32003R1627

Verordening (EG) nr. 1627/2003 van de Commissie van 17 september 2003 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië

Publicatieblad Nr. L 232 van 18/09/2003 blz. 0012 - 0028


Verordening (EG) nr. 1627/2003 van de Commissie

van 17 september 2003

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002(2), en met name op artikel 7,

Na overleg in het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

(1) Op 19 december 2002 heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) de inleiding bekendgemaakt van een antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië.

(2) De procedure werd ingeleid naar aanleiding van een klacht die in november 2002 was ingediend door de Spaanse producent Productos Aditivos SA die goed is voor de gehele productie van natriumcyclamaat in de Gemeenschap. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal dat dit product met dumping werd ingevoerd en dat hierdoor aanmerkelijke schade was ontstaan, werd toereikend geacht om tot de inleiding van een antidumpingprocedure over te gaan.

(3) De Commissie heeft de klagende producent in de Gemeenschap, de haar bekende producenten/exporteurs, importeurs en industriële gebruikers van natriumcyclamaat alsmede de vertegenwoordigers van de Volksrepubliek China en Indonesië van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de bij het bericht van inleiding vastgestelde termijn hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord.

(4) Een aantal producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China en Indonesië, de EG-producent, importeurs, industriële gebruikers en leveranciers hebben hun standpunt schriftelijk bekendgemaakt. Alle partijen die binnen de vastgestelde termijn hadden verzocht te worden gehoord en hiervoor bijzondere redenen hadden aangevoerd werden gehoord.

(5) Door toezending van vragenlijsten aan alle haar bekende partijen heeft de Commissie de gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, schade en het belang van de Gemeenschap nodig had ingezameld en zo veel mogelijk gecontroleerd. De vragenlijsten werden beantwoord door de volgende ondernemingen:

a) Producent in de Gemeenschap

- Productos Aditivos SA, Barcelona, Spanje;

b) Importeurs/handelaren en industriële gebruikers in de Gemeenschap

- La Casera SA (Cadbury Schweppes), Madrid,

- Palatinit GmbH, Mannheim.

Bij deze ondernemingen werd ter plaatse een controle verricht.

c) Exporteurs/producenten in de Volksrepubliek China

- Fang Da Food Additive (Shen Zhen) Limited,

- Fang Da Food Additive (Yang Quan) Limited,

- Zhong Hua Fang Da (HK) Ltd (gelieerde exporteur in Hongkong),

- Golden Time Enterprise (Shenzhen) Co. Ltd,

- Rainbow Rich Industrial Ltd (gelieerde exporteur in Hongkong);

d) Exporteur/producent in Indonesië

- PT. Golden Sari, Bandar Lampung.

De controles ter plaatse in de Volksrepubliek China en Indonesië, die gewoonlijk plaatsvinden voordat de voorlopige bevindingen worden vastgesteld, konden door reisbeperkingen vanwege SARS niet doorgaan. In het Publicatieblad van de Europese Unie(4) werd een bericht gepubliceerd over de gevolgen van SARS voor de antidumping- en antisubsidieonderzoeken. Er zijn echter wel controles verricht, voordat die reisbeperkingen waren ingevoerd, bij de producenten/exporteurs die om een behandeling als marktgericht bedrijf hadden verzocht.

(6) Het onderzoek naar de dumping en schade had betrekking op de periode van 1 oktober 2001 tot 30 september 2002 ("onderzoektijdvak"). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant waren voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 1999 tot het einde van het onderzoektijdvak ("beoordelingsperiode").

B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

1. Algemeen

(7) Natriumcyclamaat is een basisproduct dat gebruikt wordt als voedseladditief en dat in de Europese Gemeenschap en in vele andere landen is toegestaan als zoetstof in caloriearme dieetvoeding en dranken. Het wordt op grote schaal gebruikt door de levensmiddelenindustrie als voedseladditief en door producenten van caloriearme zoetstof of dieetzoetstof voor huishoudelijk gebruik. Kleine hoeveelheden worden ook gebruikt in de farmaceutische industrie.

(8) Natriumcyclamaat is een chemisch zuivere stof. Zoals alle chemisch zuivere stoffen kan zij evenwel kleine hoeveelheden onzuiverheden bevatten die in mg/kg worden uitgedrukt. De hoeveelheid onzuiverheden is bij wet beperkt (Richtlijn 94/35/EG) en bepaalt de kwaliteit van het cyclamaat. Cyclamaat wordt in twee vormen aangeboden: gehydrateerd (HC) met 15 % kristalwater, en watervrij (AC) met 1 % vocht. Deze twee vochtigheidsgraden hebben geen invloed op de voornaamste kenmerken en toepassingen van cyclamaat. Er is alleen een verschil in zoetkracht: HC is minder zoet door het watergehalte. De prijzen verschillen om dezelfde reden. Het watervrije cyclamaat is ongeveer 15 % duurder dan de gehydrateerde vorm. Beide vormen worden in het kader van deze procedure derhalve als één enkel product beschouwd.

2. Betrokken product

(9) De procedure heeft betrekking op natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië en is ingedeeld onder GN-code ex 2929 90 00.

(10) Uit het onderzoek is gebleken dat alle soorten van het betrokken product, ondanks verschillende aanbiedingsvormen, dezelfde fysieke en chemische kenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Derhalve worden in het kader van deze antidumpingprocedure alle soorten van het betrokken product als één enkel product beschouwd.

3. Soortgelijk product

(11) Er konden geen verschillen worden vastgesteld tussen het betrokken product dat in de Volksrepubliek China en Indonesië wordt vervaardigd en op de binnenlandse markt van die landen wordt verkocht. Indonesië wordt ook als referentieland gebruikt voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China. Bedoeld cyclamaat heeft dezelfde fysieke en chemische basiskenmerken en dezelfde gebruiksdoeleinden als het cyclamaat dat uit deze landen naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd.

(12) Er konden ook geen verschillen worden vastgesteld tussen het betrokken product uit de Volksrepubliek China en Indonesië en het betrokken product dat door de indiener van de klacht wordt vervaardigd en in de Gemeenschap verkocht. De producten hebben dezelfde fysieke en chemische kenmerken en worden voor dezelfde doeleinden gebruikt.

(13) Bijgevolg worden het betrokken product dat op de binnenlandse markt van de Volksrepubliek China en Indonesië wordt verkocht en naar de Gemeenschap uitgevoerd en het betrokken product dat in de Gemeenschap wordt vervaardigd en verkocht beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 ("de basisverordening").

C. DUMPING

1. Indonesië

1.1. Normale waarde

(14) Eén Indonesische producent/exporteur heeft de vragenlijst van de Commissie beantwoord. De controles ter plaatse die gepland waren voor mei 2003 moesten door reisbeperkingen vanwege SARS worden geannuleerd.

(15) Daarom werd onderzocht of de antwoorden op de vragenlijst over binnenlandse prijzen en kosten als basis konden dienen voor de voorlopige berekening van de normale waarde. De door deze producent/exporteur verstrekte gegevens waren echter zodanig ontoereikend en onduidelijk dat op basis daarvan geen min of meer nauwkeurige conclusies konden worden getrokken. De antwoorden van de producent/exporteur op de brieven van de Commissie waarin deze om nadere gegevens verzocht hebben ook geen opheldering gebracht. Er waren geen andere betrouwbare informatiebronnen die de Commissie had kunnen raadplegen en die haar in staat hadden kunnen stellen om de gegevens van de producent/exporteur te controleren en aan te vullen. Bij het ontbreken van een alternatief moest daarom gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens voor de voorlopige vaststelling van de normale waarde. De gegevens in de klacht werden als de meest geschikte basis voor de voorlopige vaststelling van de normale waarde beschouwd.

(16) De in de klacht vermelde gemiddelde Indonesische prijs werd derhalve gebruikt om de voorlopige normale waarde vast te stellen. De medewerkende producent/exporteur werd hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken. Voorts wordt opgemerkt dat het onderzoek nog gaande is en indien de producent/exporteur aanvullende en duidelijke gegevens verstrekt, zal de Commissie op basis hiervan de berekening van de normale waarde herzien.

1.2. Exportprijs

(17) Door de reisbeperkingen vanwege SARS konden de gegevens van de medewerkende producent/exporteur niet worden gecontroleerd. Er is onderzocht of de antwoorden op de vragenlijst over de exportprijzen als basis voor de voorlopige berekening van dumping konden worden gebruikt. De door deze producent/exporteur verstrekte gegevens waren echter zodanig ontoereikend en onduidelijk dat op basis daarvan geen redelijk nauwkeurige conclusies konden worden getrokken. De antwoorden van de producent/exporteur op de brieven van de Commissie waarin deze om nadere gegevens verzocht hebben ook geen opheldering gebracht. Er waren geen andere betrouwbare informatiebronnen die de Commissie had kunnen raadplegen en die haar in staat hadden kunnen stellen de gegevens van de producent/exporteur te controleren en aan te vullen. Bij het ontbreken van een alternatief moest daarom gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens voor de voorlopige vaststelling van de exportprijs. De gemiddelde prijs bij invoer uit Indonesië volgens Eurostat werd gebruikt voor het vaststellen van de exportprijs. Voorts wordt opgemerkt dat het onderzoek nog gaande is en indien de producent/exporteur aanvullende en duidelijke gegevens verstrekt, zal de Commissie op basis hiervan de berekening van de exportprijs herzien.

1.3. Vergelijking

(18) De normale waarde en de exportprijs werden vergeleken in het hetzelfde stadium, af fabriek. Ten behoeve van een billijke vergelijking werd, overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening, rekening gehouden met verschillen die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid van deze prijzen. Omdat in dit stadium van het onderzoek geen betrouwbare of gecontroleerde gegevens over kosten en uitgaven beschikbaar waren en bij gebrek aan meer betrouwbare gegevens werd gebruik gemaakt van de beschikbare gegevens, namelijk de gegevens in de klacht, om de nodige correcties te kunnen toepassen voor verschillen in kosten van vervoer en verzekering.

1.4. Dumpingmarge

(19) De gewogen gemiddelde normale waarde en de gewogen gemiddelde exportprijs, vastgesteld zoals hierboven uiteengezet, werden overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening met elkaar vergeleken.

(20) De voorlopige dumpingmarge voor Indonesië is 25,5 % van de cif-prijs grens Gemeenschap, vóór inklaring.

2. Volksrepubliek China

2.1. Behandeling als marktgericht bedrijf

(21) Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening wordt de normale waarde bij antidumpingonderzoeken betreffende producten uit de Volksrepubliek China vastgesteld overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van dat artikel indien het producenten betreft die voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), met andere woorden indien deze producenten kunnen aantonen dat zij het betrokken product op marktvoorwaarden vervaardigen en verkopen. Ter informatie worden deze criteria hieronder kort samengevat:

1. de besluiten van de bedrijven en de kosten zijn in overeenstemming met de marktvoorwaarden;

2. de boekhouding wordt gecontroleerd door een onafhankelijke accountant en wordt voor alle doeleinden toegepast;

3. er zijn geen verstoringen van betekenis die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie;

4. de betrokken bedrijven zijn onderworpen aan faillissements- en eigendomswetten die juridische zekerheid en stabiliteit verschaffen;

5. de omrekening van munteenheden geschiedt tegen de marktkoers.

(22) Drie Chinese producenten verzochten om een behandeling als markgericht bedrijf overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening en hebben binnen de vastgestelde termijn het desbetreffende aanvraagformulier ingevuld. Twee van deze bedrijven hadden banden met elkaar.

(23) De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig had ingewonnen en heeft alle in de aanvraagformulieren verstrekte informatie gecontroleerd bij de betrokken bedrijven.

(24) De drie ondernemingen bleken hun besluiten inzake prijzen en kosten te nemen zonder staatsinmenging van betekenis in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), en hun kosten en prijzen bleken in overeenstemming te zijn met de marktvoorwaarden. De ondernemingen beschikten over een duidelijke basisboekhouding die aan internationale boekhoudnormen voldeed en door een onafhankelijke accountant werd gecontroleerd en hun productiekosten en financiële situatie waren niet onderhevig aan verstoringen van betekenis die nog voortvloeiden uit het vroegere systeem zonder markteconomie. Ten slotte waren deze drie ondernemingen onderworpen aan de faillissements- en eigendomswetgeving en er waren geen aanwijzingen dat de rechtszekerheid en de stabiliteit van de activiteiten van deze ondernemingen in dit opzicht niet gewaarborgd waren. De omrekening van munteenheden geschiedde tegen de marktkoers. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de volgende drie ondernemingen voldeden aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening:

- Fang Da Food Additive (Shen Zhen) Limited,

- Fang Da Food Additive (Yang Quan) Limited,

- Golden Time Enterprise (Shenzhen) Co. Ltd.

(25) Derhalve werd besloten deze drie ondernemingen als marktgericht bedrijf te behandelen. Het Raadgevend Comité werd geraadpleegd en de betrokkenen werden op de hoogte gebracht. De bedrijfstak van de Gemeenschap werd in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken. Over de behandeling als marktgericht bedrijf werden evenwel geen opmerkingen ontvangen.

2.2. Normale waarde voor de als marktgericht bedrijf beschouwde ondernemingen

(26) Nadat de behandeling als marktgericht bedrijf was toegekend, werd de betrokken ondernemingen verzocht de vragenlijst volledig te beantwoorden en dus ook gegevens te verstrekken over de binnenlandse verkoop en de productiekosten van het betrokken product. De controlebezoeken die voor mei 2003 waren gepland moesten door reisbeperkingen ten gevolge van SARS worden geannuleerd.

(27) In die omstandigheden werd onderzocht of de antwoorden op de vragenlijst over binnenlandse prijzen en kosten als basis konden dienen voor de voorlopige berekening van de normale waarde. De door de Chinese producenten/exporteurs verstrekte gegevens waren echter zodanig ontoereikend en onduidelijk dat op basis daarvan geen min of meer nauwkeurige conclusies konden worden getrokken. De antwoorden van de producenten/exporteurs op de brieven van de Commissie waarin deze om nadere gegevens verzocht hebben ook geen opheldering gebracht. Er waren geen andere betrouwbare informatiebronnen die de Commissie had kunnen raadplegen en die haar in staat hadden kunnen stellen de gegevens van de producenten/exporteurs te controleren en aan te vullen. Bij gebrek aan een alternatief moest daarom gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens voor de voorlopige vaststelling van de normale waarde. De gegevens in de klacht werden als de meest geschikte basis voor de voorlopige vaststelling van de normale waarde beschouwd.

(28) Zoals gebruikelijk voor landen met een overgangseconomie werd voor de Volksrepubliek China een referentieland geselecteerd. De prijzen in Indonesië werden beschouwd die in de Volksrepubliek China redelijk weer te geven omdat Indonesië een concurrerende binnenlandse markt heeft waarop ten minste drie producenten aanwezig zijn. Omdat het betrokken product uitsluitend in de Gemeenschap, de Volksrepubliek China en Indonesië wordt vervaardigd, concludeerde de Commissie dat Indonesië voorlopig als referentieland kan worden gebruikt.

(29) De in de klacht vermelde gemiddelde prijs in Indonesië werd derhalve gebruikt om de voorlopige normale waarde voor alle Chinese producenten/exporteurs vast te stellen. De medewerkende producenten/exporteurs werden hiervan in kennis gesteld en konden hierover opmerkingen maken. Voorts wordt opgemerkt dat het onderzoek nog gaande is en indien de producenten/exporteurs aanvullende en duidelijke gegevens verstrekken, zal de Commissie een individuele normale waarde berekenen voor elke producent/exporteur die als marktgericht bedrijf wordt beschouwd.

2.3. Exportprijzen voor de als marktgericht bedrijf beschouwde ondernemingen

(30) Door de reisbeperkingen ten gevolge van SARS konden de gegevens die de medewerkende producenten/exporteurs hadden verstrekt niet ter plaatse worden gecontroleerd. Er werd evenwel vastgesteld dat alle medewerkende producenten/exporteurs het betrokken product aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap hadden verkocht via gelieerde ondernemingen in Hongkong. Bovendien stelde de Commissie vast dat de gemiddelde exportprijs in hun antwoorden op de vragenlijst niet overeenstemde met de gemiddelde invoerprijs volgens Eurostat.

(31) Derhalve werd het passend geacht de exportprijs vast te stellen aan de hand van de gemiddelde prijs die de als marktgericht bedrijf beschouwde ondernemingen hadden opgegeven. Voor elk van deze producenten/exporteurs kon dus een voorlopige individuele dumpingmarge worden berekend.

2.4. Vergelijking voor de als marktgericht bedrijf beschouwde ondernemingen

(32) De vergelijking van de normale waarde met de exportprijs vond plaats in hetzelfde handelsstadium, af fabriek. Ten behoeve van een billijke vergelijking werd, overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening, rekening gehouden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Omdat in dit stadium van het onderzoek geen gecontroleerde of andere betrouwbare gegevens over kosten en uitgaven beschikbaar waren, werden de in de klacht vermelde kosten beschouwd als de beste beschikbare gegevens en werden deze gebruikt om de nodige correcties toe te passen voor verschillen in de kosten van vervoer en verzekering.

2.5. Dumpingmarge voor de als marktgericht bedrijf beschouwde ondernemingen

(33) Voor de drie exporteurs/producenten die als marktgericht bedrijf werden beschouwd werd de gemiddelde normale waarde (zoals hierboven vastgesteld) vergeleken met de gemiddelde exportprijs van het betrokken product, overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening. Omdat twee van de drie producenten/exporteurs banden met elkaar hadden werd voor hen een gemiddelde dumpingmarge berekend, hetgeen de normale praktijk is van de Commissie.

2.6. Dumpingmarge voor producenten/exporteurs die niet als marktgericht bedrijf werden beschouwd

(34) Omdat de totale omvang van de uitvoer die de medewerkende exporteurs/producenten voor het onderzoektijdvak hadden opgegeven lager was dan de invoer uit de Volksrepubliek China volgens Eurostat, werd voorlopig geconcludeerd dat er zeer weinig medewerking was (voor 47 % van de totale invoer van het betrokken product uit de Volksrepubliek China was er geen medewerking). De exportprijs van iedere niet-medewerkende producent/exporteur werd derhalve vastgesteld aan de hand van de gemiddelde prijs in het onderzoektijdvak bij invoer uit de Volksrepubliek China volgens Eurostat.

(35) Voor alle niet-medewerkende ondernemingen werd een voor het gehele land geldende dumpingmarge berekend door de in de klacht vermelde normale waarde te vergelijken met de exportprijs die werd berekend op basis van de gemiddelde invoerprijs volgens Eurostat (zie overweging 34).

2.7. Voorlopige dumpingmarges voor de Volksrepubliek China

(36) De voorlopige dumpingmarges, in procenten van de cif-prijs, grens Gemeenschap, vóor inklaring, bedragen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

D. BEDRIJFSTAK VAN DE GEMEENSCHAP

(37) Het betrokken product wordt in de Gemeenschap vervaardigd door één enkele onderneming, namelijk de indiener van de klacht, Productos Aditivos SA. Deze onderneming wordt geacht de "bedrijfstak van de Gemeenschap" te zijn in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening en zal hierna zo worden genoemd.

E. SCHADE

1. Verbruik in de Gemeenschap

(38) Het verbruik in de Gemeenschap werd berekend door de totale omvang van de invoer van het betrokken product te nemen volgens Eurostat, en daaraan de totale omvang van de verkoop (gecontroleerd cijfer) van de bedrijfstak van de Gemeenschap op de EG-markt toe te voegen.

(39) Het verbruik in de Gemeenschap bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 7640 ton. Dit cijfer is ongeveer 50 % hoger dan aan het begin van de beoordelingsperiode. Van 2000 op 2001 bedroeg de stijging 12,7 % en in het onderzoektijdvak 27,4 % ten opzichte van 2001.

Verbruik in de Gemeenschap

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Invoer van natriumcyclamaat in de Gemeenschap

a) Cumulatieve beoordeling van de gevolgen van de betrokken invoer

(40) De Commissie heeft onderzocht of de invoer uit de betrokken landen cumulatief moest worden beoordeeld overeenkomstig artikel 3, lid 4, van de basisverordening. Volgens dat artikel worden de gevolgen van de invoer "uitsluitend cumulatief beoordeeld indien wordt vastgesteld, dat a) de dumpingmarge voor het uit elk land ingevoerde product meer dan minimaal is in de zin van artikel 9, lid 3, en de uit elk land ingevoerde hoeveelheid niet te verwaarlozen is en b) een cumulatieve beoordeling van de gevolgen van de invoer, gezien de concurrentieverhoudingen tussen de ingevoerde producten onderling en tussen de ingevoerde producten en het soortgelijke product uit de Gemeenschap, opportuun is".

(41) Wat de voorwaarden van artikel 3, lid 4, van de basisverordening betreft, herinnert de Commissie eraan dat de dumpingmarge varieerde van 5,7 % tot 29,5 % voor de Volksrepubliek China en 25,5 % bedroeg voor Indonesië, hetgeen betekent dat de marges meer dan minimaal zijn.

(42) Bovendien steeg de invoer uit de twee betrokken landen van 1999 tot in het onderzoektijdvak en verwierf het betrokken product uit deze landen een aanzienlijk marktaandeel. Ondanks een lichte daling van de invoer uit Indonesië in het onderzoektijdvak was de omvang van de invoer uit elk van de twee landen en het daarmee overeenstemmende marktaandeel in het onderzoektijdvak aanzienlijk meer dan minimaal. Bovendien waren de prijzen van het betrokken product uit de twee landen van hetzelfde niveau.

(43) Bij de analyse van de Commissie bleek ten slotte dat de betrokken producten uit de betrokken landen onderling verwisselbaar waren en ook verwisselbaar waren met het betrokken product dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap wordt vervaardigd en verkocht. Alle deze producten werden ook tegen vergelijkbare prijzen en aan dezelfde soort afnemers verkocht.

(44) Derhalve werd voorlopig geconcludeerd dat de gevolgen van de invoer uit de Volksrepubliek China en Indonesië overeenkomstig artikel 3, lid 4, van de basisverordening cumulatief mochten worden beoordeeld.

b) Omvang van de invoer en marktaandeel

(45) De Chinese medewerkende producenten/exporteurs voerden het betrokken product naar de Gemeenschap uit via gelieerde ondernemingen in Hongkong. Bij het onderzoek werd vastgesteld dat in Hongkong geen natriumcyclamaat werd vervaardigd en dat dit product overigens nergens anders werd vervaardigd dan in de Volksrepubliek China, Indonesië en de Gemeenschap. Derhalve werden de gegevens van Eurostat over de invoer uit Hongkong samengevoegd met de gegevens over de invoer uit de Volksrepubliek China. Volgens Eurostat was de omvang van de invoer uit de Volksrepubliek China en Indonesië in de beoordelingsperiode gestegen. De stijging van de invoer was bijzonder sterk na 2000; in deze periode werd meer dan een verdubbeling vastgesteld.

Totale invoer uit de betrokken landen (in ton)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(46) Het marktaandeel van het betrokken product uit beide betrokken landen steeg in de beoordelingsperiode met 56 %. De stijging van dit marktaandeel ging volledig ten koste van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap.

Marktaandeel van het betrokken product uit de betrokken landen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Gevolgen van de invoer met dumping voor de prijzen op de EG-markt

(47) Volgens Eurostat gingen de gemiddelde prijzen van het betrokken product uit de betrokken landen in de beoordelingsperiode op en neer. De prijzen voor de Volksrepubliek China werden vastgesteld aan de hand van de gemiddelde prijzen volgens Eurostat voor de Volksrepubliek China en Hongkong. Hieruit bleek dat van 1999 op 2000 een stijging van 20 % had plaatsgevonden, maar dat de prijzen over de gehele beoordelingsperiode met 8 % waren gedaald.

Prijs per kg

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Prijsonderbieding

(48) Voor de vastelling van de prijsonderbieding heeft de Commissie de prijzen in het onderzoektijdvak geanalyseerd. De in aanmerking genomen verkoopprijs van de bedrijfstak van de Gemeenschap was de gemiddelde nettoverkoopprijs, af fabriek, aan onafhankelijke afnemers. De verkoopprijzen waren vastgesteld aan de hand van de antwoorden op de vragenlijsten die ter plaatse waren gecontroleerd, na aftrek van kortingen, rabatten en heffingen. Deze gemiddelde verkoopprijs werd vergeleken met de gemiddelde invoerprijs van de medewerkende producenten/exporteurs en de prijs bij invoer uit de Volksrepubliek China en Indonesië volgens Eurostat. Deze prijzen waren cif-prijzen en er werd een correctie toegepast teneinde rekening te houden met de douanerechten die bij de invoer zijn betaald.

(49) Op die basis werd voorlopig vastgesteld dat de prijzen van het betrokken product uit de Volksrepubliek China en Indonesië de prijzen van het EG-product onderboden. De prijsonderbieding bedroeg, in procenten van de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Gemeenschap, tot 18 % voor de Volksrepubliek China en ongeveer 20 % voor Indonesië.

3. Situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap

a) Inleiding

(50) Om redenen van vertrouwelijkheid zijn de gegevens over de bedrijfstak van de Gemeenschap in indexvorm weergegeven.

(51) Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Gemeenschap een beoordeling van alle economische indicatoren die de situatie van de bedrijfstak in de periode van 1999 (het basisjaar) tot en met het onderzoektijdvak weergaven.

b) Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(52) In de beoordelingsperiode daalde de productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap met 10 %. Omdat de productiecapaciteit ongewijzigd bleef hield de bezettingsgraad gelijke tred met de productie en daalde deze ook met 10 %.

c) Verkoop, verkoopprijs, marktaandeel en groei

Verkoop in de Gemeenschap

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(53) Hoewel het verbruik in de Gemeenschap van 2000 tot in het onderzoektijdvak sterk steeg, steeg de omvang van de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap niet. Hierdoor daalde zijn marktaandeel sterk, zoals blijkt uit bovenstaande tabel. Deze ontwikkeling moet worden vergeleken met de ontwikkeling van de invoer uit Indonesië en de Volksrepubliek China, waarvan het gecombineerde marktaandeel in de beoordelingsperiode aanzienlijk steeg.

(54) De bedrijfstak van de Gemeenschap verloor in de beoordelingsperiode 33 % marktaandeel.

(55) De gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap daalden in de beoordelingsperiode. De daling was bijzonder sterk van 2000 tot in het onderzoektijdvak, toen de verkoopprijzen met 5,8 % daalden.

d) Voorraden

(56) Door de daling van de verkoop stegen de voorraden van het zelf vervaardigde natriumcyclamaat in het onderzoektijdvak sterk ten opzichte van 2000. Het cijfer voor het onderzoektijdvak dat slechts negen maanden van 2002 beslaat werd omgezet in een jaarcijfer.

Voorraden (in ton)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

e) Winstgevendheid

(57) De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap daalde in de beoordelingsperiode sterk, hetgeen tot grote verliezen in het onderzoektijdvak leidde.

Winstgevendheid

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

f) Investeringen, opbrengst van investeringen, kasstroom en het vermogen om kapitaal aan te trekken

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(58) In de beoordelingsperiode, met name in 2001, vonden aanzienlijke investeringen plaats. De EG-producent is een gereputeerde onderneming die reeds lang, namelijk ongeveer sinds 1960, natriumcyclamaat vervaardigt. Nieuwe investeringen waren derhalve noodzakelijk om over de modernste installaties te beschikken en concurrerend te blijven. De investeringen die in de beoordelingsperiode werden gedaan, waren hoofdzakelijk vervangingsinvesteringen. Er vonden ook aanzienlijke investeringen plaats om aan de milieunormen van de Spaanse autoriteiten te voldoen.

(59) Door de gewijzigde marktomstandigheden en meer bepaald de dalende verkoopprijzen werden nieuwe investeringen in het onderzoektijdvak grotendeels uitgesteld of geannuleerd, hoewel het verbruik in de Gemeenschap toenam.

(60) De opbrengst uit investeringen, de verhouding tussen de nettowinst en de netto-boekingswaarde van de investeringen, hield gelijke tred met de winstgevendheid en daalde in de beoordelingsperiode met 111 %.

(61) De kasstroom van de bedrijfstak van de Gemeenschap verslechterde in de beoordelingsperiode met 91 % en hield gelijke tred met de winstgevendheid.

(62) Het onderzoek toonde aan dat het voor de bedrijfstak van de Gemeenschap moeilijker was geworden om in de beoordelingsperiode kapitaal aan te trekken en dat dit voornamelijk het gevolg was van de verliezen in het onderzoektijdvak.

g) Werkgelegenheid, productiviteit en lonen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(63) De werkgelegenheid in verband met het betrokken product was in de beoordelingsperiode stabiel. De productiviteit per werknemer (het aantal geproduceerde ton gedeeld door het aantal werknemers) daalde van 1999 tot in het onderzoektijdvak. De gemiddelde arbeidskosten per werknemer stegen in de beoordelingsperiode met 10 %.

h) Omvang van de dumping, vroegere dumping of subsidiëring

(64) De gevolgen van de omvang van de dumpingmarge voor de bedrijfstak van de Gemeenschap kunnen, gezien met de ingevoerde hoeveelheden en de prijzen van de ingevoerde producten, niet als te verwaarlozen worden beschouwd.

(65) Uit het onderzoek is immers gebleken dat de het betrokken product uit de Volksrepubliek China en Indonesië in het onderzoektijdvak op de EG-markt in het algemeen tegen dumpingprijzen is verkocht. In afwezigheid van dumping zou de druk op de prijzen in de Gemeenschap minder sterk of zelfs onbestaande zijn geweest.

(66) Voorts waren er geen aanwijzingen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap in het onderzoektijdvak herstellende was van de gevolgen van dumping of subsidiëring in het verleden.

4. Conclusie inzake schade

(67) In de beoordelingsperiode was er een aanmerkelijke stijging van de hoeveelheid tegen lage dumpingprijzen uit de Volksrepubliek China en Indonesië ingevoerde producten op de EG-markt. De voornaamste relevante schade-indicatoren van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap gaven een negatieve ontwikkeling te zien.

(68) Sommige economische indicatoren van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap, zoals verkoop en werkgelegenheid, vertoonden in de beoordelingsperiode een enigszins positieve ontwikkeling, maar deze was het gevolg van het gestegen verbruik. De meeste indicatoren wezen op een aanzienlijke verslechtering in die periode. Dit geldt bijvoorbeeld voor prijzen, marktaandeel, voorraden, winstgevendheid, opbrengst van investeringen en kasstroom.

(69) Rekening houdend met alle factoren, met name de dalende verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap bij een stijgend verbruik en de hieruit voortvloeiende financiële verliezen en dalende investeringen in het onderzoektijdvak, wordt voorlopig geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Gemeenschap aanmerkelijke schade heeft geleden.

F. OORZAAK

1. Inleiding

(70) Overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Gemeenschap door de invoer met dumping van natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië zodanige schade heeft geleden dat deze als aanmerkelijk kan worden beschouwd. Andere bekende factoren dan de invoer met dumping waardoor de bedrijfstak van de Gemeenschap ook schade zou kunnen hebben geleden werden eveneens onderzocht om te voorkomen dat mogelijke schade die door deze andere factoren was veroorzaakt aan de invoer met dumping werd toegeschreven.

2. Gevolgen van de invoer met dumping

(71) De invoer met dumping uit de Volksrepubliek China en Indonesië steeg in de beoordelingsperiode met 135 %. Deze stijging was sterker dan die van het verbruik in de Gemeenschap dat in die periode met 50 % toenam. In deze periode van stijgende invoer en stijgend verbruik bleef de verkoop door de bedrijfstak van de Gemeenschap vrijwel gelijk. Het marktaandeel van het betrokken product uit de twee betrokken landen steeg in de beoordelingsperiode met 56 %. Deze stijging viel samen met een vergelijkbare daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het onderzoektijdvak. Het is dus duidelijk dat het betrokken product uit de betrokken landen het marktaandeel heeft overgenomen dat de EG-producent heeft verloren.

(72) Deze stijging van de invoer viel ook samen met dalende prijzen en verliezen voor de bedrijfstak van de Gemeenschap. Daar het verbruik snel steeg en een aanmerkelijke prijsonderbieding plaatsvond, is het duidelijk dat de stijging van de invoer deze prijsdruk heeft veroorzaakt. Door de lage prijzen van de ingevoerde producten kon de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn prijzen niet verhogen om de gestegen kosten te dekken. Bovendien kon de EG-producent de bezettingsgraad niet verhogen, hetgeen normaal zou zijn geweest gezien het gestegen verbruik in de beoordelingsperiode, en kon hij dus niet profiteren van lagere kosten.

3. De gevolgen van andere factoren

a) Exportprestaties van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(73) De uitvoer uit de Gemeenschap fluctueerde in de beoordelingsperiode, maar vertegenwoordigde slechts 15 à 18 % van de totale verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap in die periode. De gemiddelde exportprijzen waren steeds hoger dan de verkoopprijzen op de EG-markt. Door de aanwezigheid van Chinese en Indonesische producten op de exportmarkten maakte de bedrijfstak van de Gemeenschap lagere winsten op zijn uitvoer. Op markten waarop deze producten niet aanwezig waren kon het prijsniveau worden gehandhaafd en winst geboekt. In tegenstelling tot de verkoop in de Gemeenschap werd in het onderzoektijdvak op de uitvoer nog steeds winst gemaakt en derhalve kan de uitvoer niet aanmerkelijk hebben bijgedragen tot de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden.

b) Investeringen van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(74) In de beoordelingsperiode vonden aanzienlijke investeringen plaats. Nieuwe investeringen waren nodig om over de modernste installaties te beschikken en concurrerend te blijven. De investeringen in de beoordelingsperiode waren hoofdzakelijk vervangingsinvesteringen. Aanzienlijk investeringen vonden evenwel ook plaats om te voldoen aan de milieu-eisen van de Spaanse overheid. Er wordt op gewezen dat deze investeringen niet tot een capaciteitsverhoging hebben geleid. Zij hadden derhalve geen negatieve gevolgen voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap.

c) Andere factoren

(75) Schade kan niet het gevolg zijn van de invoer uit andere landen, omdat het betrokken product uitsluitend uit Indonesië en de Volksrepubliek China wordt ingevoerd. Bovendien kan de schade niet het gevolg zijn van een gewijzigd verbruik, daar de vraag in de beoordelingsperiode sterk steeg. De diensten van de Commissie zien geen andere factoren die in significante mate tot de schade kunnen hebben bijgedragen.

4. Conclusie inzake de oorzaak

(76) Bij onderzoek is gebleken dat de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap aanmerkelijk zijn gedaald door de grote hoeveelheden producten die met dumping werden ingevoerd en dat de pogingen van deze bedrijfstak om zijn marktaandeel en een bevredigende bezettingsgraad te handhaven vruchteloos waren. Bovendien vond er prijsonderbieding plaats en konden de gestegen kosten niet worden doorberekend. Tezelfdertijd bleven de omvang van de invoer uit de betrokken landen en het daarmee overeenstemmende marktaandeel sterk stijgen.

(77) Gelet op bovenstaande analyse, waarbij een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de gevolgen van alle bekende factoren enerzijds en de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping anderzijds voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap, werd voorlopig geconcludeerd dat deze andere factoren niet significant hebben bijgedragen tot de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden. Derhalve wordt voorlopig geconcludeerd dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak heeft geleden en die blijkt uit verliezen, de negatieve opbrengst van de verkoop en investeringen en de moeilijkheden om kapitaal aan te trekken, door de invoer met dumping werd veroorzaakt.

G. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

1. Algemeen

(78) De Commissie heeft onderzocht of er, ondanks de voorlopige conclusie inzake schadeveroorzakende dumping, dwingende redenen waren om te concluderen dat het niet in het belang van de Gemeenschap was om in dit geval maatregelen te nemen. Hiertoe werden, overeenkomstig artikel 21, lid 1, van de basisverordening, de gevolgen van het al dan niet nemen van maatregelen voor alle betrokkenen onderzocht aan de hand van het voorgelegde bewijsmateriaal.

2. Het onderzoek

(79) De Commissie heeft vragenlijsten toegezonden aan importeurs, industriële gebruikers van het betrokken product en andere belanghebbenden die zich binnen de in het bericht van inleiding vastgestelde termijn bekend hebben gemaakt.

(80) In totaal werden 26 vragenlijsten verzonden, maar er werden slechts drie antwoorden ontvangen, namelijk van een industriële gebruiker en van twee importeurs/handelaren van het betrokken product. Verschillende ondernemingen hebben evenwel opmerkingen gemaakt zonder de vragenlijst van de Commissie in te vullen. Indien de argumenten met bewijsmateriaal waren gestaafd werd met deze opmerkingen rekening gehouden.

(81) De volgende ondernemingen hebben de vragenlijst van de Commissie beantwoord:

Industriële gebruiker:

- La Casera SA (Cadbury Schweppes), Madrid;

Importeurs/handelaren:

- Palatinit GmbH, Mannheim,

- Brenntag Nordic Food, Glostrup.

(82) Deze antwoorden en opmerkingen vormden de basis voor het onderzoek naar het belang van de Gemeenschap.

3. Belang van de toeleveranciers in de Gemeenschap

(83) Zoals hierboven vermeld, heeft geen enkele leverancier de vragenlijst beantwoord. De twee belangrijkste leveranciers van grondstoffen (cyclohexylamine) hebben opmerkingen toegezonden en voerden aan dat maatregelen in hun belang zouden zijn.

(84) Volgens deze ondernemingen zou een verdere inkrimping en/of verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet alleen negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de investeringen in de bedrijfstak zelf, maar ook voor de toeleveranciers van die bedrijfstak.

4. Belang van de importeurs

(85) Twee niet-gelieerde importeurs/handelaren hebben de vragenlijst binnen de vastgestelde termijn beantwoord en medewerking verleend aan het onderzoek. De ene was voorstander van antidumpingmaatregelen, terwijl de andere daar eerder een tegenstander van was.

(86) Daar andere importeurs geen medewerking verleenden, wordt voorlopig geconcludeerd dat antidumpingmaatregelen geen significante gevolgen zullen hebben voor de situatie van de niet-gelieerde importeurs en handelaren van natriumcyclamaat in de Gemeenschap. Het spreekt evenwel vanzelf dat een antidumpingrecht dat de invoer beperkt enige gevolgen zal hebben voor de importeurs, omdat de invoer waarschijnlijk enigszins zal dalen.

(87) Enkele andere importeurs wezen erop dat de productie in de Gemeenschap ontoereikend is om aan de vraag te voldoen en dat invoer derhalve noodzakelijk is. Het is duidelijk dat de productie in de Gemeenschap niet aan de vraag in de Gemeenschap kan voldoen, maar de voorgestelde maatregelen zullen het aanbod uit de onderzochte landen niet aanzienlijk verminderen, daar natriumcyclamaat de goedkoopste zoetstof is die door frisdrankproducenten wordt gebruikt en het aandeel van deze zoetstof in de kosten van deze producenten minimaal is (zie overweging 90).

5. Belang van de industriële gebruikers

(88) De belangrijkste industriële gebruikers van natriumcyclamaat zijn de producenten van frisdranken en zoetmiddelen voor huishoudelijk gebruik, en de farmaceutische industrie. Dertien industriële gebruikers hebben een vragenlijst ontvangen, maar slechts één bedrijf, een frisdrankproducent, heeft deze beantwoord. Hoewel dit bedrijf tegenstander was van antidumpingmaatregelen, kon het niet aantonen welke gevolgen deze maatregelen voor hem zouden hebben. Hoe het ook zij, gezien de prijsdaling op de EG-markt sinds 1999 en het niveau van de voorgestelde maatregelen, wordt niet verwacht dat deze maatregelen aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor de consument.

(89) Voor de frisdrankproducenten zouden antidumpingmaatregelen geen significante gevolgen hebben. De hoeveelheid natriumcyclamaat die bij de productie van frisdranken wordt gebruikt is zeer klein. Natriumcyclamaat maakt veel minder dan 0,5 % van de productiekosten uit.

(90) De Commissie heeft getracht de mogelijke financiële gevolgen van maatregelen voor de activiteiten van de medewerkende industriële gebruiker te kwantificeren door zowel rekening te houden met de oorsprong van het door dit bedrijf aangekochte natriumcyclamaat als met het aandeel daarvan in de totale productiekosten in het onderzoektijdvak. Omdat de voorgestelde maatregelen gebaseerd zijn op de dumpingmarges, werd ervan uitgegaan dat de prijzen van het betrokken product uit de betrokken landen met de voorgestelde antidumpingrechten zullen stijgen. De hieruit voortvloeiende verhoging van de totale fabricagekosten is veel minder dan 1 %.

(91) De producenten van zoetmiddelen voor huishoudelijk gebruik en de farmaceutische industrie hebben in het kader van dit onderzoek geen standpunt bekendgemaakt. De Commissie gaat er derhalve van uit dat een eventuele kostenstijging voor deze sector in vergelijking met de totale kosten als te verwaarlozen kan worden beschouwd.

(92) Sommige andere industriële gebruikers voerden aan dat de productie van de Gemeenschap ontoereikend is om aan de vraag te voldoen en dat invoer derhalve noodzakelijk is. Het lijdt geen twijfel dat de productie in de Gemeenschap niet aan de vraag in de Gemeenschap kan voldoen, maar het aanbod uit de onderzochte landen zal door de voorgestelde maatregelen waarschijnlijk niet aanzienlijk dalen.

6. Belang van de bedrijfstak van de Gemeenschap

(93) Er wordt op gewezen dat de verliezen van de bedrijfstak van de Gemeenschap het gevolg zijn van het feit dat deze bedrijfstak moeilijk kan concurreren met producten die met dumping worden ingevoerd; deze producten hadden reeds een aanzienlijk marktaandeel aan het begin van de beoordelingsperiode dat tijdens die periode nog is toegenomen.

(94) Geoordeeld wordt dat antidumpingmaatregelen zullen leiden tot het herstel van de concurrentievoorwaarden op de EG-markt. Hierdoor zal de bedrijfstak van de Gemeenschap ten minste in staat zijn grotere hoeveelheden te verkopen en een beperkte prijsstijging toe te passen, zodat voldoende winst wordt gegenereerd om in productiefaciliteiten te investeren. Er is evenwel weinig ruimte voor prijsstijgingen gezien de aanmerkelijke onderbiedingsmarges en het niveau van de voorgestelde maatregelen. Indien geen maatregelen worden genomen zal het voortbestaan van de bedrijfstak van de Gemeenschap ernstig in gevaar komen en het verdwijnen van de bedrijfstak zal het aanbod van het betrokken product en de concurrentie beperken.

(95) Derhalve wordt voorlopig geconcludeerd dat de instelling van voorlopige antidumpingmaatregelen in het belang is van de bedrijfstak van de Gemeenschap.

7. Concurrentievervalsing en verstoring van de handel

(96) De Commissie heeft de mogelijke concurrentievervalsende en handelsverstorende gevolgen van antidumpingmaatregelen onderzocht aan de hand van de resultaten van het onderzoek en de opmerkingen van belanghebbenden. Deze opmerkingen hadden uitsluitend betrekking op de verdere behoefte aan importproducten, omdat de bedrijfstak van de Gemeenschap onmogelijk aan de vraag kon voldoen.

(97) De bedrijfstak van de Gemeenschap kan momenteel inderdaad onmogelijk aan de vraag naar natriumcyclamaat voldoen. Er zijn evenwel geen aanwijzingen dat producenten in derde landen niet meer op de EG-markt kunnen concurreren indien daar eerlijke concurrentievoorwaarden heersen of dat de kwaliteit of de diversiteit van het aanbod zullen afnemen. Antidumpingmaatregelen zullen uitsluitend een einde maken aan de concurrentievervalsing die het gevolg is van dumping. Wanneer het antidumpingrecht gelijk is aan de dumpingmarge, maar lager dan de schademarge, wordt immers slechts het onbillijke element van het prijsvoordeel van de exporteur weggenomen en kunnen exporteurs volledig concurreren op basis van hun feitelijke concurrentievoordeel.

(98) Ook werd vastgesteld dat importeurs noch industriële gebruikers ernstige gevolgen van antidumpingmaatregelen zullen ondervinden. Het is in het belang van de industriële gebruikers en de consument dat de bedrijfstak van de Gemeenschap op billijke concurrentievoorwaarden kan werken en dat bedrijven binnen de Gemeenschap het betrokken product kunnen blijven leveren.

(99) Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat voorlopige antidumpingmaatregelen zullen bijdragen tot de handhaving van de concurrentie in de Gemeenschap.

8. Conclusie inzake het belang van de Gemeenschap

(100) Gelet op het voorgaande wordt voorlopig geconcludeerd dat voorlopige antidumpingmaatregelen niet tegen het belang zijn van de Gemeenschap.

H. VOORSTEL VOOR VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

1. Schademarge

(101) Rekening houdend met de voorlopige conclusies inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Gemeenschap moeten voorlopige maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap door de invoer met dumping schade blijft lijden.

(102) Bij de vaststelling van het niveau van de antidumpingmaatregelen werd rekening gehouden met de vastgestelde dumpingmarge en met het recht dat nodig is om een einde te maken aan de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden.

(103) De voorlopige rechten dienen hoog genoeg te zijn om een einde te maken aan de schade die door dumping wordt geleden, zonder dat zij het niveau van de dumpingmarges mogen overschrijden. Bij de berekening van de hoogte van het recht waarbij de gevolgen van invoer met dumping worden geneutraliseerd, werd ervan uitgegaan dat de maatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat moeten stellen zijn productiekosten te dekken en een winst voor belasting te maken die in normale concurrentieomstandigheden, dat wil zeggen in afwezigheid van invoer met dumping, redelijkerwijze op het betrokken product in de Gemeenschap kan worden gemaakt. De winst voor belasting die voor deze berekening werd gebruikt bedroeg 10 % van de omzet. Bij het vaststellen van dit cijfer werd rekening gehouden met de winst die in 1999 werd geboekt, dus voor de sterke stijging van het marktaandeel van de met dumping ingevoerde producten. De niet-schadeveroorzakende prijs werd berekend door aan de productiekosten bovenvermelde winstmarge van 10 % toe te voegen.

(104) De nodige prijsverhoging werd vervolgens vastgesteld aan de hand van een vergelijking van de gewogen gemiddelde invoerprijs, zoals vastgesteld voor de berekening van de onderbieding, met de gemiddelde niet-schadeveroorzakende prijs. Het verschil werd vervolgens uitgedrukt in procenten van de gemiddelde cif-invoerprijs. Deze percentages overschreden in alle gevallen de dumpingmarges.

2. Voorlopige maatregelen

(105) Omdat de schademarges hoger waren dan de dumpingmarges moeten de voorlopige maatregelen op laatstgenoemde marge worden gebaseerd. Dit betekent dat voor de Volksrepubliek China en Indonesië de volgende voorlopige antidumpingrechten moeten worden vastgesteld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(106) De bij deze verordening vastgestelde individuele antidumpingrechten voor bepaalde ondernemingen zijn gebaseerd op de bevindingen in het kader van deze procedure. Zij weerspiegelen de situatie die tijdens het onderzoek voor die ondernemingen werd vastgesteld. Deze rechten (in tegenstelling tot het residuele recht dat "voor alle ondernemingen" in het land geldt) zijn dus uitsluitend van toepassing op producten uit het betrokken land die door de genoemde ondernemingen (rechtspersonen) zijn geproduceerd. Producten die door andere ondernemingen zijn geproduceerd die niet specifiek, met naam en adres, in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van ondernemingen die banden hebben met de specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor deze rechten in aanmerking. Op deze ondernemingen is het recht van toepassing dat voor "alle andere ondernemingen" geldt.

(107) Verzoeken in verband met de toepassing van deze specifiek voor bepaalde ondernemingen geldend antidumpingrechten (bv. na de naamswijziging van een onderneming of na de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie(5) te worden gericht, onder opgave van alle relevante gegevens, met name indien deze naamswijziging of de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen verband houdt met wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van productie en de verkoop in binnen- en buitenland. Indien zij dit gerechtvaardigd acht, zal de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de verordening wijzigen door bijwerking van de lijst van ondernemingen die voor een individueel recht in aanmerking komen.

I. SLOTBEPALING

(108) Gelet op de beginselen van een behoorlijk bestuur moet een periode worden vastgesteld waarbinnen de belanghebbenden die zich binnen de bij het bericht van inleiding vastgestelde termijn hebben aangemeld opmerkingen kunnen maken en kunnen vragen te worden gehoord. Voorts dient erop te worden gewezen dat alle bevindingen in het kader van deze verordening voorlopig zijn en herzien kunnen worden voordat de Commissie eventueel definitieve maatregelen voorstelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op natriumcyclamaat, ingedeeld onder GN-code ex 2929 90 00 (Taric-code 2929 90 00 10 ) van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië.

2. Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, is als volgt voor het in lid 1 genoemde product dat door onderstaande ondernemingen wordt vervaardigd:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Tenzij anders vermeld, is de wetgeving inzake douanerechten op deze rechten van toepassing.

4. De in lid 1 bedoelde producten kunnen in de Gemeenschap uitsluitend in het vrije verkeer worden gebracht, nadat daarvoor zekerheid is gesteld ter hoogte van het bedrag van het voorlopige recht.

Artikel 2

Onverminderd artikel 20 van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening de Commissie verzoeken in kennis te worden gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld, schriftelijk opmerkingen maken en vragen door de Commissie te worden gehoord.

Ingevolge artikel 21, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 kunnen belanghebbenden binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening opmerkingen maken over de toepassing van deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 van deze verordening is van toepassing gedurende een periode van zes maanden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 september 2003.

Voor de Commissie

Pascal Lamy

Lid van de Commissie

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1.

(3) PB C 318 van 19.12.2002, blz. 7.

(4) PB C 191 van 13.8.2003, blz. 2.

(5) Europese Commissie Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

J-79 5/17

Wetstraat 200

B - 1049 Brussel.