Verordening (EG) nr. 1254/2002 van de Commissie van 11 juli 2002 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om rechten op invoer voor het in Verordening (EG) nr. 954/2002 bedoelde deelcontingent I voor bevroren rundvlees
Publicatieblad Nr. L 183 van 12/07/2002 blz. 0022 - 0022
Verordening (EG) nr. 1254/2002 van de Commissie van 11 juli 2002 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om rechten op invoer voor het in Verordening (EG) nr. 954/2002 bedoelde deelcontingent I voor bevroren rundvlees DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 954/2002 van de Commissie van 4 juni 2002 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en producten van GN-code 0206 29 91 (1 juli 2002-30 juni 2003)(1), en met name op artikel 5, Overwegende hetgeen volgt: In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 954/2002 is de totale hoeveelheid van deelcontingent I waarvoor de importeurs van de Gemeenschap een aanvraag om rechten op invoer kunnen indienen op basis van de hoeveelheden die zij op grond van de Verordeningen (EG) nr. 1142/98(2), (EG) nr. 995/1999(3) en (EG) nr. 980/2000(4) van de Commissie hebben ingevoerd, vastgesteld op 26500 ton. Aangezien rechten op invoer zijn aangevraagd voor een grotere hoeveelheid dan die welke op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 954/2002 beschikbaar is, moet overeenkomstig artikel 5 van die verordening een verminderingscoëfficiënt worden vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Elke overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 954/2002 ingediende aanvraag om rechten op invoer wordt ingewilligd voor 17,09829 % van de gevraagde rechten. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 12 juli 2002. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 11 juli 2002. Voor de Commissie J. M. Silva Rodríguez Directeur-generaal Landbouw (1) PB L 147 van 5.6.2002, blz. 8. (2) PB L 159 van 3.6.1998, blz. 11. (3) PB L 122 van 12.5.1999, blz. 3. (4) PB L 113 van 12.5.2000, blz. 27.