32002E0203

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 11 maart 2002 betreffende steun van de Europese Unie voor de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en het vredesproces in de Democratische Republiek Congo en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/83/GBVB

Publicatieblad Nr. L 068 van 12/03/2002 blz. 0001 - 0003


Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

van 11 maart 2002

betreffende steun van de Europese Unie voor de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en het vredesproces in de Democratische Republiek Congo en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/83/GBVB

(2002/203/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name artikel 15,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2001/83/GBVB van de Raad van 29 januari 2001 betreffende steun van de Europese Unie voor de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en het vredesproces in de Democratische Republiek Congo(1), met name artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Raad van Laken van 14 en 15 december 2001 heeft zijn volle steun aan de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka bevestigd.

(2) Op 26 februari 2001, 14 mei 2001, 16 juli 2001, 8 oktober 2001, 29 oktober 2001, 19 november 2001 en 10 december 2001 heeft de Raad conclusies betreffende de situatie in het gebied van de Grote Meren aangenomen.

(3) De Raad heeft op 14 mei 2001 Gemeenschappelijk Standpunt 2001/374/GBVB over de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika(2) en op 25 mei 1998 Gemeenschappelijk Standpunt 98/350/GBVB inzake mensenrechten, democratische beginselen, rechtsstaat en behoorlijk bestuur in Afrika(3) vastgesteld.

(4) Op 31 augustus 1999 is de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka ondertekend door de Democratische Republiek Congo, Angola, Namibië, Rwanda, Oeganda, Zimbabwe, de "Mouvement pour la Libération du Congo" en het "Rassemblement Congolais pour la Démocratie".

(5) De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de Resoluties 1234 (1999), 1258 (1999), 1291 (2000), 1304 (2000), 1332 (2000), 1341 (2001), 1355 (2001) en 1376 (2001) aangenomen.

(6) Gemeenschappelijk Standpunt 2001/83/GBVB moet worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

Dit gemeenschappelijk standpunt beoogt de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in het kader van het vredesproces in de Democratische Republiek Congo (DRC) te ondersteunen door een optreden van de Europese Unie en haar lidstaten.

De Europese Unie bevestigt dat een duurzame vrede in de DRC alleen kan worden bereikt door een via onderhandelingen tot stand gekomen en voor alle partijen billijke vredesregeling, door eerbiediging van de territoriale integriteit en de nationale soevereiniteit van de DRC en van de democratische beginselen en de mensenrechten in alle staten van de regio, alsook van de beginselen inzake goed nabuurschap en niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden, rekening houdend met de veiligheidsbelangen van de DRC en haar buurlanden.

Artikel 2

De Europese Unie zal de maatregelen van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid ter ondersteuning van de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad in het kader van het vredesproces steunen, en nauw samenwerken met deze organisaties en met de andere relevante actoren van de internationale gemeenschap bij de uitvoering van dit gemeenschappelijk standpunt.

Artikel 3

De Europese Unie zal blijven ijveren voor een strikte naleving van de staakt-het-vuren-overeenkomst tussen de ondertekenaars van Lusaka en daartoe de VN-missie in de Democratische Republiek Congo (Monuc) en de Gemengde Militaire Commissie (GMC) blijven steunen.

Zij zal zich blijven inspannen ten gunste van de volledige en onmiddellijke terugtrekking van alle buitenlandse troepen uit de DRC overeenkomstig de resoluties van de Veiligheidsraad.

Artikel 4

De Europese Unie zal zich beijveren voor een snelle uitvoering van het proces inzake ontwapening, demobilisatie, repatriëring, herintegratie en hervestiging van de strijders van de gewapende groepen waarin de overeenkomst van Lusaka voorziet en dat een essentieel element vormt van de terugkeer naar vrede in de regio.

Zij zal eraan herinneren dat dit proces op vrijwillige basis moet plaatsvinden, met de medewerking van alle ondertekenaars van de overeenkomst van Lusaka, en moet kunnen worden ondersteund door een gecoördineerde actie van de internationale gemeenschap.

Zij zal daartoe het optreden van de MONUC en de GMC steunen en in het bijzonder ijveren voor een snelle toepassing van dit proces op de momenteel in Kamina gelegerde ex-strijders.

De Raad neemt nota van het voornemen van de Commissie om het proces van ontwapening, demobilisatie, repatriëring, reïntegratie en hervestiging (DDRRR-proces) te steunen met passende communautaire maatregelen.

Artikel 5

De Europese Unie zal het proces van de inter-Congolese dialoog en de bemiddeling blijven steunen.

Zij zal uiting geven aan haar wens dat deze dialoog zo spoedig mogelijk concrete resultaten oplevert in de omstandigheden van onafhankelijkheid, vrijheid, transparantie, veiligheid en representativiteit die noodzakelijk zijn voor een vreedzame, gezamenlijke, rechtvaardige en duurzame oplossing van de Congolese crisis.

De Europese Unie wenst dat de deelnemers aan de dialoog tot een overeenkomst kunnen komen die het mogelijk maakt de eenheid en de integriteit van het land te bewaren en het herstel van de rechtsstaat te waarborgen door middel van een vreedzame overgang waarbij het behoorlijk bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten en van de fundamentele vrijheden kunnen worden hersteld en de terugkeer naar de democratie kan worden voorbereid.

De overeenkomst betreffende de overgang en de instellingen ervan moet met name een antwoord bieden op de cruciale problemen van de Congolese nationaliteit en de nieuwe organisatie van het leger en de staat met het oog op het volledige herstel van een representatieve democratie, wat een essentiële waarborg is voor een duurzame en billijke ontwikkeling van het land.

Artikel 6

De Europese Unie zal consequente humanitaire hulp aan de DRC blijven verlenen, alsook steun aan de wederopbouw en de ontwikkeling van dit land, en er daarbij op toezien dat deze alle Congolezen en regio's van de DRC ten goede komt en op een dynamische en proactieve manier aan het vredesproces bijdraagt door het herstel van de Congolese staat, het behoorlijk bestuur, de verbetering van de economische situatie en de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen.

De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is zich te blijven inspannen om de bovengenoemde doelstellingen te verwezenlijken.

In dit perspectief is de Raad met name ingenomen met de ondertekening door de Commissie op 21 januari 2002 van het Nationaal Indicatief Programma (NIP) van het 8e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor de DRC, dat een vaste verbintenis van de Unie vormt ten aanzien van het land en zijn bevolking, en hij neemt nota van het voornemen van de Commissie om dit uit te voeren afhankelijk van de geboekte vooruitgang op de weg naar nationale verzoening en van de vooruitzichten inzake stabiliteit en veiligheid, in het kader van het vredesproces.

Artikel 7

Bij de samenwerking van de Europese Unie met de landen van de regio die bij de Congolese crisis betrokken zijn, zal rekening worden gehouden met de inspanningen van deze landen om de overeenkomst van Lusaka en de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad uit te voeren.

Artikel 8

De Europese Unie zal steun blijven verlenen aan het op de overeenkomst van Arusha gestoelde Burundese vredesproces, waarvan het welslagen gekoppeld is aan de oplossing van de Congolese crisis en dat als voorbeeld kan dienen voor alle landen van deze regio in Afrika die met name door etnisch geweld worden getroffen.

In dat verband zal zij de bijeenkomst steunen van een internationale conferentie over vrede, veiligheid, democratie en ontwikkeling in het gebied van de Grote Meren, zodra het verloop van de vredesprocessen van Lusaka en Arusha dat mogelijk maakt en de betrokken landen daartoe besluiten.

Artikel 9

De Europese Unie en haar lidstaten behouden zich het recht voor activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van de overeenkomst van Lusaka te wijzigen of te beëindigen indien de partijen de voorwaarden van de overeenkomst niet in acht nemen.

Artikel 10

Gemeenschappelijk Standpunt 1999/728/GBVB wordt ingetrokken.

Artikel 11

De uitvoering van dit gemeenschappelijk standpunt zal geregeld worden bezien; het gemeenschappelijk standpunt zal uiterlijk op 28 februari 2003 opnieuw worden bezien.

Niettemin zal het vóór die datum opnieuw kunnen worden bezien, met name wanneer overtuigende resultaten bij de uitvoering van de overeenkomst van Lusaka, met inbegrip van de inter-Congolese dialoog, bekend zullen zijn.

Artikel 12

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 13

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Gedaan te Brussel, 11 maart 2002.

Voor de Raad

De voorzitter

J. Piqué i Camps

(1) PB L 29 van 31.1.2001, blz. 1.

(2) PB L 132 van 15.5.2001, blz. 3.

(3) PB L 158 van 2.6.1998, blz. 1.