32003R1334

Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie van 25 juli 2003 tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders

Publicatieblad Nr. L 187 van 26/07/2003 blz. 0011 - 0015


Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie

van 25 juli 2003

tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1756/2002 van de Commissie(2), en met name op de artikelen 3, 9.D en 9.E,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij de Verordeningen (EG) nr. 2316/98(3), nr. 639/1999(4), nr. 2293/1999(5), nr. 2200/2001(6) en nr. 871/2003(7) van de Commissie zijn een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen onder bepaalde voorwaarden toegelaten krachtens Richtlijn 70/524/EEG.

(2) In het licht van de vooruitgang in de wetenschappelijke en technische kennis zijn de in diervoeders toegestane maximumgehalten aan sporenelementen opnieuw bekeken om te waarborgen dat zo goed mogelijk aan de voorwaarden voor toelating van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG wordt voldaan.

(3) Gezien de huidige stand van de wetenschappelijke en technische kennis kan worden geconcludeerd dat het maximumgehalte aan ijzer, kobalt, koper, mangaan en zink dat in diervoeders overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG is toegestaan, moet worden verlaagd om beter te voldoen aan de voorschriften van artikel 3.A, onder a) en b), van die richtlijn, met name het voldoen aan de voedingsbehoeften, het verbeteren van de dierlijke productie en het zoveel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen van de huidige niveaus van bepaalde sporenelementen voor de menselijke gezondheid en het milieu.

(4) Het in diervoeders toegestane maximumgehalte aan sporenelementen moet worden berekend met inachtneming van niet alleen de fysiologische behoeften van de dieren, maar ook andere aspecten zoals de gemiddelde behoeften en de variaties in de voedingsbehoeften, de noodzaak om in de behoeften van het grootste deel van de dierpopulaties te voorzien en mogelijk inefficiënt gebruik van nutriënten.

(5) Het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding heeft op 19 februari en 14 maart 2003 advies uitgebracht over het gebruik van koper, respectievelijk zink, in diervoeders. Het comité concludeert dat de momenteel in diervoeders toegestane maximumgehalten voor deze sporenelementen in de meeste gevallen hoger zijn dan nodig, gelet op de effecten van deze toevoegingsmiddelen, en beveelt aan die gehalten te verlagen om ze aan de fysiologische behoeften van de dieren aan te passen.

(6) Volgens de huidige wetenschappelijke en technische kennis met betrekking tot ijzer in diervoeders moeten speenvarkens tussen 7 en 16 mg/kg ijzer per dag opnemen, of 21 mg ijzer per kg lichaamsgewichtstoename, om hun hemoglobinegehalte op peil te houden. Zeugenmelk bevat gemiddeld slechts 1 mg ijzer per liter. Biggen die alleen met melk gevoed worden, krijgen dus al snel bloedarmoede. Daarom moet aan biggen die tijdens de zoogperiode alleen met melk gevoed worden, ijzer worden toegediend via aanvullende diervoeders met een hoog gehalte aan dat element.

(7) Er moet een overgangsperiode van zes maanden komen voor de uitvoering van de nieuwe voorschriften en een overgangsperiode van negen maanden voor het opmaken van de bestaande voorraden diervoeders die geëtiketteerd zijn volgens de vroegere voorwaarden die overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG waren vastgesteld.

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De voorwaarden voor de toelating van de toevoegingsmiddelen E 1 IJzer - Fe, E 3 Kobalt - Co, E 4 Koper - Cu, E 5 Mangaan - Mn en E 6 Zink - Zn, behorende tot de groep sporenelementen(8), worden overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG vervangen door de voorwaarden in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 26 januari 2004. De bestaande voorraden toevoegingsmiddelen die volgens de vroegere overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG vastgestelde voorwaarden zijn geëtiketteerd, mogen echter nog worden gebruikt gedurende een overgangsperiode die afloopt op 26 april 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2003.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.

(2) PB L 265 van 3.10.2002, blz. 1.

(3) PB L 289 van 28.10.1998, blz. 4.

(4) PB L 82 van 26.3.1999, blz. 6.

(5) PB L 284 van 6.11.1999, blz. 1.

(6) PB L 299 van 15.11.2001, blz. 1.

(7) PB L 125 van 21.5.2003, blz. 3.

(8) De lijst van toegestane toevoegingsmiddelen, met inbegrip van sporenelementen, is gepubliceerd in PB C 329 van 31.12.2002, blz. 1, en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 871/2003.

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>