32003R1291

Verordening (EG) nr. 1291/2003 van de Commissie van 18 juli 2003 tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (pane di Altamura)

Publicatieblad Nr. L 181 van 19/07/2003 blz. 0012 - 0019


Verordening (EG) nr. 1291/2003 van de Commissie

van 18 juli 2003

tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (pane di Altamura)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003(2), en met name op artikel 6, leden 3 en 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 heeft Italië voor de benaming "pane di Altamura" een aanvraag tot registratie als beschermde oorsprongsbenaming ingediend bij de Commissie.

(2) Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van bovengenoemde verordening is geconstateerd dat de aanvraag aan de voorschriften van die verordening voldoet, en met name alle in artikel 4 van die verordening bedoelde gegevens bevat.

(3) Naar aanleiding van de bekendmaking van de belangrijkste gegevens uit de registratieaanvraag voor "pane di Altamura" in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) heeft Griekenland de Commissie een bezwaarschrift toegezonden in de zin van artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2081/92. Het bezwaar had betrekking op het niet in acht nemen van de voorschriften van artikel 2 van die verordening. Bij een oorsprongsbenaming moeten productie, verwerking en bereiding namelijk plaatsvinden in het omschreven geografische gebied. Volgens het productiedossier is de grondstof van pane di Altamura, namelijk tarwegries, echter afkomstig uit vijf verschillende gemeenten (Altamura, Gravina di Puglia, Poggiorsini, Spinazzola en Minervino Murge), terwijl de verwerking tot brood uitsluitend in de gemeente Altamura plaatsvindt.

(4) Naar aanleiding van de bekendmaking van de belangrijkste gegevens uit de registratieaanvraag voor "pane di Altamura" in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen heeft Portugal de Commissie een bezwaarschrift toegezonden in de zin van artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2081/92. In het bezwaarschrift worden dezelfde argumenten aangevoerd als door Griekenland. Bovendien wijst Portugal erop dat geen registratie als beschermde oorsprongsbenaming aangevraagd had moeten worden, maar wel een registratie als beschermde geografische aanduiding.

(5) De bezwaarschriften van Griekenland en Portugal waren ontvankelijk in de zin van artikel 7, lid 4, van de genoemde verordening. De Commissie heeft de betrokken lidstaten verzocht overeenkomstig hun interne procedures met elkaar tot een akkoord te komen.

(6) Italië heeft in antwoord op de door Griekenland en Portugal ingediende bezwaarschriften verklaard dat het akkoord gaat met hun opmerkingen. Italië heeft eraan toegevoegd dat het feit dat het productiegebied van de grondstof en het meel anders afgegrensd was dan dat van het brood, uitsluitend het gevolg was van een technische fout. Italië heeft dan ook de beschrijving van het geografische gebied in de registratieaanvraag herwerkt, zodat het productiegebied van pane di Altamura voortaan samenvalt met het productiegebied van de grondstof.

(7) Griekenland heeft geantwoord dat het niet langer bezwaar maakt tegen de registratie van de benaming "pane di Altamura".

(8) Portugal heeft geantwoord dat het zijn bezwaar tegen de registratie van de benaming "pane di Altamura" als beschermde oorsprongsbenaming handhaaft. Volgens dit land gaat het niet aan dat de geografische benaming "Altamura" betrekking kan hebben op een product van oorsprong uit het hele geografische gebied dat de vijf bovengenoemde gemeenten omvat. De registratieaanvraag zelf levert immers het bewijs dat alleen de gemeente Altamura en niet het hele gebied voor broodbereiding bekend is. Om al deze redenen had de benaming als beschermde geografische aanduiding geregistreerd moeten worden.

(9) Italië heeft bij de Commissie en ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag een gewijzigde aanvraag ingediend tot registratie van de benaming "pane di Altamura" als beschermde oorsprongsbenaming. Daarin bestrijkt het geografische gebied voor de productie van het brood het grondgebied van de bovengenoemde vijf gemeenten en valt het derhalve samen met het geografische gebied voor de productie van de grondstof.

(10) Aangezien Italië en Portugal geen akkoord bereikt hebben binnen een termijn van drie maanden, moet de Commissie een besluit nemen overeenkomstig de procedure van artikel 15.

(11) De Commissie heeft het Wetenschappelijk Comité voor oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en specificiteitscertificering geraadpleegd. Volgens dit comité "hebben de in de aanvraag geschetste kenmerken van 'pane di Altamura' niet alleen betrekking op de gemeente Altamura maar ook op een aantal specifieke plaatsen buiten deze gemeente waarin eveneens de productie, de verwerking en de bereiding van het product plaatsvinden. Het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard, de kwaliteit van grondstoffen en productie, alsook de tot de Middeleeuwen teruggaande traditie omvat, kan in het hele, in de aanvraag omschreven gebied als uniform worden aangemerkt". Het Wetenschappelijk Comité is van oordeel dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2081/92. Bovendien verklaart het comité dat het gebruik van de naam van een gemeente om een niet met de gemeente samenvallend en daartoe afgebakend geografisch gebied van een oorsprongsbenaming aan te geven, vrij vaak voorkomt en juridisch aanvaardbaar is wanneer dit gerechtvaardigd wordt.

(12) De Commissie heeft akte genomen van het advies van het Wetenschappelijk Comité. Zij acht de door de Italiaanse autoriteiten gegeven uitleg aannemelijk. Bovendien heeft het formele onderzoek van het productdossier betreffende de benaming "pane di Altamura" geen kennelijke beoordelingsfout aan het licht gebracht.

(13) Deze benaming komt derhalve in aanmerking voor inschrijving in het "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" en dus voor bescherming in de gehele Gemeenschap als oorsprongsbenaming.

(14) Bijlage I bij deze verordening vormt een aanvulling op de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 van de Commissie(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1257/2003(5).

(15) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 wordt aangevuld met de in bijlage I vermelde benaming, die in het in artikel 6, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2081/92 bedoelde "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" wordt ingeschreven als beschermde oorsprongsbenaming (BOB).

De belangrijkste gegevens van het productdossier zijn opgenomen in bijlage II. Deze gegevens vervangen die welke bekendgemaakt zijn in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (zie voetnoot 3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2003.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1.

(2) PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1.

(3) PB C 156 van 30.5.2001, blz. 10.

(4) PB L 327 van 17.12.1996, blz. 11.

(5) PB L 177 van 16.7.2003, blz. 3.

BIJLAGE I

IN BIJLAGE I BIJ VERORDENING (EEG) Nr. 2081/92 BEDOELDE LEVENSMIDDELEN

Brood, gebak, suikerwerk, biscuits en andere bakkerswaren

ITALIË

Pane di Altamura (BOB).

BIJLAGE II

VERORDENING (EEG) Nr. 2081/92 VAN DE RAAD

REGISTRATIEAANVRAAG: ARTIKEL 5

BOB (x) BGA ( )

Nationaal nummer van het aanvraagdossier: 5/2000

1. Bevoegde dienst van de lidstaat

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Aanvragende groepering

2.1. Naam: Consorzio per la tutela del Pane die Altamura

2.2. Adres: Corso Umberto I, 5, I-70022 Altamura (BA)

2.3. Samenstelling: Ambachtelijke broodbakkers

3. Productcategorie

Bakkerswaren, categorie 2.4.

4. Overzicht van het productdossier

(samenvatting van de in artikel 4, lid 2, voorgeschreven gegevens)

4.1. Naam

Pane di Altamura

4.2. Beschrijving

Het "Pane di Altamura" is een broodbakkerijproduct dat wordt verkregen uit tweemaal gemalen meel van durumtarwe van de variëteiten "appulo", "arcangelo", "duilio" en "simeto", die is geteeld binnen het gebied dat in de productievoorschriften is afgebakend. Bij tarwe van deze variëteiten mag ten hoogste 20 % tarwe van andere variëteiten worden gemengd, op voorwaarde dat deze binnen hetzelfde grondgebied is geteeld.

Het brood wordt verkregen volgens het oude bereidingssysteem, dat voorziet in het gebruik van zuurdesem, zeezout en water.

Wanneer het voor consumptie wordt geleverd moet het de volgende kenmerken hebben:

- van het brood dat een typische geur heeft en ten minste 0,5 kg moet wegen bestaan traditioneel twee vormen: de eerste die lokaal "U sckuanète (= twee delen schrijlings op elkaar)" wordt genoemd, is hoog, zonder raakvlak aan de zijkanten; de andere vorm, die lager is, wordt lokaal "a cappidde de prèvete = kalotje" genoemd en heeft evenmin raakvlakken aan de zijkanten;

- de korst moet ten minste 3 mm dik zijn en het strogele kruim moet homogeen van structuur zijn; het vochtgehalte mag ten hoogste 33 % bedragen.

4.3. Geografisch gebied

Het beperkt geografisch gebied waar de voor de bereiding van "Pane di Altamura" gebruikte tarwe en de tweemaal gemalen bloem worden geproduceerd bestrijkt het grondgebied van de gemeenten Altamura, Gravina di Puglia, Poggiorsini, Spinazzola en Minervino Murge, in de provincie Bari, volgens de afbakening die in artikel 5 van het productdossier is beschreven.

Het productiegebied van het "Pane di Altamura" valt samen met het in de eerste alinea omschreven gebied waar de productie, die in de 16e eeuw in de gemeente Altamura, in de provincie Bari is ontstaan, zich in de loop der eeuwen verder heeft ontwikkeld. De ovens voor het bakken van het brood moeten bij voorkeur rechtstreeks of indirect worden gevoed met gas of hout, behoudens bij de wet toegekende uitzonderingen.

4.4. Bewijs van oorsprong

De oorsprong van het "Pane di Altamura" is nauw verbonden met de agrarische tradities van het typische productiegebied.

In zijn meest traditionele vorm (U sckuanète = het hoge broodtype) is het basisvoedsel van de bevolking van de Alta Murgia een vrij groot brood, waarvan het deeg overwegend thuis werd klaargemaakt en daarna in openbare ovens definitief zijn vorm kreeg en werd gebakken, met de sociale en culturele consequenties die uit deze contacten tussen de particuliere en collectieve sector voortvloeiden.

De bakker merkte de bakklare broden door middel van een houten of ijzeren stempel met de initialen van het gezinshoofd, voordat hij het brood in de oven schoof.

Het voornaamste kenmerk van het brood was, en is nog steeds, de houdbaarheid, die het voor de boeren en herders mogelijk maakte zich te voeden gedurende de week - of vaker zelfs gedurende de twee weken - die zij doorbrachten in de afgelegen stallen die verspreid lagen over de hogergelegen delen van de Murgia: een voeding die hoofdzakelijk gebaseerd was op brood dat op smaak werd gebracht met zout en olie en in kokend water werd gedompeld. Tot de helft van de vorige eeuw kon men in de straten van Altamura de roep van de bakker horen die 's ochtends weerklonk om aan te kondigen dat het geurige brood gebakken was.

De eerste verwijzing naar de plaats van oorsprong van het product, waarin weliswaar niet uitdrukkelijk Altamura werd genoemd maar wel het gebied van de Murgia, is te vinden in boek I, V van de Satiren van de Latijnse dichter Horatius, die in het voorjaar van 37 v.C., toen hij opnieuw de streek van zijn jeugd bezocht, melding maakt van het bestaan van het "het beste brood ter wereld, zo lekker dat de zorgzame reiziger er een voorraad van inslaat voor het vervolg van zijn reis".

De traditie van het bereiden van het brood van Altamura wordt bevestigd in de "Stedelijke reglementen van de stad, vastgesteld in 1527", waarvan de artikelen betreffende de "Ovenbelasting" zijn beschreven door G. De Gemmis in het Bollettino dell'Archivio-Biblioteca-Museo-Civico, jaargang 1954, blz. 5-49.

De transcriptie van documenten in verband met de belasting of de vrijstelling van belasting is door A. Giannuzzi opgenomen in de "Le Carte di Altamura", in de "Codice Diplomatico Barese", jaargang 1935.

In een ander document, dat dateert van 1420, worden de geestelijken vrijgesteld van de belasting op het brood.

Het gebruik het brood te laten bakken in openbare ovens vloeide voort uit het verbod dat aan burgers "van om het even welke staat of conditie" was opgelegd om brood van welke vorm ook thuis te bakken, op straffe van een aanzienlijke boete, die eenderde van de totale kosten van het brood vertegenwoordigde.

Het was dus in deze landbouw- en veeteeltgemeenschap dat de typische vormen van de tradtioneel voor de boeren, herders en hun gezinnen gebakken broden zijn ontstaan, die ook nu nog zijn terug te vinden in de productie van de broodbakkers van Altamura: grote broden, bereid met meel van durumtarwe, zuurdesem, zout en water, volgens een productieproces dat uit vijf fasen bestaat: deegbereiding, het vormen van het brood, gisting, definitieve vormgeving en bakken in een met hout gestookte oven. Dit waren de kenmerken waardoor het brood zich van andere soorten brood onderscheidde.

Ook het malen van de tarwe was geheel geconcentreerd in Altamura, en in het begin van de 17e eeuw waren er niet minder dan 26 maalderijen in volle activiteit.

Tot besluit kan men stellen dat niettegenstaande de veranderingen en aanpassingen die hebben plaatsgevonden, het brood dat thans in de stad Altamura in de Murgia wordt bereid, rechtstreeks afstamt van het brood van de boeren en de herders, waarvan de productie vanaf de Middeleeuwen tot nu ononderbroken is voortgezet.

Wat de controles inzake de toekenning van de beschermde oorsprongsbenaming "Pane die Altamura" betreft, wordt het recht op deze benaming door de in punt 4.7 bedoelde controle-instantie pas toegekend indien is voldaan aan talrijke voorwaarden die de producenten van de betrokken grondstoffen en de bakkers gedurende de hele productiecyclus in acht moeten nemen.

Het productdossier dat de toekenning van de beschermde oorsprongsbenaming regelt schrijft voor dat de volgende lijsten moeten worden opgesteld:

- lijsten van de tarweproducenten in het betrokken gebied, die moeten worden neergelegd bij de gemeenten die het in punt 4.3 omschreven gebied uitmaken;

- lijsten van de maalderijen die de door de tarweproducenten uit bovenvermeld gebied geleverde grondstoffen verwerken tot tweemaal vermalen bloem voor de broodbereiding;

- een lijst van de bakkers die het "Pane di Altamura" produceren volgens de voorschriften van het productdossier die zijn vermeld in onderstaand punt 4.5, die moet worden ingediend bij de gemeente Altamura.

Alle bovenvermelde lijsten moeten ook worden ingediend bij de regio Puglia en bij de instantie die zal worden aangewezen of die zal worden gemachtigd de controleactiviteit als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EEG) 2081/92 uit te oefenen.

Het controleorgaan zal ook controleren of de gebruikte ingrediënten en de samenstelling van het deeg, de bereidingsmethode, de gisting, de vorming en de hervorming van het brood, het bakken, het uit de oven nemen en het in de handel brengen met de toegestane merktekens, beantwoorden aan de voorschriften van het in punt 4.5 beschreven productdossier.

Het water dat voor het bereiden van het deeg wordt gebruikt, wordt gecontroleerd door het waterleidingbedrijf: het zal jaarlijks moeten worden geanalyseerd, het zal moeten voldoen aan de hierna in punt 4.5 vermelde criteria en het door het waterleidingbedrijf opgestelde controleverslag zal moeten worden bekendgemaakt door aanplakking in het gemeentehuis van Altamura.

De controle-instantie zal bovendien verifiëren dat de voor de broodbereiding gebruikte tarwe aan de in punt 4.5 vermelde eisen voldoet.

4.5. Werkwijze voor het verkrijgen van het product

De voor de broodbereiding gebruikte tarwe moet aan de volgende criteria voldoen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De gebruikte grondstof is hermalen meel van durumtarwe verkregen door vermaling van durumtarwe van de variëteiten "appulo", "arcangelo", " duilio", "simeto" die is geteeld op het in punt 4.3 beschreven grondgebied, alleen of met toevoeging van ten hoogste 20 % meel van andere variëteiten, die echter ook op het betrokken grondgebied moeten zijn geteeld.

De chemische en fysische kenmerken van de tarwe en het meel moeten worden gecertificeerd en moeten voldoen aan de in bovenstaande tabel vermelde waarden.

Het hermalen meel moet zijn geproduceerd volgens dezelfde maalprocédés als die welke thans in gebruik zijn op het grondgebied van Altemura en die hierna zijn beschreven. De in dit gebied werkzame maalderijen zijn uitgerust met machines met twee metalen cilinders die steeds dichterbij elkaar komen. Ze draaien met een snelheid van ongeveer 300 toeren per minuut, en de werkingstemperatuur mag niet hoger zijn dan 40 °C. Een dergelijke constructie heeft tot gevolg dat door wrijving de meeste cellen van de aleuronlaag van de korrel stukgaan waardoor de kostbare kiemolie door het meel van de durumtarwe wordt gemengd.

Voor de productie van het hermalen meel komen alleen de maalderijen in aanmerking die zijn gevestigd in het productiegebied van de tarwe, dat in punt 4.3 is beschreven.

De productiestadia en -methoden van het "Pane di Altamura" zijn:

Deeg

1. De gist wordt verkregen met ten minste drie vernieuwingen, om de gegiste massa te vergroten door toevoeging van water en meel van durumtarwe, en moet 20 % uitmaken van de hoeveelheid hermalen meel van durumtarwe dat tot deeg zal worden verwerkt.

2. Ingrediënten en samenstelling van het deeg: voor 100 kg hermalen meel van durumtarwe is 20 kg (20 %) natuurlijk zuurdesem, 2 kg (2 %) zeezout, 60 liter (60 %) water op een temperatuur van 18 °C nodig.

3. Het deeg moet worden gekneed gedurende 20 minuten, met behulp van een kneedmachine met onderdompelende armen.

Het gebruikte water moet de volgende kenmerken hebben:

- kleurloos, reukloos en smaakloos,

- temperatuur tussen 12 en 15 °C,

- pH tussen 7 en 8,5,

- totale hardheid tussen 14,5 en 15,5 GF,

- calciumgehalte (Ca + +) tussen 46 en 55 mg/l,

- alcaliteit (calciumcarbonaat Ca CO3) tussen 130 en 160 mg/l,

- afwezigheid van salpeterhoudende ionen,

- natriumgehalte minder dan 5-6 mg/l,

- kaliumgehalte tussen 1,5 en 2,5 mg/l,

- colibacteriën-fecale stoffen-enterekokken-sporen: 0 per 100 ml.

Gisting en eerste rustfase

Na het kneden moet het deeg worden bedekt met een tamelijk dikke katoenen doek om een homogene temperatuur bij het rijzen te verkrijgen. Het deeg moet ten minste 90 minuten zo blijven rusten.

Vorming en tweede rustfase

Na de eerste bewerkingsfase wordt het deeg gewogen en worden van het deeg een eerste maal broden gevormd met de hand, om aldus het brood zijn natuurlijk vezelig omhulsel te verschaffen. Het deeg blijft zo rusten gedurende 30 minuten.

Definitieve vormgeving en laatste rustfase

Het brood wordt voor de laatste maal met de hand gevormd en daarna volgt een rustperiode van ten minste 15 minuten.

Het bakken

Voordat het in de oven wordt geschoven wordt het brood omgedraaid en met een lichte druk van de hand, uitgeoefend op één kant, wordt het in de oven geduwd. De oven wordt bij voorkeur gestookt met hout of gas, met indirecte verwarming, tot een temperatuur van 250 °C. Pane di Altamura dat is gebakken in een houtoven met directe verwarming mag in het in punt 4.3 beschreven gebied in de handel worden gebracht, op voorwaarde dat de oven met eikenhout wordt gestookt.

Nadat het brood in de oven is gebracht wordt het eerst met open oven gebakken. Na 15 minuten wordt de oven gesloten en bakt het brood verder gedurende 45 minuten.

Het uit de oven halen

De oven wordt geopend en wordt gedurende ten minste 5 minuten opengelaten om de waterdamp buiten te laten en aldus het opdrogen van de korst, die daardoor knapperig wordt, mogelijk te maken. Daarna wordt het brood uit de oven gehaald en laat men het afkoelen op houten rekken.

4.6. Verband

De kwaliteit van het geproduceerde brood wordt beschouwd als "uniek", omdat het is bereid uit durumtarwe van superieure kwaliteit, die is geteeld in specifieke milieu- en geografische omstandigheden, die kenmerkend zijn voor het gebied van de noordwestelijke Murgia, en omdat gebruik wordt gemaakt van het drinkwater dat normaal in het gebied wordt gebruikt.

Het betrokken gebied is het enige in de regio Apulia dat nog nagenoeg de oorspronkelijke structurele, natuurlijke en milieukenmerken heeft bewaard. Deze kenmerken zijn:

- het grondgebied is nooit overspoeld door de zee;

- weinig verspreide epi- en hypogeïsche karstverschijnselen en -systemen;

- autochtone hydrografie;

- temperatuur van het water in de ondergrond gemiddeld 12 °C;

- mesothermisch vochtig mediterraan klimaat;

- kiemvrij milieu dankzij de vaste neerslag;

- doordringbaarheid van de grond 10-5 ÷ 10-6 cm/sec;

- chemische samenstelling van de bodem.

De centraal-noordelijke Murgia, waarbinnen Altamura, dat met zijn 44000 ha het dichtstbevolkte en economisch belangrijkste centrum vormt, is gelegen, is na Capitanata het belangrijkste graanproductiegebied; de graanteelt is vanouds, samen met de schapenhouderij, de belangrijkste economische activiteit van het gebied.

In de stad Altamura, die zich beroemt op een eeuwenoude traditie op het gebied van de broodbereiding, zijn 35 bedrijven werkzaam met een broodproductie per dag van rond 60 ton, die, afgezien van de 20 % van de productie die ter plaatse wordt verbruikt, wordt afgezet op de belangrijkste nationale markten.

Uit morfologisch-structureel oogpunt valt het betrokken graanproductiegebied samen met het "Apulische" platform, dat steeds boven het niveau van de binnentrekkende zee is gebleven vanaf het Mesozoïcum en dat is thans een eerste bijzonder kenmerk van het gebied omdat het het enige van het gehele grondgebied van Apulia is dat vrijwel de oorspronkelijke, structurele, fysiografische en milieukenmerken heeft behouden.

Het tweede bijzondere kenmerk uit milieuoogpunt is dat er weinig epi- en hypogeïsche karstsystemen voorkomen, zodat de invloed daarvan op de huidige ondergrondse waterhuishouding gering of onbestaand is.

Het derde kenmerk wordt gevormd door de autochtone hydrografie, hetgeen betekent dat de karstlaag slechts water bevat dat afkomstig is van neerslag.

Ook de temperatuur waarop het water in de bodem dringt is kenmerkend voor het grondgebied, omdat zij gemiddeld rond 12 °C bedraagt.

Wat het klimaat betreft kent het gebied droge zomers en winters met weinig vloeibare (regen) en vaste (hagel, sneeuw) sneeuw; De vaste neerslag bedraagt gemiddeld 20-35 cm per jaar. Dit droge klimaat draagt bij tot het behoud van de kiemvrijheid van het milieu.

Van de vloeibare neerslag (regen) die gemiddeld 600 mm per jaar bedraagt, dringt de helft door de bodem tot in de ondergrond, terwijl de andere helft wordt opgenomen door de vegetatie.

Daar het jonge karstlagen betreft die nog niet veel erosie hebben ondergaan, stijgen het vocht uit de rotsspleten en de vloeibare afbraakproducten door capillariteit in de droogste perioden opnieuw naar de vegetatielaag: dit is ook een bijzonder kenmerk van het gebied.

Al deze geologische, hydrologische en meteorologische eigenschappen bepalen het unieke natuurlijke milieu dat in het betrokken gebied is ontstaan.

4.7. Controlestructuur

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4.8. Etikettering

Het eindproduct wordt verpakt in thermoplastisch microgaatjesfolie met een etiket waarop wordt vermeld:

1. de lijst van de ingrediënten en de producent,

2. de vervaldatum,

3. het merk.

Het brood kan ook onverpakt worden aangeboden, met alleen een etiket uit biologisch materiaal waarop de vorengenoemde gegevens zijn vermeld, alsook de aanduiding "Pane di Altamura".

Op de etiketten moet het in de bijlage opgenomen merkteken worden aangebracht dat tegelijk in combinatie met de beschermde oorsprongsbenaming moet worden gebruikt.

Het grafisch symbool wordt gevormd door een "Sannietisch schild met daarboven een kroon met vier kwartieren waarvan twee wit en twee rood". In het centrum van het ovaal is horizontaal, op drie regels, de vermelding "Pane DOP di Altamura" aangebracht.

Voor het drukken van het stempel moeten de volgende specificaties in acht worden genomen:

- pointillé: 100 % pantone 323 cv,

- de vermelding "Pane DOP di Altamura": karakters arial, afmeting 71,1 letters halfvet, lijndikte ovaal 0,040,

- lengteas ovaal 17,5 cm,

- breedteas ovaal 13 cm,

- de afmetingen van het logotype mogen niet kleiner zijn dan 10 cm x 7 cm,

- geel: 100 % pantone yellow cv,

- violet: 100 % pantone 228 cv,

- wit: 100 % pantone trans. White cv,

- groen: 100 % pantone 334 cv,

- rood: 100 % pantone warm red cv,

- boord van het ovaal: 100 % pantone violet cv.

4.9. Nationale eisen: -

EG-nummer: G/IT/00136/2000.06.22.

Datum van ontvangst van het volledige aanvraagdossier: 22 februari 2001.