32003R1274

Verordening (EG) nr. 1274/2003 van de Commissie van 11 juni 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 230/2001 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels uit Tsjechië, Rusland, Thailand en Turkije en tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden door bepaalde exporteurs in Tsjechië en Turkije

Publicatieblad Nr. L 180 van 18/07/2003 blz. 0034 - 0035


Verordening (EG) nr. 1274/2003 van de Commissie

van 11 juni 2003

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 230/2001 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels uit Tsjechië, Rusland, Thailand en Turkije en tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden door bepaalde exporteurs in Tsjechië en Turkije

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002(2), en met name op artikel 8,

Na overleg in het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1) Op 5 mei 2000 heeft de Commissie een antidumpingprocedure ingeleid(3) in verband met de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen kabels (hierna "het betrokken product" genoemd) uit verschillende landen, waaronder Turkije.

(2) In het kader van deze procedure werden bij Verordening (EG) nr. 1601/2001 van de Raad(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2288/2002(5), definitieve antidumpingrechten ingesteld die ten doel hadden een einde te maken aan de schadelijke gevolgen van dumping.

(3) Voorlopige antidumpingmaatregelen waren vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 230/2001 van de Commissie(6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2303/2002(7). Bij artikel 2, lid 1, van deze verordening had de Commissie ook prijsverbintenissen aanvaard, onder meer van de Turkse producent/exporteur Celik ve Halat San Tic AS (hierna "Has Celik" genoemd). Volgens artikel 2, lid 2, van deze verordening was het betrokken product dat door Has Celik was vervaardigd en rechtstreeks naar de Gemeenschap uitgevoerd van het antidumpingrecht vrijgesteld, indien bij de goederen waarop de verbintenis betrekking had een handelsfactuur was gevoegd, en die ten minste de gegevens bevatte die in de bijlage bij die verordening waren vermeld.

B. HET NIET-NAKOMEN VAN DE VERBINTENIS

(4) De verbintenis van Has Celik is uitsluitend van toepassing op de soorten van het betrokken product die zijn vermeld in de bijlage bij de verbintenis. Aan elk van deze soorten werd een Product Control Number (PCN) toegekend. Voor de soorten van het betrokken product waarop de verbintenis niet van toepassing is, moeten antidumpingrechten worden betaald en deze productsoorten gaan niet vergezeld van bedoelde handelsfactuur.

(5) Has Celik heeft zich ertoe verbonden de soorten van het betrokken product waarop de verbintenis van toepassing is niet beneden een minimuminvoerprijs te verkopen (berekend aan de hand van het gewogen gemiddelde per soort per halfjaar). Dit betekent dat Has Celik partijen van het betrokken product waarop de verbintenis van toepassing is binnen bepaalde grenzen wel een beneden de minimuminvoerprijs kan verkopen, zolang de gewogen gemiddelde verkoopprijs voor alle transacties, per halfjaar en per productsoort, niet lager is dan de minimuminvoerprijs.

(6) Bij een controle ter plaatse werd vastgesteld dat Has Celik de in de verbintenis bedoelde handelsfactuur ook gevoegd heeft bij andere soorten van het betrokken product dan die waarop de verbintenis betrekking had, hetzij door geen PCN te vermelden of door PCN's te vermelden die niet in de verbintenis waren genoemd. Als gevolg hiervan werden van deze productsoorten bij invoer in de Gemeenschap geen antidumpingrechten geheven.

(7) Voorts heeft Has Celik bepaalde soorten van het betrokken product waarop de verbintenis betrekking had tegen prijzen verkocht die, op basis van het gewogen gemiddelde per halfjaar, lager waren dan de minimuminvoerprijs.

(8) Gezien de in de overwegingen 6 en 7 beschreven bevindingen is de Commissie van oordeel dat de verbintenis niet is nagekomen.

(9) Has Celik werd in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de aanvaarding van de verbintenis in te trekken en de aanbeveling te doen een definitief antidumpingrecht in te stellen op het betrokken product dat door Has Celik wordt vervaardigd. Deze onderneming kon binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken en om een onderhoud verzoeken. Has Celik heeft opmerkingen gemaakt en werd door de diensten van de Commissie gehoord.

(10) Has Celik heeft aangevoerd dat zij niet het voornemen had de verbintenis niet na te komen en dat zij haar afnemers in kennis had gesteld van de verplichting tot betaling van antidumpingrechten voor de soorten waarop de verbintenis niet van toepassing was. Daarnaast voerde deze onderneming aan dat de hoeveelheden waarvan ten onrechte geen antidumpingrechten waren geheven onbeduidend waren. Wat het niet-aanhouden van de minimuminvoerprijzen betrof, voerde Has Celik aan dat zij deze producten binnen de toegestane prijsmarges had verkocht.

(11) De argumenten van Has Celik hebben evenwel geen wijziging gebracht in het oorspronkelijke standpunt van de Commissie dat de verbintenis niet was nagekomen. Zij wijst erop dat opzet geen doorslaggevend criterium is bij de beoordeling of een verbintenis al dan niet is nagekomen. Has Celik erkende dat haar afnemers geen antidumpingrechten hadden betaald voor de in overweging 4 bedoelde productsoorten. Voorts kan het argument dat het om onbeduidende hoeveelheden ging niet worden aanvaard, daar elke inbreuk op de verbintenis voor de Commissie voldoende reden kan zijn de aanvaarding van de verbintenis in te trekken. In onderhavig geval ging het overigens niet om onbeduidende hoeveelheden en dit aspect van de inbreuk moet niet op zich worden beoordeeld, maar rekening houdend met het feit dat deze van tweeërlei aard is. Wat het tweede aspect van de inbreuk betreft, is het niet juist dat de verkoop binnen de toegestane prijsmarges heeft plaatsgevonden. Zoals in overweging 5 vermeld, kunnen hoeveelheden van het betrokken product beneden de minimuminvoerprijs worden verkocht, mits de gewogen gemiddelde prijs per half jaar en per soort niet lager is dan de minimuminvoerprijs. Vastgesteld werd dat Has Celik de minimuminvoerprijzen, berekend op basis van gewogen gemiddelden per soort en per halfjaar, niet in acht heeft genomen.

(12) Daarom dient de aanvaarding van de verbintenis te worden ingetrokken en moeten antidumpingrechten worden ingesteld op het door Has Celik vervaardigde betrokken product.

(13) Gezien het bovenstaande dient de tabel in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 230/2001 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De verbintenis die van Has Celik ve Halat Sanayi Ticaret A.S. is aanvaard, wordt ingetrokken.

Artikel 2

1. De tabel in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 230/2001 wordt vervangen door de volgende tabel:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 230/2001 wordt vervangen door:"De onder opgave van de aanvullende Taric-code A216 voor het vrije verkeer aangegeven producten zijn vrijgesteld van de bij artikel 1 vastgestelde antidumpingrechten wanneer zij door een in artikel 2, lid 1, genoemde onderneming zijn vervaardigd en rechtstreeks uitgevoerd (dat wil zeggen gefactureerd en verzonden) naar een importeur in de Gemeenschap. Deze producten gaan vergezeld van een handelsfactuur die ten minste de in de bijlage genoemde gegevens bevat.".

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 juni 2003.

Voor de Commissie

Pascal Lamy

Lid van de Commissie

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1.

(3) PB C 127 van 5.5.2000, blz. 12.

(4) PB L 211 van 4.8.2001, blz. 1.

(5) PB L 348 van 21.12.2002, blz. 52.

(6) PB L 34 van 3.2.2001, blz. 4.

(7) PB L 348 van 21.12.2002, blz. 80.