32002D0825

2002/825/EG: Beschikking van de Commissie van 24 april 2002 betreffende de door België ten uitvoer gelegde steunmaatregel ten gunste van de groep Beaulieu (Ter Lembeek International) (Voor de EER relevante tekst.) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 1341)

Publicatieblad Nr. L 296 van 30/10/2002 blz. 0060 - 0072


Beschikking van de Commissie

van 24 april 2002

betreffende de door België ten uitvoer gelegde steunmaatregel ten gunste van de groep Beaulieu (Ter Lembeek International)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 1341)

(Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2002/825/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I. DE PROCEDURE

(1) Bij beschikking van 4 oktober 2000, die op 16 oktober 2000 ter kennis van België is gebracht (SG(D)2000/107549), heeft de Commissie besloten de procedure van artikel 88, lid 2, ten aanzien van bepaalde steunmaatregelen die door België aan de groep Verlipack(2) zijn toegekend, te beëindigen. Bij dezelfde beschikking heeft de Commissie haar beschikking van 16 september 1998 (SG(D)98/8769)(3) waarbij zij besloten had geen bezwaar te maken ten aanzien van een gedeelte van diezelfde steunmaatregelen, herroepen. Die herroeping is gebaseerd op het feit dat de beschikking van 16 september 1998 berustte op onjuiste gegevens die in de loop van de procedure waren verstrekt en van doorslaggevend belang waren voor de beschikking.

(2) In het kader van het onderzoek van die steunmaatregel is de Commissie op de hoogte gebracht van andere maatregelen die elementen van staatssteun kunnen bevatten ten gunste van Verlipack en/of de groep Beaulieu. Aangezien het een nieuw optreden van het Waals Gewest betreft, heeft de Commissie België op 5 juli 2000 aangemaand de inlichtingen te verstrekken welke haar in staat moeten stellen die maatregelen te toetsen aan de toepasselijke voorschriften.

(3) Na herhaalde aanmaningen heeft de Commissie besloten België bij brief van 19 januari 2001 formeel te gelasten de inlichtingen te verstrekken die haar in staat moeten stellen na te gaan of de maatregelen ten gunste van Verlipack en/of de groep Beaulieu verenigbaar zijn met artikel 87 van het Verdrag. Enkele dagen vóór de kennisgeving van dit bevel heeft België bij schrijven dat is ingeschreven op 15 januari 2001 geantwoord op de brief van 5 juli 2000.

(4) Op 6 juni 2001 besloot de Commissie de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag in te leiden ten aanzien van deze steunmaatregelen. België werd daarvan bij brief van 8 juni 2001 in kennis gesteld. België heeft, na om uitstel te hebben gevraagd, deze brief beantwoord bij een schrijven dat op 26 juli 2001 door de Commissie werd ontvangen.

(5) De bekendmaking van deze brief in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(4) leidde tot een reactie van het Collectif de Défense des Travailleurs Licenciés de Verlipack in Jumet en in Ghlin, die zij formuleerden in een brief van 3 december 2001, en van de permanente vertegenwoordiging van het Verenigd Koninkrijk bij brief van 7 december 2001. België heeft op eerstgenoemde brief geantwoord bij een schrijven dat de Commissie op 16 januari 2002 heeft ontvangen.

II. VOORGESCHIEDENIS

II.1. Evolutie van de groep Verlipack

(6) De groep Verlipackwas tot de faillietverklaring ervan op 18 januari 1999 de grootste Belgische producent van hol verpakkingsglas (flessen en bokalen in wit of bruin glas voor de agro-levensmiddelenindustrie) met marktaandelen in België en de Gemeenschap van respectievelijk 20 % en 2 %. De groep telde in 1996 735 werknemers in zijn fabrieken te Ghlin, Jumet en Mol.

(7) In 1985 verwierf de Belgische overheid een belang in het kapitaal van de groep Verlipack. De overheidsparticipatie vertegenwoordigde destijds 49 % van het kapitaal. Het overige gedeelte was in handen van een particuliere onderneming (de groep Beaulieu). Die participatie, die werd genomen door de Nationale Maatschappij voor de Herstructurering van de Nationale Sectoren (NMNS), werd door de Commissie goedgekeurd (steunmaatregel N 123/85). Overeenkomstig de bijzondere wet van 15 januari 1989 verwierf het Waals Gewest de niet-stemgerechtigde aandelen van de vestigingen te Ghlin en Jumet terwijl de aandelen van de vestiging te Mol werden overgedragen aan het Vlaams Gewest.

(8) In 1992 ontving de groep Verlipack tweemaal investeringssteun voor een totaalbedrag van 502122500 BEF uit hoofde van een regionale steunregeling (wet van 30 december 1970) die door de Commissie was goedgekeurd(5). De toekenning van een converteerbare participatielening van 500000000 BEF door de Société Régionale d'Investissement (opgericht bij wet van 2 april 1962) was het voorwerp van een beschikking van de Commissie van 8 december 1992 waarin zij besloot geen bezwaar te maken(6). De Waalse autoriteiten hebben later uiteengezet dat die participatielening uiteindelijk niet is uitgekeerd om verschillende interne redenen; voorts hebben zij aangegeven dat zij op 15 juli 1993 een besluit hebben vastgesteld waarbij hun aanvankelijk besluit om die steunmaatregelen toe te kennen aan Verlipack, werd ingetrokken.

(9) België heeft tijdens de procedure die geleid heeft tot de vaststelling van de beschikking van 4 oktober 2000 uiteengezet dat de groep Verlipack te kampen had met problemen die voornamelijk te wijten waren aan de kwaliteit van het bestuur en vooral van de productie (verouderde installaties en technologie): hoewel investeringen ter verbetering van de installaties noodzakelijk waren, kon de groep Beaulieu de last en het beheer van haar investeringprogramma van 5500 miljoen BEF niet volledig op zich nemen. Dit zou onder andere verklaren waarom het Waals Gewest de goedgekeurde steunmaatregelen niet heeft uitgekeerd.

(10) Ingevolge diverse kapitaalverhogingen door de particuliere aandeelhouder (SA Imcopack Wallonie, eigenaar van de vestigingen te Ghlin en te Jumet, en NV Imcopack Vlaanderen, eigenaar van de vestiging te Mol, die beide deel uitmaken van de groep Beaulieu), werd de overheidsparticipatie geleidelijk verminderd. Aldus had het Waals Gewest in 1996 in de op het Waalse grondgebied gevestigde exploitatiemaatschappijen een aandeel van respectievelijk 6,2 % in de SA Verlipack Jumet en 11,1 % in sa Verlipack Ghlin. Ingevolge deze geleidelijke terugtrekking had de overheid nog slechts 20,7 % van het kapitaal van de groep Verlipack in handen.

(11) De twee in Wallonië gevestigde ondernemingen waren toen verlieslijdend: de onderneming te Ghlin leed een bedrijfsverlies van 8 % in 1995 en van 16 % in 1996 terwijl de onderneming te Jumet een verlies leed van 55 % in 1995 en van 60 % in 1996.

(12) De groep Verlipack zou eind 1996 de aflossingen van haar leningen bij de banken niet hebben kunnen honoreren. Die leningen vertegenwoordigden meer dan 362,8 miljoen BEF en de banken zouden ten aanzien van Verlipack invorderingsprocedures hebben ingeleid.

(13) Op 1 september 1996 sloten de groep Verlipack en de Duitse groep Heye-Glas een technisch samenwerkingsakkoord.

(14) Vervolgens wordt het technisch samenwerkingsakkoord tussen de groep Verlipack en de groep Heye-Glas op 11 april 1997 uitgebreid tot financiële en managementbijstand waarbij de Duitse groep direct betrokken wordt bij het beheer en het bestuur van de groep Verlipack. Ingevolge deze operatie worden de aandelen van SA Verlipack Ghlin en SA Verlipack Jumet, welke in handen waren van het Waals Gewest, gekocht door de groep Beaulieu(7). Deze groep en de groep Heye-Glas vormen een overkoepelende holding, Verlipack Holding I genaamd, waarin Heye-Glas een meerderheidsbelang heeft.

(15) Het maatschappelijk kapitaal van Verlipack Holding I bedraagt 1,030 miljard BEF en bestaat uit 515 miljoen BEF die is ingebracht door de groep Heye-Glas, terwijl het overige deel van het kapitaal bestaat uit de installaties van de drie exploitatievestigingen die door de groep Beaulieu zijn ingebracht en zijn gewaardeerd op 515 miljoen BEF. Uitgaande van deze overkoepelende holding is een tweede holding, Verlipack Holding II genaamd, opgericht die een kapitaal heeft van 1,230 miljard BEF en onder meer de drie productievestigingen overkoepelt. De bestuursorganen van de gehele nieuwe industriële groep zijn samengebracht in Verlipack Holding II waarin Heye de meerderheid heeft. De directies van de verschillende diensten (commerciële, technische, boekhoudkundige, financiële en administratieve diensten) zijn dezelfde voor de gehele groep.

(16) In 1997 ging het evenwel steil bergaf met de resultaten welke werden aangekondigd door de groep Heye-Glas en Verlipack. Per 30 november 1997 bleek uit de voorlopige geconsolideerde en niet-geauditeerde situatie een nettoverlies van 828592044 BEF over dat jaar. Op 2 april 1998 raamden de Waalse autoriteiten het verlies per 31 december 1997 op ongeveer 825 miljoen BEF terwijl in het bedrijfsplan van Heye-Glas/Verlipack slechts was voorzien in een verlies van 368 miljoen BEF, dit wil zeggen een verschil van 457 miljoen BEF ten aanzien van de prognoses.

(17) Op 8 januari 1999 vroeg Verlipack een gerechtelijk akkoord aan voor de fabrieken te Jumet en Ghlin en werd de stopzetting van de activiteiten in de fabriek te Mol aangekondigd. Volgens berichten in de media rechtvaardigde de onderneming die maatregelen "althans gedeeltelijk door de moeilijke situatie op de markt van het verpakkingsglas" en door "de verliezen (die) zich hebben opgestapeld en de vooruitzichten (die) ongunstig zijn, rekening houdend met de overcapaciteit in de glasproductie op de Midden-Europese markt".

(18) De Rechtbank van Koophandel te Turnhout verklaarde de vestiging van Verlipack te Mol failliet op 11 januari 1999, terwijl de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 18 januari 1999 de zes vennootschappen van de glasgroep Verlipack (de vestigingen te Ghlin en Jumet, Verlipack Belgium, Verlipack Engineering, Verlimo en Imcourlease) failliet verklaarde.

(19) Verlipack Holding II stelde vast dat zij niet langer over voldoende liquide middelen noch over voldoende activa beschikte om het hoofd te bieden aan haar schulden en deed op 11 februari 1999 aangifte van het faillissement voor de Rechtbank van Koophandel te Bergen. Voor deze rechtbank heeft Sowagep (Société de gestion des participations de la Région wallonne dans des sociétés commerciales) verklaard dat zij de opeising van haar schuldvordering niet wenste voort te zetten (en heeft aldus haar schuldenaar krediet toegekend). Dientengevolge heeft de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 31 mei 1999 vastgesteld dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het faillissement van Verlipack Holding II, zelfs indien de toekomstige activiteit van die vennootschap beperkt wordt tot de vereffening ervan wegens de verdwijning van het maatschappelijk doel.

II.2. De groep Beaulieu

(20) De groep Beaulieu is de gemeenschappelijke benaming van een Belgische holding van vennootschappen die actief zijn in de sectoren tapijten en synthetische vezels.

(21) De groep Beaulieu (tweede tapijtenfabrikant ter wereld) is veruit de grootste Europese tapijtenfabrikant. De groep produceert eveneens nylonvezels voor eigen gebruik en behoort derhalve tot de tapijtfabrikanten die verticaal geïntegreerd zijn in de productie van nylonvezels.

(22) De groep wordt overkoepeld door de holding Ter Lembeek International, tot 1994 bekend onder de naam Beaulieu Wielsbeke(8).

(23) Beaulieu Wielsbeke NV, die de activiteiten van Ter Lembeek International heeft overgenomen voordat deze onderneming van naam veranderde, boekte een omzet van 5182220000 BEF in 1998 en 4821857000 BEF in 1999. De verliezen bedroegen respectievelijk 39035000 BEF en 309520000 BEF in 1998 en 1999.

(24) Beaulieu Wielsbeke telde in 1999 553 werknemers en 98 % van de afzet was bestemd voor het buitenland.

III. HET AAN BELGIË GERICHTE BEVEL

(25) In het kader van de procedure die geleid heeft tot de vaststelling van de beschikking van 4 oktober 2000, heeft België de ontwikkeling geschetst die Verlipack heeft doorgemaakt gedurende de maanden vóór en na de beschikking van de Commissie van 16 september 1998.

(26) De Commissie stelt vast dat, gezien de verslechtering van de toestand van Verlipack eind mei 1998, door de partners (banken, groepen Beaulieu en Heye) nieuwe inspanningen moesten worden geleverd in het kader van een op 5 juni 1998 overeengekomen herstelplan. In deze context en naast de omzetting van de lening van 150 miljoen BEF van Sowagep in kapitaal, heeft laatstgenoemde zich ertoe verbonden een nieuwe particuliere investeerder aan te brengen voor een inbreng van 100 miljoen BEF. Volgens de door België medegedeelde informatie is evenwel snel gebleken dat dit nieuwe herstelplan niet de verwachte resultaten opleverde, waardoor Sowagep niet langer in staat was een nieuwe particuliere investeerder aan te brengen.

(27) Op 26 juni 1998 werd besloten tot een nieuwe verhoging van het kapitaal van Verlipack waarbij Heye(9) 200 miljoen BEF inbracht voor 19408 nieuwe aandelen en Worldwide Investors SA, een Luxemburgse participatiemaatschappij, hierna "Worldwide Investors" genoemd, die door de groep Beaulieu werd aangebracht, 100 miljoen BEF inbracht voor 9704 nieuwe aandelen.

(28) In de herfst van 1998 trok de particuliere investeerder, Worldwide Investors, zich terug en droeg zijn aandelen over aan de groep Beaulieu die de aandelen op zijn beurt overdroeg aan het Waals Gewest. De overdracht vond plaats als een inbetalinggeving(10) ter delging van de schuld van de groep Beaulieu bij het Waals Gewest voor de aandelen Verlipack die in handen van het Gewest waren en in december 1996 door die groep werden verworven en waarvan de waarde op 113712000 BEF was geschat. De renteloze terugbetaling ervan diende slechts plaats te vinden vanaf 31 december 2001.

(29) De Commissie stelde vast dat de inbetalinggeving voor een schuld waarvan de vervaldag was vastgesteld op 31 december 2001 plaatsvond enkele weken voordat Verlipack de boeken neerlegde.

(30) In zijn brief van 28 september 1999(11) had België erop gewezen dat de inbetalinggeving van december 1998 ter delging van de schulden van de groep Beaulieu bij het Waals Gewest kon worden beschouwd als een "nieuwe verhoging van het kapitaal van Verlipack die werd gefinancierd door Beaulieu welke werd terugbetaald door de uitdoving van zijn schuld ten aanzien van het Waals Gewest".

(31) In zijn mededeling van 10 april 1998(12) had België meegedeeld dat het voornemens was Verlipack een bedrag van 100 miljoen BEF toe te kennen in de vorm van een kapitaalinbreng of een langetermijnlening(13). Bovendien benadrukte België dat "het zijn voornemen niet ten uitvoer zou leggen zonder voorafgaande aanmelding bij en goedkeuring van de Commissie".

(32) In haar brief van 14 december 1998 die de Commissie aan België heeft gericht in het kader van de procedure welke heeft geleid tot de vaststelling van de beschikking van 4 oktober 2000, heeft de Commissie voorbehoud gemaakt ten aanzien van "haar standpunt betreffende elke eventuele nieuwe maatregel van de Waalse autoriteiten ten gunste van Verlipack". Zij heeft dit standpunt herhaald in haar brief van 13 januari 1999 in het kader van dezelfde zaak. De Commissie herinnert eraan dat België op 4 februari 1999 eveneens in het kader van dezelfde zaak heeft verklaard dat het "nooit voornemens is geweest om financiering te verstrekken voor de duur van het gerechtelijk akkoord, meer bepaald gezien de voorwaarden van de laatste beschikking [van 16 september 1998] van de Europese Commissie".

(33) Aangezien het een nieuwe maatregel van het Waals Gewest betreft die verband houdt met de terugbetaling van de schuldvordering van het Waals Gewest op de groep Beaulieu voor de overdracht van de aandelen van het Gewest in de vestigingen te Ghlin en te Jumet in 1996, zijn de bestanddelen ervan slechts op indirecte wijze ter kennis van de Commissie gebracht.

(34) De Commissie heeft België bij schrijven van 5 juli 2000 ervan in kennis gesteld dat deze nieuwe maatregel werd ingeschreven in het register van de niet aangemelde steunmaatregelen onder NN 73/2000 met het oog op het onderzoek van de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt.

(35) In die brief stelde de Commissie onder meer vast dat de 100 miljoen BEF die hetzij door Sowagep, hetzij door het Waals Gewest werden ingebracht, afkomstig zijn van staatsmiddelen, maar dat de Commissie op dat tijdstip niet over alle noodzakelijke informatie beschikte om te onderzoeken of deze nieuwe steunmaatregel verenigbaar was met artikel 87 van het Verdrag.

(36) In dezelfde brief gaf de Commissie eveneens uiting aan haar twijfel over een eventuele door het Waals Gewest toegekende steunmaatregel ten gunste van de groep Beaulieu omdat die groep bij de verwerving van de aandelen van de vestigingen te Ghlin en Jumet in december 1996 betalingsvoorwaarden had verkregen die onaanvaardbaar zouden zijn voor een particuliere financiële instelling. Bovendien vroeg de Commissie zich af of de inbetalinggeving voor een bedrag van 100 miljoen BEF welke plaatsvond in november 1999, enkele weken voordat Verlipack de boeken neerlegde, geen steunmaatregel vormde in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag ten gunste van de groep Beaulieu.

(37) In haar brief van 5 juli 2000 vroeg de Commissie meer bepaald inlichtingen over de volgende aspecten: de activiteiten van Worldwide Investors; de zoektocht naar een particulier investeerder door Sowagep; het gebruik van de 100 miljoen BEF waarop in juni 1998 door Worldwide Investors werd ingeschreven; een uitleg voor het waardeverschil van de 14214 aandelen die in 1996 door de groep Beaulieu werden verworven; een verklaring voor het feit dat de Duitse groep Heye niet bekend is met die transacties waarbij de Waalse autoriteiten betrokken zijn; een verklaring voor het feit dat het Waals Gewest de groep Beaulieu rentevrij een betalingstermijn van vier jaar heeft toegekend voor 14214 aandelen alsook voor de omstandigheden waarin het Waals Gewest enkele weken vóór het neerleggen van de boeken van de vestigingen van Verlipack en derhalve met volledige kennis van de deficitaire situatie van Verlipack een vervroegde terugbetaling van deze schuld heeft aanvaard.

(38) In dezelfde brief stelde de Commissie vragen bij de daadwerkelijke begunstigde van de kapitaalverhoging van Verlipack waarop in juni 1998 door Worldwide Investors werd ingeschreven.

(39) Bij brief van 4 september 2000 heeft België om een bijkomende termijn verzocht, welke door de Commissie werd toegekend bij brief van 6 september 2000.

(40) Bij schrijven van 29 september 2000 heeft de Commissie een tweede aanmaning doen toekomen.

(41) België heeft de gevraagde inlichtingen niet bezorgd binnen het toegestane uitstel.

(42) Van oordeel dat België in die omstandigheden de Commissie niet alle noodzakelijke inlichtingen had bezorgd die haar in staat moesten stellen de betrokken maatregelen te onderzoeken, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag(14) België gelast de Commissie alle documenten, inlichtingen en gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om te onderzoeken of de betrokken maatregelen ten gunste van de onderneming Verlipack en/of de groep Beaulieu verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt. Dit bevel, waarin de bewoordingen van de brief van 5 juli 2000 inzake de gevraagde inlichtingen werden overgenomen, is ter kennis van België gebracht bij brief van 19 januari 2001 (SG(D)2001/285235).

IV. HET ANTWOORD VAN BELGIË EN DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE

(43) België heeft bij op 15 januari 2001 ingeschreven schrijven als volgt geantwoord op de brief van de Commissie van 5 juli 2000:

(44) Ondanks de slechte resultaten van de groep Verlipack in 1997 werd vanaf maart 1998 vastgesteld dat de verliezen afnamen dankzij een aanzienlijke toename van de productiviteit. Derhalve werd tot een nieuw herstelplan besloten door de particuliere en openbare partners, die op 5 juni 1998 een overeenkomst sloten ("Heads of Agreement"). Het plan kan als volgt worden samengevat:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(45) Wat de maatregelen van het Waals Gewest betreft, dient het volgende te worden verduidelijkt:

(46) Het besluit om de achtergestelde lening van 150 miljoen BEF om te zetten in kapitaal werd in aanmerking genomen in het kader van de negatieve eindbeschikking van 4 oktober 2000.

(47) Wat de kapitaalverhoging van 100 miljoen BEF betreft, moest het Waals Gewest een particuliere investeerder vinden. Volgens de Waalse autoriteiten heeft de groep Beaulieu met het oog op een onmiddellijke tenuitvoerlegging van het herstelplan voorgesteld om zelf aan deze verbintenis te voldoen "op voorwaarde dat dit optreden slechts tijdelijk zou zijn en de inbreng door de nieuwe, door het [Waals Gewest] aan te brengen investeerder zou worden terugbetaald". Volgens België had de groep Beaulieu (die afstand had gedaan van een schuldvordering van 600 miljoen BEF) er alle belang bij dat het herstelplan zou leiden tot de verwachte resultaten.

(48) In het onderhavige geval is de kapitaalverhoging van 100 miljoen BEF ten gunste van Verlipack op 26 juni 1998 verricht door Worldwide Investors. Volgens België is deze kapitaalverhoging verricht voor rekening van de groep Beaulieu.

(49) Voorts is volgens België het Waals Gewest er niet in geslaagd een nieuwe particuliere investeerder te vinden omdat het nieuwe herstelplan de toenemende verliezen van Verlipack niet tot staan kon brengen.

(50) In die omstandigheden besloten het Waals Gewest en de groep Beaulieu in onderlinge overeenstemming, de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen op grond waarvan de groep Beaulieu in 1996 de aandelen van het Waals Gewest in de vennootschappen Verlipack Ghlin en Verlipack Jumet had gekocht. Volgens de voorwaarden van het aanhangsel van 20 november 1998 tot wijziging van de overeenkomst van 1996 tussen Beaulieu en het Waals Gewest kan de betaling van de aandelen die door Beaulieu in 1996 werden verworven voor een bedrag van 113712000 BEF "worden verricht hetzij door storting op de rekening [van het Waals Gewest] of door inbetalinggeving van 9704 kapitaalaandelen van de Verlipack Holding II".

(51) Op 21 december 1999 heeft Worldwide Investors 9704 aandelen van Verlipack Holding II overgedragen aan Beaulieu. Als tegenprestatie droeg de groep Beaulieu 9704 aandelen van Verlipack Holding I over aan Worldwide Investors. België heeft voorts bevestigd dat de groep Beaulieu in december 1998 [de datum werd door België niet gespecificeerd maar zou zich tussen 21 en 31 december 1998 situeren] 9704 aandelen van Verlipack Holding II aan het Waals Gewest heeft overgedragen "in ruil voor de kwijtschelding van de schuldvordering van het Gewest op de groep Beaulieu (bijlage 5)"(15).

(52) In zijn op 15 januari 2001 ingeschreven brief heeft België zelf aangegeven dat zijn antwoord onvolledig was wegens het gebrek aan medewerking van de groep Beaulieu. Sindsdien heeft België geen enkele andere mededeling tot de Commissie gericht al was het maar om te benadrukken dat zijn brief een antwoord was op de in het informatiebevel genoemde vragen.

(53) Gelet op de beschikbare informatie besloot de Commissie op 6 juni 2001 dat deze kwijtschelding van de schuldvordering een aan de Belgische staat toe te rekenen overdracht van overheidsmiddelen behelsde, hetgeen op het eerste gezicht een steunmaatregel van de staten vormt in de zin van artikel 87 van het Verdrag. Bovendien bestond volgens de Commissie twijfel over de verenigbaarheid van de steunmaatregelen ten behoeve van de groep Verlipack en/of de groep Beaulieu met artikel 87 van het Verdrag en artikel 61 van de EER-overeenkomst. Zij heeft derhalve besloten de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag in te leiden. Dit besluit werd België bij schrijven van 8 juni 2001 meegedeeld.

V. OPMERKINGEN VAN BELGIË

(54) België heeft de eerder in het kader van het informatiebevel gemaakte opmerkingen herhaald in een brief die de Commissie op 27 juli 2001 heeft ontvangen. Deze kunnen als volgt worden samengevat:

(55) Ondanks de slechte resultaten van de groep Verlipack in 1997 werd vanaf maart 1998 vastgesteld dat de verliezen afnamen dankzij een aanzienlijke toename van de productiviteit. Derhalve werd tot een nieuw herstelplan besloten door de particuliere en openbare partners, die op 5 juni 1998 een overeenkomst sloten ("Heads of Agreement"). In het kader van dit plan verbond het Waalse Gewest zich ertoe om i) de achtergestelde lening van 150 miljoen BEF om te zetten in kapitaal en ii) een particuliere investeerder te zoeken die 100 miljoen BEF in het kapitaal van Verlipack zou inbrengen.

(56) Wat de omzetting van de achtergestelde lening betreft: met dit element werd rekening gehouden in het kader van de negatieve eindbeschikking van 4 oktober 2000. De inleiding van de nieuwe procedure heeft hierop dus geen betrekking.

(57) Wat de zoektocht naar een particuliere investeerder betreft, verklaren de Waalse autoriteiten dat deze verbintenis "niet binnen een korte termijn door Sowagep kon worden nagekomen". Vervolgens verklaren de Waalse autoriteiten: "Beaulieu heeft dan voorgesteld om zelf aan deze verbintenis te voldoen, op voorwaarde dat dit optreden slechts tijdelijk zou zijn en de inbreng door de nieuwe, door Sowagep aan te brengen investeerder zou worden terugbetaald. Dit optreden van Beaulieu is het resultaat van mondelinge onderhandelingen en werd niet formeel in een overeenkomst vastgelegd.".

(58) In het onderhavige geval is de kapitaalverhoging van 100 miljoen BEF ten gunste van Verlipack op 26 juni 1998 verricht door Worldwide Investors. Volgens België is deze kapitaalverhoging verricht voor rekening van de groep Beaulieu.

(59) Verder is volgens België het Waals Gewest er niet in geslaagd een nieuwe particuliere investeerder te vinden omdat het nieuwe herstelplan de toenemende verliezen van Verlipack niet tot staan kon brengen. In die omstandigheden besloten het Waals Gewest en de groep Beaulieu in onderlinge overeenstemming, bij aanhangsel van 20 november 1998, de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen op grond waarvan de groep Beaulieu in 1996 de aandelen van het Waals Gewest in de vennootschappen Verlipack Ghlin en Verlipack Jumet had gekocht. Volgens de voorwaarden van dit aanhangsel zou de betaling van de aandelen die door Beaulieu in 1996 werden verworven voor een bedrag van 113712000 BEF kunnen worden verricht "hetzij door storting op de rekening [van het Waals Gewest] of door inbetalinggeving van 9704 kapitaalaandelen van Verlipack Holding II".

(60) Volgens de Waalse autoriteiten "laat dit aanhangsel duidelijk de tijdelijke aard van het optreden van Beaulieu ten gunste van de groep Verlipack en het bestaan van een portagetransactie voor rekening van het Waals Gewest zien" (blz. 7 van de brief van 26 juli 2001).

(61) Op 21 december 1999 heeft Worldwide Investors uiteindelijk 9704 aandelen van Verlipack Holding II overgedragen aan Beaulieu. Als tegenprestatie droeg de groep Beaulieu 9704 aandelen van Verlipack Holding I over aan Worldwide Investors.

(62) België heeft voorts bevestigd dat de groep Beaulieu in december 1998 [de datum werd door België nog steeds niet nader genoemd maar zou zich tussen 21 en 31 december 1998 situeren] 9704 aandelen van Verlipack Holding II aan het Waals Gewest heeft overgedragen "in ruil voor de kwijtschelding van de schuldvordering van het Gewest op de groep Beaulieu".

(63) Wat de waarde van die 9704 aandelen betreft, was de reële waarde gelijk aan nul. Aangezien het actief van de vennootschap, volgens de Rechtbank van Koophandel van Bergen, "tot één frank was teruggebracht, bevindt de vennootschap zich in de onmogelijkheid een bancair krediet te krijgen om het hoofd te bieden aan haar passief en zijn derhalve de voorwaarden voor het faillissement vervuld"(16).

VI. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(64) Het Collectif de Défense des Travailleurs Licenciés de Verlipack in Jumet en in Ghlin heeft opmerkingen geformuleerd over de door de Commissie bekendgemaakte feiten en verwees daarbij naar de sociale gevolgen van de crisis van de groep Verlipack. Dit orgaan heeft onder andere kopieën verstrekt van de notulen van de ondernemingsraad van Verlipack alsmede de kopie van een door een vakbondsafgevaardigde van Verlipack ondertekende brief (vestiging te Ghlin).

(65) De permanente vertegenwoordiging van het Verenigd Koninkrijk heeft opmerkingen gemaakt namens de belangrijkste producenten van het Verenigd Koninkrijk, de Carpet Foundation (voorheen British Carpet Manufacturers Association):

a) de Britten zijn de belangrijkste afnemers van vast tapijt in Europa; 97 % van de gezinnen gebruikt dit soort vloerbekleding. Het is duidelijk dat de markt van het Verenigd Koninkrijk een doelwit vormt voor de buitenlandse concurrentie, en de invoer is zodanig gestegen dat ingevoerd vast tapijt momenteel 64 % (in volume) uitmaakt van het in het Verenigd Koninkrijk gelegde vast tapijt (47 % in waarde);

b) deze dramatische groei bedreigt het bestaan van de Britse vasttapijtindustrie. In 1970, toen de invoer bijna onbestaande was, werkten 45000 personen in de sector van het vast tapijt. Momenteel zijn, bij een invoerpercentage van 64 %, nog slechts 8000 personen rechtstreeks in deze bedrijfstak werkzaam;

c) de Carpet Foundation is van oordeel dat de belangrijkste begunstigden van deze invoer de in België gevestigde producenten zijn, die thans 55 % van het in het Verenigd Koninkrijk ingevoerde vast tapijt produceren. Tijdens de voorbije 20 jaar is de invoer van uit België afkomstige tapijten meer dan vertienvoudigd, van 8 miljoen m2 in 1980 tot 85 miljoen m2 in 2000;

d) de gemiddelde prijs van het in het Verenigd Koninkrijk ingevoerde vast tapijt bedraagt 3,83 GBP per m2, terwijl de prijs van het uitgevoerde vast tapijt 6,43 GBP per m2 beloopt. De laatste cijfers van het DTI (Department of Trade & Industry) voor het jaar 1997 geven een tekort ten opzichte van de Gemeenschap aan van 273 miljoen GBP;

e) het is de Commissie bekend dat Beaulieu de laatste jaren betrokken was bij dubieuze financiële scenario's. Wat deze zaak betreft, waarbij Beaulieu een schuld van 113,7 miljoen BEF heeft gedelgd door 9704 aandelen Verlipack Holding II over te dragen naar het Waals Gewest, meent de Carpet Foundation dat het Waals Gewest in werkelijkheid een schuld heeft kwijtgescholden die overeenkomt met staatssteun ten belope van 1,5 miljoen GBP. De Carpet Foundation is derhalve van oordeel dat de kwijtschelding van deze schuld exploitatiesteun ten gunste van de groep Beaulieu/Verlipack vormt en dat deze steun onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

(66) In zijn commentaar op de opmerkingen van derden heeft België de Commissie gevraagd de opmerkingen van het Collectif des Travailleurs Licenciés buiten beschouwing te laten, omdat dit niet representatief is.

(67) België heeft binnen de gestelde termijn geen commentaar geleverd op de opmerkingen van het Verenigd Koninkrijk.

VII. DE BEOORDELING VAN DE STEUN

VII.1. Het bestaan van een steunmaatregel in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag

(68) Volgens artikel 87, lid 1, van het Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(69) Het begrip steun is breder dan het begrip subsidiëring en omvat eveneens maatregelen die onder verschillende vormen de kosten verlichten die normaliter door een onderneming moeten worden gedragen en die dezelfde gevolgen sorteren als subsidies. Daaruit vloeit voort dat een maatregel waarbij de overheid een schuldkwijtschelding toekent, hoewel daarmee geen directe overdracht van staatsmiddelen is gemoeid, de begunstigden bevoordeelt ten aanzien van de andere belastingplichtigen en moet worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

(70) De volgende tabellen bevatten cijfers over tapijt en andere vloerbedekkingen van textiel; hieruit blijkt het bestaan van handelsverkeer tussen België en de andere lidstaten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bron: Eurostat.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bron: Eurostat.

(71) Bovendien kan, gelet op de positie van de begunstigde van de steun op de markt(17), elke steun die aan de groep wordt toegekend het bedoelde handelsverkeer ongunstig beïnvloeden en de mededinging vervalsen(18). De afzet van Beaulieu Wielsbeke NV (dochtermaatschappij van Ter Lembeek International, actief op de markt voor tapijt en vast tapijt, bedroeg in de jaren 1997, 1998 en 1999 respectievelijk 4379764000, 5182220000 en 4821857000 BEF.

(72) Deze gegevens, tezamen met de door de permanente vertegenwoordiging van het Verenigd Koninkrijk verstrekte informatie, laten zien dat er een aanzienlijk handelsverkeer bestaat binnen de Gemeenschap.

VII.2. De inbreng van 100 miljoen BEF in Verlipack Holding II

(73) Afgezien van de complexe aard van de juridisch-financiële constructie achter het optreden van Worldwide Investors in juni 1998, die de inbreng van 100 miljoen BEF in Verlipack Holding II veilig heeft gesteld, staat één element buiten kijf: de groep Beaulieu heeft in december 1998 een schuld van 113712000 BEF bij het Waals Gewest gedelgd door de inbetalinggeving van 9704 aandelen Verlipack Holding II waarvan de nominale waarde 100 miljoen BEF bedroeg maar waarvan de reële waarde aanzienlijk lager moest zijn, gezien de vermogenstoestand van de bedoelde vennootschap.

(74) Wat de waarde van die 9704 aandelen betreft, dient met het volgende rekening te worden gehouden:

(75) Op 11 februari 1999 heeft Verlipack Holding II ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Bergen aangifte van de staking van betaling gedaan, waarna de Rechtbank vaststelde dat de holding zich in die toestand bevond sinds juni 1998. In het daaruit voortvloeiende vonnis van de Rechtbank van Koophandel van Bergen wordt onder meer het volgende verklaard: "Overwegende dat, nu het actief van Verlipack Holding II naar eigen verklaring tot EEN FRANK is teruggebracht, de vennootschap zich in de onmogelijkheid bevindt een bancair krediet te krijgen om het hoofd te bieden aan haar passief en dat derhalve de voorwaarden voor het faillissement zijn vervuld".

(76) In het onderhavige geval werd het faillissement niet uitgesproken. Het Waals Gewest is immers tussengekomen om te verklaren dat het de opeising van zijn schuldvordering niet wenste voort te zetten (waardoor het dus aan zijn schuldenaar een krediet heeft toegekend), en het stelde voor de kosten van een vrijwillige vereffening op zich te nemen. Derhalve heeft de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 31 mei 1999 vastgesteld dat de voorwaarden voor het faillissement van Verlipack Holding II niet waren vervuld, hoewel de toekomstige activiteit van de vennootschap was teruggebracht tot de vereffening ervan wegens de verdwijning van het maatschappelijk doel.

(77) België voert aan dat de prijs van 113712000 BEF die in december 1996 werd vastgesteld voor de niet-stemgerechtigde aandelen en de door Sowagep aan de groep Beaulieu overgedragen winstaandelen, niet in overeenstemming was met de waarde ervan. België betoogt dat het in het onderhavige geval ging om "een bij het koninklijk besluit van 7 mei 1985 opgelegde prijs"(19). Krachtens artikel 3 van dit koninklijk besluit mag de prijs van de bevoorrechte aandelen zonder stemrecht "niet lager zijn dan 80 % van de uitgifteprijs". De prijs van 113712000 BEF die de groep Beaulieu in december 1996 voor de aandelen en de winstaandelen betaalde, vertegenwoordigde volgens België 80 % van de uitgifteprijs van die aandelen.

(78) De verplichting een prijs vast te stellen die gelijk is aan 80 % van de uitgifteprijs is bij wet vastgesteld en zonder onderscheid opgelegd aan allen die dergelijke bevoorrechte aandelen wensen te kopen.

(79) Ongeacht het feit dat de aankoopprijs is vastgesteld op grond van een nationale regeling die zonder onderscheid van toepassing is op allen die dit soort bevoorrechte aandelen wensen te kopen - zoals België in zijn brief van 26 juli 2001 heeft beaamd - dient te worden geconstateerd dat de aldus vastgestelde prijs door de groep Beaulieu moest worden voldaan. Dit werd door België bevestigd toen het in zijn schrijven van 15 januari 2001(20) verklaarde dat "de schuld van 113712000 BEF van de groep Beaulieu aan het Waals Gewest een zekere schuld was waarvan de terugbetaling geenszins verband hield met de financiële situatie van de groep Verlipack".

(80) Aangezien het actief van Verlipack Holding II, die op 11 februari 1999 aangifte van de staking van betaling had gedaan, volgens het eerder genoemde vonnis van de Rechtbank van Koophandel van Bergen van 31 mei 1999 tot één frank was teruggebracht, waarbij, aldus het vonnis, "de staking van betaling reeds dateerde van juni 1998"(21), hadden de aandelen die als betaling werden ontvangen geen waarde. Doordat het Waals Gewest deze heeft aanvaard ter delging van een zekere schuld ten belope van 113712000 BEF, heeft het Gewest ten aanzien van de groep Beaulieu afstand gedaan van een schuldvordering ten belope van dit bedrag.

(81) Derhalve meent de Commissie dat bij deze transactie sprake is van een "kwijtschelding van schuldvordering", zoals België heeft bevestigd in zijn brief van 15 januari 2001(22). België heeft evenwel betoogd dat de groep Beaulieu uit deze transactie geen enkel economisch voordeel heeft gehaald en dat België de groep Beaulieu door die schuldkwijtschelding heeft gecompenseerd voor "de in juni 1998 verrichte kapitaalinbreng". Het verschil tussen de 113712000 BEF (bedrag van de vordering) en de 100 miljoen BEF (de nominale kapitaalinbreng) zou gerechtvaardigd zijn "door de vervroegde terugbetaling van die schuld(23) [...] en door de vergoeding van de portage".

(82) Inzake dit laatste aspect zij verwezen naar de bewoordingen van de Heads of Agreement van 5 juni 1998. In punt 2 is bepaald: "Capital increase (cash) of BEF 100 million promoted by Sowagep in Verlipack Holding II (to be used for corresponding capital increases in the Verlipack group companies). A new shareholder must be accepted by all shareholders of Verlipack Holding II.". België heeft in zijn brief van 15 januari 2001 aangegeven dat het in deze context was dat "Sowagep zich ertoe heeft verbonden een nieuwe particuliere investeerder te vinden voor een inbreng van 100 miljoen BEF in liquide middelen" (blz. 2). In zijn brief van 26 juli 2001 beschrijft België als een van de maatregelen die zijn opgenomen in de Heads of Agreement: "kapitaalverhoging met 100 miljoen BEF door een particuliere investeerder die wordt voorgedragen door Sowagep (thans Sogepa)" (blz. 6).

(83) Uit deze elementen vloeit voort dat de Waalse autoriteiten zich in het kader van de Heads of Agreement ertoe hebben verbonden een investeerder aan te brengen en niet om 100 miljoen BEF in het kapitaal van Verlipack Holding II in te brengen.

(84) Ondanks het formele bevel en zelfs nadat de procedure was ingeleid, heeft België niet het bewijs geleverd van het bestaan van een overeenkomst tussen de groep Beaulieu en het Waals Gewest krachtens welke Beaulieu de door het Waals Gewest aangegane verbintenis (in het kader van de "Heads of Agreement" van 5 juni 1998) om een investeerder te zoeken die 100 miljoen BEF zou inbrengen, zou nakomen.

(85) In de onderhavige zaak heeft België zelfs niet het bewijs geleverd van het bestaan van een portageovereenkomst tussen de groep Beaulieu en Worldwide Investors.

(86) België heeft overigens in zijn antwoord op de inleiding van de procedure bevestigd dat er geen formele overeenkomst is geweest maar wel "mondelinge onderhandelingen die niet formeel in een overeenkomst werden vastgelegd"(24).

(87) Ervan uitgaande, in het licht van de door België gemaakte opmerkingen, dat de groep Beaulieu besloten heeft de door het Waals Gewest in het kader van de Heads of Agreement van 5 juni 1998 gedane toezegging voor zijn rekening te nemen, moet worden geconcludeerd dat de groep Beaulieu zich ertoe verbonden heeft een investeerder aan te brengen en niet om 100 miljoen BEF in het kapitaal van Verlipack Holding II in te brengen. De particuliere investeerder werd gevonden, Worldwide Investors, en deze was bereid het risico te nemen om te investeren in een onderneming als Verlipack Holding II.

(88) In het antwoord op de inleiding van de procedure wordt gesuggereerd - zonder dat dit door enig concreet element wordt gestaafd - dat de vermeende mondelinge overeenkomst tussen de groep Beaulieu en het Waals Gewest volgens welke eerstgenoemde de door het Waals Gewest (in het kader van de Heads of Agreement van 5 juni 1998) aangegane verbintenis om een investeerder te vinden die 100 miljoen BEF zou inbrengen, voor zijn rekening zou nemen, veel verder gaat dan de verbintenis van het Waals Gewest in het kader van de Heads of Agreement (een investeerder vinden die 100 miljoen BEF zou inbrengen).

(89) Aldus zou de groep Beaulieu niet alleen de door het Waals Gewest in het kader van de Heads of Agreement aangegane verbintenis (een investeerder vinden die 100 miljoen BEF zou inbrengen) overgenomen hebben, maar ook, hetgeen veel verder gaat dan deze verbintenis, voornemens geweest zijn in ieder geval de inbreng van 100 miljoen BEF in het kapitaal van Verlipack Holding II zeker te stellen, zonder dat deze inbreng gedragen zou worden door de groep Beaulieu, hetgeen Sowagep hem zou verzekerd hebben.

(90) Op basis van de door België verstrekte elementen is de Commissie van oordeel dat de lidstaat niet heeft aangetoond: i) dat er een overeenkomst bestaat volgens welke de groep Beaulieu de verbintenis om een investeerder te vinden die 100 miljoen BEF zou inbrengen, zou hebben overgenomen; ii) dat er een tweede overeenkomst bestaat - los van en verder reikend dan de eerste - volgens welke het Waals Gewest aan de groep Beaulieu de garantie zou hebben gegeven dat de door een particuliere investeerder in te brengen 100 miljoen BEF zou worden terugbetaald.

(91) Vaststaat alleen dat het Waals Gewest op 20 november 1998 afstand heeft gedaan van een zekere schuldvordering van 113712000 BEF in ruil voor 9704 aandelen in een vennootschap (Verlipack Holding II) waarvan de situatie nog was verslechterd, om in juni 1998 een nieuw herfinancieringsplan te rechtvaardigen in het kader waarvan het niet mogelijk was een particuliere investeerder aan te brengen die 100 miljoen BEF zou inbrengen in het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap waarvan het actief op 11 februari 1999 op één frank werd gewaardeerd.

(92) In het licht van deze verschillende elementen concludeert de Commissie dat deze schuldkwijtschelding een aan de Belgische staat toe te schrijven overdracht van overheidsmiddelen vormt, hetgeen staatssteun vormt in de zin van artikel 87 van het Verdrag.

VII.3. Schuldkwijtschelding ten gunste van Verlipack Holding II

(93) Op 8 januari 1999 vroeg Verlipack een gerechtelijk akkoord aan voor de fabrieken te Jumet en Ghlin en werd de stopzetting van de activiteiten in de fabriek te Mol aangekondigd. De Rechtbank van Koophandel te Turnhout verklaarde de vestiging van Verlipack te Mol failliet op 11 januari 1999 terwijl de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 18 januari 1999 de zes vennootschappen van de glasgroep Verlipack (de vestigingen te Ghlin en Jumet, Verlipack Belgium, Verlipack Engineering, Verlimo en Imcourlease) failliet verklaarde.

(94) Verlipack Holding II stelde vast dat zij niet langer over voldoende liquide middelen noch over voldoende activa beschikte om het hoofd te bieden aan haar schulden en deed op 11 februari 1999 aangifte van faillissement bij de Rechtbank van Koophandel te Bergen. Voor deze rechtbank heeft Sowagep "handelend in opdracht en voor rekening van het Waals Gewest, als minderheidsaandeelhouder van de vennootschap"(25) verklaard dat zij de opeising van haar schuldvordering niet wenste voort te zetten (waardoor zij dus een krediet heeft toegekend aan haar schuldenaar) en dat zij de kosten van een vrijwillige vereffening op zich zou nemen. Dientengevolge heeft de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 31 mei 1999 vastgesteld dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het faillissement van Verlipack Holding II, er evenwel op wijzend dat de toekomstige activiteit van die vennootschap beperkt zou worden tot de liquidatie ervan wegens de verdwijning van het maatschappelijk doel.

(95) Het Waals Gewest, dat bij de inleiding van de procedure over dit punt werd ondervraagd, heeft bevestigd dat het ingevolge de negatieve beschikking van 4 oktober 2000 Verlipack Holding II heeft aangemaand het Gewest de steun terug te betalen. Als gevolg van deze aanmaning heeft de Rechtbank van Koophandel van Bergen op 19 februari 2001 het faillissement van Verlipack Holding II uitgesproken.

(96) De Commissie constateert dat het maatschappelijk doel van Verlipack Holding II bestond in het houderschap en het beheer van participaties van een reeks failliet verklaarde bedrijven, hetgeen geleid heeft tot het verdwijnen van dit maatschappelijk doel. De enige activiteit van de onderneming was dus beperkt tot de vereffening ervan. Aangezien de waarde van het vermogen tot nul was teruggebracht, kon geen enkele van de schuldeisers redelijkerwijs verwachten zelfs maar een deel van zijn schuldvordering terug te winnen. In die omstandigheden en rekening houdend met het feit dat alle productievestigingen waren stilgelegd en dat de holding zelf in vereffening verkeerde, meent de Commissie dat de kwijtschelding van een schuldvordering ten gunste van Verlipack Holding II in onderhavig geval niet geresulteerd heeft in een overdracht van overheidsmiddelen welke een economisch voordeel voor Verlipack Holding II of voor de andere schuldeisers inhoudt en de mededinging of het handelsverkeer ongunstig zou kunnen beïnvloeden.

VII.4. Verenigbaarheid van de steun

(97) De Commissie neemt er nota van dat België zich op geen enkele van de in het Verdrag opgenomen afwijkingsbepalingen heeft beroepen en als standpunt heeft aangenomen dat er geen sprake is van staatssteun.

(98) Derhalve meent de Commissie dat de afwijkingen van artikel 87, lid 2, van het Verdrag niet van toepassing zijn op de onderzochte maatregel aangezien het geen steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers betreft, noch steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen, noch steunmaatregelen om de door de deling van Duitsland berokkende economische nadelen te compenseren.

(99) De afwijkingen van artikel 87, lid 3, onder a), b), en d), van het Verdrag zijn evenmin van toepassing aangezien de steunmaatregelen niet bestemd zijn om de economische nadelen van bepaalde regio's te compenseren noch om de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen, noch om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen.

(100) Derhalve moet worden onderzocht of de betrokken steunmaatregelen al dan niet in aanmerking kunnen komen voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag als maatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid te vergemakkelijken mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

(101) Bepaalde productievestigingen van de groep Beaulieu zijn inderdaad gelegen in een steunzone in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag. Die gebieden komen in aanmerking voor door de Commissie goedgekeurde regionale steunregelingen waarvan het steunplafond maximaal 25 % netto bedraagt. België heeft evenwel in zijn antwoord op de inleiding van de procedure geen enkel element verstrekt op grond waarvan de betrokken steunmaatregel als investeringssteun kan worden aangemerkt, noch om na te gaan of de bedoelde investeringen subsidiabel zijn, dan wel om de intensiteit van een dergelijke steunmaatregel te berekenen.

(102) Bijgevolg concludeert de Commissie ten aanzien van de maatregel dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag, ter vergemakkelijking van de ontwikkeling van bepaalde regionale economieën.

(103) De gegevens waarover de Commissie inzake het optreden van de Waalse autoriteiten beschikt, lijken te wijzen op met de gemeenschappelijke markt onverenigbare exploitatiesteun ten gunste van de groep Beaulieu.

(104) De maatregel is er immers op gericht de groep Beaulieu te bevrijden van de kosten die zijzelf had moeten dragen in de normale omstandigheden van haar dagelijks beheer of haar activiteiten.

(105) Zoals de Commissie heeft aangegeven in de punten 4.15 tot en met 4.17 van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen(26), zijn regionale steunmaatregelen die bedoeld zijn om de lopende kosten van een onderneming te verminderen (exploitatiesteun) in beginsel onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(106) Niettemin kunnen dergelijke soorten steunmaatregelen bij wijze van uitzondering worden toegekend aan ondernemingen in regio's die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag, op voorwaarde dat de maatregelen gerechtvaardigd zijn omdat zij door hun aard bijdragen aan de regionale ontwikkeling en evenredig zijn aan de handicaps die zij beogen te verhelpen. De Commissie merkt evenwel op dat de productievestigingen van de groep Beaulieu niet gelegen zijn in een regio in de zin van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag.

(107) Gelet op het voorgaande meent de Commissie dat de steunmaatregel niet verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

VIII. CONCLUSIE

(108) De door België ten uitvoer gelegde steunmaatregel ten gunste van de groep Beaulieu (Ter Lembeek International) in de vorm van de kwijtschelding van een schuldvordering voor een bedrag van 113712000 BEF is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

(109) De Commissie stelt vast dat België de betrokken steunmaatregel op onwettige wijze en in strijd met artikel 88, lid 3, van het Verdrag ten uitvoer heeft gelegd.

(110) Artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 bepaalt dat elke onrechtmatige steun waarvan de Commissie heeft vastgesteld dat hij onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, van de begunstigde kan worden teruggevorderd.

(111) Om de economische omstandigheden te herstellen waaraan de onderneming het hoofd had moeten bieden indien de onverenigbare steun haar niet was verstrekt, moet België alle noodzakelijke maatregelen nemen om de uit de steunmaatregel voortvloeiende voordelen teniet te doen en de steun van de begunstigde terug te vorderen.

(112) De terugvordering van de steun moet in overeenstemming met de nationaalrechtelijke procedures geschieden. De terug te vorderen steun omvat rente die betaalbaar is vanaf de datum waarop de onrechtmatige steun voor de begunstigde beschikbaar was tot de datum van de daadwerkelijke terugbetaling ervan. Deze rente wordt berekend op basis van de referentierentevoet die wordt gehanteerd voor de berekening van het nettosubsidie-equivalent in het kader van regionale steunmaatregelen in België(27),

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De door België ten uitvoer gelegde steunmaatregel ten gunste van de groep Beaulieu (Ter Lembeek International) in de vorm van de kwijtschelding van een schuldvordering voor een bedrag van 113712000 BEF is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 2

1. België neemt alle nodige maatregelen om de in artikel 1 bedoelde en reeds onwettig ter beschikking gestelde steun van de begunstigde terug te vorderen.

2. De terugvordering geschiedt onverwijld en in overeenstemming met de nationaalrechtelijke procedures, voorzover die procedures een onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van deze beschikking toelaten. De terug te vorderen steun omvat rente vanaf de datum waarop de steun de begunstigde ter beschikking is gesteld tot de datum van daadwerkelijke terugbetaling ervan. De rente wordt berekend op grond van de referentierentevoet die wordt gehanteerd voor de berekening van het nettosubsidie-equivalent in het kader van regionale steunmaatregelen.

Artikel 3

België deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de datum van kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.

Gedaan te Brussel, 24 april 2002.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB C 313 van 8.11.2001, blz. 2.

(2) PB L 320 van 5.12.2001, blz. 28.

(3) PB C 29 van 4.2.1999, blz. 13.

(4) Zie voetnoot 1.

(5) PB L 312 van 9.11.1982, blz. 18.

(6) PB C 83 van 24.3.1993, blz. 3.

(7) Bij overeenkomst van 18 december 1996 heeft NV Ter Lembeek International de volgende participaties gekocht van de Société de gestion des participations de la Région wallonne dans des sociétés commerciales (Sowagep): Verlipack Ghlin SA: 5087 bevoorrechte aandelen zonder stemrecht en 3937 winstaandelen van categorie I; Verlipack Jumet SA: 2923 bevoorrechte aandelen zonder stemrecht en 2267 winstaandelen van categorie I. De overeenkomst van december 1996 bepaalde dat de prijs van 113712000 BEF netto zonder rente verschuldigd was op 31 december 2001.

(8) Deze holding omvat de volgende dochterondernemingen: Beaulieu Wielsbeke NV, Goed Ter Lembeek NV, Cefima NV, Verlico NV, Der Gruene Teppich GmbH, Beja Textil Lda, Beaulieu Service Centre Moscow, Datex NV, Beaulieu Kunststoffen NV, Chemical Finance Company, De Steenhout NV en Verlipack Holding NV.

(9) "Volledig bekend met de statuten en de financiële toestand van de naamloze vennootschap Verlipack Holding II".

(10) Aanhangsel van 20 november 1998 bij de overdrachtovereenkomst van 18 december 1996 tussen het Waals Gewest en de groep Beaulieu betreffende de verwerving van 14214 aandelen.

(11) Antwoord op de inleiding van de formele onderzoeksprocedure die leidde tot de vaststelling van de beschikking van 4 oktober 2000, blz. 24.

(12) In het kader van de procedure die geleid heeft tot de goedkeuring van de beschikking van 16 september 1998 welke later werd ingetrokken.

(13) "Rekening houdend met de moeilijkheden van de onderneming en de wil van de particuliere aandeelhouders en de banken om nieuw kapitaal in te brengen in Verlipack, had het Waals Gewest zich in beginsel akkoord verklaard om tegen bepaalde voorwaarden deel te nemen aan een kapitaalverhoging ten belope van 100 miljoen BEF. [...] Het Waals Gewest wenst te benadrukken dat het zijn voornemen niet tot uitvoering zal brengen zonder voorafgaande aanmelding bij en goedkeuring door de Commissie. Thans is het voornemen eerder gericht op de toekenning van een langetermijnlening van 100 miljoen BEF die zou worden toegekend tegen dezelfde voorwaarden als die welke door de banken worden toegepast ten aanzien van Verlipack. Het Waals Gewest zal niet nalaten opnieuw contact op te nemen met de Commissie zodra de voorafgaande voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van een dergelijk project zijn vervuld. [...] Ten slotte kondigt de leiding van Verlipack aan dat de eerste resultaten van 1998 het begin van een verbetering inluiden."

(14) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(15) Er dient te worden opgemerkt dat deze bijlage 5 geen betrekking heeft op de overdracht van de aandelen welke in handen waren van de groep Beaulieu aan het Waals Gewest, maar op een aandelenruil tussen Worldwide Investors SA en de groep Beaulieu.

(16) In het onderhavige geval werd het faillissement niet uitgesproken, hoewel de toekomstige activiteit van de vennootschap was teruggebracht tot de vereffening ervan wegens de verdwijning van het maatschappelijk doel. Het Waals Gewest is tussengekomen om te verklaren dat het de opeising van zijn schuldvordering niet wenste voort te zetten (en heeft aldus aan zijn schuldenaar een krediet toegekend). Het Waals Gewest heeft, toen het hierover bij de inleiding van de procedure werd ondervraagd, bevestigd dat het ingevolge de negatieve eindbeschikking van 4 oktober 2000 Verlipack II heeft gelast het Gewest de steun terug te betalen. Naar aanleiding van deze aanmaning en nadat Verlipack II op 19 februari 2001 aangifte van de staking van betaling had gedaan, heeft de Rechtbank van Koophandel van Bergen dezelfde dag het faillissement van de onderneming uitgesproken.

(17) De groep Beaulieu is de belangrijkste Europese tapijtenfabrikant en exporteert 98 % van zijn productie.

(18) Zo heeft Associated Weavers, een in België gevestigde fabrikant, bijvoorbeeld in 2000, 48,7 miljoen m2 vast tapijt en ander tapijt verkocht, met een omzetcijfer van 212,89 miljoen EUR, waardoor hij een van de grootste Europese producenten in deze sector is. Hij voert zijn producten wereldwijd uit, en vooral naar Europa, zoals blijkt uit de gegevens op zijn website. Bron: http://www.awe.be/ (14 maart 2002).

(19) Zie koninklijk besluit betreffende de uitgifte van bevoorrechte aandelen zonder stemrecht door naamloze vennootschappen behorend tot de nationale sectoren (Belgisch Staatsblad van 11 mei 1985). Het betreft aandelen zonder stemrecht waarop kan worden ingeschreven door: 1. de Nationale Investeringsmaatschappij; 2. de Nationale Maatschappij voor de Herstructurering van de Nationale Sectoren; 3. het Fonds voor de herstructurering van de nationale sectoren in het Vlaams Gewest; 4. het "Fonds pour la restructuration des secteurs nationaux en Région Wallonne"; 5. voorzover zij daartoe zijn gemachtigd bij besluit van de minister van Economische Zaken, de naamloze vennootschappen in welke de Nationale Investeringsmaatschappij een participatie bezit die ten minste 50 % van het kapitaal vertegenwoordigt.

(20) Antwoord op de brief van de Commissie van 5 juli 2000, blz. 5.

(21) Zie de eerste overweging van het vonnis van de Rechtbank van Koophandel van Bergen van 31 mei 1999.

(22) Zie voetnoot 21.

(23) In de overeenkomst van december 1996 was bepaald dat de prijs van 113712000 BEF netto zonder rente verschuldigd was op 31 december 2001.

(24) Overigens hebben de Waalse autoriteiten, in het kader van het tot België gerichte bevel, zich via hun juridische adviseurs tot de juridische adviseurs van de groep Beaulieu gericht om de informatie te vergaren die nodig was om in te gaan op het bevel. België heeft geen melding gemaakt van enig antwoord van de groep Beaulieu of zijn juridische adviseurs. Bovendien hebben noch de groep Beaulieu noch zijn juridische adviseurs in het kader van de onderhavige procedure van zich laten horen.

(25) Tweede overweging van het vonnis van 31 mei 1999 van de Rechtbank van Koophandel van Bergen.

(26) PB C 74 van 10.3.1998, blz. 9.

(27) Brief van de Commissie aan de lidstaten SG(91) D/4577 van 4 maart 1991. Zie ook het arrest van 21 maart 1990 in zaak C-142/87, België/Commissie, Jurisprudentie blz. I-959.