2000/360/EGKS: Beschikking van de Commissie van 15 februari 2000 betreffende overheidssteun die België voornemens is te verlenen aan NV Sidmar (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 517) (Voor de EER relevante tekst) (Slechts de tekst in de Nederlandse en in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 129 van 30/05/2000 blz. 0026 - 0029
Beschikking van de Commissie van 15 februari 2000 betreffende overheidssteun die België voornemens is te verlenen aan NV Sidmar (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 517) (Slechts de tekst in de Nederlandse en in de Franse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (2000/360/EGKS) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en met name op artikel 4, punt c), Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, punt a), in samenhang met Protocol nr. 14, Gelet op Beschikking nr. 2496/96/EGKS van de Commissie van 18 december 1996 houdende communautaire regels voor steun aan de ijzer- en staalindustrie(1), Na belanghebbenden overeenkomstig de voormelde bepalingen te hebben verzocht hun opmerkingen kenbaar te maken(2) en gezien deze opmerkingen, Overwegende hetgeen volgt: I. PROCEDURE (1) Bij schrijven van 21 oktober 1998 stelde België de Commissie ervan in kennis dat de autoriteiten van Vlaanderen voornemens waren steun te verlenen aan het staalbedrijf NV Sidmar voor zes investeringsprojecten voor milieubescherming. Bij brieven van, respectievelijk, 31 mei en 23 juni 1999 ontving de Commissie bijkomende informatie van België. (2) Bij schrijven van 11 augustus 1999 stelde de Commissie België ervan in kennis dat zij ten aanzien van voornoemde steun besloten had de procedure van artikel 6, lid 5, van Beschikking nr. 2496/96/EGKS, hierna de "staalsteuncode" genoemd, in te leiden. (3) De beschikking van de Commissie om de procedure in te leiden werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3). De Commissie verzocht de belanghebbenden om hun opmerkingen betreffende de steun kenbaar te maken. (4) De Commissie ontving opmerkingen van NV Sidmar. Zij zond deze aan België, die in de gelegenheid werd gesteld om daarop te reageren; de opmerkingen van België werden bij brief van 10 december 1999 ontvangen. II. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUN (5) NV Sidmar is een te Gent, België, gevestigd staalbedrijf dat voornamelijk in handen is van ARBED SA, Luxemburg. De onderneming produceert verschillende EGKS-staalproducten, onder meer warm- en koudgewalste breedband en plaat met of zonder oppervlaktebekleding. In 1997 produceerde zij 4137000 t vloeibaar staal en behaalde zij een omzet van 55814 miljoen BEF. Op 31 december 1997 had zij 6005 personen in dienst. De installaties van de onderneming dateren van 1966, 1967 en 1972. De nieuwe investeringen hebben betrekking op aanpassingen van deze installaties om aan de nieuwe normen te voldoen of om die normen nog aanmerkelijk te overtreffen. (6) Het steunvoorstel bestaat uit een subsidie van 102955200 BEF voor de kosten van zes investeringsprojecten die de onderneming ten behoeve van de milieubescherming zal uitvoeren. Dit bedrag vertegenwoordigt 15 % van de investeringskosten die volgens de autoriteiten van Vlaanderen in aanmerking komen. De totale investeringskosten bedragen 953500000 BEF, als volgt uitgesplitst: >RUIMTE VOOR DE TABEL> (7) Met het project "Stofcaptatie toeslagstoffenloskraan" beoogt de onderneming de stofhinder voor de omgeving bij het lossen van schepen te verminderen. Deze maatregelen zijn niet wettelijk verplicht, maar de verbetering bij de bescherming van het milieu die daarmee zal worden bereikt is zeer aanzienlijk (een vermindering van 15 t/jaar tot 2 t/jaar stofemissie). De investering heeft geen gevolgen voor de productie en alle kosten hebben uitsluitend betrekking op het doel milieubescherming. (8) De onderneming beoogt met het project "Behandeling waswater hoogovens" de werking van haar bestaande waterzuiveringsysteem te optimaliseren. Aangezien de onderneming reeds vóór het doorvoeren van deze investering aan de normen voor lozing van afvalwater in het kanaal voldeed, vormt deze investering een extra inspanning op het stuk van de vermindering van de milieubelastende effecten, die aanzienlijk is (een vermindering van 5 t/jaar tot 2 t/jaar zinklozing). De investering heeft geen gevolgen voor de productie en alle kosten hebben uitsluitend betrekking op het doel milieubescherming. (9) Het project "Aanpassing roostoven nr. 4" betreft de vervanging van de huidige filter, de bouw van een zwaardere afzuigventilator, het vervangen van de bestaande schoorsteen en het plaatsen van een noodschoorsteen. De huidige chloorgasemissie bedraagt ongeveer 25 mg/Nm3, terwijl de norm vanaf 1 januari 1999 5 mg/Nm3 bedraagt. Met deze investering beoogt de onderneming de rookgassen zelfs verdergaand te zuiveren dan hetgeen vanaf 1 januari 1999 wettelijk verplicht is door naar een emissie van 3 mg Cl/Nm3 te streven. Voor chloorwaterstofgas bedraagt de huidige emissie ongeveer 50 mg/Nm3, terwijl de nieuwe norm per 1 januari 1999 30 mg HCl/Nm3 eist. Na de investering zal het emissieniveau slechts 15 mg/Nm3 bedragen. De investering heeft geen gevolgen voor de productie en alle kosten hebben uitsluitend betrekking op het doel milieubescherming. (10) Met het project "Optimalisatie industriële rioleringen" beoogt de onderneming het hergebruik van haar afvalwater verder te optimaliseren om aldus tot een jaarlijkse waterbesparing van 9 miljoen m3 te komen (het huidige jaarverbruik bedraagt 35 miljoen m3). De investering omvat het leggen van een bijkomend leidingnet en het plaatsen van twee bijkomende pompen. De bijkomende leidingen zijn noodzakelijk om het gezuiverde afvalwater terug te voeren naar de koudwalserij en om het afvalwater van de cokesfabriek naar de bezinkput van de warmwalserij te voeren. Na de investering blijft het gehalte aan vervuilende stoffen gelijk, maar een vermindering van het volume zal de absolute lozing van vervuilende stoffen beperken. De bruto COD-lozing zal van 1300 t afnemen tot 1000 t per jaar. De PAK-lozing zal van 5 kg per jaar tot 4 kg per jaar dalen en de lozing van zware metalen zal naar evenredigheid eveneens afnemen. Bovendien zal de hoeveelheid zuiveringsslib dat via een erkende slibverwerker moet worden weggewerkt en uiteindelijk moet worden gestort, eveneens met 200 t per jaar afnemen. De investering heeft geen gevolgen voor de productiekosten, aangezien het water zonder kosten uit een kanaal wordt gepompt en alle kosten houden uitsluitend verband met het doel milieubescherming. (11) Met het project "Verbetering stofcaptatie laadinrichting hoogovens" beoogt de onderneming de stofemissies rond de laadinrichting van de hoogovens te verminderen. Vóór de investering beschikte zij over een afzuiginstallatie en een filter met een capaciteit van 140000 Nm3 per uur. Naast de bestaande installatie zal een bijkomende installatie met een capaciteit van 100000 Nm3 per uur worden gebouwd. Na captatie en zuivering wordt het afvalgas via een schoorsteen met een debiet van 10000 Nm3/uur geloosd. Na zuivering blijft een stofgehalte van hoogstens 10 mg/Nm3 over, hetgeen neerkomt op een residuele stofemissie van minder dan 1 t per jaar, vergeleken met de huidige diffuse stofemissie van 30 t per jaar. De investering heeft geen gevolgen voor de productie en alle kosten houden uitsluitend verband met het doel milieubescherming. (12) Met het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" beoogt de onderneming de stofemissies van de sinteroven te verminderen. De stofemissie bedraagt thans 151 mg/Nm3, terwijl de nieuwe norm vanaf januari 1999 slechts 50 mg/Nm3 toelaat. Na de investering zal de stofemissie tot 20 mg/Nm3 worden beperkt, een volume dat ruim onder de nieuwe norm blijft. Volgens de aanmelding bestaat het project uit twee hoofdonderdelen: a) Elektrofilter De elektrofilter is het onderdeel van de investering dat rechtstreeks verband houdt met de beperking van de stofemissies overeenkomstig de nieuwe wettelijke norm. Dit gedeelte van de investering kost 36 miljoen BEF; de Belgische autoriteiten zijn voornemens deze tot maximaal 15 % te financieren. b) Energiebesparingen Het andere gedeelte van de investering, een nieuwe sinteroven, is energiebesparend en draagt in die zin ook bij tot de vermindering van de milieubelastende gevolgen. De investering is energiebesparend omdat de restwarmte wordt teruggewonnen en omdat de koeling van de sinters energie-efficiënter gebeurt. Aangezien de sinters reeds gebroken zijn, kan de lucht beter door het sinterbed stromen en is het contactoppervlak sinter/koellucht groter, zodat de warmteoverdracht doeltreffender is. Door de verminderde energiebehoefte voor koeling kan het geïnstalleerde vermogen van de koelventilatoren tot 2 MW worden verminderd, terwijl dat thans 5,6 MW bedraagt. Dit gedeelte van de investering kost 582 miljoen BEF. De Belgische autoriteiten zijn voornemens om een subsidie van 73,44 miljoen BEF toe te kennen, wat neerkomt op 15 % van de investeringskosten die volgens die autoriteiten voor steun in aanmerking komen, dit wil zeggen 486740316 BEF. Deze in aanmerking komende kosten worden berekend door twee jaar besparingen van de investeringskosten af te trekken. (13) De Commissie was van oordeel dat met de zes projecten milieudoelstellingen worden nagestreefd. Met uitzondering van de steun voor het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" is aan alle voorwaarden van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu(4), hierna "milieukaderregeling" genoemd, en de staalsteuncode voldaan. In het bijzonder bij de eerste vijf projecten blijft de steunintensiteit beneden de toegestane plafonds, hebben alle kosten betrekking op milieubescherming en komen de verontreinigingsniveaus aanzienlijk lager te liggen. (14) Wat het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" betreft, is de Commissie evenwel van oordeel dat de aangemelde steun de toegestane limieten overschrijdt. Dit komt omdat de Belgische autoriteiten voor de in aanmerking komende kosten een bredere basis gebruiken dan volgens de communautaire voorschriften is toegestaan, waarin is bepaald dat alle kostenvoordelen die een onderneming uit de investering haalt, van de projectkosten moeten worden afgetrokken. België stelt voor om alleen de besparingen welke gedurende twee jaar worden verwezenlijkt, van de kosten af te trekken in plaats van die welke worden gemaakt gedurende de tien jaar die overeenkomt met de afschrijvingsperiode van de investering. Teneinde alle kostenvoordelen van een investering vast te stellen, moet rekening worden gehouden met de volledige levensduur van de investering. In deze zaak hebben de Belgische autoriteiten medegedeeld dat de afschrijvingsperiode/levensduur van de investering tien jaar bedraagt. Indien de te realiseren besparingen slechts gedurende twee jaar zouden worden afgetrokken, zou de onderneming gedurende de resterende acht jaar met de gesteunde investering een kostenvoordeel verkrijgen, hetgeen tegen de voorschriften indruist. (15) De Belgische autoriteiten hebben daaraan toegevoegd dat de onderneming over de periode van tien jaar energiebesparingen voor een bedrag van 510075887 BEF verwacht maar dat zij over diezelfde periode met betrekking tot deze investering een bijkomend bedrag van 485533829 BEF zal uitgeven, als volgt uitgesplitst: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Over een periode van tien jaar zouden die bijkomende kosten de door de nieuwe investering teweeggebrachte besparingen compenseren zodat de onderneming netto slechts 24542000 BEF zou besparen, hetgeen het bedrag zou zijn dat dient te worden afgetrokken indien de levensduur van de investering in aanmerking wordt genomen. (16) De Commissie kon met deze benadering niet instemmen en zij had ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de voor dit project voorgenomen steun. Zij besloot derhalve de procedure van artikel 6, lid 5, van de staalsteuncode in te leiden. III. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN (17) De begunstigde onderneming, NV Sidmar, was de enige belanghebbende die opmerkingen heeft ingediend, hetgeen bij brief van 29 oktober 1999 gebeurde. Hierin stelt NV Sidmar zich op het standpunt dat de investering niet met het oog op energiebesparingen gebeurde, zoals was aangemeld door de Belgische autoriteiten, maar om aan nieuwe milieunormen te voldoen, aangezien deze investering niet kan worden losgekoppeld van het eerste deel van het project dat onder "elektrofilter" is beschreven. Voorts is de onderneming van mening dat, volgens de milieukaderregeling, wanneer een onderneming een project uitvoert om aan nieuwe milieunormen te voldoen, van de investeringskosten geen kostenbesparingen dienen te worden afgetrokken. Ten slotte meent NV Sidmar dat indien de Commissie erop zou staan om het project te beschouwen als een investering die op energiebesparingen gericht is en om dergelijke voordelen af te trekken, alle kosten met betrekking tot het project, zoals voorheen verklaard, van de besparingen moeten worden afgetrokken. IV. OPMERKINGEN VAN BELGIË (18) In het kader van de procedure hebben de Belgische autoriteiten hun standpunt zoals vermeld in de aanmelding herhaald, met name dat alleen de gedurende twee jaar behaalde besparingen van de kosten met betrekking tot het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" dienen te worden afgetrokken. Zij ondersteunen het standpunt van de onderneming echter dat, indien een tienjarige periode in aanmerking wordt genomen, dan tevens alle kosten in verband met de investering in aanmerking zouden moeten worden genomen. Bovendien zijn zij het eens met de opmerkingen die de onderneming in het kader van de procedure heeft gemaakt, met name dat het project ten doel heeft de stofemissie van de sinterfabriek te verminderen teneinde aan de nieuwe Vlarem II-normen te voldoen en dat het investeringsproject één geheel vormt. Het energiebesparingseffect was nimmer de hoofdreden voor de investering. Bijgevolg menen de Belgische autoriteiten dat de Commissie de in aanmerking komende steun dient te onderzoeken in het raam van de in de milieukaderregeling opgenomen regels betreffende investeringssteun om ondernemingen te helpen de nieuwe normen in acht te nemen. V. BEOORDELING VAN DE STEUN (19) In artikel 3 van de staalsteuncode is bepaald dat staalbedrijven voor steun in aanmerking kunnen komen met betrekking tot investeringen die bijdragen tot een betere milieubescherming. De regels en voorwaarden voor het verlenen van milieusteun zijn uiteengezet in de bijlage bij de staalsteuncode en in de milieukaderregeling. Volgens deze voorschriften is steun voor investeringen die erop gericht zijn aan nieuwe verplichte normen te voldoen, toelaatbaar tot een niveau van 15 % bruto van de in aanmerking komende kosten (van punt 3.2, onder A, van de milieukaderregeling), terwijl steun voor investeringen die gericht zijn op een aanzienlijk hoger niveau van bescherming van het milieu dan wettelijk verplicht tot maximaal 30 % bruto van de in aanmerking komende kosten worden toegestaan (punt 3.2, onder B, van de milieukaderregeling). De in aanmerking komende kosten dienen uitsluitend betrekking te hebben op de bescherming van het leefmilieu. (20) Zoals is vermeld in de bijlage bij de staalsteuncode, tracht de Commissie bij de beoordeling van steun voor milieudoeleinden te vermijden dat algemene investeringssteun voor nieuwe installaties onder het mom van milieubescherming wordt verleend. Bijgevolg ziet de Commissie er strikt op toe dat alleen investeringskosten met betrekking tot milieubescherming voor steun in aanmerking komen. Immers is, in tegenstelling tot het standpunt van de onderneming, in de milieukaderregeling duidelijk bepaald dat "voor steun uitsluitend de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden in aanmerking (komen)". Dit geldt voor alle investeringen, ongeacht de oorspronkelijke reden van de onderneming om de investering uit te voeren: het voldoen aan nieuwe regels, het verbeteren tot boven de normen of het energieverbruik verminderen. Zoals in punt 2.3 van de milieukaderregeling is bepaald: "Steun voor energiebesparing wordt (...) behandeld als steun voor milieudoeleinden". (21) Zoals bij de inleiding van de procedure werd uiteengezet, is de Commissie van oordeel dat het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" aanzienlijke milieuvoordelen met zich meebrengt en is zij derhalve van oordeel dat het project voor steun in het kader van de milieuregeling in aanmerking komt. Dit betekent dat zij aanvaardt dat het project gericht was op milieudoelstellingen, maar haar beoordeling van de zaak zou niet veranderen indien de besparingen in plaats van op het gebied van de energiekosten op dat van andere kosten zouden worden gemaakt. Om er zeker van te zijn dat uitsluitend de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden in aanmerking komen voor steun, trekt de Commissie de productiekostenvoordelen die een onderneming uit de investering haalt, van de investeringskosten af. Dit kan slechts worden verkregen door rekening te houden met de besparingen die tijdens de levensduur van de installatie zijn verkregen of, als een aanvaardbaar equivalent, tijdens de afschrijvingsperiode van de genoemde installatie. In dit geval betekent dit dat België de besparingen die gedurende tien jaar als een rechtstreeks resultaat van de investering werden bereikt, van de investeringskosten moet aftrekken. (22) Exploitatiekosten in verband met het project kunnen evenmin worden geacht voor steun in aanmerking te komen. Kosten voor de financiering, het onderhoud en de normale werking van ongeacht welke installatie maken deel uit van de normale exploitatiekosten van een bedrijf. Zij kunnen niet worden beschouwd als een deel van de extra investeringskosten die nodig zijn om milieudoelstellingen te bereiken. In het onderhavige geval betekent dit dat de kosten die de onderneming gedurende de tienjarige afschrijvingsperiode van de installatie maakt, niet voor milieusteun in aanmerking komen. VI. GEVOLGTREKKING (23) De door België aangemelde steun voor het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2" voldoet niet aan de voorwaarden van de milieukaderregeling en van de staalsteuncode. De steun die voor de overige projecten werd aangemeld, voldoet daarentegen aan alle voorwaarden, zoals de Commissie reeds bij de inleiding van de procedure had verklaard. De Commissie is derhalve van oordeel dat de steun voor de projecten "Stofcaptatie toeslagstoffenloskraan", "Behandeling waswater hoogovens", "Aanpassing roostoven nr. 4", "Optimalisatie industriële rioleringen", "Verbetering stofcaptatie laadinrichting hoogovens", voor een bedrag van 24516600 BEF, verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. De steun voor het project "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2", voor een bedrag van 78438600 BEF, wordt daarentegen als onverenigbaar aangemerkt, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De staatssteun die België voornemens is te verlenen aan NV Sidmar voor de financiering van de milieuprojecten "Stofcaptatie toeslagstoffenloskraan", "Behandeling waswater hoogovens", "Aanpassing roostoven nr. 4", "Optimalisatie industriële rioleringen" en "Verbetering stofcaptatie laadinrichting hoogovens", voor een bedrag van 24516600 BEF, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Artikel 2 De staatssteun die België voornemens is te verlenen aan NV Sidmar voor de financiering van het milieuproject "Bouw van een rondkoeler voor sinterfabriek 2", voor een bedrag van 78438600 BEF, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Voor dit investeringsproject mag derhalve geen steun worden verstrekt. Artikel 3 België deelt de Commissie binnen twee maanden na de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om aan deze beschikking te voldoen. Artikel 4 Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België. Gedaan te Brussel, 15 februari 2000. Voor de Commissie Mario Monti Lid van de Commissie (1) PB L 338 van 28.12.1996, blz. 42. (2) PB C 280 van 2.10.1999, blz. 29. (3) Zie voetnoot 2. (4) PB C 72 van 10.3.1994, blz. 3.