Verordening (EG) nr. 1709/2003 van de Commissie van 26 september 2003 inzake de oogst- en voorraadaangiften voor rijst
Publicatieblad Nr. L 243 van 27/09/2003 blz. 0092 - 0097
Verordening (EG) nr. 1709/2003 van de Commissie van 26 september 2003 inzake de oogst- en voorraadaangiften voor rijst DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie(2), en met name op artikel 8, onder d), Overwegende hetgeen volgt: (1) Verordening (EEG) nr. 2124/83 van de Commissie van 26 juli 1983 inzake de oogst- en voorraadaangiften voor rijst(3) sluit niet meer aan bij de thans geldende classificatie van de rijstsoorten. Voor de duidelijkheid moet die verordening worden ingetrokken en door de onderhavige verordening worden vervangen. (2) In artikel 6, lid 5, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 3072/95 is bepaald dat de rijsttelers aangifte doen van de oogst en de voorraad en dat ook de rijstfabrikanten aangifte doen van hun voorraden. De lidstaten verstrekken de Commissie gedetailleerde gegevens op basis van deze aangiften. (3) De in deze aangiften verstrekte gegevens moeten de Commissie in staat stellen aan het begin van ieder verkoopseizoen een balans van de rijstvoorraden op te maken, waardoor zij zorg zal kunnen dragen voor een beter marktbeheer. Bijgevolg moeten daartoe de in deze aangiften mede te delen gegevens, de termijnen voor de indiening en de wijze waarop deze gegevens aan de Commissie worden medegedeeld, nauwkeurig worden omschreven. (4) Met het oog op de modernisering van het beheer moet worden bepaald dat de door de Commissie vereiste gegevens per e-mail worden verstrekt. (5) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De producenten of producentengroeperingen dienen bij het interventiebureau van de lidstaat waar zich hun bedrijf bevindt of bij een andere bevoegde instantie van deze lidstaat, jaarlijks de volgende aangiften in: a) vóór 15 oktober die van de voorraden per 31 augustus, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de in punt 2 van bijlage A bij Verordening (EG) nr. 3072/95 omschreven rijstsoorten en waarbij de opgeslagen hoeveelheden en de opbrengst aan hele korrels moeten worden aangegeven; b) vóór 15 november die van de oogst, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de in punt 2 van bijlage A bij Verordening (EG) nr. 3072/95 omschreven rijstsoorten en het beteelde areaal en waarbij het gebruikte areaal en de verkregen productie moeten worden aangegeven. Artikel 2 Wat betreft hun verwerkings- en invoeractiviteiten, dienen de rijstfabrikanten jaarlijks vóór 15 oktober bij het interventiebureau van de lidstaat of bij een andere bevoegde instantie van deze lidstaat de aangifte in van hun rijstvoorraden per 31 augustus, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de in punt 2 van bijlage A bij Verordening (EG) nr. 3072/95 omschreven rijstsoorten, onderverdeeld naar communautaire productie en uit derde landen ingevoerde producten. De opgeslagen hoeveelheden worden ingedeeld naar bewerkingsstadium. Voor iedere hoeveelheid padie of gedopte rijst wordt tevens de opbrengst aan hele korrels vermeld. Artikel 3 1. De lidstaten doen aan de Commissie toekomen: a) vóór 15 november de gegevens van de bijlagen I en II, op basis van de verzamelstaat van de gegevens in de aangiften als bedoeld in artikel 1, onder a), en artikel 2; b) vóór 15 december de gegevens van bijlage III, op basis van de verzamelstaat van de gegevens in de oogstaangiften als bedoeld in artikel 1, onder b), en een raming van de opbrengst aan hele korrels voor de oogst. De verstrekte gegevens mogen echter nog uiterlijk tot en met 15 januari worden gewijzigd. 2. De in lid 1 bedoelde aangiften worden via e-mail gezonden naar het adres dat is vermeld in de bijlagen I, II en III. Artikel 4 De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de indiening van de aangiften mogelijk te maken en om deze op nationaal niveau te centraliseren. Zij treffen alle dienstige controlemaatregelen om zich ervan te vergewissen dat deze aangiften met de werkelijkheid overeenstemmen. Zij stellen de Commissie in kennis van deze maatregelen. Artikel 5 Verordening (EEG) nr. 2124/83 wordt ingetrokken. Artikel 6 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2003. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 26 september 2003. Voor de Commissie Franz Fischler Lid van de Commissie (1) PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. (2) PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27. (3) PB L 205 van 29.7.1983, blz. 16. BIJLAGE I >PIC FILE= "L_2003243NL.009402.TIF"> BIJLAGE II >PIC FILE= "L_2003243NL.009502.TIF"> >PIC FILE= "L_2003243NL.009601.TIF"> BIJLAGE III >PIC FILE= "L_2003243NL.009702.TIF">