Verordening (EG) nr. 213/2000 van de Raad van 24 januari 2000 tot vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Letland
Publicatieblad Nr. L 024 van 29/01/2000 blz. 0003 - 0006
VERORDENING (EG) Nr. 213/2000 VAN DE RAAD van 24 januari 2000 tot vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Letland DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Verordening (EG) nr. 26/1999(1) is vastgesteld in afwachting van de aanpassing van de respectieve protocollen nr. 2 van de Europaovereenkomsten met de Baltische staten, teneinde tot en met 31 december 1999 het niveau van de naar aanleiding van de resultaten van de Uruguayronde voor de landbouwsector reeds toegekende preferenties te handhaven. (2) Gezien de procedures voor de formele goedkeuring van het protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europaovereenkomst met Letland, hierna het "aanpassingsprotocol" genoemd, is het wellicht niet mogelijk dat het aanpassingsprotocol op 1 januari 2000 in werking treedt. Derhalve dient te worden voorzien in autonome verlenging van de concessies ten gunste van Letland tot en met 31 december 2000. (3) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(2). (4) Bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie(3) zijn de voorschriften gecodificeerd voor het beheer van tariefcontingenten die bestemd zijn om te worden gebruikt in de chronologische volgorde van de goedkeuringsdata van de aangiftes voor het in het vrije verkeer brengen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor de in bijlage I vermelde goederen van oorsprong uit Letland gelden van 1 januari tot en met 31 december 2000 de in die bijlage vastgestelde tariefcontingenten en preferentiële douanerechten. De basisbedragen die voor de berekening van de bij invoer in de Gemeenschap geldende verlaagde agrarische elementen en aanvullende rechten in aanmerking moeten worden genomen, zijn in bijlage II vermeld. Artikel 2 Indien Letland niet langer gelijkwaardige maatregelen ten gunste van de Gemeenschap toepast, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 3 de toepassing van de maatregelen van artikel 1 opschorten. Artikel 3 1. De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 3448/93(4) bedoelde comité. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt gesteld op één maand. 3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast. Artikel 4 1. De in het met Letland gesloten aanpassingsprotocol vermelde concessies voor de handel in verwerkte landbouwproducten vervangen de in de overeenkomstige bijlagen van deze verordening bedoelde concessies: a) met ingang van 1 januari 2000, als het aanpassingsprotocol op die datum in werking is getreden, of b) vanaf de datum van inwerkingtreding van het aanpassingsprotocol als dit na 1 januari 2000 in werking treedt. 2. De uitvoeringsbepalingen van de maatregelen van deze verordening zijn ook van toepassing op de overeenkomstige maatregelen van het aanpassingsprotocol. Artikel 5 De in bijlage I bedoelde contingenten worden door de Commissie beheerd in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 308 bis tot en met 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93. Artikel 6 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2000. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 24 januari 2000. Voor de Raad De voorzitter J. GAMA (1) Verordening (EG) nr. 26/1999 van de Raad van 21 december 1998 tot vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de Europaovereenkomsten met Litouwen, Letland en Estland inzake bepaalde verwerkte landbouwproducten (PB L 5 van 9.1.1999, blz. 1). (2) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. (3) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1662/1999 (PB L 197 van 29.7.1999, blz. 25). (4) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2491/98 (PB L 309 van 19.11.1998, blz. 28). BIJLAGE I >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II Basisbedragen in aanmerking genomen bij de berekening van de agrarische elementen en aanvullende invoerrechten >RUIMTE VOOR DE TABEL>