Richtlijn 2002/79/EG van de Commissie van 2 oktober 2002 houdende wijziging van de bijlagen bij de Richtlijnen 76/895/EEG, 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong met inbegrip van groenten en fruit (Voor de EER relevante tekst.)
Publicatieblad Nr. L 291 van 28/10/2002 blz. 0001 - 0019
Richtlijn 2002/79/EG van de Commissie van 2 oktober 2002 houdende wijziging van de bijlagen bij de Richtlijnen 76/895/EEG, 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong met inbegrip van groenten en fruit (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 76/895/EEG van de Raad van 23 november 1976 betreffende de vaststelling van de maximale hoeveelheden residuen van bestrijdingsmiddelen in en op groenten en fruit(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/71/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 5, Gelet op Richtlijn 86/362/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/76/EG van de Commissie(4), en met name op artikel 10, Gelet op Richtlijn 86/363/EG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen van dierlijke oorsprong(5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/71/EG, en met name op artikel 10, Gelet op Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit(6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/76/EG, en met name op artikel 7, Overwegende hetgeen volgt: (1) De bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG bevatten lijsten van residuen van bestrijdingsmiddelen en de maximumgehalten daarvan. (2) Op basis van het onderzoek van de beschikbare gegevens is geconstateerd dat voldoende informatie aanwezig is om maximumgehalten vast te stellen voor bepaalde residuen van bestrijdingsmiddelen, namelijk abamectin, azocyclotin, bioresmethrin, bifenthrin, bitertanol, bromopropylaat, clofentezine, cyromazine, cyhexatin, fenpropimorf, flucytrinaat, hexaconazol, metacrifos, myclobutanil, penconazol, prochloraz, profenofos, resmethrin, tridemorf, triadimefon en triadimenol. (3) In levensmiddelen van dierlijke oorsprong kunnen bestrijdingsmiddelenresiduen voorkomen als gevolg van de landbouwpraktijken. Bijgevolg moet rekening worden gehouden met relevante gegevens die verkregen zijn zowel bij toegelaten gebruik van bestrijdingsmiddelen als bij gecontroleerde proeven en onderzoeken inzake diervoeders. (4) De beschikbare gegevens zijn onderzocht. Voor verschillende combinaties bestrijdingsmiddel/landbouwproduct zijn de gegevens toereikend om een maxiumresidugehalte (MRL) te berekenen, bij inachtneming waarvan de residuen van het bestrijdingsmiddel als veilig voor de volksgezondheid kunnen worden beschouwd. Wanneer dit gehalte de ondergrens van analytische bepaling overschrijdt, is het aangewezen het maximumresidugehalte vast te stellen op het berekende niveau. Voor sommige combinaties is de beschikbare informatie ontoereikend en moet het maximumresidugehalte worden vastgesteld op de ondergrens van analytische bepaling. Voor nog andere combinaties zijn de gegevens weliswaar toereikend maar blijkt daaruit dat het vaststellen van een maximumresidugehalte boven de ondergrens van analytische bepaling zou kunnen resulteren in onaanvaardbare acute of chronische blootstelling van de consument aan de residuen. In die gevallen moeten de MRL's op de ondergrens van analytische bepaling worden vastgesteld. (5) De totale blootstelling en de acute blootstelling van consumenten aan deze bestrijdingsmiddelen via elk van de levensmiddelen die residuen van deze bestrijdingsmiddelen kunnen bevatten, zijn geraamd en geëvalueerd volgens de communautaire procedures en methoden, met inachtneming van de door de Wereldgezondheidsorganisatie gepubliceerde richtsnoeren(7). Voor abamectin zijn MRL's vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1752/2002 van de Commissie(9), uitgaande van het gebruik van diergeneesmiddelen die dezelfde stof bevatten, voor de behandeling van diersoorten die levensmiddelen produceren (Verordening (EG) nr. 3425/93 van de Commissie(10). Die toepassingen en de evaluatie van de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI), die werden meegedeeld door het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik en waarop deze MRL's waren gebaseerd, zijn in aanmerking genomen. De conclusie was dat de in deze richtlijn vastgestelde MRL's niet leiden tot overschrijding van de ADI's, noch tot acute toxische effecten. (6) Teneinde erop toe te zien dat de consument op adequate wijze wordt beschermd tegen blootstelling aan residuen in of op producten waarvoor geen toestemming is verleend, is het verstandig de MRL's vast te stellen op de ondergrens van analytische bepaling voor alle dergelijke producten die onder de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG vallen. (7) De bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. (8) De handelspartners van de Gemeenschap zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de in deze richtlijn vastgestelde gehalten geraadpleegd en met hun opmerkingen is rekening gehouden. (9) Met de adviezen van het Wetenschappelijk Comité voor planten, met name de adviezen en aanbevelingen op het gebied van de bescherming van de verbruikers van met bestrijdingsmiddelen behandelde levensmiddelen, is rekening gehouden(11). (10) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 In bijlage II bij Richtlijn 76/895/EEG wordt de ingang "bromopropylaat" met de bijbehorende gegevens geschrapt. Artikel 2 In deel A van bijlage II bij Richtlijn 86/362/EEG worden de in bijlage I bij de onderhavige richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegevoegd voor abamectin, azocyclotin en cyhexatin, bifenthrin, bitertanol, bromopropylaat, clofentezine, cyromazine, fenpropimorf, flucytrinaat, hexaconazol, metacrifos, myclobutanil, penconazol, prochloraz, profenofos, resmethrin en bioresmethrin, tridemorf, triadimefon en triadimenol. Artikel 3 Bijlage II bij Richtlijn 86/363/EEG wordt als volgt gewijzigd: a) In deel A worden de in bijlage II bij de onderhavige richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegevoegd voor abamectin, bifenthrin, bitertanol, bromopropylaat, cyromazine, flucytrinaat, metacrifos, penconazol, prochloraz, profenofos, resmethrin en bioresmethrin, tridemorf, triadimefon en triadimenol. b) In deel B worden de in bijlage III bij de onderhavige richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegevoegd voor azocyclotin en cyhexatin, fenpropimorf carboxylzuur, clofentezine en myclobutanil. Artikel 4 Bijlage II bij Richtlijn 90/642/EEG wordt als volgt gewijzigd: a) De in bijlage IV bij de onderhavige richtlijn vastgestelde maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen worden toegevoegd voor abamectin, azocyclotin en cyhexatin, bifenthrin, bitertanol, bromopropylaat, clofentezine, cyromazine, fenpropimorf, flucytrinaat, hexaconazol, metacrifos, myclobutanil, penconazol, prochloraz, profenofos, resmethrin en bioresmethrin, tridemorf, triadimefon en triadimenol. b) Het maximumresidugehalte voor ethion in thee wordt vervangen door 3 mg/kg. Artikel 5 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2002 aan het bepaalde in artikel 4, onder b), te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Zij passen deze maatregelen toe met ingang van 1 januari 2003. 2. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 mei 2003 aan het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3 en in artikel 4, onder a), te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Zij passen deze maatregelen toe met ingang van 1 augustus 2003. 3. Wanneer de lidstaten de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. Artikel 6 Deze richtlijn treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 7 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 2 oktober 2002. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 340 van 9.12.1976, blz. 26. (2) PB L 225 van 22.8.2002, blz. 21. (3) PB L 221 van 7.8.1986, blz. 37. (4) PB L 240 van 7.9.2002, blz. 45. (5) PB L 221 van 7.8.1986, blz. 43. (6) PB L 350 van 14.12.1990, blz. 71. (7) Richtsnoeren voor het voorspellen van de inname via de voeding van residuen van bestrijdingsmiddelen (herziene versie), opgesteld door GEMS/Voedselprogramma in samenwerking met het Codexcomité voor residuen van bestrijdingsmiddelen, gepubliceerd door de Wereldgezondheidsorganisatie, 1997 (WHO/FSF/FOS/97.7). (8) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1. (9) PB L 264 van 2.10.2002, blz. 18. (10) PB L 312 van 15.12.1993, blz. 12. (11) SCP/RESI/021; SCP/RESI/024. BIJLAGE I >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE III >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE IV RESIDUEN VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN EN MAXIMUMGEHALTEN AAN RESIDUEN (mg/kg) >RUIMTE VOOR DE TABEL>