2002/904/GBVB: Besluit van de Raad van 11 november 2002 tot verlenging en wijziging van Besluit 1999/730/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja
Publicatieblad Nr. L 313 van 16/11/2002 blz. 0001 - 0002
Besluit van de Raad van 11 november 2002 tot verlenging en wijziging van Besluit 1999/730/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja (2002/904/GBVB) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 23, lid 2, Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB van de Raad van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB(1), en met name op artikel 6, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 15 november 1999 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Besluit 1999/730/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja(2), dat ertoe strekte uitvoering te geven aan Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB(3). (2) Bepaalde doelstellingen konden niet vóór 15 november 2002 - de datum waarop Besluit 2001/796/GBVB verstrijkt - worden gerealiseerd, terwijl andere doelstellingen na die datum moeten worden geconsolideerd en verruimd. (3) De voortgezette bijdrage van de Europese Unie ligt in het verlengde van het Actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van alle aspecten van de illegale handel in handvuurwapens dat door de Internationale Conferentie van de Verenigde Naties over alle aspecten van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens is aangenomen (New York, 9-20 juli 2001). Dit zou andere geldschieters ertoe moeten aanmoedigen hun steun te verlenen aan de inspanningen om het aantal handvuurwapens en lichte wapens te verminderen en te beheersen en in voorkomend geval zou het de uitvoering van projecten in samenwerking met andere geldschieters mogelijk moeten maken. (4) Besluit 1999/730/GBVB moet bijgevolg worden verlengd en gewijzigd, BESLUIT: Artikel 1 Besluit 1999/730/GBVB wordt als volgt gewijzigd: a) in artikel 3, lid 1, wordt het financieel referentiebedrag vervangen door het bedrag 1568000 EUR; b) in artikel 4, tweede alinea, wordt "15 november 2002" vervangen door "15 november 2003"; c) de bijlage wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op 16 november 2002. Artikel 3 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad. Gedaan te Brussel, 11 november 2002. Voor de Raad De voorzitter B. Mikkelsen (1) PB L 191 van 19.7.2002, blz. 1. (2) PB L 294 van 16.11.1999, blz. 5. Besluit laatstelijk gewijzigd en verlengd bij Besluit 2001/796/GBVB (PB L 301 van 17.11.2001, blz. 1). (3) PB L 9 van 15.1.1999, blz. 1. BIJLAGE RICHTSNOEREN VOOR DE PROJECTLEIDER 1. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), blijft de projectleider, met de steun van deskundigen, ijveren voor een passende wet- en regelgeving. Daartoe staat de projectleider de regering en het parlement bij in het proces tot aanneming van het wetsontwerp op dit gebied, en draagt hij bij tot de toepassing ervan, in het bijzonder via het opstellen van secundaire wet- en regelgeving. Hij ondersteunt ook de programma's tot voorlichting en bewustmaking van het publiek in verband met deze wet. 2. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder b), blijft de projectleider, in samenwerking met de Cambodjaanse strijdkrachten, de inspanningen voortzetten op het stuk van archiveringsmethoden en het beheer en de veiligheid van wapenvoorraden, en van de ontwikkeling van een beleid, richtsnoeren en praktijken terzake. Daartoe zorgt de projectleider voor de follow-up van de projecten die voordien zijn uitgevoerd in militair gebied nr. 2 (Kampong Cham) en in militair gebied nr. 5 (Battambang). Indien de nodige financiële middelen beschikbaar zijn, zet hij een project op in een ander militair gebied en zet hij op nationaal niveau de inspanningen inzake opleiding, systeemontwikkeling en wapenregistratie voort. Indien nog een ander project wordt uitgevoerd, ziet hij erop toe dat de betrokken autoriteiten nauw worden betrokken bij de uitwerking en de uitvoering van het nieuwe project. Voor de toepassing van dezelfde bepaling, maar dan ten behoeve van de politiediensten, voert de projectleider, in nauwe samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken, een proefproject uit inzake archiveringsmethoden, het beheer van voorraden alsook de veiligheid van de wapenvoorraden, conform de aanbevelingen van de haalbaarheidsstudie die in 2002 is uitgevoerd door de ASAC-deskundige van de Europese Unie. Te dien einde dient hij met de politie in Phnom Penh en in minstens één andere provincie werk te maken van archivering, van het beheer en de veiligheid van wapenvoorraden, en van de ontwikkeling van beleid, richtsnoeren en praktijken op dit gebied. Hij dient ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten nauw worden betrokken bij de uitvoering van dit project. 3. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder c), blijft de projectleider, met de steun van deskundigen, het nationale regeringsprogramma inzake openbare ceremonies tot vernietiging van ingezamelde wapens en in voorkomend geval van overtollige wapens van het leger en van de politie- en veiligheidsdiensten (in het bijzonder in de context van de demobilisatie- en reïntegratieprogramma's) steunen en promoten. De projectleider kan eventueel en in beperkte mate, de ontwikkeling van de vermogens van de Nationale Commissie voor de hervorming en het beheer van de wapens (National Commission for Weapons Reform and Management) ondersteunen. De projectleider blijft zorgen voor de controle op en de follow-up van programma's waarbij wapens vrijwillig worden ingeleverd (Ontwikkeling in ruil voor wapens), zowel grootschalige programma's, zoals de programma's die voorheen zijn uitgevoerd in Kratie en Pursat, als kleinschalige programma's van het type dat thans in verscheidene provincies door lokale NGO's wordt uitgevoerd. 4. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder d), wijst de projectleider financiële steun toe ter ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties in Cambodja, met inbegrip van het samenwerkingsverband "Werkgroep Wapenbeheersing in Cambodja (Working Group Weapons Reduction in Cambodia)", zoals bewustmaking, informatieverspreiding en onderwijs- en opleidingsprogramma's. Deze activiteiten kunnen plaatsvinden in geselecteerde delen van Cambodja, zoals overeengekomen door de projectleider en de betrokken organisaties. Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan een nauwere coördinatie van en samenwerking tussen deze organisaties op het stuk van begroting, voorzover hun activiteiten betrekking hebben op het mandaat van de ASAC van de Europese Unie. 5. De projectleider zorgt voor passende procedures om de activiteiten efficiënt te kunnen controleren en evalueren. Daartoe streeft hij naar volledige samenwerking met de regering van Cambodja en de politie- en veiligheidsdiensten. 6. De projectleider moedigt andere geldschieters ertoe aan het streven tot beperking en beheersing van handvuurwapens en lichte wapens te ondersteunen en staat hen daarin bij. Hij is desgevallend bereid om binnen de grenzen van de in deze richtsnoeren genoemde taken, met andere geldschieters dergelijke projecten uit te voeren. Rekening houdend met de voortrekkersrol van de Europese Unie op dit gebied, vervult hij een spilfunctie voor de internationale inspanningen en verleent hij in voorkomend geval zijn medewerking aan het beheer van door andere geldschieters gesteunde projecten.