32003E0681

Gemeenschappelijk Optreden 2003/681/GBVB van de Raad van 29 september 2003 inzake de politiemissie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (EUPOL "Proxima")

Publicatieblad Nr. L 249 van 01/10/2003 blz. 0066 - 0069


Gemeenschappelijk Optreden 2003/681/GBVB van de Raad

van 29 september 2003

inzake de politiemissie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (EUPOL "Proxima")

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14, artikel 25, lid 3, artikel 26 en artikel 28, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Krachtens de kaderovereenkomst van Ohrid is de bijdrage van de Unie gebaseerd op een algemene aanpak, waarvan de activiteiten alle aspecten van de rechtsstaat bestrijken, met inbegrip van programma's voor het opzetten van instellingen en politieactiviteiten die elkaar wederzijds ondersteunen en versterken. De activiteiten van de Unie, ondersteund door onder andere de programma's van de Gemeenschap voor het opzetten van instellingen in het kader van de CARDS-verordening (communautaire bijstand voor wederopbouw, ontwikkeling en stabilisatie), zullen bijdragen tot de algemene vredesimplementatie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en tot het welslagen van het algemene beleid van de Unie ten aanzien van de regio, meer bepaald het stabilisatie- en associatieproces.

(2) De Unie heeft een speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) benoemd die moet bijdragen tot de consolidatie van het vreedzame politieke proces en de volledige uitvoering van de kaderovereenkomst van Ohrid, die moet helpen de samenhang van het externe optreden van de Europese Unie te waarborgen en moet zorgen voor de coördinatie van de inspanningen van de internationale gemeenschap om te helpen bij de uitvoering en instandhouding van de bepalingen van die kaderovereenkomst.

(3) Op 26 september 2001 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1371 (2001) aangenomen, waarin de kaderovereenkomst wordt verwelkomd en de volledige uitvoering ervan, dankzij de inspanningen van onder andere de Europese Unie, wordt ondersteund.

(4) In het belang van het behoud en de verdere ontwikkeling van de substantiële resultaten die in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn geboekt dankzij de aanzienlijke inzet van politieke inspanningen en middelen van de Europese Unie, moet de Europese Unie haar politiële rol versterken om verder bij te dragen tot een stabiele, veilige omgeving waarin de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de kaderovereenkomst van Ohrid kan uitvoeren.

(5) De huidige veiligheidssituatie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is stabiel maar kan verslechteren, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor de internationale veiligheid. Een toezegging van politieke steun en middelen van de Europese Unie kan ertoe bijdragen de stabiliteit in de regio te versterken.

(6) Op 16 september 2003 hebben de autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de Europese Unie verzocht de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een versterkte politiële rol en voor het inzetten van een EU-politiemissie (EUPOL "Proxima"). Daartoe moet tussen de autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Europese Unie een overeenkomst worden gesloten.

(7) De operaties EUPOL "Proxima" en Concordia moeten als afzonderlijke operaties worden beschouwd, waarvoor afzonderlijke besluiten worden genomen.

(8) Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) moet politieke controle uitoefenen op en strategische aansturing geven aan de EUPOL "Proxima", met inbegrip van het planningsteam, en de desbetreffende besluiten nemen overeenkomstig artikel 25, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Het PVC moet op gezette tijden geïnformeerd worden over alle aspecten van de missie, onder meer via briefings door de SVEU en het hoofd van de missie/de directeur van politie, naar gelang van het geval.

(9) Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad van Nice van 7-9 december 2000, moet in dit gezamenlijk optreden overeenkomstig de artikelen 18 en 26 van de VEU worden vastgesteld welke rol de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV) speelt bij de uitvoering van maatregelen die binnen de politieke controle en strategische aansturing vallen welke door het PVC worden uitgeoefend, overeenkomstig artikel 25 van het VEU.

(10) Derde landen moeten aan de operatie deelnemen overeenkomstig de richtsnoeren die de Europese Raad van Nice heeft opgesteld.

(11) Volgens artikel 14, lid 1, van het VEU moet voor de gehele duur van de uitvoering van het gemeenschappelijk optreden een financieel referentiebedrag worden aangegeven; de indicatie van uit de Gemeenschapsbegroting te financieren bedragen illustreert de bereidheid van de wetgevende autoriteit en is onderworpen aan de beschikbaarheid van vastleggingskredieten tijdens het betrokken begrotingsjaar,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Missie

1. De Europese Unie stelt hierbij een politiemissie van de Europese Unie (EUPOL "Proxima" genaamd) in; de missie bestaat uit een planningsteam dat uiterlijk op 1 oktober 2003 moet worden ingesteld en uiterlijk per 15 december 2003 operationeel wordt.

2. EUPOL "Proxima" treedt op in overeenstemming met de doelstellingen en andere bepalingen vervat in de taakopvatting in artikel 3.

Artikel 2

Planningsfase

1. Tijdens de planningsfase omvat het planningsteam een politiehoofd van de missie/hoofd van het planningsteam en het nodige personeel voor het uitvoeren van de taken die voortvloeien uit de behoeften van de missie.

2. Als prioriteit in het planningsproces zal een alomvattende risicobeoordeling worden verricht die eventueel kan worden bijgewerkt.

3. Het secretariaat-generaal van de Raad stelt met de medewerking van het politiehoofd van de missie/hoofd van het planningsteam het operationeel concept (CONOPS) op. Vervolgens stelt het planningsteam het operatieplan (OPLAN) op en ontwikkelt het alle technische instrumenten die nodig zijn voor de verwezenlijking van de EUPOL "Proxima". Het CONOPS en het OPLAN zullen rekening houden met de alomvattende risicobeoordeling. De Raad keurt het CONOPS en het OPLAN goed.

4. Het planningsteam werkt nauw samen met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

5. Vanaf 15 december 2003 wordt het politiehoofd van de missie/hoofd van het planningsteam hoofd van de missie/directeur van politie overeenkomstig artikel 5.

Artikel 3

Taak

Overeenkomstig de doelstellingen van de overeenkomst van Ohrid, in nauwe samenwerking met de betrokken autoriteiten en binnen een breder rechtsstaatsperspectief steunt EUPOL "Proxima" in volledige coördinatie en complementariteit met het opzetten van instellingen door de Gemeenschap en met de bilaterale en OVSE-programma's de volgende taken, eventueel ook via toezicht en advies:

- de consolidatie van de openbare orde, inclusief bestrijding van georganiseerde criminaliteit, met bijzondere aandacht voor de gevoelige gebieden;

- de praktische uitvoering van de algehele hervorming van het ministerie van Binnenlandse Zaken, met inbegrip van de politie;

- de operationele overgang naar en de oprichting van een grenspolitie, als onderdeel van de ruimere inspanningen van de Europese Unie om geïntegreerd grensbeheer te bevorderen;

- de lokale politie bij haar inspanningen om het vertrouwen van de bevolking te wekken;

- versterkte samenwerking met de buurlanden op politieel gebied.

Artikel 4

Structuur

EUPOL "Proxima" heeft in principe de volgende structuur:

a) een hoofdkwartier in Skopje, bestaande uit het hoofd van de missie/de directeur van politie en personeel zoals omschreven in het OPLAN;

b) een centrale eenheid op het niveau van het ministerie van Binnenlandse Zaken;

c) een aantal op passende niveaus gestationeerde eenheden in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 5

Hoofd van de missie/directeur van politie

1. Op voorstel van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV) benoemt de Raad een hoofd van de missie/directeur van politie. Het hoofd van de missie/de directeur van politie wordt belast met de operationele controle (OPCON) van EUPOL "Proxima" en draagt zorg voor het dagelijkse beheer van de EUPOL "Proxima"-operaties.

2. Het hoofd van de missie/de directeur van politie wordt aangeworven op contractbasis bij de Commissie.

3. Alle politiefunctionarissen blijven volledig onder bevel van de daartoe geëigende nationale autoriteit. De nationale autoriteiten dragen de OPCON over aan het hoofd van EUPOL "Proxima".

4. Het hoofd van de missie/de directeur van politie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijke toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel worden tuchtrechtelijke maatregelen uitgevoerd door de betrokken nationale of EU-autoriteit.

Artikel 6

Personeel

1. Het aantal en het niveau van de EUPOL "Proxima"-personeelsleden zijn in overeenstemming met de in artikel 3 bedoelde taakopvatting en met de in artikel 4 bedoelde structuur.

2. De politiefunctionarissen worden door de lidstaten gedetacheerd. Detachering geschiedt voor een periode van ten minste één jaar. Elke lidstaat draagt de kosten in verband met de door hem gedetacheerde politiefunctionarissen, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, vergoedingen met uitzondering van dagvergoedingen, en kosten voor vervoer van en naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

3. Internationaal civiel personeel en lokaal personeel worden naar gelang van de behoeften op contractbasis door EUPOL "Proxima" aangeworven.

4. De bijdragende staten of de communautaire instellingen kunnen ook, indien nodig, internationaal civiel personeel detacheren, voor een periode van ten minste één jaar. Elke bijdragende staat of communautaire instelling draagt de kosten in verband met elk door hem gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, vergoedingen met uitzondering van dagvergoedingen, en kosten voor vervoer van en naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 7

Commandostructuur

EUPOL "Proxima" als onderdeel van de bredere EU-benadering van de rechtsstaat in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een gemeenschappelijke commandostructuur:

- De speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) rapporteert via de SG/HV aan de Raad.

- Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) zorgt voor politieke controle en strategische aansturing.

- Het hoofd van de missie/de directeur van politie leidt de EUPOL "Proxima" en neemt het dagelijks beheer op zich.

- Het hoofd van de missie/de directeur van politie rapporteert via de SVEU aan de SG/HV.

- De SG/HV verstrekt via de SVEU richtsnoeren aan het hoofd van de missie/de directeur van politie.

Artikel 8

Politieke controle en strategische aansturing

1. Het PVC oefent onder de verantwoordelijkheid van de Raad de politieke controle en de strategische aansturing van de missie uit. Daarbij machtigt de Raad het PVC om de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het operatieplan, de commandostructuur en de "Rules of Engagement" te wijzigen. De bevoegdheden voor het nemen van besluiten met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de operatie berusten bij de Raad, hierin bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger.

2. Het PVC rapporteert op geregelde tijdstippen aan de Raad.

3. Het PVC ontvangt op geregelde tijdstippen verslagen van het hoofd van de missie/de directeur van politie over het verloop van de missie. Het PVC mag het hoofd van de missie/de directeur van politie in voorkomend geval op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 9

Deelname door derde landen

1. Onder volledige eerbiediging van de beslissingsautonomie van de Europese Unie en het ene institutionele kader van de Unie worden de toetredende landen uitgenodigd en kunnen andere derde landen worden uitgenodigd om bij te dragen aan EUPOL "Proxima", met dien verstande dat zij de kosten dragen van het uitzenden van de politiefunctionarissen en/of het door hen gedetacheerde internationale civiele personeel, met inbegrip van salarissen, vergoedingen en kosten voor vervoer van en naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en dat zij in voorkomend geval in een evenredig deel van de bedrijfskosten van EUPOL "Proxima" bijdragen.

2. Onverminderd de beslissingsautonomie van de Europese Unie en haar ene institutionele kader, kunnen derde staten uitgenodigd worden om aan de operatie deel te nemen.

3. Hierbij machtigt de Raad het PVC om, op aanbeveling van de operationeel commandant en van het Comité voor de civiele aspecten van crisisbeheersing, de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.

4. Alle derde landen die bijdragen aan EUPOL "Proxima", hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende EU-lidstaten bij de dagelijkse leiding van de operatie.

5. Het PVC handelt de regelingen voor deelneming af en legt die zo nodig aan de Raad voor; dat geldt ook voor de mogelijke financiële deelneming van derde staten in de gemeenschappelijke kosten.

6. Uitvoerige regelingen voor wat betreft de deelname van derde landen worden vastgelegd in een overeenkomst conform artikel 24 van het VEU. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over dergelijke regelingen onderhandelen.

Artikel 10

Financiële regelingen

1. De kosten voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden bedragen:

a) maximaal 7,3 miljoen EUR aan aanloopkosten van de missie;

b) maximaal 650000 EUR aan bedrijfskosten voor 2003, inclusief een dagvergoeding van 100 EUR per persoon voor 2003;

c) maximaal 7,056 miljoen EUR aan bedrijfskosten voor 2004, exclusief dagvergoedingen; alle bedragen worden uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierd.

Bij de financiering van de dagvergoedingen voor 2003 uit de GBVB-begroting wordt niet vooruitgelopen op het bedrag en de wijze van financiering voor 2004 en de volgende jaren.

Het definitieve bedrag voor 2004, met inbegrip van de wijze van financiering van de dagvergoedingen, wordt in december 2003 door de Raad vastgesteld.

2. Ten aanzien van uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierde uitgaven is het volgende van toepassing:

a) uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures van de Europese Gemeenschap die van toepassing zijn op de begroting, met als uitzondering dat eventuele prefinancieringen niet het eigendom van de Gemeenschap blijven. Onderdanen van derde landen mogen inschrijven bij aanbestedingen;

b) het hoofd van het planningsteam/de directeur van de politie brengt over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten volledig verslag uit aan de Commissie, onder welker toezicht hij staat.

3. De financiële regelingen moeten voldoen aan de operationele vereisten van de EUPOL "Proxima", met inbegrip van de verenigbaarheid van uitrusting en de interoperabiliteit van de teams van de missie.

Artikel 11

Optreden van de Gemeenschap

1. De Raad neemt nota van het voornemen van de Commissie om haar optreden te richten op de verwezenlijking van dit gemeenschappelijk optreden, in voorkomend geval door relevante communautaire maatregelen.

2. De Raad merkt voorts op dat er coördinatieregelingen nodig zijn in Skopje en in Brussel.

Artikel 12

Vrijgave van gerubriceerde gegevens

1. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de Europese Unie tot op het niveau "CONFIDENTIEL UE" die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven aan de NAVO/KFOR en aan derden die bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken zijn.

2. Voorts is de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger gemachtigd om, naar gelang van de operationele behoeften van de missie, aan de OVSE gerubriceerde gegevens en documenten van de Europese Unie tot op het niveau "RESTREINT UE" die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven. Te dien einde zullen plaatselijke regelingen worden vastgesteld.

3. Indien er sprake is van een concrete en onmiddellijke operationele behoefte, is de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voorts gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de Europese Unie tot op het niveau "CONFIDENTIEL UE" die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven aan het gastland. In alle andere gevallen worden deze gegevens en documenten vrijgegeven aan het gastland volgens de daartoe bestemde procedures op het niveau van samenwerking tussen het gastland en de Europese Unie.

4. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om door de Europese Unie niet-gerubriceerde documenten betreffende de beraadslagingen van de Raad over de operatie die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad vallen, vrij te geven aan derden die bij dit gemeenschappelijk optreden zijn betrokken.

Artikel 13

Status van het EUPOL "Proxima"-personeel

1. Over de status van het EUPOL "Proxima"-personeel in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in voorkomend geval inclusief de voorrechten en immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van EUPOL "Proxima", wordt overeenstemming bereikt volgens de procedure van artikel 24 van het VEU. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over dergelijke regelingen onderhandelen.

2. De staat of communautaire instelling die een personeelslid heeft gedetacheerd, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schade-eisen van of betreffende het personeelslid. De betrokken staat of communautaire instelling stelt in voorkomend geval vorderingen tegen het gedetacheerde personeelslid in.

Artikel 14

Inwerkingtreding en duur

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld en verstrijkt op 14 december 2004.

Artikel 15

Bekendmaking

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 september 2003.

Voor de Raad

De voorzitter

F. Frattini