Verordening (EG) nr. 1809/2003 van de Commissie van 15 oktober 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor de invoer van levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten uit Costa Rica en Nieuw-Caledonië (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 265 van 16/10/2003 blz. 0010 - 0011
Verordening (EG) nr. 1809/2003 van de Commissie van 15 oktober 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor de invoer van levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten uit Costa Rica en Nieuw-Caledonië (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1139/2003 van de Commissie(2), en met name op artikel 23, eerste alinea, Overwegende hetgeen volgt: (1) In zijn advies van 11 mei 2001 over het geografische BSE-risico in Costa Rica heeft de Wetenschappelijke Stuurgroep (WS) geconcludeerd dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat BSE in dat land onder inheemse runderen voorkomt. Daarom werd Costa Rica opgenomen in de lijst van landen die zijn vrijgesteld van bepaalde handelsvoorwaarden voor levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten in verband met TSE's. (2) In zijn bijgewerkte advies van 10 april 2003 over het geografische BSE-risico in bepaalde derde landen heeft de WS zijn advies van 11 mei 2001 gewijzigd en geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk maar niet uitgesloten is dat BSE in Costa Rica onder inheemse runderen voorkomt. Daarom mag Costa Rica niet langer worden vrijgesteld van de handelsvoorwaarden voor levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten in verband met TSE's. (3) In zijn advies van 6 maart 2003 over het geografische BSE-risico in Nieuw-Caledonië heeft de WS geconcludeerd dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat BSE in dat land onder inheemse runderen voorkomt. Daarom dient Nieuw-Caledonië te worden opgenomen in de lijst van landen die zijn vrijgesteld van bepaalde handelsvoorwaarden voor levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten in verband met TSE's. (4) Verordening (EG) nr. 999/2001 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd. (5) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 15 oktober 2003. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. (2) PB L 160 van 27.6.2003, blz. 22. BIJLAGE Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd: 1. In deel A, punt 15, onder b), wordt de lijst van landen vervangen door: "- Argentinië - Australië - Botswana - Brazilië - Chili - El Salvador - IJsland - Namibië - Territorium Nieuw-Caledonië - Nieuw-Zeeland - Nicaragua - Panama - Paraguay - Singapore - Swaziland - Uruguay - Vanuatu.". 2. Deel D, punt 3, wordt vervangen door: "3. Punt 2 is niet van toepassing op de invoer van runderen die geboren en ononderbroken gehouden zijn in de onderstaande landen: - Argentinië - Australië - Botswana - Brazilië - Chili - El Salvador - IJsland - Namibië - Territorium Nieuw-Caledonië - Nieuw-Zeeland - Nicaragua - Panama - Paraguay - Singapore - Swaziland - Uruguay - Vanuatu.".