2000/465/EG: Besluit van het Europees Parlement van 13 april 2000 tot verlening van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting voor het begrotingsjaar 1998 van de Europese Unie: afdeling IV - Hof van Justitie, afdeling V - Rekenkamer en afdeling VI - deel B - Comité van de Regio's
Publicatieblad Nr. L 191 van 27/07/2000 blz. 0001 - 0002
Publicatieblad Nr. 040 van 07/02/2001 blz. 0389 - 0391
Besluit van het Europees Parlement van 13 april 2000 tot verlening van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting voor het begrotingsjaar 1998 van de Europese Unie: afdeling IV - Hof van Justitie, afdeling V - Rekenkamer en afdeling VI - deel B - Comité van de Regio's (2000/465/EG) HET EUROPEES PARLEMENT, Gelet op de ontvangsten- en uitgavenrekening en de balans voor het begrotingsjaar 1998 (SEC(1999) 414 - C5-0008/1999), Gelet op het jaarverslag van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 1998 (C5-0266/1999)(1), Gelet op de aanbeveling van de Raad van 13 maart 2000 (C5-0154/2000), Gelet op artikel 272, lid 10, van het EG-Verdrag, Gelet op artikel 22, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement, Gelet op het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A5-0089/2000), Hof van Justitie 1. Merkt op dat het groene licht voor de evacuering van het hoofdgebouw van het Hof van Justitie (Palais) door de verantwoordelijke instanties, het Hof van Justitie en de Luxemburgse autoriteiten, pas werd gegeven vier jaar nadat de eerste maatregelen in verband met de aanwezigheid van asbest waren genomen; 2. Verklaart dat het bij zijn beoordeling van het gebouwenbeleid van het Hof van Justitie in sterke mate zal letten op het buitengewone verslag dat de Rekenkamer thans over de bijgebouwen van het Palais-gebouw opstelt; 3. Verzoekt het Hof van Justitie om, op tijd voor de eerste lezing van de ontwerp-begroting van 2001, een verslag in te dienen over de wijze waarop het verbetering denkt te brengen in de kwaliteit van de financiële ramingen die voor krediet van artikel 2 7 0 (Publicatieblad) worden toegepast, aangezien er een permanente behoefte blijkt te bestaan om de in de begrotingsjaren 1995-1997 daarvoor uitgetrokken kredieten achteraf aan te vullen; Rekenkamer 4. Spreekt nogmaals zijn afkeuring uit over de dalende tendens bij het gebruik van de kredieten bestemd voor hoofdstuk 15 (Personeelsuitwisselingen tussen de instellingen van de Gemeenschap en de openbare en particuliere sector); onderstreept dat deze uitwisselingen zeer positieve resultaten kunnen hebben, met name voor de nationale ambtenaren en besturen; verzoekt de Rekenkamer om op tijd voor de eerste lezing van de begroting van 2001 een rapport voor te leggen waarin het een uiteenzetting geeft van zijn beleid met betrekking tot de desbetreffende personeelsuitwisselingen en de problemen die een volledige gebruikmaking van de beschikbare middelen vanaf 1997 in de weg hebben gestaan; 5. Merkt op dat de kredieten bestemd voor artikel 1 0 4 (Dienstreiskosten, plaatselijke reiskosten en incidentele uitgaven) tweemaal moesten worden aangevuld om de leden in staat te stellen het auditprogramma voor 1998 te voltooien; verzoekt de Rekenkamer zijn planning en ramingen op dit punt te verbeteren; Comité van de Regio's 6. Dringt er bij het Comité van de Regio's op aan alle nodige stappen te doen om een ombuiging te bewerkstelligen van de ernstig teruggaande tendens bij de besteding van de kredieten (56,27 %) die automatisch uit het vorige begrotingsjaar zijn overgedragen; verlangt in dit verband dat er uiterlijk op 15 juni 2000 aan het Parlement een verslag wordt uitgebracht over alle automatisch van 1997 naar 1998 en van 1998 naar 1999 overgedragen kredieten van afdeling VI waarbij het percentage annuleringen hoger is dan 10 %; 7. Dringt er nogmaals bij het Comité van de Regio's op aan verbetering te brengen in het financieel beheer van de kredieten waarvan de uitvoering door de Begrotingsautoriteit aan hem is toevertrouwd; 8. Herinnert eraan dat de Rekenkamer in het kader van de ondersteuning van het Parlement bij de controle op de uitvoering van de begroting bij het Comité van de regio's een controle-onderzoek heeft verricht naar de juistheid en doeltreffendheid van de maatregelen die het Comité heeft genomen om te voorkomen dat de in het jaarverslag 1996 geconstateerde onregelmatigheden zich zouden herhalen; stelt vast dat de Rekenkamer in aansluiting op dit in september 1999 uitgevoerde onderzoek tot de conclusie is gekomen dat zij momenteel niet in staat is de doeltreffendheid van de door het Comité van de Regio's genomen maatregelen officieel te bevestigen; dringt erop aan dat de meest recente regels, die op 1 april 2000 in werking zijn getreden en die een verscherping van de controles op uitbetaling van reiskostenvergoedingen en dagelijkse reis- en verblijfskostenvergoedingen tot doel hebben, volledig in overeenstemming moeten zijn met de opmerkingen van de Rekenkamer; verlangt dat deze laatste ook een evaluatie moeten omvatten van de doelmatigheid van de nieuwe regels die op grond van zijn jaarverslag van 1996 zijn ingevoerd; 9. Betreurt het dat het Comité van de Regio's, evenals het Economisch en Sociaal Comité, bijna twee jaar nadat het Parlement het Belliard-complex heeft verlaten blijkbaar niet de vereiste voortvarendheid aan de dag heeft gelegd bij zijn verhuizing naar dit complex; is van mening dat door de langdurige onderhandelingen met de eigenaars van de gebouwen uiteindelijk de naleving dreigt te worden ondermijnd van de toezegging van de beide comités om zo spoedig mogelijk naar het Belliard-complex te verhuizen; benadrukt dat de hierdoor opgetreden situatie nadelig is voor de communautaire begroting, aangezien huur en bijkomende kosten nu zowel voor de huidige behuizing van de beide comités (Ardenne en Ravenstein) als de toekomstige behuizing (Belliard-complex) verschuldigd zijn; 10. Dringt er bij het Comité van de Regio's, evenals bij het Economisch en Sociaal Comité, op aan om de bovengenoemde onderhandelingen spoedig tot een goed einde te brengen op grond van het beginsel van gezond financieel beheer en zorg te dragen voor een optimaal gebruik van de middelen die de Begrotingsautoriteit hun op verzoek beschikbaar heeft gesteld (overschrijving nr. 44/99 ten belope van 26 miljoen EUR); Kwijtingsbesluit 11. Verleent aan de griffier van het Hof van Justitie en de secretarissen-generaal van de Rekenkamer en het Comité van de Regio's kwijting voor de uitvoering van hun begrotingen voor het jaar 1998; 12. Verzoekt zijn voorzitster dit besluit te doen toekomen aan de betrokken instellingen en het desbetreffende adviesorgaan en het te laten publiceren in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (reeks L). De secretaris-generaal Julian Priestley De voorzitster Nicole Fontaine (1) PB. C 349 van 3.12.1999.