32001R2602

Verordening (EG) nr. 2602/2001 van de Commissie van 27 december 2001 tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIII a, b, d, e

Publicatieblad Nr. L 345 van 29/12/2001 blz. 0049 - 0051


Verordening (EG) nr. 2602/2001 van de Commissie

van 27 december 2001

tot vaststelling van aanvullende technische maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIII a, b, d, e

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 973/2001(2), en met name op artikel 45, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In november 2000 heeft de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee aangegeven dat er een ernstig gevaar van instorting van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIII a, b, d, e bestaat.

(2) Het grootste deel van dit heekbestand houdt zich op in de ICES-deelgebieden V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIIIa, b, d, e.

(3) Bij Verordening (EG) nr. 1162/2001 van de Commissie van 14 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het heekbestand in de ICES-deelgebieden III, IV, V, VI en VII en in de ICES-sectoren VIII a, b, d, e en van daarmee samenhangende bepalingen inzake de controle op de activiteiten van vissersvaartuigen(3) zijn een aantal aanvullende technische maatregelen voor het herstel van dit bestand vastgesteld.

(4) Deze technische maatregelen zullen van kracht blijven tot en met 1 maart 2002. Voor het voortbestaan van het heekbestand is het echter noodzakelijk dat de bij deze verordening vastgestelde maatregelen ook na die periode van kracht blijven, totdat de Raad een herziening van Verordening (EG) nr. 850/98 zal hebben aangenomen.

(5) Daarom is onmiddellijk optreden overeenkomstig het bepaalde in artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 vereist, om ervoor te zorgen dat de bij Verordening (EG) nr. 1162/2001 vastgestelde maatregelen van kracht blijven totdat de herziening van Verordening (EG) nr. 850/98 door de Raad is goedgekeurd.

(6) Bij artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1162/2001 is voorzien in een afwijking die gewettigd is door het feit dat een beperking van de heekvangsten aanleiding zou geven tot ernstige economische problemen voor kleine vissersvaartuigen die dagelijks uitvaren om te gaan vissen. Deze afwijking heeft geen noemenswaardige consequenties voor de instandhouding en het herstel van het heekbestand.

(7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening is van toepassing op vissersvaartuigen die vissen in de ICES-deelgebieden V en VII en in de ICES-sectoren VII b, c, f, g, h, j, k en de ICES-sectoren VIII a, b, d, e.

Artikel 2

1. Ongeacht de in artikel 4, lid 4, en in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 850/98 bepaalde voorwaarden, mag de vangst van heek (Merluccius merluccius) aan boord van een vaartuig dat een sleepnet met een maaswijdte van 55 tot 99 mm aan boord heeft, niet meer dan 20 % uitmaken van het totale gewicht van de vangst van mariene organismen die aan boord wordt gehouden.

2. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter die binnen 24 uur terugkeren naar de laatste haven waaruit ze zijn vertrokken.

Artikel 3

Het is verboden om:

a) behalve in de ICES-deelgebieden V en VI, een kuil en/of een tunnel van een sleepnet, behalve boomkornetten, met een maaswijdte van meer dan 55 mm die niet is vervaardigd uit enkel getwijnd netmateriaal waarvan geen enkel garen dikker is dan 6 mm, of uit dubbel getwijnd netmateriaal waarvan geen enkel garen dikker is dan 4 mm te gebruiken;

b) een ander bodemsleepnet dan een boomkor te gebruiken, dat een kuil met een maaswijdte tussen 70 en 89 mm bevat waarvan de omtrek uit meer dan 120 mazen bestaat, aanslagen en naadlijnen niet meegerekend;

c) een bodemsleepnet te gebruiken met vierhoekige mazen waarvan de zijden van de maas niet ongeveer van dezelfde lengte zijn;

d) een bodemsleepnet te gebruiken waarbij een kuil met een maaswijdte van minder dan 100 mm op een andere wijze dan door naaien aan het voorste deel van het net is bevestigd.

Artikel 4

Het is verboden boomkorren aan boord te hebben of te gebruiken met een maaswijdte van 70 mm of groter, tenzij de volledige bovenste helft van het voorste deel van het net is voorzien van een netgedeelte waarvan geen enkele maas een maaswijdte van minder dan 180 mm heeft, en dat

- rechtstreeks aan de hoofdlijn is bevestigd of

- is bevestigd aan niet meer dan drie rijen netmateriaal met ongeacht welke maaswijdte die rechtstreeks aan de hoofdlijn zijn bevestigd.

Het betrokken netgedeelte moet zich naar de achterkant van het net uitstrekken over ten minste een aantal mazen dat wordt berekend door

a) de lengte in meter van de korboom door 12 te delen en

b) het onder a) verkregen resultaat te vermenigvuldigen met 5400 en

c) het onder b) verkregen resultaat te delen door de maaswijdte in millimeter van de kleinste maas in het netgedeelte en

d) in het onder c) verkregen resultaat alle decimalen of andere fracties weg te laten.

Artikel 5

1. Met het oog op de toepassing van lid 2 worden de volgende geografische gebieden afgebakend:

a) het gebied dat is gelegen tussen de rechte lijnen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden, met uitsluiting van alle delen van dat gebied die zijn gelegen binnen de twaalfmijlsgrens berekend vanaf de basislijnen van Ierland:

53° 30' NB, 11° 00' WL

53° 30' NB, 12° 00' WL

53° 00' NB, 12° 00' WL

51° 00' NB, 11° 00' WL

49° 30' NB, 11° 00' WL

49° 30' NB, 07° 00' WL

51° 00' NB, 07° 00' WL

51° 00' NB, 10° 30' WL

51° 30' NB, 11° 00' WL

53° 30' NB, 11° 00' WL

b) en het gebied dat is gelegen tussen de rechte lijnen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden, met uitsluiting van alle delen van dat gebied die zijn gelegen binnen de twaalfmijlsgrens berekend vanaf de basislijnen van Frankrijk:

48° 00' NB, 06° 00' WL

48° 00' NB, 07° 00' WL

45° 00' NB, 02° 00' WL

44° 00' NB, 02° 00' WL

het punt op de kust van Frankrijk dat is gelegen op 44° 00' NB

het punt op de kust van Frankrijk dat is gelegen op 45° 30' NB

45° 30' NB, 02° 00' WL

45° 45' NB, 02° 00' WL

48° 00' NB, 06° 00' WL.

2. In de in lid 1 omschreven gebieden:

- is het verboden enige visserijactiviteit uit te oefenen waarbij een sleepnet met een maaswijdte tussen 55 en 99 mm wordt gebruikt en

- is het verboden om een sleepnet met een maaswijdte tussen 55 en 99 mm geheel of gedeeltelijk te water te laten of op een andere wijze in te zetten en

- moeten alle sleepnetten met een maaswijdte van 55 tot 99 mm zijn vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad(4).

In het in lid 1, onder a), omschreven gebied:

- is het verboden enige visserijactiviteit uit te oefenen waarbij staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm wordt gebruikt en

- is het verboden staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm geheel of gedeeltelijk te water te laten of op een andere wijze in te zetten en

- moet alle staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm zijn vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

In het in lid 1, onder b), omschreven gebied:

- is het verboden enige visserijactiviteit uit te oefenen waarbij staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm wordt gebruikt en

- is het verboden om, voor welk doel ook, staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm geheel of gedeeltelijk te water te laten of op een andere wijze in te zetten en

- moet al het vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm zijn vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 december 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1.

(2) PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1.

(3) PB L 159 van 14.6.2001, blz. 4.

(4) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.