32001R0909

Verordening (EG) nr. 909/2001 van de Commissie van 8 mei 2001 tot opening van een onderzoek naar de mogelijk ontduiking van de bij Verordening (EG) nr. 368/98 van de Raad vastgestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van glyfosaat uit de Volksrepubliek China door verzending van dit glyfosaat vanuit Maleisië of Taiwan en tot registratie van deze invoer

Publicatieblad Nr. L 127 van 09/05/2001 blz. 0035 - 0037


Verordening (EG) nr. 909/2001 van de Commissie

van 8 mei 2001

tot opening van een onderzoek naar de mogelijk ontduiking van de bij Verordening (EG) nr. 368/98 van de Raad vastgestelde antidumpingmaatregelen ten aanzien van glyfosaat uit de Volksrepubliek China door verzending van dit glyfosaat vanuit Maleisië of Taiwan en tot registratie van deze invoer

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen de invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2238/2000(2), en met name op artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VERZOEK

(1) Op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (hierna "de basisverordening" genoemd) werd bij de Commissie een verzoek ingediend een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van antidumpingmaatregelen ten aanzien van glyfosaat uit de Volksrepubliek China.

(2) Dit verzoek werd op 26 maart 2001 ingediend door de "European Glyphosate Association (EGA)" namens een groot deel van de producenten van glyfosaat in de Gemeenschap.

B. PRODUCT

(3) Het verzoek heeft betrekking op glyfosaat dat in verschillende kwaliteiten of concentratievormen kan worden geproduceerd waarvan de voornaamste de volgende zijn: geformuleerd (gewoonlijk me een glyfosaatgehalte van 36 %), in de vorm van een zout (met een glyfosaatgehalte van 62 %), in cakevorm (met een glyfosaatgehalte van 84 %) en in de vorm van een zuur (met een glyfosaatgehalte van 95 %). Dit product is ingedeeld onder de GN-codes ex 2931 00 95 (Taric-code 2931 00 95 80) en ex 3808 30 27 (Taric-code 3808 30 27 10). Deze codes worden slechts ter informatie vermeld.

C. THANS GELDENDE MAATREGELEN

(4) De maatregelen die momenteel van toepassing zijn en waarvan wordt beweerd dat zij worden ontdoken, werden vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 368/98 van de Raad(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1086/2000(4). Bij laatstgenoemde verordening werd het antidumpingrecht op grond van artikel 12 van de basisverordening tot 42 % verhoogd.

D. MOTIVERING VAN HET VERZOEK

(5) Het verzoek bevat voldoende bewijsmateriaal dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van glyfosaat uit de Volksrepubliek China worden ontdoken door herverzending via Maleisië of Taiwan of door formulering van in de Volksrepubliek China geproduceerd glyfosaat in Maleisië of Taiwan voor wederuitvoer naar de Gemeenschap, zonder dat hiervoor voldoende redenen of economische rechtvaardiging aanwezig lijken ten zijn.

(6) Het bewijsmateriaal is als volgt:

a) Volgens het verzoek zijn er na de instelling van antidumpingrechten aanzienlijke wijzigingen opgetreden in de handelsstromen van glyfosaat vanuit de Volksrepubliek China, Maleisië en Taiwan naar de Gemeenschap. De invoer uit Maleisië en Taiwan is aanzienlijk toegenomen, terwijl die uit de Volksrepubliek China sterk is gedaald.

Deze wijziging in de handelsstromen lijkt voort te vloeien uit de herverzending van glyfosaat uit de Volksrepubliek China via Maleisië of Taiwan en ook uit de formulering in Maleisië of Taiwan van in de Volksrepubliek China geproduceerd glyfosaat. Formulering is een betrekkelijk eenvoudige bewerking die bestaat uit het verdunnen van glyfosaatzout met water en vermenging met een tensio-actieve stof. Er lijken geen voldoende redenen of economische rechtvaardiging voor deze praktijken te bestaan andere dan het antidumpingrecht op glyfosaat uit de Volksrepubliek China.

b) Voorts bevat het verzoek voldoende bewijsmateriaal dat de herstellende werking van de bestaande antidumpingrechten teniet wordt gedaan door de grote hoeveelheden glyfosaat die worden ingevoerd en de lage prijzen van dit glyfosaat. Aanzienlijke hoeveelheden glyfosaat uit Maleisië en Taiwan schijnen in de plaats te zijn getreden van glyfosaat dat voorheen uit de Volksrepubliek China werd ingevoerd. Voorts is er voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de stijgende hoeveelheden die uit Maleisië en Taiwan worden ingevoerd tegen prijzen worden verkocht die ver beneden het niveau liggen waarop zij geen schade veroorzaken, zoals bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld.

c) Ten slotte bevat het verzoek voldoende bewijsmateriaal dat het betroken product met dumping uit Maleisië en Taiwan wordt ingevoerd, bij vergelijking van de prijs met de eerder vastgestelde normale waarde.

E. PROCEDURE

(7) Gezien het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen op grond van artikel 13 van de basisverordening en om glyfosaat dat vanuit Maleisië en Taiwan wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië of Taiwan, te laten registreren op grond van artikel 14, lid 5, van die verordening.

(i) Vragenlijsten

(8) Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in het verzoek genoemde producenten en exporteurs in Maleisië en Taiwan, aan importeurs in de Gemeenschap en aan exporteurs in de Volksrepubliek China die bij de Commissie bekend zijn en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China, Maleisië en Taiwan. Gegevens kunnen ook bij de bedrijfstak van de Gemeenschap worden opgevraagd.

(9) Alle belanghebbenden dienen zo spoedig moglijk, en in ieder geval binnen de in artikel 3 vermelde termijn, contact op te nemen met de Commissie om te vernemen of zij in het verzoek zijn genoemd en zo nodig een vrangenlijst aan te vragen binnen de in artikel 3, lid 1, vermelde termijn, daar de in artikel 3, lid 2, vermelde termijn op alle partijen van toepassing is.

(10) De autoriteiten van de Volksrepubliek China, van Maleisië en van Taiwan zullen van de opening van het onderzoek in kennis worden gesteld en een kopie van het verzoek ontvangen.

(ii) Schriftelijke on mondelinge informatie

(11) Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal toe te zenden. Voorts zal de Commissie alle partijen horen die dit schriftelijk aanvragen, mits deze kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

(iii) Certificaten dat de rechten niet worden ontdoken

(12) Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening kunnen de douaneautoriteiten certificaten afgeven op grond waarvan de betrokken producten bij invoer van registratie of maatregelen worden vrijgesteld, wanneer de invoer geen ontduiking van rechten inhoudt.

(13) Daat deze certificaten slechts met de toestemming van de instellingen van de Gemeenschap mogen worden afgegeven, dienen verzoeken ter verkrijging van een dergelijk certificaat zo spoedig mogelijk bij de Commissie te worden ingediend die zal onderzoeken of zij hieraan gevolg kan geven.

F. REGISTRATIE

(14) Op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening dient de invoer van het betrokken product te worden geregistreerd, zodat antidumpingrechten met terugwerkende kracht kunnen worden geheven vanaf de datum van de opening van dit onderzoek, indien daarbij blijkt dat de antidumpingrechten inderdaad worden ontdoken.

G. TERMIJN

(15) in het belang van een behoorlijk bestuur dienen termijnen te worden vastgesteld waarbinnen:

- belanghebbenden contact met de Commissie kunnen opnemen, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en hun antwoord op de vragenlijst en andere gegevens kunnen toezenden die bij het onderzoek in aanmerking dienen te worden genomen;

- belanghebbenden kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

H. MEDEWERKING

(16) Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op gond van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. Indien blijkt dat onjuiste of misleidende informatie is verstrekt, wordt deze buiten beschouwing gelaten en wordt gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt een onderzoek geopend in verband met glyfosaat, ingedeeld onder de GN-codes ex 2931 00 95 (Taric-code 2931 00 95 80) en ex 3808 30 27 (Taric-code 3808 30 27 10) dat vanuit Maleisië of Taiwan in de Gemeenschap wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië of Taiwan.

Artikel 2

1. Op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt de douaneautoriteiten de instructie gegeven de nodige maatregelen te treffen om de invoer van de in artikel 1 omschreven producten te registreren.

2. Deze registratie geschiedt voor een periode van negen maanden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

3. De invoer van bovengenoemde producten behoeft niet te worden geregistreerd indien een douanecertificaat wordt overgelegd dat overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 is afgegeven.

Artikel 3

1. Vragenlijsten dienen binnen 15 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bij de Commissie te worden aangevraagd.

2. Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen contact op te nemen met de Commissie, hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, en hun antwoord op de vragenlijst en eventuele andere gegevens toe te zenden.

3. Verzoeken om te worden gehoord dienen binnen dezelfde termijn van 40 dagen te worden ingediend.

4. Informatie betreffende deze kwestie, verzoeken om te worden gehoord, aanvragen voor vragenlijsten en voor certificaten waarin wordt verklaard dat geen ontduiking van rechten plaatsvindt, dienen schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) aan het volgende adres te worden gericht, onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en/of faxnummer van de betrokkene: Europese Commissie Directoraat-generaal Handel

Directoraten B en C

TERV 0/13

Wetstraat 200 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex COMEU B 21877.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2001.

Voor de Commissie

Pascal Lamy

Lid van de Commissie

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 257 van 11.10.2000, blz. 2.

(3) PB L 47 van 18.2.1998, blz. 1.

(4) PB L 124 van 25.5.2000, blz. 1.