Verordening (EG) nr. 1560/2000 van de Commissie van 17 juli 2000 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2771/1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room
Publicatieblad Nr. L 179 van 18/07/2000 blz. 0010 - 0010
Verordening (EG) nr. 1560/2000 van de Commissie van 17 juli 2000 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2771/1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1040/2000(2), en met name op artikel 10, Overwegende hetgeen volgt: (1) In Verordening (EG) nr. 2771/1999 van de Commissie van 16 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room(3) zijn bepalingen vastgesteld inzake de levering, inslag, opslag en uitslag van boter. Om de situatie voor de marktdeelnemers te verhelderen, moeten de bestaande bepalingen en met name de voorwaarden betreffende de opslagkosten en de controles bij contracten inzake de particuliere opslag van boter worden verduidelijkt. (2) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 2771/1999 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 17, lid 2, tweede en derde alinea, wordt gelezen:"De te betalen opslagkosten worden vastgesteld op basis van de overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 1883/78 van de Raad vastgestelde forfaitaire bedragen voor de kosten van inslag, opslag en uitslag(4).". 2. Artikel 33, lid 3, wordt gelezen: "3. Aan het einde van de contractuele opslag verricht de bevoegde instantie een steekproefsgewijze controle op het gewicht en de identificatie. Als de boter echter na afloop van de maximumtermijn voor contractuele opslag opgeslagen blijft, kan de in de eerste alinea bedoelde controle bij de uitslag worden verricht. Met het oog op de in de eerste alinea bedoelde controle waarschuwt de contractant de bevoegde instantie, met vermelding van de betrokken opslagpartijen, ten minste vijf werkdagen vóór: i) het verstrijken van de contractuele opslagtermijn van 210 dagen, of ii) het begin van de uitslag, als de uitslag binnen of na de termijn van 210 dagen plaatsvindt. De lidstaat kan instemmen met een waarschuwingstermijn van minder dan vijf werkdagen.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 17 juli 2000. Voor de Commissie Franz Fischler Lid van de Commissie (1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. (2) PB L 118 van 19.5.2000, blz. 1. (3) PB L 333 van 24.12.1999, blz. 11. (4) PB L 216 van 5.8.1978, blz. 1.