRANCE Service des titres du commerce extérieur 8, rue de la Tour-des-Dames F - 75436 Paris Cedex 09 Tél: (33-1) 55 07 46 69/95 Télécopieur: (33-1) 55 07 48 32/34/35 7. IRELAND Department of Enterprise, Trade and Employment Licencing Unit, Block C Earlsfort Centre Hatch Street Dublin 2 Ireland Tel. (353-1) 631 25 41 Fax (353-1) 631 25 62 8. ITALIA Ministero Attività Produttive Direzione Generale Politica Commerciale Div. VII Viale Boston 25 I - 00144 Roma Tel. 39 06 599 32 489 Fax 39 06 592 55 56 9. LUXEMBURG Ministère des affaires étrangères Office des licences Boîte postale 113 L - 2011 Luxembourg Tel. (352) 22 61 62 Fax (352) 46 61 38 10. NEDERLAND Belastingdienst/Douane Engelse Kamp 2 Postbus 30003 NL 9700 R Groningen, Tel. (31-50) 523 91 11 Fax (31-50) 523 22 10 11. ÖSTERREICH Bundesministerium für Wirtschaftliche und Arbeit Aussenwirtschaftsadministration Abteilung C2/2 Stubenring 1 A - 1011 Wien Tel. (43) 1 711 00 0 Fax (43) 1 711 00 83 86 12. PORTUGAL Ministério das Finanças Direcção-Geral das Alfândegas e dos Impostos Especiais sobre o Consumo, Edificio da Alfândega de Lisboa Largo do Terreiro do Trigo P - 1100 Lisboa Tel. (351-21) 881 4263 Fax (351-21) 881 4261 13. SUOMI/FINLAND Tullihallitus/Tullstyrelsen Erottajankatu/Skillnadsgatan 2 FIN - 00101 Helsinki/Helsingfors Tel. (358-9) 6141 Fax (358-9) 614 28 52 14. SVERIGE Kommerskollegium Box 6803 S - 113 86 Stockholm Tel. (46-8) 690 48 00 Fax (46-8) 30 67 59 15. UNITED KINGDOM Department of Trade and Industry Import Licensing Branch Queensway House West Precinct Billingham TS23 2NF United Kingdom Tel. (44-1642) 36 43 33/36 43 34 Fax (44-1642) 53 35 57 Bevoegde nationale instanties in de toetredende landen 1. CYPRUS Ministry of Commerce, Industry and Tourism Trade Department 6 Andrea Araouzou Str. 1421 Nicosia Tel. ++357 2 867100 Fax ++357 2 375120 2. TSJECHIË Ministerstvo prumyslu a obchodu Licencní správa Na Frantisku 32 110 15 Praha 1 Tel. (420) 22406 2206 Fax (420) 22421 2133 3. ESTLAND Majandus- ja Kommunikatsiooniministeerium Harju 11 15072 Tallinn Estonia Tel. (372) 6256 400 Fax (372) 6313 660 4. HONGARIJE Gazdasági és Közlekedési Minisztérium Engedélyezési és Közigazgatási Hivatala 1024 Budapest Margit krt. 85. Postafiók: 1537 Budapest Pf. 345. Tel. 0036(1) 336 7300 Fax 0036(1)336 7302 5. LETLAND Ekonomikas Ministrija Brivibas iela 55 LV - 1519 Riga tel. 00 371 701 3006 fax 00 371 728 0882 6. LITOUWEN Lietuvos Respublikos ûkio Ministerija Gedimino Ave 38/2 LT - 2600 Vilnius tel. 00 370 5 262 50 30/ 00 370 5 262 87 50 fax 00 370 5 262 39 74 7. MALTA Ministry for Economic Services Commerce Division Lascaris Valletta CMR02 tel. 00 356 21 243 286 fax 00 356 21 231 919 8. POLEN Ministerstwo Gospodarki, Pracy i Polityki Spolecznej Pl.Trzech Krzyzy 3/5 00-950 Warszawa tel. 0048/22/693 55 53 fax 0048/22/693 40 21 9. SLOWAKIJE Ministerstvo Hospodárstva SR Odbor výkonu obchodno-politických opatrení Mierová 19 827 15 Bratislava tel. 00 421 2 434 23 913/ 00 421 2 485 42 160 fax 00 421 2 4342 3919 10. SLOVENIË Ministrstvo za gospodarstvo Podrocje ekonomskih odnosov s tujino Kotnikova 5 1000 Ljubljana tel +386(0)1/478 3600 fax +386(0)1/478 3611