32001R2070

Verordening (EG) nr. 2070/2001 van de Commissie van 23 oktober 2001 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2366/98 houdende uitvoeringsbepalingen van de productiesteunregeling voor oijfolie voor de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001

Publicatieblad Nr. L 280 van 24/10/2001 blz. 0003 - 0004


Verordening (EG) nr. 2070/2001 van de Commissie

van 23 oktober 2001

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2366/98 houdende uitvoeringsbepalingen van de productiesteunregeling voor oijfolie voor de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2001(2), en met name op artikel 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad van 20 juli 1998 tot wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2001, en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2261/84 van de Raad van 17 juli 1984 houdende algemene voorschriften inzake de toekenning van de productiesteun voor olijfolie en de steun aan de producentenorganisaties(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1638/98, en met name op artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1513/2001 houdende wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG, alsmede van Verordening (EG) nr. 1638/98, met het oog op de verlenging van de steunregeling en de kwaliteitsstrategie voor olijfolie, is de toepassing van de huidige in de sector oliën en vetten geldende voorschriften verlengd tot het einde van het verkoopseizoen 2003/2004. Verordening (EG) nr. 2366/98 van de Commissie(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 648/2001(6), moet derhalve worden aangepast.

(2) In artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 2261/84 is bepaald dat wanneer bij de controles bij een erkende oliefabriek de in de voorraadadministratie van die fabriek vermelde gegevens niet kunnen worden bevestigd, de lidstaat de hoeveelheid olijfolie vaststelt waarvoor aan iedere producent steun kan worden verleend, daarbij met name rekening houdend met de overeenkomstig artikel 18 van die verordening forfaitair vastgestelde opbrengsten aan olijven en olijfolie. Bij het bepalen van de betrokken hoeveelheid moet de lidstaat, om ervoor te zorgen dat deze hoeveelheid beter overeenstemt met de reële productie van de betrokken producenten, ook met andere elementen rekening houden. De bedoelde elementen zijn het aantal bomen, de voor het homogene gebied vastgestelde opbrengst en een coëfficiënt die, voor het betrokken land, het verschil aangeeft tussen de productie volgens de raming van de opbrengsten en de door de Commissie overeenkomstig artikel 17 bis, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2261/84 vastgestelde effectieve productie, en deze elementen moeten dus in de berekening van de in aanmerking komende hoeveelheid worden verdisconteerd.

(3) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2366/98 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de titel wordt "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004".

2. In artikel 14, lid 1, tweede alinea, wordt "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004".

3. Artikel 15, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door het volgende: "De genoemde hoeveelheid kan evenwel, onverminderd de rechten die de olijvenproducenten tegenover de oliefabrieken zouden kunnen doen gelden, niet hoger zijn dan de gevraagde hoeveelheid, noch hoger dan de hoeveelheid die wordt berekend door vermenigvuldiging van:

- het aantal bomen van de olijvenproducent met

- de gemiddelde opbrengst in het homogene productiegebied waar de betrokken olijfbomen zich bevinden, en met

- een coëfficiënt die de verhouding weergeeft tussen de voor de lidstaat overeenkomstig artikel 17 bis, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2261/84 vastgestelde productie en de productie die voor diezelfde lidstaat wordt berekend op basis van de ramingen van opbrengsten en aantal olijfbomen.

Het aantal bomen wordt bepaald naar rata van de betrokken hoeveelheid olie wanneer de steun wordt aangevraagd voor olie die in meer dan één fabriek wordt geproduceerd.".

4. In artikel 26, lid 2, wordt "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2002/2003".

5. In artikel 28, lid 2, wordt na "2000/2001" de vermelding "tot en met 2002/2003" toegevoegd.

6. In artikel 30, lid 1, derde alinea, wordt "20 % in 2000/2001" vervangen door "20 % van 2000/2001 tot en met 2003/2004".

7. Artikel 32, laatste alinea, wordt vervangen door het volgende: "Vóór 1 januari van de verkoopseizoenen 1999/2000 tot en met 2003/2004 dienen zij een samenvattend verslag in over het aantal op grond van de artikelen 28, 29 en 30 verrichte controles, over het aantal gevallen waarin een aanpassing nodig was, met vermelding van de desbetreffende gegevens of hoeveelheden, en over de boetes of sancties die zijn opgelegd of die na afronding van een nog lopend onderzoek al dan niet zullen worden opgelegd, alsmede een beknopte evaluatie van het toegepaste controlesysteem en van de ondervonden moeilijkheden.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 oktober 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66.

(2) PB L 201 van 26.7.2001, blz. 4.

(3) PB L 210 van 28.7.1998, blz. 32.

(4) PB L 208 van 3.8.1984, blz. 3.

(5) PB L 293 van 31.10.1998, blz. 50.

(6) PB L 91 van 31.3.2001, blz. 45.