Verordening (EG) nr. 65/1999 van de Raad van 18 december 1999 houdende verdeling over de lidstaten van de vangstquota voor 1999 voor vaartuigen die in de wateren van de Russische Federatie vissen
Publicatieblad Nr. L 013 van 18/01/1999 blz. 0128 - 0129
VERORDENING (EG) Nr. 65/1999 VAN DE RAAD van 18 december 1999 houdende verdeling over de lidstaten van de vangstquota voor 1999 voor vaartuigen die in de wateren van de Russische Federatie vissen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (1), en met name op artikel 8, lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat het beheer van de visserijovereenkomsten tussen het Koninkrijk Zweden en derde landen overeenkomstig artikel 124 van de Akte van Toetreding van 1994 door de Gemeenschap wordt waargenomen; Overwegende dat de Gemeenschap, namens het Koninkrijk Zweden, en de Russische Federatie volgens de procedure die is vastgesteld in de visserijovereenkomst van 11 december 1992 tussen de regering van het Koninkrijk Zweden en de regering van de Russische Federatie, overleg hebben gepleegd over hun wederzijdse visserijrechten in 1999; Overwegende dat de delegaties bij dit overleg zijn overeengekomen hun onderscheiden autoriteiten aan te bevelen voor 1999 bepaalde vangstquota vast te stellen voor vaartuigen van de andere partij; Overwegende dat de nodige maatregelen dienen te worden getroffen om voor 1999 gevolg te geven aan de uitkomsten van het overleg met de Russische Federatie; Overwegende dat voor een doeltreffend beheer van de vangstmogelijkheden in de wateren van de Russische Federatie de beschikbare hoeveelheden overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 moeten worden verdeeld in quota per lidstaat; Overwegende dat voor de onder deze verordening vallende visserijactiviteiten de desbetreffende controlemaatregelen gelden die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2); Overwegende dat met de Russische Federatie geen aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 (3) zijn overeengekomen; Overwegende dat deze verordening om dwingende redenen van algemeen belang met ingang van 1 januari 1998 van toepassing zal zijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Van 1 januari tot en met 31 december 1999 mogen vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, ten hoogste de in de bijlage vermelde hoeveelheden vangen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie van de Russische Federatie vallen. Artikel 2 Het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing op de in de bijlage vastgestelde quota. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1999. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 18 december 1998. Voor de Raad De Voorzitter W. MOLTERER (1) PB nr. L 389 van 31.12.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1181/98 (PB L 164 van 9.6.1998, blz. 1). (2) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2205/97 (PB L 304 van 7.11.1997, blz. 1). (3) PB L 116 van 9.5.1996, blz. 3. BIJLAGE Verdeling van de vangstquota voor de Gemeenschap in de visserijzone van de Russische Federatie voor 1999 >RUIMTE VOOR DE TABEL>