32002R1176

Verordening (EG) nr. 1176/2002 van de Commissie van 28 juni 2002 tot vaststelling van specifieke uitvoeringsbepalingen voor de uitvoer van sommige soorten groenten, fruit en verwerkte producten op basis van groenten en fruit naar Estland en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1961/2001 en (EG) nr. 1429/95

Publicatieblad Nr. L 170 van 29/06/2002 blz. 0069 - 0072


Verordening (EG) nr. 1176/2002 van de Commissie

van 28 juni 2002

tot vaststelling van specifieke uitvoeringsbepalingen voor de uitvoer van sommige soorten groenten, fruit en verwerkte producten op basis van groenten en fruit naar Estland en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1961/2001 en (EG) nr. 1429/95

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 545/2002(2), en met name op artikel 31, lid 2, en artikel 35, lid 11,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 453/2002 van de Commissie(4), en met name op artikel 11, lid 2, artikel 16, lid 8, en artikel 17, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2299/2001(6), is bepaald dat het recht op restitutie ontstaat bij invoer in een bepaald derde land, wanneer voor dit derde land een gedifferentieerde restitutievoet van toepassing is. In de artikelen 14, 15 en 16 van die verordening zijn de voorwaarden voor de betaling van de restitutie in het geval van gedifferentieerde restitutie vastgesteld, en met name welke documenten moeten worden overgelegd als bewijs dat de goederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 1148/2002 van de Raad(7) zijn concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwproducten vastgesteld en zijn bepaalde in de Europaovereenkomst met Estland opgenomen landbouwconcessies via een autonome overgangsregeling aangepast. De intrekking, met ingang van 1 juli 2002, van de restituties voor de uitvoer naar dat derde land voor producten uit de Gemeenschap die onder de gemeenschappelijke marktordeningen voor groenten en fruit en voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit vallen, vormt een van de vastgestelde concessies.

(3) Om te voorkomen dat de bovengenoemde artikelen 14, 15 en 16 van Verordening (EG) nr. 800/1999 in het kader van deze concessie worden toegepast bij de toekenning van restituties voor de uitvoer van de betrokken producten naar andere derde landen, heeft Estland zich ertoe verbonden erop toe te zien dat alleen betrokken producten voor invoer in dat land worden toegelaten waarvoor geen restitutie is betaald en die rechtstreeks uit de Gemeenschap afkomstig zijn.

(4) Om ervoor te zorgen dat de Estse autoriteiten deze controle kunnen uitvoeren, moet worden bepaald dat bij de invoer van de betrokken producten verplicht aan de Estse autoriteiten enerzijds een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat moet worden overgelegd met daarop specifieke aanduidingen die garanderen dat voor de aangegeven producten geen uitvoerrestitutie is betaald, en anderzijds een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de uitvoeraangifte waarin bepaalde gegevens die naar het uitvoercertificaat verwijzen, moeten zijn vermeld. De uitvoeringsbepalingen van die certificatenregeling moeten Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2299/2001, aanvullen of ervan afwijken.

(5) Bovendien moet bij de toepassing van de bovengenoemde bepalingen van Verordening (EG) nr. 800/1999 met deze specifieke regeling rekening worden gehouden, om ervoor te zorgen dat de exporteurs bij de handel met derde landen geen onnodige financiële lasten hoeven te dragen. Daarom moet bij de vaststelling van de laagste restitutievoet geen rekening worden gehouden met de niet-vaststelling van de uitvoerrestitutie voor Estland. De uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van uitvoerrestituties, zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie(9), wat verse groenten en fruit betreft, en bij Verordening (EG) nr. 1429/95 van de Commissie(10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1962/2001(11), wat verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft, moeten derhalve in die zin worden gewijzigd.

(6) Tot slot is het noodzakelijk de gevolgen op te vangen die vorengenoemde concessies hebben voor het gebruik van de certificaten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn afgegeven met het oog op de toekenning van een restitutie voor uitvoer naar Estland en waarvoor de invoer in dit derde land niet vóór 1 juli 2002 kan worden voltooid. Toegestaan moet worden dat deze certificaten nietig worden verklaard en dat de betrokken zekerheid naar evenredigheid van de niet benutte hoeveelheden wordt terugbetaald.

(7) Om nauwkeurig vast te stellen om welke producten het gaat, moet gebruik worden gemaakt van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie(12), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 749/2002(13).

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de gezamenlijke vergadering van de Comités van beheer voor verse groenten en fruit en voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij de uitvoer naar Estland van de in bijlage I genoemde producten moet aan de bevoegde Estse autoriteiten voor elke zending het volgende worden overgelegd:

a) een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat, hierna "certificaat" genoemd, dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1291/2000 is afgegeven onder voorbehoud van artikel 2 van de onderhavige verordening, en

b) een naar behoren geviseerde kopie van de uitvoeraangifte, waarop, in vak 44, wordt gerefereerd aan het serienummer van het bijbehorende certificaat.

Voor deze uitvoer wordt geen restitutie verleend. De uitgevoerde producten mogen niet eerst naar een ander derde land zijn uitgevoerd.

Artikel 2

1. Op de certificaataanvraag en het certificaat wordt het volgende vermeld:

a) in vak 7: "Estland"; het woord "ja" in dit vak wordt aangekruist;

b) in vak 20: een van de volgende vermeldingen:

- Exportación a Estonia. Reglamento (CE) n° 1148/2002

- Udførsel til Estland. Forordning (EF) nr. 1148/2002

- Ausfuhr nach Estland. Verordnung (EG) Nr. 1148/2002

- Εξαγωγή στην Εσθονία. Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 1148/2002

- Export to Estonia. Council Regulation (EC) No 1148/2002

- Exportation en Estonie. Règlement (CE) n° 1148/2002

- Esportazione in Estonia. Regolamento (CE) n. 1148/2002

- Uitvoer naar Estland. Verordening (EG) nr. 1148/2002

- Exportação para a Estónia. Regulamento (CE) n.o 1148/2002

- Vienti Viroon. Asetus (EY) N:o 1148/2002

- Export till Estland. Förordning (EG) nr 1148/2002

en de productcode volgens de nomenclatuur van Verordening (EEG) nr. 3846/87.

2. In vak 22 van het certificaat moet een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Sin restitución por exportación

- Uden eksportrestitution

- Ohne Ausfuhrerstattung

- Χωρίς επιστροφή κατά την εξαγωγή

- No export refund

- Sans restitution à l'exportation

- Senza restituzione all'esportazione

- Zonder uitvoerrestitutie

- Sem restituição à exportação

- Ilman vientitukea

- Utan exportbidrag.

3. Het certificaat is slechts geldig voor de daarop aangeduide producten en hoeveelheden.

4. De overeenkomstig deze verordening afgegeven certificaten verplichten tot uitvoer naar de in vak 7 vermelde bestemming.

5. Op verzoek van de belanghebbende wordt een voor eensluidend gewaarmerkte kopie afgegeven van het certificaat waarop is afgeschreven.

6. De geldigheidsduur van de certificaten is drie maanden.

7. In afwijking van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 hoeft voor de afgifte van een certificaat geen zekerheid te worden gesteld.

Artikel 3

De lidstaten delen de Commissie vóór de tiende van elke maand het volgende mede: het aantal in de loop van de afgelopen maand afgegeven certificaten en de betrokken hoeveelheden producten, uitgesplitst naar code volgens de nomenclatuur van Verordening (EG) nr. 3846/87.

Artikel 4

Uitvoercertificaten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening met het oog op de toekenning van een restitutie op grond van artikel 35, lid 6, van Verordening (EG) nr. 2200/96 of van artikel 16, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 voor een van de in de bijlage genoemde producten zijn afgegeven, en waarin in vak 7 "Estland" is vermeld, worden, op een uiterlijk één maand na het einde van de geldigheidsperiode van dat certificaat gedaan verzoek van de belanghebbende, nietig verklaard, waarna de zekerheden worden vrijgegeven voorzover de hoeveelheden niet zijn gebruikt.

Artikel 5

1. In Verordening (EG) nr. 1961/2001 wordt het volgende artikel 7 bis ingevoegd: "Artikel 7 bis

1. Wanneer differentiatie van de restitutie slechts betekent dat voor Estland geen restitutie is vastgesteld, is, in afwijking van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 800/1999, het bewijs dat de douaneformaliteiten bij invoer zijn vervuld niet vereist voor de restitutiebetaling voor de producten van de GN-codes ex 0802, ex 0805 en ex 0806.

2. Met de niet-vaststelling van een restitutie voor de producten van de GN-codes ex 0802, ex 0805 en ex 0806 die bestemd zijn voor Estland, wordt geen rekening gehouden voor de vaststelling van de laagste restitutievoet in de zin van artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 800/1999."

2. In Verordening (EG) nr. 1429/95 wordt het volgende artikel 7 bis ingevoegd: "Artikel 7 bis

1. Wanneer differentiatie van de restitutie slechts betekent dat voor Estland geen restitutie is vastgesteld, is, in afwijking van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie(14), het bewijs dat de douaneformaliteiten bij invoer zijn vervuld niet vereist voor de restitutiebetaling voor de producten van de GN-codes ex 2008 en ex 2009.

2. Met de niet-vaststelling van een restitutie voor de producten van de GN-codes ex 2008 en ex 2009 die bestemd zijn voor Estland, wordt geen rekening gehouden voor de vaststelling van de laagste restitutievoet in de zin van artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 800/1999."

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 juni 2002.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1.

(2) PB L 84 van 28.3.2002, blz. 1.

(3) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29.

(4) PB L 72 van 14.3.2002, blz. 9.

(5) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

(6) PB L 308 van 27.11.2001, blz. 19.

(7) Zie bladzijde 11 van dit Publicatieblad.

(8) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.

(9) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8.

(10) PB L 141 van 24.6.1995, blz. 28.

(11) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 19.

(12) PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1.

(13) PB L 153 van 13.6.2002, blz. 8.

(14) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

BIJLAGE

Lijst van groenten, fruit en verwekte producten op basis van groenten en fruit waarvoor geen uitvoerrestitutie wordt verleend wanneer zij naar Estland worden uitgevoerd

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de tekst van de omschrijving als louter indicatief beschouwd. De werkingssfeer van de bij artikel 1 van deze verordening vastgestelde verplichting wordt in het kader van deze bijlage bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van deze verordening gelden. Indien de GN-code wordt voorafgegaan door "ex", wordt de werkingssfeer van de in artikel 1 van deze verordening vastgestelde verplichting zowel door de draagwijdte van de GN-code als door die van de code in dezin van Verordening (EEG) nr. 3846/87 bepaald.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>