1999/730/GBVB: Besluit van de Raad van 15 november 1999 tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja
Publicatieblad Nr. L 294 van 16/11/1999 blz. 0005 - 0006
BESLUIT VAN DE RAAD van 15 november 1999 tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja (1999/730/GBVB) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB van 17 december 1998, inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens(1), met name op artikel 6, juncto artikel 23, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De bovenmatige en ongecontroleerde accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens vormt een bedreiging voor vrede en veiligheid en beperkt de vooruitzichten voor een duurzame ontwikkeling; dit is acuut het geval in Cambodja. (2) De Europese Unie is voornemens zich, ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB, binnen de betrokken internationale gremia te beijveren om vertrouwenscheppende maatregelen en stimulansen te bevorderen om de vrijwillige inlevering van overtollige of illegaal in bezit gehouden handvuurwapens, de demobilisatie van combattanten en, in aansluiting hierop, hun wederopneming en reïntegratie in de maatschappij aan te moedigen; dit besluit is bedoeld om uitvoering te geven aan Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB. (3) De Europese Unie is van mening dat financiële ondersteuning en technische bijstand ertoe zullen bijdragen om de publieke opinie te winnen voor civiele ontwapening, alsook tot het bevestigen en vergroten van de betrokkenheid van de civiele samenleving bij het proces van inzameling van wapens en de opruiming van ingezamelde en/of door de demobilisatie overtollig geworden wapens. (4) De Europese Unie is derhalve voornemens financiële en technische bijstand te verlenen overeenkomstig titel II van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB, BESLUIT: Artikel 1 1. De Europese Unie draagt bij tot het bevorderen van de beheersing, inzameling en vernietiging van wapens in Cambodja. 2. Hiertoe zal de Europese Unie: a) de regering van Cambodja bijstaan bij het uitwerken van passende wet- en regelgeving betreffende de eigendom, het bezit, het gebruik, de verkoop en de overdracht van wapens en munitie, b) de regering van Cambodja en de politie- en veiligheidsdiensten helpen om richtsnoeren uit te werken ter verbetering van de archiveringsmethoden en de veiligheid van de wapens die zij in hun bezit hebben, c) de regering van Cambodja en de politie- en veiligheidsdiensten bijstaan om procedures uit te werken voor de vrijwillige afgifte van handvuurwapens en om overtollige wapens op te sporen en te vernietigen, met name in verband met de geplande demobilisatie en herstructurering van de strijdkrachten, d) programma's ondersteunen om de civiele samenleving meer bewust te maken van de problemen die verband houden met handvuurwapens en lichte wapens en om haar betrokkenheid bij het proces van inzameling en vernietiging van wapens verder te vergroten, in het bijzonder door activiteiten van NGO's te ondersteunen. Artikel 2 1. Voor de uitvoering van de in artikel 1 genoemde doelstellingen stelt het voorzitterschap een projectleider aan die zich in Phnom Penh zal installeren. 2. De projectleider voert zijn taken uit onder de verantwoordelijkheid van het voorzitterschap, conform zijn bevoegdheden zoals uiteengezet in de bijlage. 3. De projectleider brengt regelmatig verslag uit aan de Raad of aan zijn instanties via het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB. 4. Bij de uitvoering van zijn taken werkt de projectleider, voorzover nodig, samen met plaatselijke missies van de lidstaten en de Commissie. Artikel 3 1. Het financieel referentiebedrag voor de in artikel 1 vermelde doelstellingen is EUR 500000. 2. De Raad neemt er nota van dat de Commissie haar activiteiten via het voorstellen of uitvoeren van passende communautaire maatregelen zal richten op de verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van dit besluit. Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Het verstrijkt op 15 november 2000. Artikel 5 Dit besluit wordt zes maanden na de datum van aanneming opnieuw bezien. Artikel 6 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad. Gedaan te Brussel, 15 november 1999. Voor de Raad De voorzitter T. HALONEN (1) PB L 9 van 15.1.1999, blz. 1. BIJLAGE RICHTSNOEREN VOOR DE PROJECTLEIDER 1. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), werkt de projectleider, met de steun van deskundigen, bij het uitwerken van passende wet- en regelgeving nauw samen met de bevoegde functionarissen van de Raad van Ministers, het ministerie van Binnenlandse Zaken en andere bevoegde ministeries. Daartoe kan de projectleider voor de betrokken functionarissen opleiding en informatiebezoeken organiseren. 2. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder b), worden met de bevoegde Cambodjaanse autoriteiten plaatselijk workshops en raadplegingen georganiseerd onder de supervisie van de projectleider, met het oog op een grotere bewustmaking van de vereisten en internationale beste praktijken in verband met archiveringsmethoden en het beheer en de veiligheid van wapenvoorraden, en om terzake beleid, richtsnoeren en praktijken tot ontwikkeling te brengen. 3. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder c), staat de projectleider de regering van Cambodja, de politie- en veiligheidsdiensten en de nationale raad voor demobilisatie met de steun van deskundigen bij voor de ontwikkeling van beleid en procedures om overtollige wapens op te sporen, in te zamelen en te vernietigen, in het bijzonder in de context van de eerste demobilisatie- en reïntegratieprogramma's, die in 2000 in twee provincies moeten plaatsvinden; hij ziet toe op de vooruitgang in deze aangelegenheden tijdens het demobilisatieproces. 4. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, onder d), wijst de projectleider financiële steun toe ter ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties in Cambodja, met inbegrip van het samenwerkingsverband "Werkgroep Wapenbeheersing in Cambodja (Working Group Weapons Reduction in Cambodia)", zoals bewustmaking, informatieverspreiding en onderwijs- en opleidingsprogramma's. Deze activiteiten kunnen plaatsvinden in geselecteerde delen van Cambodja, zoals overeengekomen door de projectleider en de betrokken organisaties. 5. De projectleider zorgt voor passende procedures om de activiteiten efficiënt te kunnen controleren en evalueren. Daartoe streeft hij naar volledige samenwerking met de regering van Cambodja en de politie- en veiligheidsdiensten.