32000D0721

2000/721/EG: Beschikking van de Commissie van 7 november 2000 tot vaststelling van vaccinatiemaatregelen ter aanvulling van de maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza in Italië en tot vaststelling van specifieke maatregelen voor de controle van verplaatsingen (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 3257) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 291 van 18/11/2000 blz. 0033 - 0036


Beschikking van de Commissie

van 7 november 2000

tot vaststelling van vaccinatiemaatregelen ter aanvulling van de maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza in Italië en tot vaststelling van specifieke maatregelen voor de controle van verplaatsingen

(kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 3257)

(Voor de EER relevante tekst)

(2000/721/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG(2), en met name op artikel 10, lid 4,

Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG, en met name op artikel 9, lid 4,

Gelet op Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza(4), en met name op artikel 16,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In 1999 en 2000 hebben zich in Italië uitbraken van aviaire influenza voorgedaan met, uit economisch oogpunt, rampzalige gevolgen voor de pluimvee-industrie.

(2) Bij het epizoötiologisch onderzoek naar aviaire influenza heeft Italië de aanwezigheid van een laagpathogeen virus van aviaire influenza geconstateerd.

(3) Het laagpathogene virus kan muteren in een hoogpathogeen virus en bijgevolg ziekte-uitbraken veroorzaken.

(4) Het laagpathogene virus circuleert momenteel in een deel van Italië met een zeer dichte pluimveepopulatie.

(5) In een dergelijke situatie kan vaccinatie een doeltreffend middel zijn ter aanvulling van de normale ziektebestrijdingsmaatregelen.

(6) In de gebieden waar tegen aviaire influenza wordt gevaccineerd, moeten de verplaatsingen van gevaccineerd pluimvee worden beperkt.

(7) Italië heeft, voor een bepaald deel van zijn grondgebied, een vaccinatieprogramma, inclusief specifieke beperkende maatregelen, ingediend ter aanvulling van de normale maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza.

(8) Voor de tenuitvoerlegging van het programma heeft Italië het gebruik toegestaan van een geïnactiveerd vaccin tegen aviaire influenza. Het vaccin wordt aangemaakt met de Master seed stam CK/Pak/95-H7.

(9) De Commissie stelt een technische werkgroep in om het door Italië ingediende vaccinatieprogramma te onderzoeken.

(10) Italië stelt specifieke beperkende maatregelen vast die gelden in het kader van de toepassing van het vaccinatieprogramma enerzijds en met betrekking tot het intracommunautaire handelsverkeer anderzijds.

(11) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Het door Italië ingediende programma inzake vaccinatie tegen aviaire influenza wordt goedgekeurd en wordt uitgevoerd in het in bijlage I omschreven gebied.

2. Het in lid 1 bedoelde programma wordt vóór 1 november 2000 opnieuw bezien door een technische werkgroep teneinde, indien mogelijk, het programma efficiënter te maken.

3. De werkgroep wordt ingesteld door de Commissie.

Artikel 2

De beperkingen op verplaatsingen van levende vogels, broedeieren, consumptie-eieren en vlees van pluimvee binnen, vanuit en naar het in bijlage I omschreven gebied, zijn van toepassing zoals vastgesteld in het in artikel 1, lid 1, bedoelde vaccinatieprogramma.

Artikel 3

1. Italië verzendt geen levende vogels en broedeieren van herkomst en/of van oorsprong uit het in bijlage II omschreven gebied.

2. Italië verzendt geen levende vogels en broedeieren van herkomst en/of van oorsprong uit zijn grondgebied met uitzondering van het in bijlage II omschreven gebied, tenzij vaststaat dat er geen contacten zijn geweest met of dat er, voorzover het gaat om aviaire influenza, geen epizoötiologisch verband bestaat met een bedrijf of een broederij in het in bijlage I omschreven gebied.

Artikel 4

Op de diergezondheidscertificaten waarvan partijen levende dieren en broedeieren uit Italië vergezeld gaan, wordt de volgende verklaring aangebracht: "Deze partij voldoet aan de bij Beschikking 2000/721/EG vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften".

Artikel 5

Vers vlees van pluimvee van oorsprong uit het in bijlage I omschreven gebied en vers vlees van pluimvee dat is geproduceerd in slachthuizen in het in bijlage I omschreven gebied, moet worden gemerkt overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 91/494/EEG van de Raad(5) en mag niet uit Italië worden verzonden.

Artikel 6

Italië ziet erop toe dat in het in bijlage I omschreven gebied:

1. bij het verzamelen, opslaan en vervoeren van consumptie-eieren alleen gebruik wordt gemaakt van wegwerpverpakkingsmateriaal of van verpakkingsmateriaal dat kan worden gereinigd en ontsmet;

2. alle voor pluimvee, broedeieren, consumptie-eieren en pluimveevoeder gebruikte transportmiddelen onmiddellijk vóór en na elk transport worden gereinigd en ontsmet met ontsmettingsmiddelen en overeenkomstig gebruiksvoorschriften die door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.

Artikel 7

Verplaatsingen van levend pluimvee en broedeieren uit gebieden in Italië buiten het in bijlage II omschreven gebied naar andere lidstaten zijn alleen toegestaan indien daarvan vijf dagen vooraf aangifte is gedaan bij de centrale en lokale veterinaire autoriteiten in de lidstaat van bestemming. Deze aangifte wordt gedaan door de bevoegde veterinaire autoriteit.

Artikel 8

1. Italië stelt de Commissie en de andere lidstaten ten minste vijf dagen vooraf in kennis van de datum waarop met de vaccinatie zal worden begonnen.

2. De artikelen 2 tot en met 7 zijn van toepassing vanaf het begin van de vaccinatie en zij blijven van toepassing gedurende een periode die moet worden bepaald voordat de vaccinatie is voltooid.

Artikel 9

Italië dient om de zes maanden een verslag in met informatie over de doelmatigheid van het in artikel 1, lid 1, bedoelde vaccinatieprogramma.

Artikel 10

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 7 november 2000.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(2) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.

(3) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(4) PB L 167 van 22.6.1992, blz. 1.

(5) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 35.

BIJLAGE I

Gebied waar wordt gevaccineerd:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Het gewest Veneto, bestaande uit de volgende provincies:

Belluno

Padova

Rovigo

Treviso

Verona

Vicenza

Venezia