32003D0228

2003/228/EG: Beschikking van de Commissie van 16 oktober 2002 betreffende de steunregeling die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen voor de vermindering van de energiekosten van kleine en middelgrote ondernemingen in de regio Sardinië (Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 3715) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 091 van 08/04/2003 blz. 0038 - 0041


Beschikking van de Commissie

van 16 oktober 2002

betreffende de steunregeling die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen voor de vermindering van de energiekosten van kleine en middelgrote ondernemingen in de regio Sardinië

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 3715)

(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/228/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Gelet op Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 88 van het EG-Verdrag(1),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(2),

Overwegende hetgeen volgt:

I. PROCEDURE

(1) Bij schrijven van 30 oktober 2001, nr. 13 305,hebben de Italiaanse autoriteiten overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag een voorgenomen steunregeling ten gunste van het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de regio Sardinië aangemeld.

(2) De regeling, die pas in werking mag treden na voorafgaande goedkeuring door de Commissie overeenkomstig de artikelen 87 en 88 van het Verdrag, werd in het register van aangemelde steunmaatregelen ingeschreven onder N 759/2001.

(3) Bij schrijven van 30 november 2001 heeft de Commissie aanvullende inlichtingen gevraagd. Nadat de Commissie op 24 januari 2002 een aanmaning tot de Italiaanse autoriteiten had gericht, hebben deze geantwoord bij brief van 20 februari 2002, nr. 2 236.

(4) Bij schrijven van 26 april 2002 heeft de Commissie Italië kennis gegeven van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van deze steunmaatregel.

(5) Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) bekendgemaakt. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel te maken.

(6) De Commissie heeft van de belanghebbenden geen opmerkingen terzake ontvangen.

II. BESCHRIJVING

Doelstelling

(7) Doordat er in de regio Sardinië geen distributienetwerk voor methaangas is, worden de ondernemingen op het eiland geconfronteerd met hogere energiekosten dan de ondernemingen in andere Italiaanse regio's waar wel dergelijke netwerken bestaan.

(8) Om het midden- en kleinbedrijf in de regio Sardinië te compenseren voor de hogere kosten ten gevolge van het gebruik van duurdere energiebronnen dan methaangas, voorziet de regeling in fiscale steunmaatregelen in de vorm van belastingkredieten.

(9) De regeling voldoet aan de regionale ontwikkelingsdoelstellingen.

Rechtsgrond

(10) De rechtsgrond voor de regeling in kwestie wordt gevormd door de wet van 23 december 2000 nr. 388, artikel 145, lid 9, en het ontwerp van interministerieel decreet van het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Productieve Activiteiten betreffende de modaliteiten en voorwaarden voor de toekenning van belastingvoordelen aan KMO's in de regio Sardinië ter compensatie van het ontbreken van methaangasleidingen op het eiland.

Looptijd en begrotingsmiddelen

(11) De regeling, waarvoor op de begroting 10,3 miljoen EUR is uitgetrokken, dekt de energiekosten van de ondernemingen in de jaren 2000 en 2001.

Begunstigden

(12) De begunstigden zijn de KMO's in de zin van Aanbeveling 96/280/EG van de Commissie van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen(4), die zijn gevestigd in de regio Sardinië en behoren tot de agro-voedingssector, de textielsector, de kledingsector, de papiersector, de chemische sector, de petrochemische sector, de sector bouwmaterialen, de sector glas en aardewerk en de sector machinebouw.

Doel van de steunmaatregel

(13) Het doel van de regeling is de verlening van exploitatiesteun, te weten steun ter vermindering van de lopende energiekosten van de ondernemingen.

Vorm en intensiteit van de steun

(14) De steun wordt verleend in de vorm van belastingkrediet ten bedrage van maximaal 60 % van de kosten voor de aankoop van vloeibare brandstoffen (zware stookolie) en LPG.

III. DOOR DE COMMISSIE GEUITE TWIJFEL IN HET KADER VAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 88, LID 2, VAN HET VERDRAG

(15) In het kader van de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag heeft de Commissie twijfel geuit ten aanzien van de structurele aard, in de zin van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen, van het door de Italiaanse autoriteiten onderkende nadeel en ten aanzien van de vraag of deze steun wordt gerechtvaardigd door de bijdrage ervan tot de regionale ontwikkeling.

(16) De Commissie heeft geen opmerkingen van de Italiaanse autoriteiten of van belanghebbenden ontvangen.

IV. BEOORDELING

1. Beoordeling van het steunkarakter van de maatregelen in kwestie

(17) Om te beoordelen of de bij de regeling ingestelde maatregelen steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag vormen, moet worden vastgesteld of zij de betrokken ondernemingen begunstigen, of zij met staatsmiddelen worden bekostigd, of zij de mededinging vervalsen en of zij het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloeden.

(18) Het eerste element van artikel 87, lid 1, van het Verdrag is de mogelijkheid dat de maatregel bepaalde ondernemingen begunstigt. Derhalve moet enerzijds worden vastgesteld of de begunstigde ondernemingen een economisch voordeel ontvangen dat zij bij normale marktvoorwaarden niet zouden hebben verkregen, dan wel of zij ontsnappen aan kosten die zij normaliter hadden moeten dragen, en anderzijds of hierdoor een bepaalde categorie ondernemingen wordt begunstigd. De verlening van belastingkredieten aan ondernemingen in een Italiaanse regio (Sardinië) verschaft de begunstigden een economisch voordeel, want de belastingkredieten verminderen het belastingbedrag dat de ondernemingen normaliter hadden moeten betalen. Bovendien bevoordelen deze maatregelen ondernemingen die in specifieke gebieden van het Italiaanse grondgebied werkzaam zijn en begunstigen zij deze ondernemingen doordat zij niet gelden voor ondernemingen die buiten deze gebieden zijn gevestigd.

(19) De tweede voorwaarde die in artikel 87 van het Verdrag wordt vermeld, is dat het gaat om steunmaatregelen van de staat of met staatsmiddelen bekostigd. In het onderhavige geval gaat het om staatsmiddelen in negatieve vorm, want er is sprake van gederfde overheidsontvangsten: de verlening van belastingkredieten vermindert de belastingontvangsten van de staat.

(20) De derde en de vierde voorwaarde die in artikel 87, lid 1, van het Verdrag worden vermeld, houden in dat de steun de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen, of het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. In het onderhavige geval dreigen de maatregelen in kwestie de mededinging te vervalsen, want zij versterken de financiële positie en de actiemogelijkheden van de begunstigde ondernemingen ten opzichte van concurrenten die er niet van profiteren. Indien dit effect optreedt in het kader van het handelsverkeer tussen lidstaten, wordt dit ongunstig beïnvloed door de genoemde maatregelen. Zoals verklaard door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, met name in het arrest van 13 juli 1988 in zaak 102/87, Frankrijk/Commissie(5), vervalsen dergelijke maatregelen de mededinging en beïnvloeden zij het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig wanneer de begunstigde ondernemingen een deel van hun productie naar andere lidstaten uitvoeren; indien de ondernemingen in kwestie zelf niet exporteren, wordt de binnenlandse productie begunstigd door het feit dat de mogelijkheden van in andere lidstaten gevestigde ondernemingen om hun producten naar de Italiaanse markt uit te voeren, worden verminderd.

(21) Om bovengenoemde redenen zijn de maatregelen in kwestie in principe verboden bij artikel 87, lid 1, van het Verdrag en kunnen zij uitsluitend als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien zij vallen onder één van de afwijkingen waarin het Verdrag voorziet.

2. Wettigheid van de regeling

(22) Aangezien de maatregelen in kwestie nog niet in werking zijn getreden, constateert de Commissie dat de Italiaanse autoriteiten de in artikel 88, lid 3, van het Verdrag bedoelde verplichting tot aanmelding zijn nagekomen.

3. Beoordeling van de verenigbaarheid van de maatregelen met de gemeenschappelijke markt

(23) Na het steunkarakter van de onderzochte maatregelen in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag te hebben vastgesteld, moet de Commissie onderzoeken of zij verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden verklaard krachtens artikel 87, leden 2 en 3, van het Verdrag.

(24) Met betrekking tot de toepasselijkheid van de afwijkingen waarin het Verdrag voorziet, is de Commissie van mening dat de steunmaatregelen in kwestie niet vallen onder de afwijkingen van artikel 87, lid 2, van het Verdrag, aangezien het niet gaat om steunmaatregelen van sociale aard in de zin van artikel 87, lid 2, onder a), noch om steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen in de zin van artikel 87, lid 2, onder b), noch om steunmaatregelen die vallen onder het bepaalde in artikel 87, lid 2, onder c). Uiteraard zijn de afwijkingen van artikel 87, lid 3, onder b) en d), evenmin van toepassing.

(25) Aangezien het gaat om exploitatiesteun, onderzoekt de Commissie of de maatregelen kunnen vallen onder de regionale afwijkingen als bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag.

Komt de regio voor steun in aanmerking?

(26) De Commissie merkt op dat zij bij besluit van 1 maart 2000(6) haar goedkeuring heeft gehecht aan de regionalesteunkaart van Italië voor de periode 2000-2006 met betrekking tot de regio's die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag. Op basis van deze kaart is Sardinië een regio die in aanmerking komt voor regionale steun krachtens genoemde afwijking.

Exploitatiesteun

(27) In punt 4.15 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen(7) wordt bepaald dat regionale steun die bedoeld is om de lopende kosten van een onderneming te verminderen, in beginsel is verboden. Dergelijke steun mag evenwel bij uitzondering worden toegestaan in die regio's die onder de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag vallen, mits hij door de bijdrage aan de regionale ontwikkeling en de aard ervan gerechtvaardigd is en de hoogte ervan in verhouding staat tot de te verhelpen handicaps.

(28) Op grond van punt 4.17 van deze richtsnoeren moet exploitatiesteun bovendien van tijdelijke aard zijn en geleidelijk afnemen.

(29) Weliswaar is de regio waarin de steun wordt verleend, een regio die in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag, maar toch kan de Commissie op grond van de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte informatie niet concluderen dat de steun gerechtvaardigd is door de bijdrage aan de regionale ontwikkeling en de aard ervan alsmede door het feit dat de hoogte ervan in verhouding staat tot de te verhelpen handicaps.

(30) In de eerste plaats zij opgemerkt dat de steunmaatregelen uit hoofde van de regeling in kwestie, die in de plaats komt van een in 1998 en 1999 op basis van de "de minimis"-regel toegepaste steunregeling, exploitatiekosten compenseren die in 2000 en 2001 reeds door de ondernemingen werden gedragen. Het feit dat genoemde periode reeds is afgesloten, sluit uit dat dergelijke steunmaatregelen noodzakelijk zijn om structurele nadelen te compenseren en dat zij een stimulerend effect hebben. Bovendien is, gezien de periode waarop de regeling betrekking heeft, het overgangskarakter van de maatregel niet aangetoond.

(31) In de tweede plaats kan de Commissie niet concluderen dat de criteria voor de selectie van de begunstigde ondernemingen, de vorm en de looptijd van de steun geschikt zijn om de aard van het vastgestelde nadeel te verhelpen, en evenmin dat de hoogte van de steun evenredig is aan dit nadeel, want de steun lijkt niet beperkt tot de effectief door de ondernemingen gedragen meerkosten. De Commissie kan ook niet concluderen dat de steun waarin de regeling voorziet, geleidelijk afneemt.

(32) In het kader van de beoordeling van de noodzaak van de maatregelen in kwestie gegeven de bijdrage ervan tot de sociaal-economische ontwikkeling van Sardinië kan de Commissie, bij gebrek aan door de Italiaanse autoriteiten verstrekte informatie over het ontbreken van alternatieve energiebronnen die economisch gelijkwaardig zijn aan aardgas, ook niet concluderen dat het door de Italiaanse autoriteiten vastgestelde nadeel (d.w.z. het ontbreken van een netwerk van aardgasleidingen) werkelijk een voor de sociaal-economische ontwikkeling van de regio nadelige structurele factor vormt.

(33) Het ontbreken van een dergelijk netwerk, waardoor de ondernemingen volgens de Italiaanse autoriteiten hun toevlucht zouden moeten nemen tot duurdere energiebronnen, kan eventueel wel een factor zijn die het economisch evenwicht verstoort, aangezien tegenover de vraag naar een goed (methaangas) niet het aanbod van dat goed staat. Aan die vraag zal echter kunnen worden voldaan zodra de voor de distributie van methaangas vereiste infrastructuur tot stand is gebracht en ter beschikking van de ondernemingen is gesteld, hetgeen uiterlijk eind 2006 het geval zou moeten zijn met de tenuitvoerlegging van het programma voor de aanleg van aardgasleidingen in Sardinië.

(34) De Commissie kan derhalve niet concluderen dat het door de Italiaanse autoriteiten vastgestelde nadeel structureel is in de zin van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen en dat de steunmaatregelen waarin de regeling voorziet, gerechtvaardigd worden door de bijdrage ervan tot de regionale ontwikkeling.

Sector van de productie, verwerking en verkoop van de in bijlage I van het Verdrag bedoelde producten

Landbouwsector

(35) Volgens punt 3.7 van de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector(8) gelden de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen niet voor deze sector.

(36) Volgens punt 3.5 van bovenbedoelde richtsnoeren voor de landbouwsector wordt eenzijdige staatssteun die louter bedoeld is om de financiële situatie van producenten te verbeteren maar op geen enkele wijze tot de ontwikkeling van de sector bijdraagt, als exploitatiesteun beschouwd die met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar is.

(37) De steunmaatregelen in kwestie vertonen dergelijke kenmerken en zijn derhalve onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Visserij- en aquacultuursector

(38) Volgens punt 1.5 van de richtsnoeren voor het onderzoek van de steunmaatregelen van de staten in de visserij- en aquacultuursector(9) zijn de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen niet van toepassing op deze sector.

(39) Volgens punt 1.2, vierde alinea, derde streepje, van bovengenoemde richtsnoeren is staatssteun die wordt verleend zonder dat de begunstigden enige verplichting wordt opgelegd, en die uitsluitend bestemd is voor verbetering van de kaspositie van het bedrijf, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, omdat er sprake is van steun voor de bedrijfsvoering.

(40) De steunmaatregelen in kwestie vertonen dergelijke kenmerken en zijn derhalve onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

V. CONCLUSIES

(41) Op grond van de analyse in punt IV.3 van deze beschikking moet de Commissie vaststellen dat de steunregeling voor de vermindering van de energiekosten van het MKB in de regio Sardinië onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is.

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bij wet nr. 388/2000 bedoelde steunregeling voor de vermindering van de energiekosten van de kleine en middelgrote ondernemingen in de regio Sardinië, die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen, is met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar.

Deze steunregeling mag bijgevolg niet ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 2

Italië deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 16 oktober 2002.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(2) PB C 132 van 4.6.2002, blz. 6.

(3) Zie voetnoot 2.

(4) PB L 107 van 30.4.1996, blz. 4.

(5) Jurisprudentie 1988, blz. 4067.

(6) PB C 175 van 24.6.2000, blz. 11.

(7) PB C 74 van 10.3.1998, blz. 9.

(8) PB C 28 van 1.2.2000, blz. 2.

(9) PB C 19 van 20.1.2001, blz. 7.