32002D1130(01)

Besluit van het Europees Parlement van 23 oktober 2002 inzake de tenuitvoerlegging van het interinstitutioneel akkoord over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid

Publicatieblad Nr. C 298 van 30/11/2002 blz. 0004 - 0005


Besluit van het Europees Parlement

van 23 oktober 2002

inzake de tenuitvoerlegging van het interinstitutioneel akkoord over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid

(2002/C 298/02)

HET EUROPEES PARLEMENT,

Gelet op artikel 9, inzonderheid de leden 6 en 7, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(1),

Gelet op bijlage VII, deel A, punt 1 van zijn Reglement,

Gelet op artikel 20 van het besluit van het Bureau van 28 november 2001 over de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement(2),

Gezien het interinstitutioneel akkoord tussen het Parlement en de Raad over de toegang van het Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid(3),

Gezien het voorstel van het Bureau,

Gezien de specifieke aard en de bijzonder gevoelige inhoud van bepaalde zeer vertrouwelijke gegevens op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid,

Overwegende dat de Raad verplicht is het Europees Parlement toegang te verschaffen tot gevoelige documenten, overeenkomstig de tussen de instellingen overeengekomen regelingen,

Overwegende dat de leden van het Europees Parlement die zitting hebben in het bij het interinstitutioneel akkoord ingesteld bijzonder comité, gemachtigd moeten worden om toegang te krijgen tot gevoelige gegevens op basis van het "need-to-know"-beginsel,

Overwegende dat het noodzakelijk is specifieke mechanismen te creëren voor het in ontvangst nemen, de behandeling en het controleren van gevoelige gegevens afkomstig van de Raad, de lidstaten, derde landen of internationale organisaties,

BESLUIT:

Artikel 1

Dit besluit heeft tot doel de nodige aanvullende maatregelen vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van het interinstitutioneel akkoord over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid.

Artikel 2

Een verzoek van het Europees Parlement om toegang tot gevoelige gegevens van de Raad wordt door de Raad behandeld met inachtneming van zijn interne regels. Wanneer de gevraagde documenten zijn opgesteld door een andere instelling, een lidstaat, een derde land of een internationale organisatie, worden de documenten slechts ter beschikking gesteld als de instelling, de lidstaat, het derde land of de internationale organisatie hiermee akkoord gaat.

Artikel 3

De Voorzitter van het Europees Parlement is voor de tenuitvoerlegging van het interinstitutioneel akkoord binnen zijn instelling verantwoordelijk.

Te dien einde neemt hij alle maatregelen die noodzakelijk zijn ter waarborging van de vertrouwelijke behandeling van de gegevens die rechtstreeks van de voorzitter van de Raad of van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger zijn ontvangen, of van de informatie die is verkregen door inzage van gevoelige documenten ten kantore van de Raad.

Artikel 4

Wanneer het voorzitterschap van de Raad of de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger door de Voorzitter van het Europees Parlement of de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid, wordt verzocht gevoelige gegevens te verstrekken aan het bij het interinstitutioneel akkoord ingesteld bijzonder comité, geven zij hieraan op zo kort mogelijke termijn gevolg. Met het oog hierop rust het Europees Parlement een speciale vergaderzaal uit, die borg staat voor een gelijkwaardig niveau van bescherming als hetwelk is vastgesteld bij Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad(4), voor het houden van dergelijke vergaderingen.

Artikel 5

De informatievergadering onder voorzitterschap van de Voorzitter van het Europees Parlement of de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid, vindt plaats met gesloten deuren.

Met uitzondering van de door de Conferentie van voorzitters aangewezen vier leden, hebben alleen ambtenaren toegang tot de vergaderzaal, die op grond van hun functie of om redenen van dienstbelang, bevoegd en gemachtigd zijn de vergaderzaal te betreden en die voldoen aan de "need-to-know"-voorwaarde.

Artikel 6

Wanneer de Voorzitter van het Europees Parlement of de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid een verzoek indient tot inzage van documenten die gevoelige gegevens bevatten, vindt deze inzage plaats ten kantore van de Raad, in toepassing van punt 3.3 van het interinstitutioneel akkoord.

De documenten worden ter plekke ingezien in de voorhanden zijnde versie(s).

Artikel 7

De leden van het Europees Parlement die worden geacht de informatievergaderingen bij te wonen of kennis te nemen van de gevoelige documenten, worden onderworpen aan een machtigingsprocedure naar het voorbeeld van de leden van de Raad en de leden van de Commissie. Te dien einde onderneemt de Voorzitter van het Europees Parlement de nodige stappen bij de bevoegde nationale autoriteiten.

Artikel 8

De ambtenaren die kennis moeten nemen van gevoelige gegevens worden gemachtigd overeenkomstig de door de andere instellingen vastgestelde bepalingen. De aldus gemachtigde ambtenaren die voldoen aan de "need-to-know"-voorwaarde worden uitgenodigd om bovengenoemde informatievergaderingen bij te wonen of kennis te nemen van de inhoud van de besprekingen. Te dien einde verleent de secretaris-generaal een machtiging, na het advies van de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten te hebben ingewonnen en op basis van een door deze autoriteiten verricht veiligheidsonderzoek.

Artikel 9

De op deze vergaderingen of door inzage van documenten ten kanore van de Raad verkregen informatie mag niet worden verspreid of bekendgemaakt, noch geheel of gedeeltelijk op papier of anderszins worden gereproduceerd. Registratie of opname van door de Raad verstrekte gevoelige gegevens is evenmin toegestaan.

Artikel 10

De leden van het Europees Parlement die door de Conferentie van voorzitters zijn aangewezen om toegang te krijgen tot gevoelige gegevens, hebben geheimhoudingsplicht. Een lid dat deze plicht schendt wordt in het bijzonder comité door de Conferentie van voorzitters vervangen door een ander lid. Een aldus bestraft lid kan, alvorens uit dit comité te worden gezet, worden gehoord door de Conferentie van voorzitters, die hierover met gesloten deuren vergadert. Naast uitsluiting uit het bijzonder comité, kan het voor een informatielek verantwoordelijke lid eventueel strafrechtelijk worden vervolgd, overeenkomstig de geldende wetgeving.

Artikel 11

Ambtenaren die gemachtigd zijn toegang te krijgen tot gevoelige gegevens op basis van het "need-to-know"-beginsel, hebben geheimhoudingsplicht. Bij overtreding van deze regel zal onder gezag van de Voorzitter van het Europees Parlement een onderzoek plaatsvinden en eventueel overeenkomstig het statuut van de ambtenaren een tuchtprocedure op gang worden gebracht. In geval van strafrechtelijke vervolging neemt de voorzitter alle noodzakelijke maatregelen om de bevoegde nationale autoriteiten in staat te stellen de desbetreffende procedures in te leiden.

Artikel 12

Het Bureau is bevoegd voor aanpassingen, wijzigingen of interpretaties die voor de toepassing van dit besluit noodzakelijk mochten blijken.

Artikel 13

Dit besluit wordt als bijlage opgenomen in het Reglement van het Europees Parlement en treedt in werking op de dag van publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

>PIC FILE= "C_2002298NL.000501.TIF">

(1) PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

(2) PB C 374 van 29.12.2001, blz. 1.

(3) PB C 298 van 30.11.2002.

(4) PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1.