32003D0219

2003/219/EG: Beschikking van de Commissie van 25 maart 2003 betreffende de niet-opneming van acefaat in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 868)

Publicatieblad Nr. L 082 van 29/03/2003 blz. 0040 - 0041


Beschikking van de Commissie

van 25 maart 2003

betreffende de niet-opneming van acefaat in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten

(kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 868)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/219/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/5/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 8, lid 2, vierde alinea,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2266/2000(4), en met name op artikel 7, lid 3 bis, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG is bepaald dat de Commissie een werkprogramma moet uitvoeren inzake het onderzoek van de in gewasbeschermingsmiddelen gebruikte werkzame stoffen die op 15 juli 1993 reeds op de markt waren. Bij Verordening (EEG) nr. 3600/92 zijn de bepalingen voor de uitvoering van dit programma vastgesteld.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 933/94 van de Commissie van 27 april 1994 houdende vaststelling van de werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen en aanwijzing van de als rapporteur optredende lidstaten voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3600/92(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2230/95(6), zijn de werkzame stoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 3600/92 moeten worden beoordeeld, aangewezen, alsmede de respectieve lidstaten die elk voor de beoordeling van een van de werkzame stoffen als rapporteur moeten optreden, en de producenten van die werkzame stoffen die binnen de gestelde termijn een kennisgeving hebben ingediend.

(3) Acefaat is een van de 89 in Verordening (EG) nr. 933/94 aangewezen werkzame stoffen.

(4) Italië, de als rapporteur aangewezen lidstaat, heeft op 30 september 1996 overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3600/92 zijn verslag over de evaluatie van de door de kennisgevers overeenkomstig artikel 6, lid 1, van die verordening verstrekte gegevens, bij de Commissie ingediend.

(5) De Commissie heeft, na ontvangst van het verslag van de als rapporteur optredende lidstaat, deskundigen van de lidstaten en de belangrijkste kennisgever (Tomen France SA) geraadpleegd, zoals bepaald in artikel 7, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3600/92.

(6) Het door Italië opgestelde evaluatieverslag is door de lidstaten en de Commissie onderzocht in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Gebleken is dat de ingediende informatie niet volstond om vast te kunnen stellen of mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stof bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen. De kennisgever heeft derhalve bij Beschikking 2001/134/EG van de Commissie van 14 februari 2001 houdende vaststelling van het besluit betreffende de eventuele opneming van bepaalde werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad(7) ten aanzien van een beperkt aantal representatieve vormen van gebruik de gelegenheid gekregen het dossier uiterlijk op 31 maart 2001 te voltooien. Na ontvangst van de aanvullende informatie is het onderzoek op 28 juni 2002 afgerond met het definitieve evaluatieverslag van de Commissie inzake acefaat overeenkomstig artikel 7, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3600/92.

(7) De op basis van de verstrekte gegevens gemaakte evaluaties hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die acefaat bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen, met name wat betreft de veiligheid van consumenten die mogelijk aan acefaat worden blootgesteld, en de mogelijke impact ervan op niet-doelsoorten.

(8) Acefaat mag derhalve niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(9) De nodige maatregelen moeten worden genomen om erop toe te zien dat de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die acefaat bevatten, binnen een bepaalde termijn worden ingetrokken en zeker niet worden verlengd en dat geen nieuwe toelatingen worden afgegeven.

(10) De looptijd van eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen voor de verwijdering, de opslag, het op de markt brengen of het gebruik van bestaande voorraden gewasbeschermingsmiddelen die acefaat bevatten, mag niet meer bedragen dan twaalf maanden, zodat de bestaande voorraden binnen één extra groeiseizoen kunnen worden opgebruikt.

(11) Deze beschikking loopt niet vooruit op eventuele latere acties van de Commissie met betrekking tot deze werkzame stof in het kader van Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van 21 december 1978 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen(8), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

(12) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Acefaat wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

De lidstaten zorgen ervoor dat:

a) toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die acefaat bevatten, uiterlijk zes maanden na de datum van vaststelling van deze beschikking worden ingetrokken;

b) met ingang van de datum van vaststelling van deze beschikking geen gewasbeschermingsmiddelen die acefaat bevatten, meer worden toegelaten en geen toelatingen voor dergelijke gewasbeschermingsmiddelen meer worden vernieuwd op grond van de in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde afwijkingsbepalingen.

Artikel 3

Eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen moeten zo snel mogelijk aflopen en in elk geval uiterlijk 18 maanden na de datum van vaststelling van deze beschikking.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 maart 2003.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2) PB L 8 van 14.1.2003, blz. 7.

(3) PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10.

(4) PB L 259 van 13.10.2000, blz. 27.

(5) PB L 107 van 28.4.1994, blz. 8.

(6) PB L 225 van 22.9.1995, blz. 1.

(7) PB L 49 van 20.2.2001, blz. 13.

(8) PB L 33 van 8.2.1979, blz. 36.