32003R0043

Verordening (EG) nr. 43/2003 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 van de Raad ten aanzien van de steun voor de plaatselijke productie van plantaardige producten in de ultraperifere regio's van de Unie

Publicatieblad Nr. L 007 van 11/01/2003 blz. 0025 - 0057


Verordening (EG) nr. 43/2003 van de Commissie

van 23 december 2002

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 van de Raad ten aanzien van de steun voor de plaatselijke productie van plantaardige producten in de ultraperifere regio's van de Unie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1452/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese departementen, houdende wijziging van Richtlijn 72/462/EEG en houdende intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 525/77 en (EEG) nr. 3763/91 (Poseidom)(1), en met name op artikel 5, lid 2, artikel 12, lid 4, artikel 13, lid 4, artikel 15, lid 7, en artikel 18,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1453/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1600/92 (Poseima)(2), en met name op artikel 5, lid 3, artikel 6, lid 5, artikel 7, lid 2, artikel 9, lid 3, artikel 16, lid 2, artikel 19, artikel 20, lid 7, artikel 21, lid 3, artikel 27, derde alinea, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, en artikel 31,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1454/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Canarische Eilanden en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (Poseican)(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1922/2002 van de Commissie(4), en met name op artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 5, artikel 11, lid 2, artikel 13 en artikel 14, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1881/2001(6), en met name op artikel 11, lid 2, onder a), en artikel 48,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Ter vereenvoudiging van de wetgeving moeten in deze verordening de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 980/92(7), (EEG) nr. 2165/92(8), (EEG) nr. 2311/92(9), (EEG) nr. 3491/92(10), (EEG) nr. 3518/92(11), (EG) nr. 1524/98(12), (EG) nr. 2477/2001(13), (EG) nr. 396/2002(14), (EG) nr. 738/2002(15), (EG) nr. 1410/2002(16) en (EG) nr. 1491/2002(17) worden opgenomen, moeten deze verordeningen worden ingetrokken en moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld met betrekking tot de hectaresteun voor telers van wijnstokrassen voor de productie van "v.q.p.r.d.", consumptieaardappelen, suikerriet en teenwilgen op Madeira en voor telers van suikerbieten, pootaardappelen, cichorei en thee op de Azoren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1453/2001, de hectaresteun voor telers van consumptieaardappelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1454/2001 en de steun voor de plaatselijke afzet van bananen in Guyana en Réunion. De voorwaarden voor de toekenning van deze steun moeten nader worden bepaald, rekening houdende in het bijzonder met de klimatologische en de teeltomstandigheden in de ultraperifere regio's.

(2) Rekening houdend met de specifieke kenmerken van de productie van "v.p.q.r.d." moeten specifieke bepalingen voor hectaresteun in deze sector worden vastgesteld.

(3) In artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1453/2001 is bepaald dat steun voor de productie van verse ananas voor maximaal 2000 t per jaar wordt toegekend. Voor deze steunregeling moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld.

(4) Voor de steun voor de productie van groene vanille, respectievelijk etherische oliën van geranium en van vetiver, kan via een systeem met officiële erkenning van bereiders van gedroogde vanille of van vanille-extract, respectievelijk plaatselijke inzamelings- en afzetorganisaties die zich ertoe verbinden de volle steun aan de begunstigde producenten uit te keren en aan de controlevoorschriften te voldoen, worden gewaarborgd dat binnen het kader van de bestaande afzetstructuur deze maatregelen naar behoren worden toegepast. De in artikel 12, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 vastgestelde hoeveelheden zijn maxima die volgens de ramingen van de Franse autoriteiten op middellange termijn niet gehaald zullen worden.

(5) Op grond van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 wordt steun verleend voor het vervoer van suikerriet van de velden waar het wordt geoogst naar de leveringscentra. Het steunbedrag wordt vastgesteld op basis van de afstand en andere objectieve criteria in verband met het vervoer en mag niet hoger zijn dan de helft van de door de Franse autoriteiten voor ieder departement forfaitair vastgestelde vervoerskosten per ton. De steun wordt verleend voor suikerriet dat bestemd is voor verwerking tot suiker of tot rum.

(6) De vervoerskosten in de Franse overzeese departementen lopen sterk uiteen. Daarom moeten forfaitaire steunbedragen worden vastgesteld op een zodanige wijze dat voor elk departement een gemiddeld steunbedrag in acht wordt genomen en dat de steun niet meer bedraagt dan de helft van de forfaitair vastgestelde vervoerskosten per ton, met inachtneming van een maximumbedrag voor elk departement. De Franse autoriteiten moeten de aan de producenten te betalen bedragen per ton vaststellen volgens door hen te bepalen objectieve criteria. Deze bedragen kunnen met name worden gedifferentieerd naar gelang van de vervoerde hoeveelheid in ton.

(7) Bij de steunaanvraag moet het bewijs van vervoer worden gevoegd. Rekening houdend met het specifieke karakter van deze regeling, moet Frankrijk worden toegestaan alle voor de toepassing van de steunregeling vereiste aanvullende maatregelen te nemen.

(8) Ter uitvoering van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 moeten enerzijds, met inachtneming van de per jaar en per categorie bepaalde hoeveelheden en rekening houdend met de mogelijkheden voor de ontwikkeling ter plaatse op het vlak van productie en verwerking, de lijst van de voor steun in aanmerking komende producten, en de steunbedragen worden vastgesteld en moeten anderzijds specifieke bepalingen worden vastgesteld met het oog op de controle op de regeling en op de naleving van de voorwaarden voor de toekenning van de steun, met name inzake de contracten en de aan de producenten gegarandeerde minimumprijs. Daarom is het dienstig in deze verordening een aantal bepalingen over te nemen van Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft(18), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1426/2002(19).

(9) In artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 en in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 is bepaald dat de Gemeenschap steun verleent voor de directe verwerking van in de Franse overzeese departementen en op Madeira geteeld suikerriet tot suikerstroop, sacharosestroop of "rhum agricole".

(10) De steun wordt, mits aan de suikerrietteler een minimumprijs is betaald, uitgekeerd voor een in bovengenoemde bepalingen vastgestelde jaarlijkse maximumhoeveelheid. Die steun wordt op een zodanige wijze vastgesteld dat in de verhouding tussen de twee steunbedragen rekening wordt gehouden met de gebruikte hoeveelheden grondstof. Duidelijkheidshalve moeten, wat rum betreft, de bedragen per eenheid zuivere alcohol worden uitgedrukt.

(11) Er moet voor het suikerriet dat voor de vervaardiging van stroop of van rum bestemd is, een minimumprijs worden vastgesteld waarbij rekening wordt gehouden met het overleg tussen de bevoegde autoriteiten en de suikerrietproducenten en de verwerkingsbedrijven die het suikerriet tot stroop of tot rum verwerken.

(12) In artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 is bepaald dat steun wordt verleend voor de aankoop van gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en van wijnalcohol voor gebruik bij de bereiding van Madeiralikeurwijnen. Voor de aanvoer van bovengenoemde producten naar Madeira, nodig voor de traditionele methoden voor de productie van Madeirawijnen, moet een maximale hoeveelheid worden vastgesteld. Rekening houdend met de kosten voor de voorziening van Madeira die worden bepaald door de geografische ligging en door de prijzen van de producten op de markt van de Gemeenschap en op de wereldmarkt, moet het bedrag van de steun worden vastgesteld. De ervaring leert dat een steunbedrag van 12,08 EUR per hectoliter voldoende is om deze extra kosten op te vangen.

(13) In de artikelen 20 en 31 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 is bepaald dat steun wordt toegekend voor de rijping van Madeiralikeurwijnen en van "verdelho"-wijn op de Azoren. De voorwaarden voor de toekenning van deze steun moeten nader worden bepaald, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de betrokken productiewijzen.

(14) In artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 is bepaald dat voor de daarin genoemde producten steun wordt verleend voor de afzet op de plaatselijke markten van de ultraperifere regio's. Het bedrag van de steun wordt voor elk van de nader te bepalen producten forfaitair vastgesteld op basis van de gemiddelde waarde en met inachtneming van de per categorie producten vastgestelde jaarlijkse hoeveelheden. Om de tenuitvoerlegging van deze bepaling mogelijk te maken, moet de lijst van de voor steun in aanmerking komende producten worden vastgesteld op basis van de behoeften van de regionale markten, moeten de productcategorieën worden bepaald aan de hand van de gemiddelde waarde van de betrokken producten, moet een maximumhoeveelheid voor alle ultraperifere regio's worden vastgesteld en moeten de voorwaarden voor de toekenning van de steun worden vastgesteld.

(15) Er moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de vastgestelde hoeveelheden worden gecontroleerd en dat de voorwaarden voor verlening van de steun worden nageleefd. De regeling voor ondersteuning van de plaatselijke afzet lijkt bevredigend te kunnen worden beheerd door een systeem van erkenning van ondernemers uit de sectoren distributie en horeca, instellingen en levensmiddelenindustrieën, waarbij deze zich ertoe verbinden bepaalde regels in acht te nemen.

(16) In artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 is bepaald dat steun wordt toegekend voor de verzending en afzet van Madeirawijn op de communautaire markt. De duur van de overgangsperiode waarin steun wordt toegekend, en de voorwaarden voor de toekenning moeten worden bepaald. Rekening houdend met het doel van de regeling moet worden bepaald dat de periode van steunverlening lang genoeg is om de afzet van de productie te kunnen consolideren.

(17) In dit verband moet voor de toekenning van gedifferentieerde steun een onderscheid worden gemaakt tussen de telersverenigingen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 2200/96 en de andere telers.

(18) Met betrekking tot de steun voor het in de handel brengen van producten in het kader van seizoencontracten in de rest van de Gemeenschap, zoals bedoeld in de artikelen 5 en 15 van Verordening (EG) nr. 1452/2001, in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1454/2001, dient een definitie van "seizoencontract" te worden vastgesteld en dient de grondslag te worden gepreciseerd voor de berekening van het bedrag van de steun, dat wordt vastgesteld op 10 % van de waarde van de in de handel gebrachte productie, franco bestemming, en op 13 % bij toepassing van respectievelijk artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1454/2001. Tot slot moet een mechanisme worden vastgesteld voor de verdeling van de hoeveelheden die voor steun in aanmerking komen in het geval dat de maximumhoeveelheden worden overschreden.

(19) In Verordening (EG) nr. 412/97 van de Commissie van 3 maart 1997 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad voor wat de erkenning van telersverenigingen betreft(20), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1120/2001(21), zijn het minimumaantal telers en het minimumvolume van de verkoopbare productie voor de oprichting van een telersvereniging vastgesteld. Voor Frankrijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen de departementen om rekening te houden met de specifieke productieomstandigheden in de Franse overzeese departementen. Het is dienstig een dergelijk onderscheid te maken om naar behoren rekening te houden met de verschillende productieomstandigheden. Daartoe moet de tabel bij Verordening (EG) nr. 412/97 worden gewijzigd om de Franse overzeese departementen op te nemen in de categorie eilandregio's waarvoor specifieke voorwaarden gelden.

(20) Verder moeten in een aparte titel de algemene bepalingen worden opgenomen die van toepassing zijn op alle maatregelen, met name op het gebied van steunaanvragen, informatieverstrekking, controle en de gevolgen van ten onrechte betaalde bedragen.

(21) Voor iedere steunregeling moeten de inhoud van de steunaanvragen en de ter rechtvaardiging over te leggen bewijsstukken worden vastgesteld.

(22) Steunaanvragen die kennelijke fouten bevatten, moeten te allen tijde verbeterd kunnen worden.

(23) De steunaanvragen en de wijzigingen in de steunaanvragen moeten tijdig worden ingediend, zodat de nationale overheidsdiensten in staat zijn een doeltreffende controle van de juistheid van de steunaanvragen te plannen en vervolgens uit te voeren. Daarom moet worden bepaald in hoeverre te laat ingediende aanvragen nog kunnen worden aanvaard. Bovendien moeten kortingen worden toegepast om de bedrijfshoofden ertoe aan te zetten de termijnen in acht te nemen.

(24) Bedrijfshoofden moet worden toegestaan steunaanvragen te allen tijde geheel of gedeeltelijk in te trekken, voorzover de bevoegde instantie met betrekking tot het gedeelte van de aanvraag waarop de wijziging betrekking heeft, het bedrijfshoofd niet reeds heeft ingelicht over fouten in zijn aanvraag noch hem in kennis heeft gesteld van een controle ter plaatse waarbij vervolgens fouten worden ontdekt.

(25) De inachtneming van de voorschriften van de steunregelingen die in het kader van het geïntegreerde systeem worden beheerd, moet doeltreffend worden gecontroleerd. Daartoe moeten, ook met het oog op een geharmoniseerd controlepeil in alle lidstaten, gedetailleerde criteria en technische procedures voor de uitvoering van administratieve controles en controles ter plaatse worden vastgesteld. In de gevallen waarin dit dienstig lijkt, moeten de lidstaten bovendien de verschillende in deze verordening vastgestelde controles tegelijk met andere door de Gemeenschap voorgeschreven controles uitvoeren.

(26) Het minimumaantal bedrijfshoofden bij wie in het kader van de verschillende steunregelingen controles ter plaatse moeten worden uitgevoerd, moet worden bepaald.

(27) De steekproef voor het minimumpercentage controles ter plaatse moet deels aan de hand van een risicoanalyse en deels willekeurig worden samengesteld. De belangrijkste bij de risicoanalyse in aanmerking te nemen factoren moeten nader worden aangegeven.

(28) Wanneer belangrijke onregelmatigheden worden geconstateerd, dient het aantal controles ter plaatse in het lopende jaar en in het daaropvolgende jaar te worden verhoogd om aldus een redelijke garantie te verkrijgen dat de gegevens in de betrokken steunaanvragen juist zijn.

(29) Met het oog op een doeltreffende controle ter plaatse is het voor de inspecteurs belangrijk te weten waarom een bedrijf voor een controle ter plaatse is geselecteerd. De lidstaten moeten de informatie hierover bijhouden.

(30) Om de nationale instanties en alle bevoegde instanties van de Gemeenschap zicht te geven op de uitgevoerde controles ter plaatse, moeten de bijzonderheden van deze controles in een controleverslag worden opgetekend. Het bedrijfshoofd of een vertegenwoordiger moet in de gelegenheid worden gesteld dit verslag te ondertekenen. Voor controles door middel van teledetectie mag de lidstaten echter worden toegestaan de betrokkene daartoe uitsluitend te machtigen wanneer bij de controle onregelmatigheden aan het licht komen. Bovendien moet, ongeacht de aard van de controle ter plaatse, aan het bedrijfshoofd een afschrift van het verslag worden verstrekt wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld.

(31) Voor een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap moeten geëigende maatregelen worden vastgesteld om onregelmatigheden en fraude te bestrijden.

(32) Kortingen en uitsluitingen moeten worden vastgesteld met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel en van de bijzondere problemen die door overmacht of door buitengewone en natuurlijke omstandigheden kunnen worden veroorzaakt. De kortingen en uitsluitingen moeten gedifferentieerd zijn naar de ernst van de onregelmatigheid en gaan tot algehele uitsluiting van één of meer steunregelingen gedurende een bepaalde termijn.

(33) In het algemeen mogen geen kortingen en uitsluitingen worden toegepast wanneer het bedrijfshoofd feitelijk juiste gegevens heeft verschaft of wanneer hij kan bewijzen dat hem geen schuld treft.

(34) Kortingen en uitsluitingen mogen niet van toepassing zijn wanneer een bedrijfshoofd de bevoegde nationale instanties fouten in aanvragen meldt, ongeacht de oorzaak van deze fouten, voorzover de betrokkene niet in kennis is gesteld van het feit dat de bevoegde instantie voornemens is bij hem een controle ter plaatse te verrichten en deze instantie hem niet reeds over onregelmatigheden in zijn aanvraag heeft ingelicht. Hetzelfde dient te gelden voor onjuiste gegevens in het gecomputeriseerde gegevensbestand.

(35) Wanneer aan een bedrijfshoofd meerdere kortingen moeten worden opgelegd, dienen deze los van elkaar en afzonderlijk te worden toegepast. Bovendien dienen de in deze verordening vastgestelde kortingen en uitsluitingen te gelden onverminderd andere in Gemeenschaps- of nationaalrechtelijke voorschriften bepaalde sancties.

(36) Het beheer van kleine bedragen is voor de bevoegde instanties van de lidstaten zeer tijdrovend. Daarom moet de lidstaten worden toegestaan bedragen onder een bepaald minimum niet uit te betalen en kleine ten onrechte betaalde bedragen niet terug te vorderen.

(37) Wanneer een bedrijfshoofd ten gevolge van overmacht of buitengewone omstandigheden niet in staat is de krachtens de sectorspecifieke voorschriften geldende verplichtingen na te komen, dient hij niettemin aanspraak te kunnen maken op betaling van de steun. Er moet worden gepreciseerd welke gevallen meer bepaald door de bevoegde instanties als buitengewone omstandigheden kunnen worden aangemerkt.

(38) Onverminderd de behandeling van de betrokken uitgaven in het kader van de goedkeuring van de rekeningen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(22) moet ter wille van een eenvormige toepassing van het beginsel van goede trouw bij de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in de gehele Gemeenschap worden bepaald onder welke voorwaarden op dit beginsel een beroep kan worden gedaan.

(39) Algemeen moet worden bepaald dat de lidstaten alle nodige aanvullende maatregelen moeten treffen om deze verordening naar behoren te kunnen toepassen.

(40) De Commissie moet, voorzover van toepassing, in kennis worden gesteld van alle maatregelen die de lidstaten treffen voor uitvoering van de in deze verordening bedoelde steunregelingen. Om de Commissie in staat te stellen doeltreffend toezicht uit te oefenen, moeten de lidstaten regelmatig bepaalde statistieken betreffende de steunregelingen toezenden.

(41) Om te garanderen dat de nieuwe door de Raad in bepaalde sectoren vastgestelde regelingen voor hectaresteun worden toegepast, moet worden bepaald dat deze ten aanzien van de in artikel 1, onder b), c), f) en g), bedoelde steun en van de steun voor de plaatselijke afzet van andere bananen dan "plantains" (bakbananen) in Guyana en Réunion met ingang van 1 januari 2002 worden toegepast.

(42) Om de marktdeelnemers in staat te stellen de reeds gesloten seizoencontracten volledig uit te voeren, is het dienstig de bepaling betreffende de looptijd van de verkoopseizoenen niet toe te passen op de lopende seizoencontracten.

(43) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Gezamenlijk Comité van beheer voor granen, groenten en fruit, op basis van groenten en fruit verwerkte producten, wijn, hop, levende planten en producten van de bloementeelt en suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

HECTARESTEUN

HOOFDSTUK I

Algemene regeling

Artikel 1

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de volgende steun:

a) de in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van consumptieaardappelen;

b) de in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van suikerriet;

c) de in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van teenwilgen;

d) de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van suikerbieten;

e) de in artikel 30, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van pootaardappelen;

f) de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van cichorei;

g) de in artikel 30, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van thee;

h) de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde steun per hectare voor de teelt van consumptieaardappelen.

Artikel 2

Recht op steun

1. De in artikel 1 genoemde steun wordt per kalenderjaar toegekend voor de oppervlakten:

a) die zijn beplant en waarvoor alle normale teeltwerkzaamheden zijn uitgevoerd;

b) waarvoor overeenkomstig artikel 54 een steunaanvraag is ingediend.

Voor de in artikel 1, onder d), genoemde steun geldt bovendien het volgende:

- de suikerbietenproducenten moeten vóór de oogst aan de bevoegde autoriteiten opgave doen van de ingezaaide oppervlakten;

- de voor de steun in aanmerking komende oppervlakte dient per producent ten minste 0,3 ha te bedragen;

- de suikerbietenproductie dient per hectare ten minste 25 t te bedragen;

- de steun wordt pas betaald na levering van de suikerbieten aan het verwerkend bedrijf;

- het verwerkend bedrijf doet de bevoegde autoriteiten, per producent, mededeling van de geleverde hoeveelheden suikerbieten.

2. De in artikel 1, onder h), genoemde steun mag tweemaal per jaar worden betaald voor twee oogsten op dezelfde oppervlakte.

Artikel 3

Kortingen

1. Wanneer steun wordt aangevraagd voor een grotere totale oppervlakte dan de vastgestelde maximumoppervlakte, wordt de steun aan de aanvragende producenten toegekend naar rata van de in de steunaanvragen vermelde oppervlakte.

Met het oog op de verificatie van de inachtneming van het in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde maximumareaal, wordt, wanneer voor een bepaalde oppervlakte in hetzelfde jaar voor twee oogsten steun is betaald, die oppervlakte met 2 vermenigvuldigd.

2. Een oppervlakte met zowel overblijvende als seizoengebonden gewassen kan voor de in artikel 1 genoemde steun in aanmerking komen, mits de seizoengebonden gewassen kunnen worden verbouwd onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die voor oppervlakten met overblijvende gewassen.

Voor de berekening van de voor steun in aanmerking komende oppervlakte wordt uitsluitend rekening gehouden met de voor de teelt van seizoengebonden gewassen bruikbare oppervlakte.

HOOFDSTUK II

"V.q.p.r.d." op Madeira, de Azoren en de Canarische Eilanden

Artikel 4

Recht op steun

1. Voor de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 vastgestelde steun komen uitsluitend oppervlakten in aanmerking die:

- volledig zijn beteeld en afgeoogst en waarop alle normale teeltwerkzaamheden zijn uitgevoerd;

- waarvan de productie is vermeld in de bij Verordening (EG) nr. 1282/2001 van de Commissie(23) voorgeschreven oogstaangiften.

2. Voor de vaststelling van de producenten aan wie de steun wordt uitgekeerd:

- loopt de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde overgangsperiode voor betaling aan de individuele producenten af op 31 juli 2007;

- zijn de producentenorganisaties de organisaties omschreven in artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt(24). De betrokken lidstaten bepalen aan welke criteria de producentenverenigingen moeten beantwoorden om voor de betrokken steun in aanmerking te komen, en delen deze aan de Commissie mee.

Artikel 5

Steunaanvragen

1. De aanvraag voor de steun per hectare wordt door de belanghebbende bij de bevoegde autoriteit ingediend in de door die autoriteit bepaalde periode en uiterlijk op 15 mei van elk jaar voor het daaropvolgende wijnoogstjaar.

2. De steunaanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en adres van de wijnbouwer of naam en adres van de vereniging of organisatie;

b) de voor de productie van "v.q.p.r.d." bebouwde oppervlakten, in hectare en are, met de kadastrale omschrijving ervan of een aanduiding die door het met de controle op de oppervlakten belaste orgaan als evenwaardig wordt erkend;

c) de gebruikte druivenrassen;

d) de raming van de oogstbare productie.

Artikel 6

Betaling van de steun

Na te hebben vastgesteld dat de betrokken oppervlakten zijn afgeoogst en wat de effectieve opbrengst ervan is, keert de lidstaat de steun uit vóór 1 april van het wijnoogstjaar waarvoor de steun wordt verleend.

TITEL II

STEUN VOOR DE PRODUCTIE

HOOFDSTUK I

Ananas

Artikel 7

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de steun voor de productie van ananas zoals bedoeld in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1453/2001.

Artikel 8

Voorafgaande verklaring

Producenten die in aanmerking wensen te komen voor de in artikel 7 bedoelde steun voor de productie van ananas, dienen bij de door Portugal aangewezen bevoegde autoriteiten vóór een door deze diensten vastgestelde datum een verklaring in. Deze uiterste datum wordt zodanig gekozen dat de nodige controles ter plaatse kunnen worden uitgevoerd.

De verklaring bevat ten minste de volgende gegevens:

- een omschrijving en de oppervlakte, in hectare en are, geïdentificeerd overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad(25), van elk perceel waarop ananas wordt geteeld,

- een raming van de te produceren hoeveelheid.

Artikel 9

Steunaanvragen

Producenten mogen steunaanvragen indienen in de volgende maanden:

- in januari voor de in de periode van juli tot en met december van het voorafgaande jaar geoogste productie;

- in juli voor de in de periode van januari tot en met juni van het betreffende jaar geoogste productie.

Artikel 10

Betaling van de steun

De bevoegde autoriteiten nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat de jaarlijkse hoeveelheden waarvoor steun wordt verleend, de in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 vastgestelde maximumhoeveelheid overschrijden.

HOOFDSTUK II

Vanille en etherische oliën

Artikel 11

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de volgende steun:

a) de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun voor de productie van groene vanille van GN-code 0905 00 00, bestemd voor de productie van gedroogde vanille (zwart) of vanille-extracten;

b) de in artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun voor de productie van etherische oliën van geranium en vetiver, respectievelijk van de GN-codes 3301 21 en 3301 26.

Artikel 12

Bereidingstechnieken en technische kenmerken

De bevoegde autoriteiten specificeren de bereidingstechnieken en de technische kenmerken van de groene vanille en de etherische oliën van geranium en vetiver waarvoor productiesteun verleend wordt.

Artikel 13

Bereiders en plaatselijke organisaties

1. De in artikel 11, onder a), bedoelde steun wordt aan de producenten uitbetaald via door de bevoegde autoriteiten erkende bereiders.

De in artikel 11, onder b), bedoelde steun wordt aan de producenten uitbetaald via door de bevoegde autoriteiten erkende plaatselijke inzamelings- en afzetorganisaties.

2. De bevoegde autoriteiten erkennen de in lid 1 bedoelde, in het productiegebied gevestigde bereiders en organisaties die beschikken over een geëigende uitrusting voor de bereiding van gedroogde (zwarte) vanille of vanille-extracten, en de organisaties die beschikken over een geëigende uitrusting voor de inzameling en afzet van etherische oliën, en die voldoen aan de in artikel 14 vastgelegde verplichtingen.

Artikel 14

Verplichtingen van de bereiders en organisaties

De bereiders en organisaties verbinden zich ertoe om:

- in het kader van leveringscontracten het gehele bedrag van de in artikel 12, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun binnen een maand na de uitkering ervan door de bevoegde autoriteiten door te betalen aan de producent;

- in de boekhouding een afzonderlijk register te voeren voor de transacties die de toepassing van deze verordening betreffen;

- alle nodige controles door de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken en alle gegevens over de toepassing van deze verordening mee te delen.

Artikel 15

Verminderingscoëfficiënt

Wanneer de hoeveelheden waarvoor steunaanvragen worden ingediend, groter zijn dan de toegestane jaarlijkse hoeveelheden, stellen de bevoegde autoriteiten een op iedere aanvraag toe te passen verminderingscoëfficiënt vast.

Artikel 16

Betaling van de steun

De nationale autoriteiten stellen de betaling van de steun afhankelijk van de overlegging van afleveringsbewijzen die zowel door de teler als, naar gelang van het geval, door de bereiders of de erkende inzamelings- en afzetorganisaties ondertekend zijn.

HOOFDSTUK III

Vervoer van suikerriet in de Franse overzeese departementen

Artikel 17

1. De in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun voor het vervoer van suikerriet van de velden waar het wordt geoogst naar de leveringscentra wordt onder de in dit hoofdstuk bepaalde voorwaarden uitbetaald aan telers die hun suikerriet rechtstreeks aan een dergelijk centrum leveren.

2. Voor de vervoerssteun komt suikerriet in aanmerking dat bestemd is voor de productie van suiker of rum.

3. De steun wordt toegekend voor het vervoer van suikerriet van gezonde handelskwaliteit.

4. Als leveringscentrum geldt de weeginrichting of, bij rechtstreekse levering aan de suikerfabriek of de distilleerderij, de fabriek zelf.

Artikel 18

1. De vervoerskosten voor een teler worden bepaald naar gelang van de afstand tussen de rand van het veld en het leveringscentrum en op basis van andere objectieve criteria, zoals de toegankelijkheid van het veld en de aanwezigheid van natuurlijke belemmeringen.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 3 mag het voor een teler vastgestelde steunbedrag per ton niet meer bedragen dan:

a) de helft van de overeenkomstig lid 1 forfaitair vastgestelde vervoerskosten per ton;

b) het hieronder voor elk departement aangegeven maximumbedrag:

- 5,49 EUR/t voor Réunion;

- 5,34 EUR/t voor Guadeloupe;

- 3,96 EUR/t voor Martinique;

- 3,81 EUR/t voor Guyana.

3. De steun voor het vervoer van suikerriet wordt door de Franse autoriteiten vastgesteld met inachtneming, voor elk departement en rekening houdend met de betrokken hoeveelheden, van het hieronder aangegeven gemiddelde bedrag per ton:

- 3,2 EUR/t voor Réunion;

- 2,5 EUR/t voor Guadeloupe;

- 2,0 EUR/t voor Martinique;

- 2,0 EUR/t voor Guyana.

TITEL III

STEUN VOOR DE VERWERKING

HOOFDSTUK I

Groenten en fruit

Artikel 19

Werkingssfeer

De in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun wordt aan de verwerkers die door Frankrijk zijn erkend, toegekend overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde voorwaarden.

Artikel 20

Recht op steun

1. De steun wordt betaald voor de verwerking van groenten en fruit die in de in bijlage I, deel A, kolom II, bedoelde Franse overzeese departementen zijn geoogst en waarvoor de verwerkers een prijs hebben betaald die ten minste gelijk is aan de minimumprijs in het kader van verwerkingscontracten voor de vervaardiging van een van de producten vermeld in genoemde bijlage, deel B.

2. De steun wordt betaald voor maximaal de jaarlijkse hoeveelheden die voor elk van de drie categorieën A, B en C zijn vastgesteld in bijlage I, deel A, kolom III.

3. De steunbedragen voor elke categorie producten zijn vastgesteld in bijlage I, deel A, kolom IV.

Artikel 21

Erkenning van verwerkers

1. Verwerkers die voor de steunregeling in aanmerking wensen te komen, dienen een erkenningsaanvraag in bij de diensten die de bevoegde autoriteiten hebben aangewezen en wel vóór een datum die deze autoriteiten hebben bepaald; de betrokken verwerkers verstrekken daarbij alle door Frankrijk voor het beheer van en de controle op de steunregeling gevraagde gegevens.

2. De bevoegde autoriteiten verlenen de erkenning aan verwerkende bedrijven, respectievelijk wettelijk opgerichte verenigingen of unies van die bedrijven, die daarom verzoeken voorzover:

a) zij beschikken over adequate installaties voor de verwerking van groenten en fruit en

b) zich er schriftelijk toe verbinden:

- een afzonderlijke boekhouding te voeren over de uitvoering van de in artikel 22 bedoelde contracten en

- op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle bewijsstukken en alle documenten betreffende de uitvoering van de contracten en de inachtneming van de op grond van deze verordening aangegane verbintenissen mee te delen.

Artikel 22

Verwerkingscontracten

1. De in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde contracten, hierna "verwerkingscontracten" genoemd, dienen schriftelijk te worden gesloten vóór het begin van het verkoopseizoen. Zij kunnen de vorm hebben van:

a) een overeenkomst tussen een individuele producent of een op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende telersvereniging enerzijds en een verwerkend bedrijf, respectievelijk vereniging of unie van dergelijke bedrijven, die zijn erkend door de nationale autoriteiten, anderzijds;

b) een verbintenis tot levering, wanneer de onder a) bedoelde telersvereniging als verwerker optreedt.

2. De contracten hebben een looptijd van een kalenderjaar en tussen twee contractanten mag per verkoopseizoen slechts één contract worden gesloten.

3. In de verwerkingscontracten worden met name de volgende gegevens vermeld:

a) de firmanaam van de partijen die het contract hebben gesloten;

b) een nauwkeurige omschrijving van het product of van de producten waarop het contract betrekking heeft;

c) de te leveren hoeveelheden basisproduct;

d) het tijdschema voor de levering aan de verwerker;

e) de voor het basisproduct aan de medecontractant te betalen prijs, exclusief kosten voor verpakking, vervoer en belastingen; deze bedragen worden, in voorkomend geval, apart vermeld. De prijs mag niet lager zijn dan de in artikel 13, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde minimumprijs;

f) de omschrijving van de te vervaardigen eindproducten.

4. Onder de door de bevoegde autoriteiten per product vast te stellen voorwaarden kunnen contractanten besluiten de oorspronkelijk in het verwerkingscontract bepaalde hoeveelheden via schriftelijke aanvullende overeenkomsten maximaal 30 % te verhogen.

5. Als een telersvereniging tevens als verwerker optreedt, wordt het verwerkingscontract voor de eigen productie geacht te zijn gesloten wanneer binnen de in lid 6 bedoelde termijn aan de bevoegde autoriteit de volgende gegevens zijn meegedeeld:

a) de totale oppervlakte van het areaal waarop het basisproduct wordt geteeld, met vermelding van de kadastrale omschrijving of van een door de controlerende instantie als gelijkwaardig erkende aanduiding;

b) een raming van de totale oogst;

c) de voor verwerking bestemde hoeveelheid;

d) het tijdschema voor de verwerking.

6. De verwerker of de vereniging van verwerkers zendt binnen een door de bevoegde autoriteiten vastgestelde termijn een kopie van elk verwerkingscontract, en, in voorkomend geval, van de aanvullende overeenkomsten, aan die autoriteiten.

Artikel 23

Betaling van de minimumprijs

1. Behalve in het in artikel 22, lid 1, onder b), genoemde geval, dient de verwerker het basisproduct uitsluitend via bank- of postgiro aan de telersvereniging of aan de individuele teler te betalen.

De telersvereniging maakt het in de eerste alinea bedoelde bedrag binnen 15 werkdagen via bank- of postgiro integraal over aan de telers. In het in artikel 22, lid 1, onder b), genoemde geval kan de betrokken betaling gebeuren door creditering. Frankrijk neemt de nodige maatregelen om te controleren of het bepaalde in dit lid wordt nageleefd en stelt met name aan de verantwoordelijke personen van de telersvereniging op te leggen sancties vast die evenredig zijn met de ernst van de overtreding.

2. Frankrijk mag aanvullende bepalingen met betrekking tot de verwerkingscontracten vaststellen, in het bijzonder met betrekking tot de termijnen, de voorwaarden en regels inzake de betaling van de minimumprijs, en de schadevergoeding die de verwerker, de telersvereniging of de teler moeten betalen als zij hun contractuele verplichtingen niet nakomen.

Artikel 24

Kwaliteit van de producten

Onverminderd de volgens de procedure van artikel 46 van Verordening (EG) nr. 2200/96 vastgestelde of vast te stellen minimumeisen inzake de kwaliteit moeten de in het kader van verwerkingscontracten aan de verwerker geleverde basisproducten van gezonde handelskwaliteit zijn en geschikt zijn om te worden verwerkt.

Artikel 25

Steunaanvragen

1. De verwerker dient per verkoopseizoen bij de door Frankrijk aangewezen instantie twee steunaanvragen in:

a) de eerste voor de producten die zijn verwerkt in de periode van 1 januari tot en met 31 mei;

b) de tweede voor de producten die zijn verwerkt in de periode van 1 juni tot en met 31 december.

2. In de steunaanvraag moeten met name worden vermeld het nettogewicht van de gebruikte basisproducten en van de vervaardigde eindproducten, in beide gevallen met de omschrijving volgens bijlage I, deel A, respectievelijk deel B. Bij de steunaanvraag worden de kopieën van de in artikel 23, lid 1, eerste alinea, bedoelde giro-opdrachten gevoegd. Als het een verbintenis tot levering betreft, mogen deze kopieën worden vervangen door een verklaring van de teler dat de verwerker hem heeft gecrediteerd voor een prijs die ten minste gelijk is aan de minimumprijs. Op deze kopieën of verklaringen worden de referenties vermeld van de contracten waarop zij betrekking hebben.

Artikel 26

Verminderingscoëfficiënt

1. Als uit de in artikel 22, lid 6, bedoelde verklaringen blijkt dat het mogelijk is dat voor een categorie producten de in bijlage I, deel A, kolom III, vastgestelde hoeveelheid wordt overschreden, stellen de bevoegde autoriteiten een voorlopige verminderingscoëfficiënt vast die wordt toegepast op elke op grond van artikel 25, lid 1, onder a), ingediende steunaanvraag voor de betrokken categorie producten. Deze coëfficiënt, die overeenkomt met de verhouding tussen de in bijlage I, deel A, kolom III, vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor contracten zijn aangegaan, verhoogd met de hoeveelheden van mogelijke aanvullende overeenkomsten, wordt uiterlijk op 31 maart vastgesteld.

2. Als lid 1 is toegepast, stellen de bevoegde autoriteiten aan het einde van het verkoopseizoen de definitieve verminderingscoëfficiënt vast die moet worden toegepast op elke op grond van artikel 25, lid 1, onder a) of b), ingediende steunaanvraag voor de betrokken categorie producten.

Artikel 27

Registers

1. De verwerker houdt registers bij waarin ten minste de volgende gegevens worden opgetekend:

a) per dag, de inkomende gekochte partijen basisproducten, met vermelding voor welke hoeveelheden verwerkingscontracten dan wel aanvullende overeenkomsten zijn gesloten en met opgave van de nummers van de in voorkomend geval voor deze partijen afgegeven bewijzen van inontvangstneming;

b) het gewicht van elke inkomende partij en naam en adres van de medecontractant;

c) per dag, de hoeveelheden eindproducten die zijn verkregen na verwerking van basisproducten die voor steun in aanmerking komen;

d) voor elke partij, de hoeveelheid en de prijs van het product dat het bedrijf van de verwerker verlaat, met vermelding van de geadresseerde. Deze gegevens mogen in de registers worden opgetekend met verwijzing naar de bewijsstukken voorzover de voornoemde gegevens daarin zijn vermeld.

2. De verwerker bewaart het bewijs van betaling voor alle basisproducten die in het kader van verwerkingscontracten of aanvullende overeenkomsten zijn gekocht.

3. De verwerker dient zich aan alle noodzakelijk geachte inspectie- of controlemaatregelen te onderwerpen en houdt de aanvullende registers bij die door de bevoegde autoriteiten zijn voorgeschreven om de door hen noodzakelijk geachte controles te kunnen verrichten. Als de bedoelde inspectie of controle door de schuld van de verwerker niet kan worden uitgevoerd ondanks een aanmaning dat hij deze inspectie of controle dient toe te staan, wordt voor de betrokken verkoopseizoenen geen steun uitgekeerd.

HOOFDSTUK II

Suiker

Afdeling I

Rietsuiker

Artikel 28

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de volgende steun:

a) de in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun voor de directe verwerking van suikerriet tot sacharosestroop of tot "rhum agricole";

b) de in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun voor de directe verwerking van suikerriet tot suikerstroop of tot "rhum agricole".

Artikel 29

Betaling van de steun

1. De in artikel 28 genoemde steun wordt uitgekeerd, naar gelang van het geval:

a) aan fabrikanten van sacharosestroop of distilleerders:

- wier installaties op het grondgebied van een van de Franse overzeese departementen zijn gelegen en

- die rechtstreeks uit suikerriet dat in hetzelfde Franse overzeese departement is geoogst:

i) sacharosestroop met een zuiverheid van minder dan 75 % die voor de bereiding van aperitieven wordt gebruikt, produceren, of

ii) "rhum agricole" zoals bedoeld in artikel 1, lid 4, onder a), punt 2, van Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad(26) produceren;

b) aan fabrikanten van suikerstroop of distilleerders van wie de installaties zich op Madeira bevinden en die het op Madeira geoogste suikerriet rechtstreeks verwerken.

2. De steun wordt jaarlijks uitgekeerd voor de rechtstreeks tot suikerstroop, tot sacharosestroop, tot rum of tot "rhum agricole" verwerkte hoeveelheden suikerriet waarvoor de fabrikant van de suikerstroop of de distilleerder het bewijs levert dat hij de betrokken suikerriettelers ten minste de in artikel 30 bedoelde minimumprijs heeft betaald.

3. De steun voor verwerking:

a) zoals bedoeld in artikel 28, onder a):

- tot sacharosestroop wordt vastgesteld op 9,0 EUR per 100 kg suiker, uitgedrukt in witte suiker;

- tot "rhum agricole" wordt vastgesteld op 64,22 EUR per geproduceerde hectoliter zuivere alcohol;

b) zoals bedoeld in artikel 28, onder b):

- tot suikerstroop wordt vastgesteld op 53 EUR per 100 kg suiker, uitgedrukt in witte suiker;

- tot "rhum agricole" wordt vastgesteld op 90 EUR per geproduceerde hectoliter zuivere alcohol.

Artikel 30

Minimumprijs voor suikerriet

1. De in artikel 17, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 en in artikel 18, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde minimumprijs is als volgt vastgesteld:

- Réunion: 51,01 EUR per ton suikerriet;

- Martinique: 45,16 EUR per ton suikerriet;

- Guadeloupe en Guyana: 55,95 EUR per ton suikerriet;

- Madeira: 78,9 EUR per ton suikerriet.

De minimumprijs geldt voor suikerriet van gezonde handelskwaliteit met een standaardsuikergehalte. Het leveringsstadium is franco fabriek.

2. Het standaardsuikergehalte en de schaal van kortingen en toeslagen die op de minimumprijs moeten worden toegepast wanneer het suikergehalte van het geleverde suikerriet verschilt van het standaardsuikergehalte, worden door de bevoegde instantie vastgesteld op voorstel van een gemengde commissie van, enerzijds, fabrikanten van suikerstroop of distilleerders en, anderzijds, suikerriettelers.

Artikel 31

Minimumprijs

1. Het bewijs dat de minimumprijs aan de suikerrietteler is betaald, wordt geleverd door een verklaring die door de fabrikant van de suikerstroop of de distilleerder op ongezegeld papier is gesteld. In deze verklaring worden vermeld:

a) de naam van de fabrikant van de suikerstroop of de distilleerder;

b) de naam van de suikerrietteler;

c) de totale hoeveelheid suikerriet waarvoor de voor dat kalenderjaar vastgestelde minimumprijs is betaald en die door de betrokken producent in het betrokken kalenderjaar aan de stroopfabriek of de distilleerderij is geleverd;

d) de hoeveelheid van het product waarvoor de minimumprijs is betaald.

2. De verklaring wordt door de suikerrietteler en de fabrikant van de suikerstroop of de distilleerder ondertekend.

3. Het origineel van de verklaring wordt door de fabrikant of de distilleerder bewaard. Een afschrift ervan wordt aan de suikerrietteler gezonden.

Artikel 32

Verminderingscoëfficiënt

1. Wanneer de totale hoeveelheid waarvoor in een gegeven kalenderjaar steun wordt aangevraagd, hoger is dan, al naar het geval, één van de in artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 of in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde jaarlijkse hoeveelheden, wordt elke aanvraag voor het betrokken product met een enkele coëfficiënt verminderd.

Frankrijk mag evenwel de in lid 1 bedoelde maximumhoeveelheid rum over de departementen verdelen naar evenredigheid van de gemiddelde hoeveelheid "rhum agricole" die in de periode van 1997 tot en met 2001 door het betrokken departement is afgezet. Wanneer de hoeveelheden waarvoor de steun wordt aangevraagd, hoger zijn dan de maximumhoeveelheid, mag de verminderingscoëfficiënt per departement worden gedifferentieerd.

2. De steunaanvragen worden ingediend bij de, al naar het geval, door Frankrijk of door Portugal aangewezen bevoegde autoriteiten.

Afdeling II

Bietsuiker

Artikel 33

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de steun voor de verwerking van op de Azoren geoogste suikerbieten tot witte suiker zoals bedoeld in artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1453/2001.

Artikel 34

1. Het verwerkend bedrijf dient bij de bevoegde autoriteiten een schriftelijke aanvraag in. De aanvraag, waarin de hoeveelheid witte suiker wordt vermeld die uit op de Azoren geoogste suikerbieten is verkregen, gaat vergezeld van:

a) het bewijs van aankoop van de suikerbieten voor elke producent die aan het bedrijf suikerbieten voor verwerking heeft geleverd, en

b) de schriftelijke verbintenis om tijdens de periode waarin de suikerbieten tot witte suiker worden verwerkt, geen ruwe suiker te raffineren.

2. De in lid 1 bedoelde steun mag eerst worden betaald nadat de hoeveelheid uit op de Azoren geoogste suikerbieten geproduceerde witte suiker definitief is vastgesteld.

Artikel 35

Portugal neemt alle nodige maatregelen om de steun slechts toe te kennen binnen de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde grenzen.

HOOFDSTUK III

Wijn

Afdeling I

Steun, op Madeira, voor de aankoop van gerectificeerde geconcentreerde most en voor de aankoop van wijnalcohol

Artikel 36

1. De in de archipel van Madeira gevestigde producenten die in aanmerking wensen te komen voor de op grond van artikel 20, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 verleende steun voor de aankoop van gerectificeerde geconcentreerde most voor gebruik bij de wijnbereiding, om Madeirawijn te verzoeten, of voor de aankoop van wijnalcohol, dienen bij de bevoegde instantie, vóór een door die instantie vastgestelde datum en uiterlijk op 31 oktober, een aanvraag in waarbij ten minste de volgende informatie wordt verstrekt:

- een kopie van het contract voor de aankoop van gerectificeerde geconcentreerde most of van wijnazijn in de rest van de Gemeenschap;

- de hoeveelheid gerectificeerde geconcentreerde most of wijnazijn, uitgedrukt in hectoliter en % vol, waarvoor steun wordt aangevraagd;

- de datum waarop de most of de wijnazijn is overgenomen;

- de datum waarop met de bereiding van de likeurwijn wordt begonnen, alsmede de plaats waar deze bereiding geschiedt.

2. Het bedrag van de steun wordt vastgesteld op 12,08 EUR per hectoliter.

3. De steun wordt uitgekeerd voor de aankoop van ten hoogste 3600 hl gerectificeerde geconcentreerde most en ten hoogste 8000 hl wijnazijn per verkoopseizoen.

Artikel 37

1. De bevoegde instantie neemt alle dienstige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de aanvragen correct zijn en dat de in de steunaanvragen bedoelde gerectificeerde geconcentreerde most of wijnazijn daadwerkelijk voor het beoogde doel wordt gebruikt.

2. De bevoegde instantie betaalt de producent vóór het einde van het betrokken wijnoogstjaar de steun uit, onverminderd de eventueel door aanvullende controles veroorzaakte vertraging.

Afdeling II

Steun voor de rijping van likeurwijn van Madeira en van wijn van de Azoren

Artikel 38

1. De steun voor de rijping van likeurwijn van Madeira en de steun voor de rijping van "verdelho"-wijn van de Azoren, zoals bepaald in respectievelijk artikel 20, lid 5, en artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1453/2001, wordt uitgekeerd voor een hoeveelheid wijn die op eenzelfde datum wordt opgeslagen om te rijpen en waarvan de rijpingsperiode niet wordt onderbroken gedurende ten minste vijf jaar op Madeira en drie jaar op de Azoren.

2. De steun voor de rijping van Madeirawijn en van wijn van de Azoren wordt verleend aan de producenten in die regio's die daartoe in de eerste twee maanden van het jaar bij de bevoegde instantie een aanvraag hebben ingediend.

3. De steun wordt in de eerste plaats uitgekeerd voor de wijn van de laatste oogst. Aanvragen betreffende in de voorgaande verkoopseizoenen geproduceerde wijn worden aanvaard voorzover de in Verordening (EG) nr. 1453/2001 vastgestelde maximumhoeveelheden niet worden overschreden, waarbij in de eerste plaats rekening wordt gehouden met de jongste wijn.

4. Indien in totaal aanvragen zijn ingediend voor meer dan de in Verordening (EG) nr. 1453/2001 vastgestelde maximumhoeveelheden, wordt een verminderingscoëfficiënt toegepast. De totale hoeveelheid waarvoor een producent een steunaanvraag indient, mag niet groter zijn dan die welke hij voor het betrokken wijnoogstjaar in de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1282/2001 ingediende productieopgave heeft vermeld.

5. De Portugese autoriteiten delen het volgende aan de Commissie mee:

- de totale hoeveelheden waarvoor elk jaar contracten zijn ondertekend;

- de uitvoeringsbepalingen van dit lid.

6. De marktdeelnemer die voor de betrokken steunregeling in aanmerking wenst te komen, sluit met de bevoegde instantie een rijpingscontract met een looptijd van ten minste vijf jaar voor Madeira en ten minste drie jaar voor de Azoren.

7. Het contract wordt gesloten op basis van een steunaanvraag die eenmaal, in het begin van vorengenoemde periode, wordt ingediend. Deze aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:

a) naam en adres van de aanvragende producent;

b) aantal partijen waarvoor het rijpingscontract geldt, nauwkeurige identificatie van elke partij (met name nummer van de rijpingstanks, opgeslagen hoeveelheid, nauwkeurige vermelding van de plaats van de tanks);

c) voor elke partij: oogstjaar, technische kenmerken van de betrokken likeurwijn en, met name, totaal alcoholgehalte, effectief alcoholgehalte, suikergehalte, totaal zuurgehalte en gehalte aan vluchtige zuren;

d) voor elke partij: wijze van verpakking;

e) voor elke partij: vermelding van de eerste en de laatste dag van de opslagperiode.

8. De uitvoering van het rijpingscontract verleent het recht op betaling van het totale steunbedrag dat bij de ondertekening van het contract is vastgesteld. Voor Madeira wordt in het eerste, het derde en het vijfde jaar van de opslag telkens een derde van het steunbedrag uitgekeerd. Voor de Azoren wordt in elk jaar van de opslag telkens een derde van het steunbedrag uitgekeerd.

9. Het contract wordt pas aanvaard nadat ten bedrage van 40 % van het totale steunbedrag een honoreringszekerheid voor de contractperiode is gesteld. Deze zekerheid wordt gesteld overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten(27).

10. De bevoegde instantie vergewist zich ervan dat de bepalingen van het rijpingscontract zijn nageleefd, met name door verificatie van de registers van de producent en door bezoeken ter plaatse.

11. De zekerheid wordt vrijgegeven nadat is geconstateerd dat de uitvoering overeenkomstig de bepalingen van het contract is geschied.

12. Ingeval de bevoegde instantie constateert dat de likeurwijn waarop het contract betrekking heeft, niet geschikt is om voor rechtstreekse menselijke consumptie te worden aangeboden of geleverd, beëindigt zij het contract. Behoudens overmacht, brengt deze opzegging van het contract met zich dat de reeds uitgekeerde bedragen worden teruggevorderd en dat de honoreringszekerheid wordt verbeurd. De ingeroepen gevallen van overmacht worden binnen drie werkdagen nadat zij zich hebben voorgedaan, ter kennis van de bevoegde autoriteit gebracht.

TITEL IV

HOOFDSTUK I

Plaatselijke afzet

Artikel 39

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de steun voor groenten, fruit, en bloemen en levende planten die lokaal zijn geoogst of geteeld en die bestemd zijn voor de voorziening van de markten van de respectieve productiegebieden, zoals bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1454/2001, in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1454/2001.

Artikel 40

Recht op steun

1. De lijst van de in categorieën ingedeelde producten die voor de in artikel 39 bedoelde steun in aanmerking komen, is voor respectievelijk de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden vastgesteld in kolom II van de bijlagen II, III, IV en V.

2. Voor de betrokken producten moeten de in artikel 41 bedoelde leveringscontracten worden opgesteld en zij moeten, voorzover het groenten en fruit betreft, voldoen aan de normen die zijn opgesteld overeenkomstig titel I van Verordening (EG) nr. 2200/96, of, bij ontstentenis van dergelijke normen, voldoen aan de in de contracten vastgestelde kwaliteitsspecificaties.

3. De steun wordt betaald voor de in kolom III van de bijlagen II, III, IV en V per categorie producten vastgestelde jaarlijkse maximumhoeveelheden.

4. De steunbedragen voor elke categorie producten zijn vastgesteld in de kolommen IV en V van de bijlagen II, III, IV en V. De in kolom V aangegeven bedragen gelden voor de overeenkomstig de artikelen 11 en 14 van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende telersverenigingen. De in kolom IV aangegeven bedragen gelden voor de andere telers.

5. Indien de behoefte aan één of meer producten in de Franse overzeese departementen dit rechtvaardigt, verlenen de bevoegde autoriteiten steun voor levering aan een ander overzees departement dan het overzeese departement waar het product is geoogst.

Artikel 41

Leveringscontracten

1. De leveringscontracten worden gesloten tussen individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen enerzijds en een marktdeelnemer zoals bedoeld in artikel 42 anderzijds.

In de contracten zijn met name de volgende gegevens opgenomen:

a) de firmanaam van de contractsluitende partijen;

b) een nauwkeurige omschrijving van de betrokken producten;

c) de totale te leveren hoeveelheden en het voorlopige tijdschema voor de leveringen;

d) een omschrijving en de oppervlakte van elk perceel waarop de betrokken producten worden geteeld, alsmede naam en adres van elke betrokken teler;

e) de duur van de verbintenis;

f) de wijze van opmaak en verpakking en de gegevens betreffende het vervoer (voorwaarden en kosten);

g) het leveringsstadium.

2. De contractsluitende partijen mogen de aanvankelijk in het contract aangegeven hoeveelheden via een schriftelijke aanvullende overeenkomst verhogen met maximaal 30 %.

3. De contracten en de aanvullende overeenkomsten worden vóór het begin van de betrokken leveringen en vóór een door de bevoegde autoriteiten vastgestelde uiterste datum, en eventueel voor elk product afzonderlijk, ondertekend.

4. Op het gebied van contracten mogen de bevoegde autoriteiten aanvullende bepalingen vaststellen, met name ten aanzien van de schadeloosstelling bij niet-naleving van de contractuele verplichtingen of vaststelling van een minimumhoeveelheid per contract. De bevoegde autoriteiten kunnen, voorzover dit nodig is met het oog op het beheer van de steunregeling, andere dan de in artikel 53 bedoelde verkoopperiodes of -seizoenen per product vaststellen.

Artikel 42

Erkende marktdeelnemers

1. De marktdeelnemers die hun commerciële activiteiten uitoefenen in de sectoren levensmiddelenhandel (zowel groothandel als detailhandel), horeca en instellingen of, op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, in de levensmiddelenindustrie en die wensen deel te nemen aan de steunregeling, dienen vóór een door de bevoegde autoriteiten vastgestelde datum een verzoek tot erkenning in bij de door die autoriteiten aangewezen instantie. Die instantie stelt de erkenningsvoorwaarden vast en maakt elk jaar ten minste één maand vóór de uiterste datum voor de ondertekening van de contracten een lijst van erkende marktdeelnemers bekend.

2. De erkende marktdeelnemers verbinden zich ertoe om:

a) de onder de leveringscontracten vallende producten uitsluitend in het productiegebied af te zetten of, voor de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, te verwerken;

b) een afzonderlijke boekhouding voor de leveringscontracten te voeren;

c) op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle bewijsstukken en documenten betreffende de uitvoering van de contracten en de inachtneming van de op grond van deze verordening aangegane verbintenissen mee te delen.

Artikel 43

Verklaringen

De individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen die gebruik wensen te maken van de steunregeling, zenden vóór een door de bevoegde autoriteiten vastgestelde datum een verklaring met bijgevoegde kopie van het in artikel 41 genoemde leveringscontract naar de door bevoegde autoriteiten aangewezen diensten.

Artikel 44

Verminderingscoëfficiënt

1. Als uit de in artikel 43 bedoelde verklaringen blijkt dat de in artikel 40, lid 3, bedoelde hoeveelheden dreigen te worden overschreden, stellen de bevoegde autoriteiten een voorlopige verminderingscoëfficiënt vast die wordt toegepast op elke steunaanvraag voor de betrokken categorie producten, en delen zij dit mee aan de belanghebbenden. Deze coëfficiënt, die overeenkomt met de verhouding tussen de in kolom III van de bijlagen II, III, IV en V vastgestelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor contracten zijn aangegaan, verhoogd met de hoeveelheden van eventuele aanvullende overeenkomsten, wordt vastgesteld voordat enig besluit tot toekenning van de steun wordt genomen, maar uiterlijk een maand na de in artikel 41, lid 3, bedoelde uiterste datum.

2. Als lid 1 is toegepast, stellen de bevoegde autoriteiten na afloop van het verkoopseizoen de definitieve verminderingscoëfficiënt vast die moet worden toegepast op elke tijdens het verkoopseizoen ingediende steunaanvraag.

HOOFDSTUK II

Afzet buiten het productiegebied

Afdeling I

Rijst, groenten en fruit, bloemen, planten en aardappelen

Artikel 45

Werkingssfeer

Deze afdeling bevat de uitvoeringsbepalingen betreffende de volgende steun:

a) de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun;

b) de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steun;

c) de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun;

d) de in artikel 30, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun;

e) de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde steun.

Artikel 46

Seizoencontracten

1. Onder "seizoencontract" wordt verstaan, het contract waarbij een buiten het ultraperifere productiegebied in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, natuurlijke persoon of rechtspersoon, zich vóór het begin van de verkoopperiode voor het betrokken product of de betrokken producten ertoe verbindt de productie van een individuele teler, een samenwerkingsverband van telers of een telersvereniging, in de ultraperifere regio's gevestigd, geheel of gedeeltelijk af te nemen met het oog op het in de handel brengen van de producten buiten het productiegebied.

2. Marktdeelnemers die een steunaanvraag wensen in te dienen, doen al naar gelang van het geval de Franse, Portugese of Spaanse bevoegde autoriteiten vóór het begin van de verkoopperiode voor het betrokken product of de betrokken producten het seizoencontract toekomen.

Het contract bevat ten minste de volgende elementen:

a) de firmanaam en het adres van vestiging van de contractanten;

b) een nauwkeurige omschrijving van de betrokken producten;

c) de totale te leveren hoeveelheden en het voorlopige tijdschema voor de leveringen;

d) een omschrijving en de oppervlakte van elk perceel waarop de betrokken producten worden geteeld, alsmede naam en adres van elke betrokken teler;

e) de duur van de verbintenis;

f) de wijze van opmaak en verpakking en de gegevens betreffende het vervoer (voorwaarden en kosten);

g) het leveringsstadium.

De contractsluitende partijen mogen de aanvankelijk in het contract aangegeven hoeveelheden via een schriftelijke aanvullende overeenkomst verhogen met maximaal 30 %.

3. De bevoegde autoriteiten gaan na of de contracten in overeenstemming zijn met de bepalingen van artikel 45 en met onderhavige afdeling. Met name vergewissen zij zich ervan of de in lid 2 genoemde gegevens in de contracten voorkomen. Zij wijzen de marktdeelnemers erop dat het mogelijk is dat artikel 48 wordt toegepast.

4. Voor de bepaling van het steunbedrag wordt de waarde van de in de handel gebrachte productie, franco gebied van bestemming, geraamd op basis van het seizoencontract, de specifieke vervoersdocumenten en alle tot staving van de betalingsaanvraag overgelegde bewijsstukken. De in aanmerking te nemen waarde van de in de handel gebrachte productie is de waarde franco eerste haven of eerste luchthaven van lossing. De bevoegde autoriteiten kunnen alle voor het berekenen van het steunbedrag dienstige aanvullende informatie of bewijsstukken vragen.

5. De koper of, in het geval van de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun, de verkoper die zich ertoe heeft verbonden het betrokken product in de handel te brengen, dient de steunaanvraag in. De bevoegde autoriteiten kunnen, voorzover dit nodig is met het oog op het beheer van de steunregeling, andere dan de in artikel 53 bedoelde verkoopperiodes of -seizoenen per product vaststellen.

Artikel 47

Afzet van op de Azoren en Madeira geproduceerde bloemen en planten

1. Voor de toepassing van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 met betrekking tot de afzet van bloemen en planten van de Azoren en Madeira in de rest van de Gemeenschap dienen individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen zoals bedoeld in de artikelen 11, 13 en 14 van Verordening (EG) nr. 2200/96, die wensen deel te nemen aan de steunregeling, vóór een door de bevoegde Portugese autoriteiten vastgestelde datum een verzoek tot erkenning in bij de door die autoriteiten aangewezen instantie.

Die instantie stelt de erkenningsvoorwaarden vast en maakt elk jaar ten minste één maand vóór het begin van de verkoopperiode een lijst van erkende individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen bekend.

2. Genoemde individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen die in aanmerking wensen te komen voor de steun, dienen bij de door de bevoegde Portugese autoriteiten aangewezen diensten vóór het begin van de verkoopperiode van het betrokken product een verklaring in, waarbij deze zich ertoe verbinden:

a) de bloemen en planten uitsluitend in de rest van de Gemeenschap af te zetten;

b) naam en adres van vestiging van de contractanten of tussenpersonen mee te delen;

c) uitdrukkelijk het volgende mee te delen:

- de afgezette bloemen en planten;

- een omschrijving en de oppervlakte van elk perceel, geïdentificeerd overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92, waarop de betrokken producten worden geteeld, alsmede, in het geval van telersverenigingen, naam en adres van elke betrokken teler; de omschrijving van de percelen hoeft niet te worden meegedeeld voor gedroogde bloemen van GN-code 0603 90 00;

d) de wijze van opmaak en verpakking mee te delen alsmede de gegevens betreffende het vervoer (voorwaarden en kosten) en het leveringsstadium;

e) een afzonderlijke boekhouding te voeren voor de in dit artikel bedoelde transacties;

f) op verzoek van de bevoegde Portugese autoriteit alle bewijsstukken en documenten betreffende de in dit artikel bedoelde verkopen en de inachtneming van de op grond van deze verordening aangegane verbintenissen mee te delen.

3. Voor de bepaling van het steunbedrag wordt de waarde van de in de handel gebrachte productie, franco gebied van bestemming, geraamd op basis van de specifieke vervoersdocumenten en alle tot staving van de betalingsaanvraag overgelegde bewijsstukken. De in aanmerking te nemen waarde van de in de handel gebrachte productie is de waarde franco eerste haven of eerste luchthaven van lossing. De diensten kunnen alle voor het berekenen van het steunbedrag dienstige aanvullende informatie of bewijsstukken vragen.

4. De individuele telers, samenwerkingsverbanden van telers of telersverenigingen zoals bedoeld in de artikelen 11, 13 en 14 van Verordening (EG) nr. 2200/96, die zich ertoe hebben verbonden het betrokken product in de handel te brengen, dienen de steunaanvraag in. De bevoegde autoriteiten kunnen, voorzover dit nodig is met het oog op het beheer van de steunregeling, andere dan de in artikel 53 bedoelde verkoopperiodes of -seizoenen per product vaststellen.

Artikel 48

Verminderingscoëfficiënt

1. Wanneer voor een bepaald product de hoeveelheden waarvoor de steun wordt aangevraagd, groter zijn dan het in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 vastgestelde volume of, wat meloenen van GN-code ex 0807 10 90 en ananas van GN-code 0804 30 00 betreft, dan het in lid 6 van genoemd artikel vastgestelde maximum of de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1454/2001 vastgestelde maxima, stellen de nationale autoriteiten een op iedere steunaanvraag toe te passen uniforme verminderingscoëfficiënt vast.

2. Voor in Guyana geoogste rijst:

a) De bevoegde Franse autoriteiten stellen, in voorkomend geval, een op alle betrokken steunaanvragen toe te passen uniforme verminderingscoëfficiënt vast om te waarborgen dat per jaar steun wordt toegekend voor ten hoogste 12000 t volwitterijstequivalent van de totale hoeveelheid waarvoor steunaanvragen zijn ingediend, waarvan ten hoogste 4000 t rijst die in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is.

b) De uniforme verminderingscoëfficiënt wordt als volgt berekend:

i) indien de totale hoeveelheid waarvoor aanvragen zijn ingediend, minder dan 12000 t bedraagt en daarvan meer dan de maximale hoeveelheid van 4000 t rijst in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is, wordt uitsluitend op laatstgenoemde hoeveelheid rijst de coëfficiënt i toegepast, die als volgt wordt bepaald:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

waarbij

x= de hoeveelheid in Guyana geoogste rijst die daadwerkelijk in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is;

ii) indien de totale hoeveelheid waarvoor aanvragen zijn ingediend, meer dan 12000 t bedraagt en daarvan minder dan de maximale hoeveelheid van 4000 t rijst in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is, wordt op de totale hoeveelheid rijst de coëfficiënt j toegepast, die als volgt wordt bepaald:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

waarbij

y= de totale hoeveelheid in Guyana geoogste rijst waarvoor aanvragen zijn ingediend;

iii) indien de totale hoeveelheid waarvoor aanvragen zijn ingediend, meer dan 12000 t bedraagt en daarvan meer dan de maximale hoeveelheid van 4000 t rijst in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is, wordt de coëfficiënt z toegepast, die als volgt wordt bepaald:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

waarbij

x= de hoeveelheid in Guyana geoogste rijst die daadwerkelijk in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is;

i= de in punt i) bedoelde verminderingscoëfficiënt voor de steunaanvragen betreffende de hoeveelheid in Guyana geoogste rijst die daadwerkelijk in de Gemeenschap buiten Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is;

k= de hoeveelheid in Guyana geoogste rijst die daadwerkelijk op Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht is.

Indien de bevoegde Franse autoriteiten de bepalingen van deze punten toepassen, stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis met vermelding van de betrokken hoeveelheden.

c) De steun wordt uitgekeerd naar rata van de hoeveelheden die daadwerkelijk afgezet of in de handel gebracht zijn ter uitvoering van het seizoencontract of de seizoencontracten en in overeenstemming met de geldende voorschriften.

d) Voor de toepassing van dit artikel zijn de volgende omzettingscoëfficiënten vastgesteld:

- 0,45 voor de omzetting van padie in volwitte rijst,

- 0,69 voor de omzetting van gedopte rijst in volwitte rijst,

- 0,93 voor de omzetting van halfwitte rijst in volwitte rijst.

Artikel 49

Joint ventures

De in artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1452/2001, in artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde verhoging van de steun wordt uitgekeerd na overlegging van het bewijs van de door de partners aangegane verbintenissen om gedurende een periode van ten minste drie jaar de kennis en de know-how te delen die nodig zijn om het doel van het samenwerkingsverband te bereiken. In deze verbintenissen moet een beding zijn opgenomen waardoor opzegging van de verbintenis vóór het einde van de bedoelde periode van drie jaar wordt uitgesloten.

Wanneer de bovenbedoelde verbintenissen niet zijn nagekomen, kan de marktdeelnemer voor het betrokken verkoopseizoen geen steunaanvraag indienen.

Artikel 50

Herverzending en wederuitvoer van rijst

1. Producten waarvoor steun wordt verleend in het kader van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1452/2001, mogen niet worden uitgevoerd; bovendien mogen dergelijke producten, als zij op Guadeloupe en Martinique afgezet of in de handel gebracht zijn, niet opnieuw worden verzonden naar een ander deel van de Gemeenschap.

Producten die in een ander deel van de Gemeenschap afgezet of in de handel gebracht zijn en waarvoor de bedoelde steun is verleend, mogen niet opnieuw worden verzonden naar Guyana, Guadeloupe of Martinique.

2. De bevoegde autoriteiten nemen de nodige controlemaatregelen om toe te zien op de naleving van lid 1. Deze maatregelen omvatten met name onverwachte fysieke controles. De betrokken lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in dit verband genomen maatregelen.

Afdeling II

Madeirawijn

Artikel 51

1. De in artikel 20, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde steun wordt toegekend tot en met het verkoopseizoen 2005/2006.

2. Als de steun wordt aangevraagd voor verpakkingen van minder dan 1 l, wordt op de steun een verminderingscoëfficiënt toegepast naar evenredigheid van de inhoud van de fles.

3. De steun wordt uitgekeerd aan expediteurs die daartoe voor elke partij een aanvraag hebben ingediend bij de bevoegde instantie binnen de door die instantie vastgestelde termijn.

4. Deze aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:

- kopie van deel 3 van het naar behoren ingevulde begeleidende administratieve document; opgave van de expediteur en de geadresseerde (benaming, adres, land), de hoeveelheid verzonden wijn in liter, de code uit de douanenomenclatuur, het stempel van het wijninstituut van Madeira waarmee de authenticiteit van het product wordt bevestigd, en het stempel van de douane van Madeira waarmee wordt bevestigd dat het product het grondgebied heeft verlaten;

- kopie van de facteur van de vervoerder/doorvoerder met vermelding van de eindbestemming of de zeevrachtbrief (connossement);

- kopie van de aan de koper geadresseerde factuur met vermelding van het equivalent in liter dat moet overeenstemmen met de in het begeleidende administratieve document vermelde hoeveelheid.

TITEL V

STUDIES

Artikel 52

1. De opdracht voor de uitvoering van de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde studies wordt gegund via een onder verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten te organiseren inschrijving.

2. De bevoegde autoriteiten doen de Commissie het ontwerp van inschrijvingsbericht met de specificaties toekomen. De Commissie deelt eventuele opmerkingen uiterlijk één maand na de ontvangst van het ontwerp mee.

3. De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie in kennis van de definitieve studie. De Commissie deelt eventuele opmerkingen uiterlijk 45 dagen na de ontvangst van de studie mee.

4. De financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt alleen uitgekeerd indien:

- de bepalingen van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 en de specificaties in acht zijn genomen, en rekening is gehouden met de eventueel meegedeelde opmerkingen;

- de bijdrage van Portugal of Spanje is uitgekeerd.

TITEL VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK I

Steunaanvragen

Artikel 53

Verkoopseizoenen

De verkoopseizoenen lopen van 1 januari tot en met 31 december voor alle andere producten dan wijn.

Artikel 54

Indiening van de aanvragen en betaling van de steun

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5, 25, 34 en 36, worden steunaanvragen bij de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat aangewezen diensten ingediend overeenkomstig de door deze autoriteiten voorgeschreven modellen en binnen de door die autoriteiten bepaalde termijnen. Voor de in titel I bedoelde steun worden deze termijnen zodanig gekozen dat de nodige controles ter plaatse kunnen worden uitgevoerd.

2. Iedere steunaanvraag bevat ten minste de volgende gegevens en bewijsstukken:

a) naam, voornamen en adres van de aanvrager;

b) voor de in titel I bedoelde steun, de bebouwde oppervlakte, in hectare en are, geïdentificeerd overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92;

c) voor de in titel II, hoofdstuk I, bedoelde steun, de geoogste hoeveelheid ananas en de hoeveelheid waarvoor een steunaanvraag is ingediend;

d) voor de in titel II, hoofdstuk III, bedoelde steun, de afleveringsbewijzen voor het suikerriet die zijn opgesteld door de voor elk departement door Frankrijk aangewezen bevoegde instanties of verwerkingsbedrijven;

e) voor de respectievelijk in titel II, hoofdstuk II, in titel III, hoofdstuk I, en in titel IV, de hoofdstukken I en II, bedoelde steun, de individuele of gebundelde facturen en alle andere bewijsstukken betreffende de uitgevoerde acties, met name de referenties van de leveringscontracten, verwerkingscontracten of seizoencontracten.

3. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 9, keren de bevoegde autoriteiten de op grond van deze verordening vastgestelde steun uit binnen vier maanden na het verstrijken van de termijn voor de indiening van de steunaanvragen.

Wanneer in het kader van de in titel I, hoofdstuk I, bedoelde teelten binnen een kalenderjaar meer dan één oogst kan plaatsvinden, begint de in de eerste alinea bedoelde termijn na afloop van de termijn voor het indienen van aanvragen om steun voor de laatste oogst van het lopende jaar.

4. De lidstaten kunnen aanvullende bepalingen vaststellen voor de uitbetaling van de in titel IV bedoelde steun door de telersvereniging aan haar leden.

Artikel 55

Verbetering van kennelijke fouten

In geval van een door de bevoegde autoriteit erkende kennelijke fout, kan een steunaanvraag te allen tijde na de indiening worden aangepast.

Artikel 56

Te late indiening van aanvragen

Behoudens overmacht en buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 65 wordt bij indiening van een steunaanvraag na de overeenkomstig artikel 54, lid 1, in de betrokken sectorspecifieke voorschriften bepaalde termijn het steunbedrag waarop het bedrijfshoofd recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, verlaagd met 1 % per werkdag vertraging. Bij een termijnoverschrijding van meer dan 25 kalenderdagen wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 57

Intrekking van steunaanvragen

1. Een steunaanvraag kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.Wanneer echter de bevoegde instantie het bedrijfshoofd reeds in kennis heeft gesteld van onregelmatigheden in zijn steunaanvraag, of van haar voornemen bij hem een controle ter plaatse uit te voeren, waarbij vervolgens onregelmatigheden worden ontdekt, mogen de bij de onregelmatigheden betrokken gedeelten van de aanvraag niet worden ingetrokken.

2. Door de intrekking van de steunaanvraag overeenkomstig lid 1 wordt de aanvrager teruggebracht in de toestand waarin hij zich vóór de indiening van de betrokken aanvraag of van het betrokken gedeelte ervan bevond.

HOOFDSTUK II

Controles

Artikel 58

1. De controles bestaan uit administratieve controles en controles ter plaatse. De administratieve controles betreffen alle aanvragen en omvatten kruiscontroles, onder meer, voorzover van toepassing, door vergelijking met de gegevens van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem. Op basis van een risicoanalyse controleren de nationale autoriteiten ter plaatse een steekproef van steunaanvragen die ten minste 10 % van de steunaanvragen betreft.

Wanneer nodig, doen de lidstaten een beroep op het geïntegreerde beheers- en controlesysteem dat is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3508/92.

2. Voor de in titel III, hoofdstuk II, afdeling I, bedoelde steun worden bij deze controles ook de geleverde hoeveelheden suikerriet en de inachtneming van de minimumprijs gecontroleerd.

Artikel 59

Algemene beginselen

1. De controles ter plaatse worden onverwachts uitgevoerd. Zij mogen worden aangekondigd, doch slechts zolang van tevoren als strikt noodzakelijk is en voorzover het doel van de controle daardoor niet in gevaar komt. Behalve in behoorlijk gemotiveerde gevallen mag de aankondiging nooit meer dan 48 uur van tevoren plaatsvinden.

2. Voorzover dienstig, worden de controles ter plaatse in het kader van deze verordening tegelijk met in andere communautaire regelingen voorgeschreven controles verricht.

3. De aanvraag (aanvragen) wordt (worden) afgewezen indien het bedrijfshoofd of zijn vertegenwoordiger een controle ter plaatse verhindert.

Artikel 60

Selectie van de ter plaatse te controleren aanvragen

1. Aan de hand van een risicoanalyse en op basis van de representativiteit van de ingediende steunaanvragen bepaalt de bevoegde instantie bij welke bedrijfshoofden een controle ter plaatse moet worden verricht. Bij de risicoanalyse wordt rekening gehouden met:

a) de steunbedragen;

b) het aantal percelen landbouwgrond en de oppervlakte waarvoor de steun wordt aangevraagd, of de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheid;

c) de ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar;

d) de controleresultaten in de voorgaande jaren;

e) andere door de lidstaten te bepalen factoren.

Om de representativiteit te waarborgen, selecteren de lidstaten door middel van een aselecte steekproef 20 tot 25 % van het minimumaantal bedrijfshoofden bij wie een controle ter plaatse moet worden uitgevoerd.

2. De bevoegde instantie maakt aantekening van de redenen waarom een bedrijfshoofd voor een controle ter plaatse is geselecteerd. De inspecteur die de controle ter plaatse moet verrichten, wordt hiervan vóór het begin van de controle in kennis gesteld.

Artikel 61

Controleverslag

1. Van elke controle ter plaatse wordt een controleverslag opgesteld aan de hand waarvan de bijzonderheden van de controle kunnen worden nagetrokken. In het verslag worden met name de volgende gegevens vermeld:

a) de gecontroleerde steunregelingen en -aanvragen;

b) de aanwezige personen;

c) de gecontroleerde percelen landbouwgrond, de opgemeten percelen landbouwgrond en de meetresultaten per perceel landbouwgrond, alsmede de gebruikte meettechnieken;

d) de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheden die zijn gecontroleerd, alsmede de behaalde resultaten en de gebruikte technieken;

e) of het bedrijfshoofd van de controle in kennis was gesteld en, zo ja, hoelang van tevoren;

f) gegevens betreffende eventuele andere verrichte controles.

Het bedrijfshoofd of zijn vertegenwoordiger moet in de gelegenheid worden gesteld het verslag te ondertekenen om aldus te bevestigen dat hij bij de controle aanwezig was, en er opmerkingen over de controle aan toe te voegen. Wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt aan het bedrijfshoofd een afschrift van het verslag verstrekt.

Ten aanzien van door middel van teledetectie uitgevoerde controles ter plaatse kunnen de lidstaten besluiten dat het bedrijfshoofd of zijn vertegenwoordiger niet in de gelegenheid behoeft te worden gesteld het controleverslag te ondertekenen indien geen onregelmatigheden worden ontdekt.

HOOFDSTUK III

Gevolgen van ten onrechte betaalde bedragen

Artikel 62

Terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen

1. In geval van een onverschuldigde betaling is het bedrijfshoofd verplicht het betrokken bedrag terug te betalen, verhoogd met de overeenkomstig lid 3 berekende rente.

2. De lidstaten kunnen besluiten dat een ten onrechte betaald bedrag wordt verrekend met voorschotten of betalingen die na het besluit betreffende de terugvordering aan het bedrijfshoofd worden toegekend op grond van andere steunregelingen. Het bedrijfshoofd mag het bedrag evenwel terugbetalen zonder die verrekening af te wachten.

3. De rente wordt berekend op basis van de periode die is verstreken tussen de kennisgeving aan het bedrijfshoofd dat hij verplicht is het betrokken bedrag terug te betalen, en de feitelijke terugbetaling of de verrekening. De toe te passen rentevoet wordt berekend volgens de nationale wettelijke bepalingen, maar mag in geen geval lager zijn dan de rentevoet die geldt bij de terugvordering van bedragen op grond van nationale voorschriften.

4. Wanneer ten onrechte steun is uitgekeerd als gevolg van valse verklaringen, valse documenten of grove nalatigheid van de begunstigde, wordt een sanctie toegepast waarvan het bedrag gelijk is aan het ten onrechte ontvangen bedrag, vermeerderd met de overeenkomstig lid 3 berekende rente.

5. De in lid 1 bedoelde terugbetalingsplicht is niet van toepassing indien de betaling is verricht als gevolg van een fout van de bevoegde instantie zelf of van een andere instantie en die fout redelijkerwijs niet kon worden ontdekt door het bedrijfshoofd.

Wanneer de fout evenwel betrekking heeft op feitelijke elementen die relevant zijn voor de berekening van de betrokken betaling, is de eerste alinea alleen van toepassing indien het besluit tot terugvordering niet binnen twaalf maanden na de betaling is meegedeeld.

6. De in lid 1 bedoelde terugbetalingsplicht is niet van toepassing indien tussen de datum van betaling van de steun en de datum waarop de begunstigde door de bevoegde instantie ervan in kennis wordt gesteld dat de steun ten onrechte is toegekend, meer dan tien jaar is verstreken.

De in de eerste alinea genoemde periode wordt echter tot vier jaar verkort wanneer de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.

7. Terugvorderingen ten gevolge van overeenkomstig deze titel toegepaste kortingen of uitsluitingen verjaren na vier jaar.

8. Het bepaalde in de leden 5 en 6 geldt niet met betrekking tot voorschotten.

9. De lidstaten kunnen afzien van terugvordering van bedragen van ten hoogste 100 EUR, rente niet inbegrepen, per bedrijfshoofd en per premieperiode, voorzover volgens het nationale recht in dergelijke gevallen geen terugvordering plaatsvindt.

10. De terugbetaalde bedragen en de rente worden overgemaakt aan het bevoegde betaalorgaan en in mindering gebracht op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw gefinancierde uitgaven.

Artikel 63

Kortingen en uitsluitingen bij te hoge aangifte voor hectaresteun

1. Voor de in titel I bedoelde steun wordt, wanneer ten aanzien van een gewasgroep de aangegeven oppervlakte groter is dan de tijdens de controle geconstateerde oppervlakte, het steunbedrag berekend op basis van de geconstateerde oppervlakte, verminderd met tweemaal het vastgestelde verschil wanneer dit groter is dan 3 % of dan 2 ha, doch niet groter dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte.

Wanneer het verschil groter is dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte, wordt voor de betrokken gewasgroep geen hectaresteun toegekend.

2. Wanneer met betrekking tot de totale geconstateerde oppervlakte waarop een steunaanvraag in het kader van de in titel I vermelde steunregelingen betrekking heeft, het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte groter is dan 30 %, wordt het op grond van die steunregelingen toe te kennen steunbedrag waarop het bedrijfshoofd aanspraak zou kunnen maken, voor het betrokken kalenderjaar geweigerd.

Wanneer het verschil groter is dan 50 %, wordt het bedrijfshoofd bovendien tot een bedrag dat gelijk is aan het op grond van de eerste alinea geweigerde steunbedrag, nogmaals uitgesloten van de steun. Dit bedrag wordt verrekend met de betalingen in het kader van de in deze verordening genoemde steunregelingen waarop hij aanspraak kan maken op grond van aanvragen die hij indient in de drie kalenderjaren die volgen op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld.

Artikel 64

Uitzonderingen op de toepassing van kortingen en uitsluitingen

1. De in deze titel bedoelde kortingen en uitsluitingen zijn niet van toepassing wanneer het bedrijfshoofd feitelijk juiste gegevens heeft verschaft of wanneer hij anderszins kan bewijzen dat hem geen schuld treft.

2. De in deze titel bepaalde kortingen en uitsluitingen zijn ook niet van toepassing op die onderdelen van de steunaanvraag ten aanzien waarvan het bedrijfshoofd de bevoegde instantie schriftelijk meedeelt dat de aanvraag fouten bevat of niet langer juist is, tenzij het bedrijfshoofd in kennis is gesteld van het voornemen van de bevoegde instantie bij hem een controle ter plaatse te verrichten, of deze instantie het bedrijfshoofd reeds over onregelmatigheden in de betrokken aanvraag heeft ingelicht.

De in de eerste alinea bedoelde mededeling van het bedrijfshoofd heeft een aanpassing van de steunaanvraag aan de feitelijke toestand tot gevolg.

Artikel 65

Overmacht en buitengewone omstandigheden

1. Gevallen van overmacht of buitengewone omstandigheden moeten binnen tien werkdagen vanaf het tijdstip waarop zulks voor het bedrijfshoofd mogelijk is, met het relevante door de bevoegde instantie afdoende geachte bewijs bij de bevoegde instantie worden gemeld.

2. Als buitengewone omstandigheden kan de bevoegde instantie bijvoorbeeld aanvaarden:

a) het overlijden van het bedrijfshoofd;

b) langdurige arbeidsongeschiktheid van het bedrijfshoofd;

c) een ernstige natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in belangrijke mate beïnvloedt.

Artikel 66

Intrekking van erkenningen

De nationale autoriteiten trekken de in artikel 42 bedoelde erkenningen in wanneer de desbetreffende verbintenissen niet zijn nagekomen. Zij kunnen de betaling van de steun voor één of meer verkoopseizoenen schorsen, daarbij rekening houdend met de ernst van de vastgestelde onregelmatigheden.

HOOFDSTUK IV

Algemene bepalingen

Artikel 67

Aanvullende nationale maatregelen

De lidstaten nemen alle voor de toepassing van deze verordening vereiste aanvullende maatregelen, met name voor de in titel II, hoofdstuk III, bedoelde steun, betreffende de controle van de geleverde hoeveelheden suikerriet.

Artikel 68

Mededelingen

1. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op de volgende data de volgende gegevens mee:

a) uiterlijk op 30 april, voor welke oppervlakte een aanvraag om steun zoals bedoeld in titel I, hoofdstuk II, is ingediend voor het lopende verkoopseizoen en effectief steun is uitgekeerd;

b) uiterlijk op 31 mei:

- voor welke oppervlakte een aanvraag om steun zoals bedoeld in titel I, hoofdstuk I, is ingediend voor het voorgaande verkoopseizoen en effectief steun is uitgekeerd,

- de hoeveelheden waarvoor contracten zijn afgesloten voor het lopende verkoopseizoen, uitgesplitst per categorie of per product;

c) uiterlijk op 30 juni, een verslag over de uitvoering van de in deze verordening vervatte maatregelen in het voorgaande verkoopseizoen, waarin met name moeten worden vermeld:

- de hoeveelheden waarvoor de steun en de verhoogde steun, zoals bedoeld in titel III, is toegekend, uitgesplitst per product zoals vastgesteld in bijlage II, III of IV,

- de hoeveelheden waarvoor de steun zoals bedoeld in titel IV, is toegekend, uitgesplitst per product, alsmede de gemiddelde waarde daarvan in de zin van artikel 40, lid 4;

d) met betrekking tot de in titel III, hoofdstuk II, afdeling II, bedoelde steun, deelt Portugal de Commissie uiterlijk 45 werkdagen na het einde van ieder verkoopseizoen, het volgende mee:

- de oppervlakten waarvoor de forfaitaire steun per hectare is aangevraagd en uitgekeerd en het totale bedrag van de steun,

- de geproduceerde hoeveelheden witte suiker en het totale, aan specifieke verwerkingssteun uitgekeerde bedrag;

e) met betrekking tot de in titel III, hoofdstuk II, afdeling I, bedoelde steun, delen Frankrijk en Portugal de Commissie uiterlijk 45 werkdagen na het einde van ieder kalenderjaar, het volgende mee:

- de totale hoeveelheden suikerstroop of sacharosestroop en "rhum agricole", uitgedrukt in witte suiker of in hectoliter zuivere alcohol, naar gelang van het geval, waarvoor steun is aangevraagd,

- de stroopfabrieken of de distilleerderijen die steun hebben ontvangen,

- voor elke stroopfabriek of distilleerderij, het bedrag van de ontvangen steun en de geproduceerde hoeveelheid suikerstroop of sacharosestroop of "rhum agricole".

2. Frankrijk deelt vóór het begin van elk verkoopseizoen de in titel II bedoelde minimumprijzen mee die overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 zijn bepaald voor elke categorie producten die in bijlage I is vastgesteld, en vermeld in het verslag over de uitvoering:

- de hoeveelheden groene vanille en etherische oliën van geranium of van vetiver waarvoor de in titel II, hoofdstuk II, bedoelde steun is toegekend,

- de hoeveelheden grondstof waarvoor de steun, zoals bedoeld in titel III, hoofdstuk I, is toegekend, uitgesplitst per product zoals vastgesteld in bijlage I, deel A, alsmede de in nettogewicht uitgedrukte hoeveelheden verkregen eindproducten, uitgesplitst overeenkomstig bijlage I, deel B.

3. Portugal deelt de Commissie ieder jaar vóór 1 november de geoogste hoeveelheden ananas mee waarvoor de steun is betaald.

4. De lidstaten delen de Commissie onverwijld de gevallen mee die zij erkennen als gevallen van overmacht of buitengewone omstandigheden op grond waarvan het behoud van het recht op steun gerechtvaardigd is.

5. Met betrekking tot de in titel II, hoofdstuk III, bedoelde steun, deelt Frankrijk de Commissie het volgende mee:

a) binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze verordening:

- de criteria voor de vaststelling van de aan de telers betaalde bedragen per ton,

- de op grond van artikel 67 vastgestelde aanvullende maatregelen;

b) in het kader van het in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde jaarlijks verslag, voor elk departement:

- de totale hoeveelheden suikerriet, in tonnen, waarvoor steun is aangevraagd,

- het totale bedrag van de betaalde steun en de differentiëring van het steunbedrag per vervoerde ton,

- eventuele wijzigingen in de onder a) bedoelde criteria en aanvullende maatregelen.

Artikel 69

Telersverenigingen in de Franse overzeese departementen

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 412/97 wordt vervangen door bijlage VI bij deze verordening.

HOOFDSTUK V

Slotbepalingen

Artikel 70

Intrekking

De Verordeningen (EEG) nr. 980/92, (EEG) nr. 2165/92, (EEG) nr. 2311/92, (EEG) nr. 3491/92, (EEG) nr. 3518/92, (EG) nr. 1524/98, (EG) nr. 2477/2001, (EG) nr. 396/2002, (EG) nr. 738/2002, (EG) nr. 1410/2002 en (EG) nr. 1491/2002 worden ingetrokken.

Artikel 71

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2003, met uitzondering van de in artikel 1, onder b), c), f) en g), bedoelde steun en van de in het kader van titel IV, hoofdstuk I, toegekende steun voor andere bananen dan "plantains" (bakbananen) van Guyana en Réunion, waarvoor zij met ingang van 1 januari 2002 van toepassing is.

Artikel 53 is niet van toepassing op seizoencontracten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten op grond van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 of artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1454/2001.

Voor 2003 wordt met het oog op de bepaling van het steunbedrag dat wordt toegekend op grond van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1454/2001, de hoedanigheid van de begunstigde beoordeeld bij de indiening van de steunaanvraag.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 december 2002.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 198 van 21.7.2001, blz. 11.

(2) PB L 198 van 21.7.2001, blz. 26.

(3) PB L 198 van 21.7.2001, blz. 45.

(4) PB L 293 van 29.10.2002, blz. 11.

(5) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1.

(6) PB L 285 van 23.10.2002, blz. 13.

(7) Verordening (EEG) nr. 980/92 van de Commissie van 21 april 1992 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de steun voor het in de handel brengen van in Guyana geoogste rijst (PB L 104 van 22.4.1992, blz. 31). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 625/98 (PB L 85 van 20.3.1998, blz. 6).

(8) Verordening (EEG) nr. 2165/92 van de Commissie van 30 juli 1992 houdende uitvoeringsbepalingen van de specifieke maatregelen voor de Azoren en Madeira met betrekking tot aardappelen en cichorei (PB L 217 van 31.7.1992, blz. 29). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1984/96 (PB L 264 van 17.10.1996, blz. 12).

(9) Verordening (EEG) nr. 2311/92 van de Commissie van 31 juli 1992 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de ten behoeve van de Azoren en Madeira genomen specifieke maatregelen voor de sectoren groenten, fruit, bloemen, planten en thee (PB L 222 van 7.8.1992, blz. 24). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1445/93 (PB L 142 van 12.6.1993, blz. 27).

(10) Verordening (EEG) nr. 3491/92 van de Commissie van 2 december 1992 inzake de toekenning, op de Azoren, van forfaitaire steun voor de productie van suikerbieten en van specifieke steun voor de verwerking van suikerbieten tot witte suiker (PB L 353 van 3.12.1992, blz. 21). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1713/93 (PB L 159 van 1.7.1993, blz. 94).

(11) Verordening (EEG) nr. 3518/92 van de Commissie van 4 december 1992 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van de specifieke maatregelen ten behoeve van de Azoren voor de productie van ananas (PB L 355 van 5.12.1992, blz. 21). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1445/93.

(12) Verordening (EG) nr. 1524/98 van de Commissie van 16 juli 1998 houdende bepalingen ter uitvoering van de ten behoeve van de Franse overzeese departementen (DOM) vastgestelde specifieke maatregelen voor de sectoren groenten en fruit, bloemen en planten (PB L 201 van 17.7.1998, blz. 29). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 21/2002 (PB L 8 van 11.1.2002, blz. 15).

(13) Verordening (EG) nr. 2477/2001 van de Commissie van 17 december 2001 betreffende steun voor het vervoer van suikerriet in de Franse overzeese departementen (PB L 334 van 18.12.2001, blz. 5).

(14) Verordening (EG) nr. 396/2002 van de Commissie van 1 maart 2002 houdende bepalingen ter uitvoering van de ten behoeve van de Canarische Eilanden vastgestelde specifieke maatregelen voor de sectoren groenten en fruit, bloemen en planten (PB L 61 van 2.3.2002, blz. 4).

(15) Verordening (EG) nr. 738/2002 van de Commissie van 29 april 2002 betreffende de steun voor de verwerking van suikerriet tot sacharosestroop of tot "rhum agricole" in de Franse overzeese departementen (PB L 113 van 30.4.2002, blz. 13).

(16) Verordening (EG) nr. 1410/2002 van de Commissie van 1 augustus 2002 betreffende de steun voor de verwerking van suikerriet tot suikerstroop of tot "rhum agricole" in Madeira (PB L 205 van 2.8.2002, blz. 24).

(17) Verordening (EG) nr. 1491/2002 van de Commissie van 20 augustus 2002 houdende uitvoeringsbepalingen van de bij de Verordeningen (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 van de Raad vastgestelde specifieke maatregelen voor wijn ten behoeve van de ultraperifere gebieden (PB L 224 van 21.8.2002, blz. 49). Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1796/2002 (PB L 272 van 10.10.2002, blz. 19).

(18) PB L 64 van 6.3.2001, blz. 16.

(19) PB L 206 van 3.8.2002, blz. 4.

(20) PB L 62 van 4.3.1997, blz. 16.

(21) PB L 153 van 8.6.2001, blz. 10.

(22) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.

(23) PB L 176 van 29.6.2001, blz. 14.

(24) PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(25) PB L 355 van 5.12.1992, blz. 1.

(26) PB L 160 van 12.6.1989, blz. 1.

(27) PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.

BIJLAGE I

FRANSE OVERZEESE DEPARTEMENTEN

Deel A

In artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde producten.

In artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde maximumhoeveelheden.

In artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde steunbedragen.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Deel B

In artikel 13, lid 2, bedoelde producten.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

FRANSE OVERZEESE DEPARTEMENTEN

In artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde producten.

In artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1452/2001 bedoelde maximumhoeveelheden, per periode van 1 januari tot en met 31 december.

GROENTEN EN FRUIT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

VERSE SNIJBLOEMEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

AZOREN

In artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde producten.

In artikel 5, lid 1, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde maximumhoeveelheden, per periode van 1 januari tot en met 31 december.

GROENTEN EN FRUIT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

LEVENDE PLANTEN EN PRODUCTEN VAN DE BLOEMENTEELT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IV

MADEIRA

In artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde producten.

In artikel 5, lid 1, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 bedoelde maximumhoeveelheden, per periode van 1 januari tot en met 31 december.

GROENTEN EN FRUIT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

VERSE SNIJBLOEMEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE V

CANARISCHE EILANDEN

In artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde producten.

In artikel 9, lid 1, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde maximumhoeveelheden, per periode van 1 januari tot en met 31 december.

In artikel 9, lid 1, vijfde alinea, van Verordening (EG) nr. 1454/2001 bedoelde steunbedragen.

GROENTEN EN FRUIT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BLOEMEN EN LEVENDE PLANTEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE VI

ERKENNINGSCRITERIA VOOR TELERSVERENIGINGEN VAN ANDERE TELERS DAN CITRUSVRUCHTENTELERS

>RUIMTE VOOR DE TABEL>