Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 10 november 2000 betreffende de handhaving van specifieke beperkende maatregelen tegen Slobodan Milosevic en de met hem verbonden personen
Publicatieblad Nr. L 287 van 14/11/2000 blz. 0001 - 0001
Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 10 november 2000 betreffende de handhaving van specifieke beperkende maatregelen tegen Slobodan Milosevic en de met hem verbonden personen (2000/696/GBVB) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name artikel 15, Overwegende hetgeen volgt: (1) In de verklaring die hij op 9 oktober 2000 te Luxemburg heeft aangenomen deelt de Raad mee dat de Unie heeft besloten alle sinds 1998 tegen de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) getroffen sancties in te trekken, met uitzondering van de bepalingen tegen de voormalige president van de FRJ, Slobodan Milosevic en de met hem verbonden personen, aangezien dezen een bedreiging vormen voor de consolidatie van de democratie in de FRJ. (2) In artikel 3 van Gemeenschappelijk Standpunt 2000/599/GBVB(1) staat dat de Gemeenschappelijke Standpunten 1998/240/GBVB(2), met uitzondering van de artikelen 1 en 2, 1998/326/GBVB(3), 1998/374/GBVB(4) en 1999/318/GBVB(5) worden herzien om alleen de beperkende maatregelen te handhaven die zijn gericht tegen Slobodan Milosevic en de met hem verbonden natuurlijke personen. (3) Om redenen van transparantie en duidelijkheid dienen de bepalingen betreffende Slobodan Milosevic en de met hem verbonden natuurlijke personen te worden opgenomen in één tekst. (4) Voor de toepassing van sommige van de hierna genoemde maatregelen is een actie op communautair niveau noodzakelijk, HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD: Artikel 1 1. Het verbod op het afgeven van visa bedoeld in artikel 4 van Gemeenschappelijk Standpunt 1998/240/GBVB, artikel 1 van Gemeenschappelijk Standpunt 1998/725/GBVB(6) en artikel 1 van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/318/GBVB wordt beperkt tot de voormalige president van de FRJ, Slobodan Milosevic en de met hem verbonden natuurlijke personen. 2. De lijst van personen die onder het toepassingsgebied van lid 1 vallen wordt opgesteld en bijgewerkt bij een toepassingsbesluit van de Raad. Artikel 2 De bevriezing van tegoeden in het buitenland bedoeld in artikel 1 van Gemeenschappelijk Standpunt 1998/326/GBVB en artikel 2 van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/318/GBVB wordt beperkt tot de tegoeden van Slobodan Milosevic en de met hem verbonden natuurlijke personen. Artikel 3 Het Gemeenschappelijk Standpunt 1998/374/GBVB, artikel 3 van Gemeenschappelijk Standpunt 1998/240/GBVB en de artikelen 3 en 5 van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/318/GBVB worden ingetrokken. Artikel 4 Dit gemeenschappelijk standpunt treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. Artikel 5 Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad. Gedaan te Brussel, 10 november 2000. Voor de Raad De voorzitter C. Josselin (1) Dit gemeenschappelijk standpunt is in het Engels bekendgemaakt in PB L 255 van 9.10.2000, blz. 1. De Nederlandse tekst is bekendgemaakt in PB L 261 van 14.10.2000, blz. 1. (2) PB L 95 van 27.3.1998, blz. 1. (3) PB L 143 van 14.5.1998, blz. 1. (4) PB L 165 van 10.6.1998, blz. 1. (5) PB L 123 van 13.5.1999, blz. 1. Gemeenschappelijk standpunt gewijzigd en aangevuld, laatstelijk bij Gemeenschappelijk Standpunt 2000/56/GBVB (PB L 21 van 26.1.2000, blz. 4). (6) PB L 345 van 19.12.1998, blz. 1.