32001R2183

Verordening (EG) nr. 2183/2001 van de Commissie van 9 november 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de toekenning van de compenserende vergoeding voor tonijn voor de verwerkende industrie

Publicatieblad Nr. L 293 van 10/11/2001 blz. 0011 - 0013


Verordening (EG) nr. 2183/2001 van de Commissie

van 9 november 2001

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de toekenning van de compenserende vergoeding voor tonijn voor de verwerkende industrie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(1), en met name op artikel 27, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 27 van Verordening (EG) nr. 104/2000 is bepaald dat aan de producentenorganisaties een vergoeding wordt toegekend wanneer is geconstateerd dat voor een kalenderkwartaal de prijzen van de betrokken producten beneden een bepaalde interventiedrempel liggen.

(2) Met het oog op de toepassing van deze vergoedingsregeling dient de in artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde gemiddelde verkoopprijs te worden gedefinieerd.

(3) Het is dienstig voor de hoeveelheden waarvoor de vergoeding wordt toegekend, sommige bepalingen betreffende de indiening van de vergoedingsaanvraag en de betaling van de vergoeding, met name met betrekking tot het bewijs van de communautaire oorsprong en het communautaire karakter van de producten, te preciseren.

(4) Het is dienstig het kader en de doelstellingen van de controleregeling te bepalen en het aan de controle-instanties van de lidstaten over te laten passende voorschriften vast te stellen voor een permanente en doeltreffende controle op de vergoedingsregeling.

(5) Met het oog op het functioneren van deze regeling moet een aantal bepalingen inzake de door de lidstaten mee te delen gegevens worden vastgesteld.

(6) Verordening (EG) nr. 142/98 van de Commissie van 21 januari 1998 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de compenserende vergoeding voor tonijn voor de verwerkende industrie(2), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/2001(3), moet worden ingetrokken.

(7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de toekenning van de compenserende vergoeding als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 104/2000.

Artikel 2

Bepalingen inzake de toekenning van de vergoeding en inzake het maximumbedrag ervan worden aangenomen bij verordening vastgesteld volgens de procedure als bedoeld in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 104/2000, wanneer wordt geconstateerd dat voor het betrokken kalenderkwartaal is voldaan aan de in artikel 27, lid 1, van genoemde verordening bepaalde voorwaarden.

Artikel 3

1. De vergoeding wordt voor maximaal de hoeveelheden als bedoeld in artikel 27, lid 3, van Verordening (EG) nr. 104/2000, aan de producentenorganisaties toegekend voor de in bijlage III bij genoemde verordening vermelde, door hun leden gevangen vis die aan in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde verwerkende bedrijven wordt verkocht en geleverd om geheel en definitief te worden verwerkt tot producten van post 1604 van het geharmoniseerd systeem.

2. De lidstaten verifiëren de hoeveelheden als bedoeld in artikel 27, lid 3, van Verordening (EG) nr. 104/2000 in het licht van eventuele variaties in het ledenaantal van de producentenorganisaties. Zij stellen de Commissie in kennis van het resultaat.

Artikel 4

De in artikel 27, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde, op de markt van de Gemeenschap geconstateerde gemiddelde verkoopprijs wordt door de Commissie vastgesteld aan de hand van de overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 80/2001 van de Commissie(4) door de lidstaten meegedeelde gemiddelde maandprijzen, berekend op basis van de waarde van de aan de industrie verkochte en geleverde hoeveelheden.

Voor de vaststelling van deze gemiddelde maandprijzen baseren de lidstaten zich op de door de producentenorganisaties of hun leden in de betrokken maand gefactureerde verkoopprijzen bij de eerste verkoop in de Gemeenschap. De verkoopprijs wordt vastgesteld:

- goederen aan boord, vaartuig aan de kade, voor de producten die bij aanvoer worden verkocht;

- goederen in de opslagplaats, voor de producten die worden verkocht na opslag door de producentenorganisatie of haar leden.

Artikel 5

Binnen de in artikel 27, lid 3, van Verordening (EG) nr. 104/2000 vastgestelde maximumhoeveelheden kennen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat de producentenorganisaties de vergoeding toe overeenkomstig artikel 27, lid 4, van genoemde verordening.

Artikel 6

De transacties die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van het recht op de vergoeding, zijn de verkopen waarvoor de factuurdatum in het betrokken kwartaal ligt en die in aanmerking zijn genomen voor de berekening van de in artikel 2 bedoelde gemiddelde maandelijkse verkoopprijs.

Artikel 7

1. De aanvraag om betaling van de vergoeding voor alle overeenkomstig artikel 4 in aanmerking genomen transacties wordt, vergezeld van de in lid 2 genoemde bewijsstukken, binnen 45 dagen na de inwerkingtreding van de in artikel 1, lid 1, bedoelde verordening door de betrokken producentenorganisatie ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de producentenorganisatie is gevestigd.

2. De bewijsstukken zijn:

a) kopieën van de facturen betreffende de verkoop van de producten; op die facturen moeten ten minste zijn vermeld de naam en het adres van de koper en verkoper als bedoeld in artikel 1, lid 2, alsmede voor elke partij van eenzelfde productklasse:

- de verkochte hoeveelheid,

- de door de producent ontvangen verkoopprijs,

- de leveringsdatum,

- de plaats van levering;

b) het bewijs van de communautaire oorsprong, en derhalve van het communautaire karakter, van de producten;

c) het bewijs dat de producten daadwerkelijk zijn geleverd aan een verwerker die in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd;

d) het bewijs dat de onder a), tweede streepje, bedoelde prijs voor de producten is betaald;

e) de schriftelijke verklaring van de verwerker dat de aangekochte hoeveelheid is bestemd voor verwerking overeenkomstig artikel 1, lid 2.

Artikel 8

1. Het in artikel 7, lid 2, onder b), bedoelde bewijs van de communautaire oorsprong en het communautaire karakter wordt geleverd door overlegging van het document T2M overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 325 tot en met 337 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie(5).

In dit verband overhandigt het douanekantoor dat de invoer van de producten in het douanegebied van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 334 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 heeft geviseerd, aan de aanvrager één enkele kopie van het T2M-document waarop is vermeld "EENMALIGE KOPIE VOOR COMPENSERENDE VERGOEDINGEN".

De in vak 1 van het T2M-document vermelde aanvrager moet de producent zijn die de vis waarvoor de vergoedingaanvraag wordt ingediend, heeft gevangen.

2. Indien de douaneautoriteiten van de haven waar de producten worden gelost, ter uitvoering van artikel 326, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93, geen overlegging van het document T2M hebben geëist, wordt het bewijs van de communautaire oorsprong geleverd door middel van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad(6) genoemde aangifte of door middel van een document van lossing op het communautaire douanegebied, dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de producten zijn gelost naar behoren is gecertificeerd.

3. In het als bewijs van oorsprong van de producten verstrekte document moeten duidelijk de soort, de aanbiedingsvorm en het gewicht van de producten worden vermeld. Zo nodig zal dit document worden aangevuld met een certificaat van weging bij de lossing op het douanegebied van de Gemeenschap dat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de producten zijn gelost.

Artikel 9

1. De vergoeding wordt door de betrokken lidstaat binnen 75 dagen na ontvangst van de in artikel 7, lid 1, bedoelde volledige aanvraag aan de producentenorganisatie uitbetaald, tenzij een administratief onderzoek naar het recht op vergoeding is ingesteld.

2. De producentenorganisatie betaalt de vergoeding op haar beurt aan haar leden uit binnen een termijn van 90 dagen nadat zij het bedrag van de lidstaat heeft ontvangen.

3. De betrokken lidstaten doen de Commissie elk kwartaal, uiterlijk een maand na het einde van het betrokken kwartaal, mededeling van de overeenkomstig lid 1 uitgevoerde betalingen, per producentenorganisatie en per toekenningsperiode, en van de hoeveelheden van elke vissoort waarop deze betalingen betrekking hebben.

Artikel 10

1. De betrokken lidstaten voeren een controleregeling in om te garanderen dat de producten waarvoor de vergoeding wordt gevraagd, daarvoor ook in aanmerking komen, en dat de overige bepalingen van de regeling in acht worden genomen.

2. De controleregeling dient ten minste het volgende in te houden:

a) bepalingen met betrekking tot de controle op de communautaire oorsprong en het communautaire karakter van de producten, met name aan de hand van de scheepsdocumenten;

b) individuele vermelding in de verkoopboekhouding van de producentenorganisaties of in die van hun leden of hun dienstverleners, van de in het kader van deze regeling in aanmerking genomen transacties met, voor iedere hoeveelheid, opgave van het referentienummer van het T2M-document of van het vervangende document, de verkoop- en de leveringsdatum, de koper van het product, de prijs waartegen deze hoeveelheid is verkocht en het referentienummer van de factuur. In de structuur van de verkoopboekhouding wordt hiermee rekening gehouden;

c) onverwachte controles ter plaatse bij de producentenorganisaties of bij hun leden of dienstverleners om ter plaatse de overeenstemming tussen de in artikel 5, leden 2 en 3, bedoelde gegevens en de werkelijke situatie te controleren;

d) rechtstreekse controles bij de verwerkende bedrijven, met name om ter plaatse te controleren of de in het kader van deze regeling verkochte producten daadwerkelijk zijn gebruikt voor verwerking overeenkomstig artikel 1, lid 2.

3. Op basis van de uitgevoerde controles wordt een gedetailleerd verslag opgesteld over de nakoming door de begunstigde van zijn verplichtingen en over aard en omvang van de uitgevoerde controles.

4. De betrokken lidstaten doen de Commissie elk kwartaal mededeling van de uitgevoerde controles en van de resultaten van deze controles.

Artikel 11

De betrokken lidstaten stellen de Commissie uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de controlemaatregelen die op grond van artikel 7 zijn genomen, en melden ook de eventuele aanpassingen van deze maatregelen binnen drie maanden na de datum waarop zij worden vastgesteld.

Artikel 12

Verordening (EG) nr. 142/98 wordt ingetrokken.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 november 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 17 van 21.2.2000, blz. 22.

(2) PB L 17 van 22.1.1998, blz. 8.

(3) PB L 24 van 26.1.2001, blz. 10.

(4) PB L 13 van 17.1.2001, blz. 13.

(5) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(6) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.