1999/452/GBVB: Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 12 juli 1999 inzake Rwanda
Publicatieblad Nr. L 178 van 14/07/1999 blz. 0001 - 0003
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD van 12 juli 1999 inzake Rwanda (1999/452/GBVB) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Raad heeft bij zijn Gemeenschappelijk Standpunt 98/252/GBVB(1) op basis van artikel 12 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de doelstellingen en prioriteiten van de Europese Unie met betrekking tot Rwanda vastgesteld; (2) Bij Gemeenschappelijk Optreden 96/250/GBVB(2) van de Raad op basis van artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is een speciale gezant voor het gebied van de Grote Meren in Afrika benoemd; (3) Gemeenschappelijk Standpunt 98/252/GBVB moet worden herzien in het licht van de ontwikkelingen in Rwanda sinds 1998, HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD: Artikel 1 De doelstellingen en prioriteiten van de Europese Unie in haar betrekkingen met Rwanda zijn het aanmoedigen, stimuleren en ondersteunen van het door de regering van Rwanda op gang gebrachte proces van - herstel van de genocide en bevordering van nationale verzoening; - wederopbouw en ontwikkeling; - bescherming en bevordering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; - overgang naar de democratie. Regionale instabiliteit kan de verwezenlijking van deze doelstellingen in gevaar brengen. De Europese Unie zal daarom de inspanningen van de regering van Rwanda aanmoedigen om haar buitenlands en veiligheidsbeleid te richten op de totstandbrenging van regionale stabiliteit, zoals de Unie doet met alle andere partijen bij conflicten in de regio. Artikel 2 De Europese Unie bevestigt dat het bereiken van vooruitgang op deze terreinen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de regering van Rwanda. Om de inspanningen van de regering van Rwanda op deze gebieden te ondersteunen en aan te moedigen zal de Europese Unie, mede door toedoen van haar speciale gezant voor het gebied van de Grote Meren in Afrika, een constructieve en kritische dialoog met de regering van Rwanda voeren op basis van de onderstaande bepalingen. Artikel 3 Met betrekking tot het buitenlands en veiligheidsbeleid van de regering van Rwanda zal de Europese Unie: - zoals zij doet met alle andere bij het conflict in de Democratische Republiek Congo betrokken partijen, de regering van Rwanda aanmoedigen op een constructieve wijze deel te nemen aan de regionale en internationale inspanningen om te onderhandelen over een vreedzame oplossing. Deze oplossing moet zo spoedig mogelijk leiden tot een staakt-het-vuren, gevolgd door terugtrekking van alle buitenlandse troepen uit de Democratische Republiek Congo. De regering van Rwanda moet rekening houden met de veiligheidsbehoeften en andere gewettigde belangen van alle betrokken partijen, en de beginselen van de territoriale integriteit en de nationale soevereiniteit te eerbiedigen; - zoals zij met alle partijen bij het conflict doet, de regering van Rwanda aanmoedigen zich te houden aan haar verplichtingen uit hoofde van het internationaal humanitair recht. Artikel 4 Met betrekking tot de situatie in Rwanda, zullen de inspanningen van de Europese Unie gebaseerd zijn op de volgende beginselen: a) wat betreft verzoening en machtsdeling zal de Europese Unie de inspanningen van de regering van Rwanda aanmoedigen en ondersteunen om te komen tot verzoening tussen alle Rwandezen, binnen en buiten Rwanda, mede door een dialoog met alle groepen die geweld en genocide verwerpen, met speciale aandacht voor machtsdeling en de bescherming van minderheden. De onafhankelijkheid, de doeltreffendheid en de brede samenstelling van de Nationale Commissie voor verzoening en nationale eenheid wordt door de Europese Unie in dit verband van groot belang geacht; b) wat betreft democratisering zal de Europese Unie: - de regering van Rwanda aanmoedigen zo spoedig mogelijk bevoegdheden en macht over te dragen aan de nieuwgekozen plaatselijke overheden, teneinde te zorgen voor deelneming van de plaatselijke bevolking aan het politieke proces aan de basis; daartoe is de Europese Unie bereid in beginsel te overwegen de opleiding van nieuwgekozen plaatselijke bestuurders te ondersteunen om dat proces te vergemakkelijken; - het plan van de regering van Rwanda aanmoedigen om over twee jaar verkiezingen op gemeentelijk en gewestelijk niveau te houden en voor deze verkiezingen een passende procedure, een passend tijdschema en een passende toezichtregeling uit te werken. Met deze regeling moet, rekening houdend met het probleem van analfabetisme, een stemprocedure worden ingevoerd die borg staat voor vrije en eerlijke verkiezingen met gelijke rechten voor alle groepen, de deelneming van de burgermaatschappij, een publiek debat, het recht op vrije meningsuiting, doorzichtigheid ten aanzien van het hele verkiezingsproces en de verkiezingswetgeving, de benoeming van een onafhankelijke instantie om het hele verkiezingsproces voor te bereiden en te controleren en een gelegenheid voor alle sectoren van de samenleving hun mening kenbaar te maken. De Europese Unie zal nagaan hoe zij de uitwerking van zo'n verkiezingsregeling kan steunen; - de regering van Rwanda aanmoedigen om vooruitgang te blijven maken met het democratiseringsproces en in de nabije toekomst verkiezingen op nationaal niveau te houden. c) wat betreft het rechtsysteem en de instelling van traditionele rechtspleging (Gacaca), zal de Europese Unie, die vreest dat het gacaca-systeem wellicht niet strookt met de internationale mensenrechtennormen en tot verdere onenigheid kan leiden: - de regering van Rwanda aanmoedigen om als algemeen werkbeginsel van de gacaca clementie te betrachten, het recht van civiele verdediging veilig te stellen en de bevolking in het algemeen en de overlevenden van de genocide in het bijzonder voor te lichten over de noodzaak daarvan, teneinde zowel het probleem van de straffeloosheid aan te pakken als een pragmatische oplossing te vinden voor het alarmerende probleem van een grote gevangenisbevolking die op berechting wacht onder precaire detentieomstandigheden; - de regering van Rwanda aanmoedigen om haar inspanningen tot vermindering van de gevangenisbevolking en haar voorlichtingscampagne voort te zetten, mede door uitvoering van haar in 1998 aangekondigde besluit om gevangenen vrij te laten voor wie geen, of onvolledige, dossiers zijn opgesteld, als een belangrijke stap om de overvolle gevangenissen te ontlasten; - de werkzaamheden van het internationaal tribunaal te Arusha steunen, mede door opnieuw te trachten alle staten ertoe te bewegen om alle personen die zijn aangeklaagd wegens genocide en andere ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht aan het tribunaal over te dragen, en door de aanhoudende verbetering van de administratieve doeltreffendheid van het tribunaal na te streven; - de regering van Rwanda aanmoedigen de grootste terughoudendheid te betrachten met betrekking tot het opleggen en uitvoeren van de doodstraf, met het oog op de volledige afschaffing daarvan, zich volledig te houden aan haar verplichtingen krachtens het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en andere internationale waarborgen betreffende de doodstraf te honoreren; d) wat betreft het dorpsontwikkelingsbeleid zal de Europese Unie de regering van Rwanda aanmoedigen hiertoe pas over te gaan na zorgvuldige planning, voorafgaande effectbeoordelingen, modelprojecten en voorlichtingscampagnes voor de bevolking, en daarbij te zorgen voor een eerlijke herverdeling en een eerlijk beheer van het land, om te voorkomen dat een door veiligheidsoverwegingen ingegeven overhaaste hervestiging leidt tot schendingen van mensenrechten, tot resultaten die in strijd zijn met het gewenste effect en tot oorzaken voor verdere onenigheid; e) wat betreft de mensenrechten zal de Europese Unie de inspanningen van de regering van Rwanda aanmoedigen en ondersteunen om de mensenrechten van alle Rwandezen te beschermen en te bevorderen, mede door het garanderen van het onafhankelijk en doeltreffend functioneren van de nationale mensenrechtencommissie en door de voortzetting van de samenwerking met de speciale vertegenwoordiger en de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten; f) wat betreft de economische ontwikkeling en samenwerking zal de Europese Unie de inspanningen van de regering van Rwanda blijven steunen om een alomvattende economische ontwikkeling te bevorderen en de op macro-economisch gebied geboekte vooruitgang bij wijze van instrument voor vrede en stabiliteit uit te breiden, mede door het aanmoedigen van extra inspanningen met betrekking tot behoorlijk beheer; g) wat betreft herintegratie zal de Europese Unie de inspanningen van de regering van Rwanda aanmoedigen en steunen om de overlevenden van de genocide, gedemobiliseerde militairen en alle andere ontheemden in de Rwandese maatschappij te laten terugkeren, mede door nauw samen te werken met de internationale organisaties op dit terrein. Artikel 5 De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is zich hij haar optreden te laten leiden door de doelstellingen en de prioriteiten van dit gemeenschappelijk standpunt, en hiertoe waar nodig communautaire maatregelen te nemen. Artikel 6 Bij de uitvoering van dit gemeenschappelijk standpunt zal de Europese Unie nauw samenwerken met de VN, de OAE en andere betrokken organisaties. Artikel 7 De uitvoering van dit gemeenschappelijk standpunt wordt regelmatig beoordeeld. Het wordt binnen 12 maanden opnieuw bezien. Artikel 8 Dit gemeenschappelijk standpunt komt in de plaats van Gemeenschappelijk Standpunt 98/252/GBVB. Artikel 9 Dit gemeenschappelijk standpunt treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Artikel 10 Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad. Gedaan te Brussel, 12 juli 1999. Voor de Raad De voorzitter M. NIINISTÖ (1) PB L 108 van 7.4.1998, blz. 1. (2) PB L 87 van 4.4.1996, blz. 1.