2001/356/EG: Beschikking van de Commissie van 4 mei 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk en houdende intrekking van Beschikking 2001/172/EG (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1406)
Publicatieblad Nr. L 125 van 05/05/2001 blz. 0046 - 0053
Beschikking van de Commissie van 4 mei 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk en houdende intrekking van Beschikking 2001/172/EG (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1406) (Voor de EER relevante tekst) (2001/356/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG(2), en met name op artikel 10, Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG, en met name op artikel 9, Overwegende hetgeen volgt: (1) In het Verenigd Koninkrijk zijn uitbraken van mond- en klauwzeer geconstateerd. (2) De situatie met betrekking tot mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk kan, in verband met het op de markt brengen van en de handel in levende evenhoevige dieren en bepaalde producten daarvan, een gevaar opleveren voor de veebeslagen in andere lidstaten. (3) Het Verenigd Koninkrijk heeft maatregelen getroffen op grond van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer(4), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en heeft bovendien aanvullende maatregelen genomen in de besmette gebieden. (4) De diergezondheidssituatie in het Verenigd Koninkrijk vereist dat de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen om mond- en klauwzeer te bestrijden, worden verscherpt door de vaststelling van aanvullende beschermende maatregelen van de Gemeenschap. (5) In samenwerking met de betrokken lidstaat heeft de Commissie Beschikking 2001/172/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk(5), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/318/EG(6), vastgesteld. (6) Richtlijn 64/432/EEG van de Raad(7), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2000/20/EG(8), betreft veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer van runderen en varkens. (7) Richtlijn 91/68/EEG van de Raad(9), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 94/953/EG van de Commissie(10), betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer van schapen en geiten. (8) Richtlijn 64/433/EEG van de Raad(11), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 95/23/EG(12), betreft gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees. (9) Bij Richtlijn 94/65/EG van de Raad(13) zijn voorschriften vastgesteld voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen. (10) Richtlijn 91/495/EEG van de Raad(14), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/65/EG, betreft gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnenvlees en vlees van gekweekt wild. (11) Richtlijn 80/215/EEG van de Raad(15), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, betreft veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer van vleesproducten. (12) Richtlijn 77/99/EEG(16), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/76/EG van de Raad(17), betreft gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vleesproducten en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong. (13) Bij Richtlijn 92/118/EEG(18), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/7/EG(19), zijn veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften vastgesteld voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt zoals bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG. (14) Bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad(20), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, zijn veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer van diepgevroren sperma van runderen. (15) Richtlijn 89/556/EEG van de Raad(21), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van embryo's van als huisdier gehouden runderen. (16) Beschikking 90/424/EEG van de Raad(22), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/12/EG(23), betreft de uitgaven op veterinair gebied. (17) Beschikking 90/426/EEG van de Raad(24), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/298/EG van de Commissie(25), betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen. (18) Beschikking 2001/304/EG van de Commissie(26), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/345/EG(27), betreft het merken en het gebruik van bepaalde dierlijke producten in verband met Beschikking 2001/172/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk. (19) Beschikking 2001/172/EG is reeds zeven keer gewijzigd en bijgevolg lijkt het aangewezen de bepalingen van deze beschikking te consolideren. Derhalve moet Beschikking 2001/172/EG worden ingetrokken maar om praktische redenen moeten alle verwijzingen naar Beschikking 2001/172/EG worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige beschikking. (20) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Veterinair Comité, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Onverminderd de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen in het kader van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad, zorgt het Verenigd Koninkrijk ervoor dat de volgende maatregelen worden getroffen: 1. Levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verplaatst tussen het in bijlage I en het in bijlage II omschreven gebied. 2. Levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verzonden uit of verplaatst via de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden. Onverminderd de door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegepaste beperkende maatregelen inzake verplaatsingen van ziektegevoelige dieren in en via Groot-Brittannië en in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea mogen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks en ononderbroken transitvervoer van evenhoevige dieren via hoofdwegen en spoorlijnen door de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden toestaan. 3. Op de bij Richtlijn 64/432/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende runderen en varkens en op de bij Richtlijn 91/68/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende schapen en geiten wordt de volgende vermelding aangebracht als de dieren naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden: "Deze dieren voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 4. Op de gezondheidscertificaten voor andere evenhoevige dieren dan die waarvoor de in punt 3 bedoelde certificaten worden afgegeven, die naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze levende evenhoevige dieren voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. Verplaatsingen naar andere lidstaten van dieren die vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in punt 3 of punt 4, worden alleen toegestaan als de plaatselijke veterinaire autoriteit drie dagen tevoren een melding ter zake heeft verzonden aan de centrale en plaatselijke veterinaire autoriteiten in de lidstaat van bestemming. Artikel 2 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vers vlees van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren dat afkomstig is uit het in bijlage I omschreven gebied of dat is verkregen van dieren uit dat gebied. Vers vlees zoals bedoeld in de eerste alinea omvat ook gehakt vlees en vleesbereidingen overeenkomstig Richtlijn 94/65/EG van de Raad. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor: a) vers vlees dat vóór 1 februari 2001 is verkregen, op voorwaarde dat het vlees duidelijk is geïdentificeerd en dat het sedert die datum bij vervoer en opslag gescheiden is gehouden van vlees dat niet bestemd is om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied; b) vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden buiten de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden en die, in afwijking van het bepaalde in artikel 1, punt 1, rechtstreeks, onder officiële controle, in verzegelde vervoermiddelen en voor onmiddellijke slachting zijn vervoerd naar een slachthuis dat ligt in het in bijlage I omschreven gebied, maar buiten de beschermingsgebieden; dit vlees mag alleen in het Verenigd Koninkrijk op de markt worden gebracht met inachtneming van de volgende voorwaarden: - al dit verse vlees wordt voorzien van het in Beschikking 2001/304/EG vastgestelde keurmerk, - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle, - het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet bestemd is om uit het Verenigd Koninkrijk te worden verzonden, - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend; c) vers vlees dat in uitsnijderijen in het in bijlage I omschreven gebied is verkregen met inachtneming van de volgende voorwaarden: - in de inrichting wordt alleen vers vlees zoals omschreven onder a) verwerkt of vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht buiten het in bijlage I omschreven gebied, - al dit verse vlees wordt voorzien van het in hoofdstuk XI van bijlage I bij Richtlijn 64/433/EEG van de Raad of, wanneer het gaat om vlees van andere evenhoevigen, het in hoofdstuk III van bijlage I bij Richtlijn 91/495/EEG vastgestelde keurmerk, - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle, - het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet bestemd is om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied, - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend. 3. Vlees dat uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een door een officiële dierenarts afgegeven certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit vlees voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". Artikel 3 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vleesproducten die in het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met vlees van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren, of die elders zijn bereid met vlees van dieren uit bovenbedoeld gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor vleesproducten die een van de in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 80/215/EEG van de Raad vastgestelde behandelingen hebben ondergaan, noch voor vleesproducten zoals omschreven in Richtlijn 77/99/EEG van de Raad bij de bereiding waarvan in het gehele product de pH minder dan 6 bedroeg. 3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor: a) vleesproducten die zijn bereid met vlees van evenhoevige dieren die vóór 1 februari 2001 zijn geslacht, op voorwaarde dat de vleesproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en dat zij sedert die datum bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van vleesproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied; b) vleesproducten die in inrichtingen zijn bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden: - al het verse vlees dat in de inrichting wordt gebruikt, voldoet aan de in artikel 2, lid 2, onder a) of c), vastgestelde voorwaarden, - alle in het eindproduct verwerkte vleesproducten voldoen aan de onder a) vastgestelde voorwaarden of zijn bereid met vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht buiten het in bijlage I omschreven gebied, - alle vleesproducten worden voorzien van het in hoofdstuk VI van bijlage B bij Richtlijn 77/99/EEG vastgestelde keurmerk, - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle, - de vleesproducten worden duidelijk geïdentificeerd en worden bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees en vleesproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied, - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit onder de verantwoordelijkheid van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend; c) vleesproducten die buiten het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met vlees dat vóór 1 februari 2001 is verkregen in het in bijlage I omschreven gebied, op voorwaarde dat het vlees en de vleesproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van vlees en vleesproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied. 4. Vleesproducten die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze vleesproducten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor vleesproducten die aan de in lid 2 vastgestelde eisen voldoen en die zijn verkregen in een inrichting die zowel HACCP(28) toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2 vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor vleesproducten die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 4 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melk uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melk die ten minste: a) eerst is gepasteuriseerd overeenkomstig de in hoofdstuk 1, punt 3, onder b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad vastgestelde normen en vervolgens een tweede hittebehandeling heeft ondergaan in de vorm van hogetemperatuurpasteurisatie, UHT of sterilisatie - telkens met een negatieve reactie op de peroxydasetest tot gevolg -, dan wel een drogingsprocédé waarbij onder andere een hittebehandeling wordt toegepast waarvan het resultaat gelijkwaardig is aan dat van een van bovengenoemde behandelingen, of b) eerst is gepasteuriseerd overeenkomstig de in hoofdstuk 1, punt 3, onder b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde normen en bovendien een behandeling heeft ondergaan waarbij de pH gedurende ten minste één uur tot minder dan 6 is teruggebracht. 3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor melk die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied is bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden: a) alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied; b) in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle; c) de melk wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en melkproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied; d) rauwe melk die afkomstig is van bedrijven buiten het in bijlage I omschreven gebied, wordt naar bovenbedoelde inrichtingen vervoerd in voertuigen die voorafgaand aan dat vervoer zijn gereinigd en ontsmet en die vervolgens niet in contact zijn geweest met in het in bijlage I omschreven gebied gelegen bedrijven waar dieren worden gehouden van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten; e) de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend. 4. Melk die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze melk voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die is verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten heeft ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaat van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 5 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melkproducten uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melkproducten: a) die vóór 1 februari 2001 zijn bereid; b) die zijn bereid met melk die voldoet aan het bepaalde in artikel 4, lid 2 of lid 3; c) die een hittebehandeling hebben ondergaan bij een temperatuur van ten minste 72 °C gedurende ten minste 15 seconden, met dien verstande dat een dergelijke behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen; d) die worden uitgevoerd naar een derde land waar dergelijke producten mogen worden ingevoerd nadat ze een andere dan de bij deze beschikking vastgestelde behandeling hebben ondergaan. 3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor: a) melkproducten die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden: - alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in artikel 4, lid 2, vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied, - alle in het eindproduct gebruikte melkproducten voldoen aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden of zijn bereid met melk afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied, - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle, - de melkproducten worden duidelijk geïdentificeerd en worden bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en melkproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied, - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit onder de verantwoordelijkheid van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend; b) melkproducten die buiten het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met melk die vóór 1 februari 2001 is verkregen in het in bijlage I omschreven gebied, op voorwaarde dat de melkproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van melkproducten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied. 4. Melkproducten die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze melkproducten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. In afwijking van lid 4 kan, voor melkproducten die voldoen aan de in lid 2 vastgestelde eisen en die zijn verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2 vastgestelde eisen wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor melkproducten die aan de in lid 2 vastgestelde eisen voldoen en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 6 1. Het Verenigd Koninkrijk zendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied naar andere delen van zijn grondgebied. 2. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden. 3. De bovenstaande verbodsbepalingen gelden niet voor diepgevroren sperma en embryo's van runderen, die zijn verkregen vóór 1 februari 2001. 4. Op het bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden diepgevroren sperma van runderen vergezeld gaat, wordt de volgende vermelding aangebracht : "Dit diepgevroren sperma van runderen voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. Op het bij Richtlijn 89/556/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden embryo's van runderen vergezeld gaan, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze embryo's van runderen voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". Artikel 7 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor huiden die vóór 1 februari 2001 zijn verkregen of die voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in hoofdstuk 3, deel I, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, of punt B, derde en vierde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG. Behandelde huiden moeten zorgvuldig gescheiden worden gehouden van onbehandelde huiden. 3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een certificaat met de volgende vermelding : "Deze huiden voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk 3, deel 1, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat zij voldoen aan de eisen inzake de behandeling die zijn vastgesteld in hoofdstuk 3, deel 1, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk 3, deel 1, punt B, tweede en derde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in hoofdstuk 3, deel 1, punt B, tweede en derde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. Artikel 8 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren afkomstige producten die niet in de artikelen 2 tot en met 7 zijn genoemd en die na 1 februari 2001 zijn vervaardigd, uit het in bijlage I omschreven gebied. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen gier of vaste mest uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1, eerste alinea, vastgestelde verbod geldt niet voor: a) in lid 1, eerste alinea, bedoelde dierlijke producten die één van de volgende behandelingen hebben ondergaan: - een hittebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt, bij een Fo-waarde van ten minste 3,0, of - een hittebehandeling waarbij de kerntemperatuur op ten minste 70 °C wordt gebracht; b) bloed en bloedproducten zoals omschreven in hoofdstuk 7 van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG, die ten minste een van de volgende behandelingen hebben ondergaan: - hittebehandeling bij een temperatuur van 65 °C gedurende ten minste drie uur, gevolgd door een test op de doeltreffendheid, - bestraling met een straling van 2,5 megarad of met gammastralen, gevolgd door een test op de doeltreffendheid, - wijziging van de pH-waarde in pH 5 of lager gedurende ten minste twee uur, gevolgd door een test op de doeltreffendheid, - een behandeling zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG; c) reuzel en gesmolten vet die de in hoofdstuk 9, punt 2, onder A, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad voorgeschreven hittebehandeling hebben ondergaan; d) darmen van dieren waarop het bepaalde in hoofdstuk 2, punt B, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van overeenkomstige toepassing is; e) schapenwol, haar van herkauwers en varkenshaar, machinaal gewassen of via looiing verkregen, en onbewerkte schapenwol, onbewerkt haar van herkauwers en onbewerkt varkenshaar, droog en veilig verpakt; f) halfvochtig en gedroogd voeder voor gezelschapsdieren dat aan de in hoofdstuk 4, punt 2, respectievelijk punt 3, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad vastgestelde eisen voldoet; g) mengproducten waarvoor geen verdere behandeling vereist is en die producten van dierlijke oorsprong bevatten, met dien verstande dat de behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen; h) jachttrofeeën zoals bedoeld in hoofdstuk 13, punt B, onder 2, b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; i) verpakte producten bestemd voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens. 3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat de in lid 2 bedoelde dierlijke producten die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een officieel certificaat met de volgende vermelding: "Deze dierlijke producten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder b), c) en d), genoemde producten, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument dat krachtens de terzake geldende communautaire wetgeving is vereist en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder e), genoemde producten, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin is vermeld dat zij machinaal zijn gewassen, via looiing zijn verkregen of voldoen aan hoofdstuk 15, punten 2 en 4, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder g) genoemde producten die zijn vervaardigd in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat ingrediënten die reeds een behandeling of verwerking hebben ondergaan, voldoen aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, ermee worden volstaan dat dit wordt vermeld in het handelsdocument dat de zending vergezelt en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder i), genoemde producten, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat de producten bestemd zijn voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens, op voorwaarde dat op de producten op duidelijke wijze de vermelding "uitsluitend voor gebruik als in-vitrodiagnosticum" of "uitsluitend voor gebruik als laboratoriumreagens" is aangebracht. Artikel 9 In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, zien de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk erop toe dat het krachtens de communautaire wetgeving voor het intracommunautaire handelsverkeer vereiste handelsdocument wordt aangevuld met een kopie van een officieel certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, in overeenstemming is bevonden met de terzake geldende communautaire regelgeving en toereikend is om het mond- en klauwzeervirus te vernietigen of dat de betrokken producten zijn vervaardigd uit materiaal dat reeds een behandeling of bewerking heeft ondergaan en dat dienovereenkomstig is gecertificeerd, en dat bepalingen zijn vastgesteld om herbesmetting met het mond- en klauwzeervirus na behandeling te vermijden. Het certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, wordt voorzien van een verwijzing naar deze beschikking, is geldig gedurende 30 dagen, vermeldt de datum waarop de geldigheidsduur afloopt en kan worden hernieuwd nadat de inrichting is geïnspecteerd. Artikel 10 1. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat voertuigen die zijn gebruikt voor het vervoer van levende dieren, na elk transport worden gereinigd en ontsmet, en levert het bewijs dat deze ontsmetting is uitgevoerd. 2. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat exploitanten van uitvoerhavens in het Verenigd Koninkrijk ervoor zorgen dat de banden van alle wegvoertuigen die het Verenigd Koninkrijk verlaten, worden ontsmet. Artikel 11 De in de artikelen 3, 4, 5 en 8 vastgestelde beperkingen gelden niet voor de verzending van de in de artikelen 3, 4, 5 en 8 bedoelde producten uit het in bijlage I omschreven gebied, als die producten: - hetzij niet zijn vervaardigd in het Verenigd Koninkrijk en zijn bewaard in de oorspronkelijke verpakking waarop het land van oorsprong is vermeld, - hetzij in een erkende inrichting die gevestigd is in het in bijlage I omschreven gebied, zijn vervaardigd uit producten die reeds een behandeling of bewerking hebben ondergaan, die niet uit dat gebied afkomstig zijn, die sinds zij op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk zijn binnengebracht, bij vervoer, opslag en verwerking gescheiden zijn gehouden van producten die niet bestemd zijn om te worden verzonden uit het in bijlage I omschreven gebied, en die vergezeld gaan van een bij deze beschikking vereist handelsdocument of officieel certificaat. Artikel 12 1. Andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk zenden geen levende dieren van gevoelige soorten naar het in bijlage I omschreven gebied. 2. Onverminderd de reeds door de lidstaten genomen maatregelen, treffen andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk de nodige voorzorgsmaatregelen, inclusief het isoleren van gevoelige dieren en het preventief doden van schapen, geiten, gekweekt evenhoevig wild en kameelachtigen die tussen 1 en 21 februari 2001 uit het Verenigd Koninkrijk zijn verzonden. De in de eerste alinea bedoelde voorzorgsmaatregelen worden getroffen onverminderd artikel 6 van Beschikking 90/424/EEG van de Raad. 3. De lidstaten werken samen om de persoonlijke bagage van reizigers uit het Verenigd Koninkrijk te controleren en om voorlichtingscampagnes op te zetten die moeten voorkomen dat producten van dierlijke oorsprong op het grondgebied van andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk worden binnengebracht. 4. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat paardachtigen die vanop zijn grondgebied naar een andere lidstaat worden verzonden, vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage C bij Richtlijn 90/426/EEG van de Raad, dat uitsluitend mag worden afgegeven voor paardachtigen die in de laatste 15 dagen vóór de certificering niet hebben verbleven in een beschermingsgebied of een toezichtsgebied, ingesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 85/511/EEG. Artikel 13 1. Elke verwijzing naar Beschikking 2001/172/EG moet worden gelezen als een verwijzing naar de onderhavige beschikking. 2. Beschikking 2001/172/EG wordt ingetrokken. Artikel 14 De lidstaten brengen de maatregelen die zij ten aanzien van het handelsverkeer toepassen, in overeenstemming met deze beschikking. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Artikel 15 Deze beschikking is van toepassing tot en met 18 mei 2001 om middernacht. Artikel 16 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 4 mei 2001. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. (2) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49. (3) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. (4) PB L 315 van 26.11.1985, blz. 11. (5) PB L 62 van 2.3.2001, blz. 22. (6) PB L 109 van 19.4.2001, blz. 75. (7) PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64. (8) PB L 163 van 4.7.2000, blz. 35. (9) PB L 46 van 19.2.1991, blz. 19. (10) PB L 371 van 31.12.1994, blz. 14. (11) PB 121 van 29.7.1964, blz. 2012/64. (12) PB L 243 van 11.10.1995, blz. 7. (13) PB L 368 van 31.12.1994, blz. 10. (14) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 41. (15) PB L 47 van 21.2.1980, blz. 4. (16) PB L 26 van 31.1.1977, blz. 85. (17) PB L 10 van 16.1.1998, blz. 25. (18) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49. (19) PB L 2 van 5.1.2001, blz. 27. (20) PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10. (21) PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1. (22) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. (23) PB L 3 van 6.1.2001, blz. 27. (24) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42. (25) PB L 102 van 12.4.2001, blz. 63. (26) PB L 104 van 13.4.2001, blz. 6. (27) PB L 122 van 3.5.2001, blz. 31. (28) HACCP = Hazard Analysis and Critical Control Points. BIJLAGE I Groot-Brittannië, Noord-Ierland. BIJLAGE II Groot-Brittannië, Noord-Ierland.