2003/837/EG: Besluit van de Raad van 24 november 2003 tot afsluiting van de overlegprocedure met de Centraal-Afrikaanse Republiek en tot vaststelling van passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou
Publicatieblad Nr. L 319 van 04/12/2003 blz. 0013 - 0016
Besluit van de Raad van 24 november 2003 tot afsluiting van de overlegprocedure met de Centraal-Afrikaanse Republiek en tot vaststelling van passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou (2003/837/EG) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op de op 23 juni 2000 in Cotonou (Benin) ondertekende ACS-EG-partnerschapsovereenkomst(1), hierna "Overeenkomst van Cotonou" te noemen, Gelet op Besluit 2003/159/EG van de Raad van 19 december 2002 betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, getekend te Cotonou op 23 juni 2000(2), en met name op artikel 3, Gelet op het interne akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst(3), en met name op artikel 3, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou, bedoeld in artikel 9, met name de eerbiediging van de democratische beginselen van de rechtsstaat, waarop het ACS-EG-partnerschap is gebaseerd, zijn geschonden door de militaire staatsgreep van 15 maart 2003, die de Europese Unie in haar verklaring van 21 maart 2003 heeft veroordeeld. (2) Overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou heeft er op 12 juni 2003 met de ACS-landen en de Centraal-Afrikaanse Republiek overleg plaatsgevonden, waarbij de Centraal-Afrikaanse autoriteiten specifieke verbintenissen zijn aangegaan om binnen een periode van drie maanden, waarin een intensieve politieke dialoog gevoerd zou worden, de door de Europese Unie uiteengezette problemen te verhelpen. (3) Aan het einde van deze periode is de Europese Unie van oordeel dat globaal genomen een aanvang is gemaakt met het proces van terugkeer naar de constitutionele orde. Er blijft in dit verband grote onzekerheid bestaan over de daadkracht van de autoriteiten van het land en de precisie van hun politieke oriëntaties evenals over de capaciteit van het bestuur om deze ten uitvoer te leggen. (4) Derhalve dienen passende maatregelen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou te worden vastgesteld, BESLUIT: Artikel 1 Het overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou met de Centraal-Afrikaanse Republiek gevoerde overleg wordt afgesloten. Artikel 2 De in het bijgaande ontwerp-schrijven uiteengezette maatregelen worden goedgekeurd, als passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou. Artikel 3 Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing tot en met 30 juni 2005. Gedaan te Brussel, 24 november 2003. Voor de Raad De voorzitter G. Magri (1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. (2) PB L 65 van 8.3.2003, blz. 27. (3) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376. BIJLAGE Aan de eerste minister, hoofd van de nationale overgangsregering van de Centraal-Afrikaanse Republiek Excellentie, De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, waaronder de sociale grondrechten en de beginselen van de rechtsstaat, waarop het ACS-EG-partnerschap is gebaseerd, zijn essentiële onderdelen van deze overeenkomst en vormen derhalve de grondslag van onze betrekkingen. In dit licht heeft de Europese Unie de militaire staatsgreep van 15 maart jl. streng veroordeeld in haar verklaring van 21 maart 2003. In dit kader heeft de Raad van de Europese Unie op 22 mei 2003 besloten de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek en de ACS-landen uit te nodigen voor overleg teneinde de situatie nader te bezien en naar oplossingen te zoeken. Dat overleg heeft op 12 juni 2003 in Brussel plaatsgevonden. Daarbij werden verschillende fundamentele punten aan de orde gesteld en heeft u de gelegenheid gehad om het standpunt van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten en hun beoordeling van de situatie uiteen te zetten. De Europese Unie heeft met voldoening vastgesteld dat de Centraal-Afrikaanse autoriteiten bepaalde verbintenissen zijn aangegaan, namelijk de terugkeer naar de constitutionele orde, de handhaving van het politieke pluralisme en een aanvang met een nationale dialoog; de sanering van de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten; de verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën en de bestrijding van corruptie zodat de overheidsuitgaven op regelmatige wijze kunnen worden gedekt, en met name de salarissen regelmatig kunnen worden uitbetaald. Voorts werd overeengekomen dat er gedurende drie maanden in Bangui een intensieve dialoog zou plaatsvinden over de diverse aan de orde gestelde punten en dat de situatie aan het eind van die periode opnieuw geëvalueerd zou worden. Deze regelmatige en intensieve dialoog heeft in Bangui plaatsgevonden met als uitgangspunt een draaiboek en de maandelijkse verslagen die aan de leden van het lokale toezichtscomité werden voorgelegd. In samenwerking met de vertegenwoordigers van het UNDP en de ACS-ambassadeurs hebben de vertegenwoordigers van het voorzitterschap en van de Commissie ter plaatse de tenuitvoerlegging van de verbintenissen voortdurend beoordeeld. Voorts heeft de ACS-groep van 17 tot 20 augustus 2003 een onderzoeksmissie naar de Centraal-Afrikaanse Republiek gestuurd, en de conclusies van deze missie zijn opgenomen in de verslagen van het toezichtscomité van het overleg. Hieruit valt op te maken dat sommige verbintenissen tot opmerkelijke en bemoedigende maatregelen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hebben geleid. In het bijzonder kan worden vastgesteld: - dat de nationale dialoog is afgesloten met de aanneming van 126, in tien groepen onderverdeeld, aanbevelingen; - dat de nationale overgangsraad op normale wijze functioneert: zijn adviezen worden openbaar gemaakt en met de enkele aanbevelingen die hij heeft gedaan, is grotendeels rekening gehouden; - dat de lopende salarissen van maart tot en met augustus 2003 zijn betaald, hoewel soms met enige vertraging; - dat de Raad van ministers op 11 september een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën heeft goedgekeurd; - dat de aanbevelingen die in het kader van een Kimberley-missie aan de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn gedaan, zijn toegepast. De volgende punten geven echter nog steeds aanleiding tot bezorgdheid. - Ofschoon de activiteiten van de diverse politieke partijen op normale wijze worden voortgezet, is het statuut van de oppositie nog steeds niet ingediend bij de nationale overgangsraad. - In verband met het tijdschema voor de verkiezingen dat bij de opening van het overleg werd aangekondigd, zijn nog geen concrete maatregelen getroffen of acties ondernomen. - De situatie op het gebied van de mensenrechten is verslechterd in de eerste helft van het jaar, zoals de secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft opgemerkt in zijn verslag aan de Veiligheidsraad van juni 2003. Hoewel deze verslechtering, die verband hield met de politieke en militaire crisis, lijkt te zijn afgeremd, blijft er reden tot bezorgdheid. De pers, de nationale overgangsraad, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten en andere bronnen maken melding van regelmatige schendingen van de mensenrechten, met name door militairen of "bevrijders". - De salarissen zijn tijdens het grootste deel van de periode min of meer op tijd betaald, wat een aanzienlijke vooruitgang is. Nochtans is de continuïteit van de betalingen, die tot nog toe grotendeels mogelijk waren dankzij de stipte betaling van externe middelen, afhankelijk van de opbrengsten van belastingen en douanerechten die uiterst gering zijn. - In deze context van gebrek aan middelen zijn pogingen ondernomen om de overheidsschuld aan te zuiveren, de opbrengsten van belastingen en douanerechten te verhogen, de overheidsbedrijven te controleren en de uitgaven te beperken. Zo is op 11 september 2003 een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën goedgekeurd, maar met de voorwaarden en het tijdschema van de tenuitvoerlegging moet nog een begin worden gemaakt. - In de bestrijding van de corruptie zijn doelgerichte acties ondernomen, waaronder aanhoudingen. Deze lijken echter geen deel uit te maken van een globaal actieplan en evenmin lijkt de anticorruptiewet systematisch te worden toegepast. Terwijl de aanhoudingen de verantwoordelijken van het oude regime betreffen, lijken de corruptiepraktijken te worden voortgezet. - Met aanzienlijke steun van Frankrijk zijn de strijdkrachten versterkt (benoemingen, reïntegratie, oprichting van nieuwe eenheden, acties in de provincie, opleiding, enz.). Desalniettemin blijven de intenties op dit gebied onduidelijk, bij gebrek aan een duidelijk programma. Een verklaring in verband met ontwapening, demobilisering en reïntegratie wordt verwacht. Globaal genomen is blijkbaar een aanvang gemaakt met het proces van terugkeer naar de constitutionele orde. Er blijft in dit verband grote onzekerheid bestaan over de daadkracht van de autoriteiten van het land en de precisie van hun politieke oriëntaties evenals over de capaciteit van het bestuur om deze ten uitvoer te leggen. In het licht van deze verbintenissen en de huidige stand van de tenuitvoerlegging ervan zijn de Europese Gemeenschap en haar lidstaten bereid het overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou overleg af te sluiten. Aangezien er voor de tenuitvoerlegging van de verbintenissen van 12 juni 2003 nog aanzienlijke maatregelen moeten worden genomen, heeft de Raad van de Europese Unie besloten, uit hoofde van de passende maatregelen overeenkomstig artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou, tot het volgende besloten. Een gedeeltelijke schorsing van de samenwerking alsmede de geleidelijke voortzetting van de andere delen van de samenwerking om de inspanningen van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten te begeleiden, afhankelijk van de daadwerkelijke nakoming van de verbintenissen die zijn aangegaan op de vergadering van 12 juni 2003 en van de vooruitgang bij de overgang naar een democratie. De gedeeltelijke schorsing geldt voor de werken aan de weg Bouar-Garoua Boulai, de straatwerken in Bangui en de macro-economische steun in het kader van het negende EOF. Hervatting van de geschorste samenwerking vindt plaats als aan de onderstaande criteria is voldaan. Deze aanpak kan zich als volgt concretiseren: A. Voortzetting van de bestaande samenwerking i) Vanaf de afsluiting van het overleg blijft de bestaande samenwerking geconcentreerd op de sociale sectoren, met name de gezondheidszorg, en steun die de bevolking rechtstreeks ten goede komt. Ad-hocsteun voor maatregelen die door de autoriteiten worden genomen om hun verbintenissen ten uitvoer te leggen, zal worden verleend, met name bij de voorbereiding van de verkiezingen, van goed bestuur, van institutionele steun en voor technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van een actieplan voor de sanering van de overheidsfinanciën. ii) Zodra de regering een duidelijke beleidsverklaring heeft afgelegd over ontwapening, demobilisering en reïntegratie, en de grote lijnen voor de sanering van het leger en de veiligheidsdiensten heeft vastgelegd, zal steun voor vredeshandhavingsoperaties en consolidering van de veiligheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek worden onderzocht in het kader van het Multidonor Rehabiliation and Reinsertion Programme (MDRP) van de Wereldbank via het UNDP. B. Hervatting van de geschorste samenwerking i) Zodra een verkiezingsprogramma is opgesteld waarin de stadia en middelen voor de organisatie van de verschillende verkiezingen zijn beschreven en voorzover de mensenrechten worden geëerbiedigd, wordt de macro-economische steun hervat als aanvulling op een programma met het IMF. Voor het verlenen van deze steun wordt ervan uitgegaan dat een saneringsprogramma van de overheidsfinanciën zal zijn vastgesteld. Te dien einde doen de Commissie en de lidstaten een beroep op multilaterale geldschieters om hun contacten met de Centraal-Afrikaanse autoriteiten zo spoedig mogelijk te hervatten. ii) Zodra de democratie en de rechtsstaat zijn hersteld, na de verkiezingen uiterlijk begin 2005, zal de samenwerking volledig worden hervat. Dit kan een herziening van de programmering volgens de behoeften en beperkingen vergen. De Commissie en de Centraal-Afrikaanse autoriteiten kunnen hierover al van gedachten wisselen. Indien de Centraal-Afrikaanse autoriteiten hun verbintenissen niet naleven, behoudt de Europese Gemeenschap zich het recht voor de toewijzing uit het negende EOF aan de Centraal-Afrikaanse Republiek vanaf de afsluiting van het overleg met 20 % per jaar te verminderen. De Europese Unie zal de situatie en de voortzetting van het overgangsproces op de voet blijven volgen. Het is haar uitdrukkelijke wens dat een versterkte en nauwe politieke dialoog met de Centraal-Afrikaanse autoriteiten wordt gevoerd om de terugkeer naar de rechtsstaat en sociale en economische stabiliteit in de Centraal-Afrikaanse Republiek te begeleiden. Met bijzondere hoogachting. Gedaan te Brussel, Voor de Raad Voor de Commissie