Verordening (EG) nr. 1923/1999 van de Commissie van 8 september 1999 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 411/97 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad voor wat de operationele programma's, de actiefondsen en de toekenning van communautaire financiële steun betreft
Publicatieblad Nr. L 238 van 09/09/1999 blz. 0011 - 0013
VERORDENING (EG) Nr. 1923/1999 VAN DE COMMISSIE van 8 september 1999 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 411/97 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad voor wat de operationele programma's, de actiefondsen en de toekenning van communautaire financiële steun betreft DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1257/1999(2), en met name op artikel 48, (1) Overwegende dat in Verordening (EG) nr. 411/97 van de Commissie(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1013/1999(4), de toepassingsbepalingen voor de operationele programma's, de actiefondsen en de toekenning van communautaire financiële steun zijn vastgesteld; (2) Overwegende dat de elementen aan de hand waarvan de verkochte productie van de telersverenigingen wordt vastgesteld in die zin moeten worden gewijzigd dat rechtstreeks verkochte hoeveelheden daarbij niet in aanmerking worden genomen, aangezien de telersverenigingen op generlei wijze bij deze rechtstreekse verkoop zijn betrokken en deze vorm van verkoop zeer moeilijk te controleren is; (3) Overwegende dat, in het licht van de opgedane ervaring, de referentieperiode waarvoor de door de telersverenigingen verkochte productie wordt berekend moet worden vervroegd, opdat de telersverenigingen hun operationele programma's kunnen baseren op reële gegevens, en zodoende kan worden voorkomen dat moet worden gewerkt met een voorlopig actiefonds waarvan de middelen op een later tijdstip moeten worden bijgesteld; dat, om met het oog op de naar land verschillende behoeften een zo flexibel mogelijke regeling vast te stellen, een vroegste datum voor het begin van de referentieperiode moet worden vastgesteld, zodat de lidstaten eventueel een periode van twaalf maanden kunnen kiezen die later dan deze vroegste datum ingaat; dat verder, om ervoor te zorgen dat alle voor verwerking bestemde producten die op grond van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit(5), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2199/97(6), en Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad van 28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten(7), in aanmerking komen voor een steunregeling, gelijk worden behandeld, aan de waarde van de verkochte citrusproductie de door de telersvereniging ontvangen steun als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2202/96 moet worden toegevoegd; (4) Overwegende dat de bijlage bij Verordening (EG) nr. 411/97 moet worden gewijzigd om nader aan te geven dat investeringen van de telersverenigingen in de verwerking van groenten en fruit niet voor financiering op grond van de operationele programma's in aanmerking komen, waarbij moet worden gepreciseerd dat sommige, traditioneel door de landbouwer uitgevoerde bewerkingen om de producten klaar te maken voor latere verwerking, niet als verwerking worden aangemerkt; (5) Overwegende dat, in het licht van de opgedane ervaring, de bepalingen betreffende het aanvragen en betalen van communautaire steun en betreffende de sancties op bepaalde punten moeten worden aangepast; (6) Overwegende dat de wijzigingen die directe gevolgen hebben voor het opstellen en de inhoud van de operationele programma's van toepassing moeten worden verklaard met ingang van de eerstvolgende jaarperiode van de operationele programma's, die reeds op 1 januari 2000 kan beginnen; dat de lidstaten evenwel de mogelijkheid moet worden gelaten om programma's die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn goedgekeurd te handhaven als aanpassing gelet op de stand van uitvoering niet adequaat is; (7) Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 411/97 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 4, wordt vervangen door: "4. In de zin van deze verordening wordt onder 'verkochte productie' verstaan, de overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, lid 1, onder c), punt 3, eerste alinea en tweede alinea met uitzondering van het eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 2200/96 verkochte hoeveelheid van de door de leden van een telersvereniging geteelde producten waarvoor die telersvereniging is erkend.". 2. In artikel 2, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door: "5. Voor de toepassing van artikel 15, lid 5, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 2200/96 worden de maxima voor de financiële steun berekend op basis van de waarde van de productie die is verkocht in een door de lidstaten nader vast te stellen referentieperiode van één jaar. Deze referentieperiode begint niet vóór 1 januari van het tweede jaar dat voorafgaat aan dat waarop de maxima betrekking hebben en eindigt uiterlijk op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan dat waarop de maxima betrekking hebben. De waarde van de verkochte productie wordt vermeerderd met het bedrag van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2202/96 bedoelde steun die de telersverenigingen in diezelfde periode hebben ontvangen. Op basis van objectieve criteria kunnen de lidstaten twee verschillende referentieperioden vaststellen.". 3. Artikel 7, lid 1, tweede alinea, onder b), wordt vervangen door: "b) de waarde van de verkochte productie zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 5, eerste alinea.". 4. Artikel 7, lid 3, wordt geschrapt. 5. Artikel 7, lid 4, wordt vervangen door: "4. De lidstaten doen de Commissie vóór 31 januari een overzicht toekomen van de geraamde bedragen van de actiefondsen, met afzonderlijke vermelding van de waarde van de verkochte productie op basis waarvan die bedragen zijn berekend, alsmede een overzicht van de geraamde bedragen van de financiële steun. Zij delen ook de in artikel 2, lid 6, bedoelde gegevens mee.". 6. Artikel 8, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door : "De voorschotaanvragen worden ingediend in januari, april, juli en oktober. Zij hebben betrekking op de verwachte uitgaven in verband met het operationeel programma in de periode van drie maanden die begint in de maand van indiening van de voorschotaanvraag. Het totale betaalde voorschottenbedrag voor een jaar mag niet meer bedragen dan 90 % van het geraamde bedrag van de financiële steun en niet meer dan 2,5 % van de waarde van de verkochte productie van de telersvereniging, na aftrek van de verwachte uitgaven in verband met het uit de markt nemen van producten, als bedoeld in artikel 7, lid 1, tweede alinea, onder a).". 7. Aan artikel 8 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: "4. De telersverenigingen kunnen, indien zij daarom verzoeken, kiezen voor een systeem van aanvragen om toekenning van een gedeelte van de communautaire financiële steun voor de uitgaven in het kader van het operationeel programma. Deze deelaanvragen worden in de loop van de maanden april, juli en oktober ingediend en hebben betrekking op de uitgaven in de voorafgaande drie maanden. De aanvragen gaan vergezeld van de nodige bewijsstukken. Het totale bedrag van de betalingen op grond van de deelaanvragen mag niet meer bedragen dan 90 % van het geraamde bedrag van de financiële steun en niet meer dan 2,25 % van de waarde van de verkochte productie van de telersvereniging, verminderd met de in artikel 7, lid 1, tweede alinea, onder a), bedoelde verwachte uitgaven voor het uit de markt nemen van producten. De aanvragen om toekenning van een gedeelte van de financiële steun voor het uit de markt nemen van producten kunnen in voorkomend geval tegelijk met de in de vorige alinea bedoelde deelaanvragen worden ingediend. Voor deze aanvragen gelden de in lid 2, derde alinea, vermelde beperkingen.". 8. Aan artikel 9 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: "4. Aan telersverenigingen die een steunaanvraag hebben ingediend voor een bedrag van maximaal 2,5 % van de waarde van hun verkochte productie, maken de lidstaten de financiële steun over zodra de voorgeschreven controles zijn uitgevoerd. Aan de andere telersverenigingen kunnen zij een eerste steuntranche uitkeren tot 2,5 % van de waarde van hun verkochte productie. De rest wordt uitgekeerd zodra de maximumsteun overeenkomstig artikel 10, tweede alinea, is vastgesteld.". 9. Artikel 13, lid 2, wordt vervangen door: "2. Onverminderd de toepassing van het in artikel 10, tweede alinea, bedoelde maximum geldt dat, wanneer het verschil tussen de overeenkomstig artikel 9, lid 1, aangevraagde of de daadwerkelijk uitgekeerde steun en de verschuldigde steun meer dan 20 % van de verschuldigde steun bedraagt, de aanvrager voor het betrokken jaar zijn recht op steun verbeurt en verplicht is het uitgekeerde steunbedrag volledig terug te betalen, verhoogd met de in lid 1 bedoelde rente.". 10. Aan de bijlage wordt het volgende punt 17 toegevoegd: "17. Investeringen voor de verwerking van verse producten; de behandeling van producten om ze klaar te maken voor de afzet en met name het reinigen, snijden, schillen en drogen en de opmaak, worden niet als verwerking beschouwd.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het bepaalde in artikel 1, leden 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 10 wordt voor het eerst toegepast voor operationele programma's die in 2000 worden uitgevoerd. Door de lidstaten vóór de inwerkingtreding van deze verordening goedgekeurde operationele programma's waarvan de looptijd pas in 2000 eindigt, moeten aan deze verordening worden aangepast door middel van, in voorkomend geval, een door de telersverenigingen vóór 15 september 1999 voor te stellen wijziging. De lidstaten kunnen evenwel bepalen dat vóór de inwerkingtreding van deze verordening goedgekeurde programma's worden gehandhaafd als aanpassing ervan niet adequaat is in verband met de stand van uitvoering. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 8 september 1999. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. (2) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. (3) PB L 62 van 4.3.1997, blz. 9. (4) PB L 123 van 13.5.1999, blz. 42. (5) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. (6) PB L 303 van 6.11.1997, blz. 1. (7) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49.