1999/598/EG: Beschikking van de Commissie van 4 mei 1999 inzake overheidssteun die Portugal voornemens is te verlenen aan Cotesi - Companhia de Têxteis Sintéticos SA (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 1268) (Slechts de tekst in de Portugese taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 230 van 31/08/1999 blz. 0009 - 0012
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 4 mei 1999 inzake overheidssteun die Portugal voornemens is te verlenen aan Cotesi - Companhia de Têxteis Sintéticos SA (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 1268) (Slechts de tekst in de Portugese taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (1999/598/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 88, lid 2, eerste alinea, Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, inzonderheid op artikel 62, lid 1, onder a), Gelet op de kaderregeling voor steunmaatregelen in de sector synthetische vezels(1), Na de belanghebbenden overeenkomstig voornoemde artikelen in de gelegenheid te hebben gesteld hun opmerkingen kenbaar te maken(2), Overwegende hetgeen volgt: I. PROCEDURE (1) Bij schrijven van 19 maart 1998 deden de Portugese autoriteiten aanmelding van een steunvoornemen ten behoeve van Cotesi - Companhia de Têxteis Sintéticos SA (hierna "Cotesi" genoemd, een producent van touw en netten in Grijó (Carvalhos). De voorgenomen steun valt onder de toepassing van het toezicht op grond van de kaderregeling voor steunmaatregelen in de sector synthetische vezels. (2) Na een eerste voorlopig onderzoek heeft de Commissie de zaak ingeschreven onder nr. N 196/98 en om aanvullende informatie verzocht bij brieven van 17 april en 1 juli 1998. De Portugese autoriteiten hebben op de eerste brief geantwoord bij schrijven van 2 juni 1998, en op de tweede brief bij schrijven van 12 augustus 1998. (3) Bij schrijven van 29 oktober 1998 stelde de Commissie de Portugese regering in kennis van haar besluit de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden ten aanzien van de steun in kwestie. Het besluit van de Commissie de procedure in te leiden werd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) bekendgemaakt. De Commissie verzocht belanghebbenden hun opmerkingen aan haar kenbaar te maken. (4) De Commissie ontving in december 1998 en januari 1999 opmerkingen terzake van belanghebbenden. Zij zond deze aan de Portugese autoriteiten, die in de gelegenheid werden gesteld hun reactie op de opmerkingen te geven; hun opmerkingen werden ontvangen bij brief van 11 maart 1999, die op 15 maart 1999 bij DG IV werd ingeschreven. II. DE VOORGENOMEN STEUN (5) De in aanmerking komende uitgaven van het project bedragen in totaal 10006095 EUR, en de voorgenomen financiële steun bedraagt (met inbegrip van cofinanciering door de Gemeenschap) 2883864 EUR. Hiervan is 318446 EUR een niet-terugvorderbare subsidie, terwijl 2565418 EUR een renteloze, terugvorderbare subsidie (subsídio reembolsável) is, terug te betalen over een periode van vijf jaar met een aflossingsvrije periode van 18 maanden. De Commissie berekent dat het totaalbedrag van de steun (het subsidie-equivalent van de terugbetaalbare subsidie inbegrepen) ongeveer 899696 EUR bedraagt, met een steunintensiteit van circa 9 % (bruto). (6) De voorgenomen steun zal worden toegekend in het kader van het moderniseringsprogramma voor de Portugese textiel- en kledingindustrie (IMIT - Iniciativa para a Modernização da Indústria Têxtil), zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 852/95 van de Raad(4); daarin is bepaald dat het programma door de lidstaat en de Gemeenschap gezamenlijk wordt gefinancierd en wordt uitgevoerd overeenkomstig de op de Structuurfondsen van toepassing zijnde verordeningen. III. HET PROJECT (7) De Portugese autoriteiten hebben verklaard dat het project verband houdt met de modernisering van het productieproces van de onderneming en bedoeld is voor de vervanging van de uitrusting, de verbetering van de opslagruimten, de aanpassing van de inrichting van de fabriek en de verbetering van de aanvoerketen. Er wordt niet gestreefd naar een verhoging van de productiecapaciteit, maar veleer naar een grotere efficiëntie en een vermindering van de kosten. Hiertoe moet een aantal extrusiemachines worden gesloopt en een nieuwe extrusielijn worden aangeschaft. (8) De Portugese autoriteiten hebben verklaard dat Cotesi 1524 werknemers heeft, in het jaar vóór het project van start ging en omzet behaalde van circa 46 miljoen EUR en voor circa 47 miljoen EUR activa bezat. (9) De Portugese autoriteiten verklaarden voorts dat de capaciteit van het bedrijf met betrekking tot de extrusie van polypropeenvezel (PP) als gevolg van het project zou afnemen, terwijl de capaciteit voor de productie van vezels die buiten het toepassingsgebied van de kaderregeling voor steunmaatregelen in de sector synthetische vezels vallen, zoals polyetheen (PE), zou toenemen. Meer specifiek zal Cotesi de capaciteit voor de productie van polytheen met een hoge dichtheid verhogen en een begin maken met de productie van polysteel, een vezel die voor 70 % uit PP en voor 30 % uit PE bestaat. (10) Volgens de door de Portugese autoriteiten bij schrijven van 2 juni 1998 verstrekte informatie daalde de productiecapaciteit van PP van 20556 ton per jaar (voordat met het project van start was gegaan) naar 19962 ton per jaar (na de voltooiing van het project), wat een vermindering van 2,89 % is. In hun schrijven van 12 augustus 1998 hebben de Portugese autoriteiten voorts verklaard dat deze capaciteitsinkrimping met 2,89 % plaatsvindt in het kader van een algemene capaciteitsinkrimping die sinds 1992 bij de onderneming gaande is. Cotesi had van 1992 tot 1995 de geïnstalleerde capaciteit reeds met 2,1 % verminderd en is voornemens in de jaren 1999 tot 2001 opnieuw een capaciteitsvermindering van 2 % te verwezenlijken. IV. MOTIVERING VAN DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE (11) De Commissie zag zich genoodzaakt de procedure van artikel 88, lid 2, in te leiden omdat zij van oordeel was dat de steun niet, zoals overeenkomstig de kaderregeling voor steunmaatregelen in de sector synthetische vezels is vereist in een aanzienlijke vermindering van de relevante capaciteit resulteert. V. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN (12) De Commissie heeft opmerkingen ontvangen van CIRFS (International Rayon and Synthetic Fibres Committee). Deze opmerkingen hadden geen betrekking op de vraag of de steun al dan niet tot concurrentievervalsing in de sector polypropeenvezels kon leiden maar veeleer op de criteria die de Commissie hanteert om te beoordelen in hoeverre de capaciteitsvermindering "aanzienlijk" is. Zoals hieronder wordt uitgelegd behoeft de Commissie, gelet op de aanvullende gegevens die de Portugese autoriteiten hebben overgelegd, in dit geval geen definitief standpunt in te nemen ten aanzien van de vraag of een capaciteitsvermindering van 2,89 % als aanzienlijk kan worden beschouwd. (13) De Commissie heeft eveneens opmerkingen ontvangen van Ficcorfil (Syndicat des producteurs français de ficelles, cordages et filets) en van drie Franse bedrijven die touw en netten vervaardigen. Deze belanghebbenden maken bezwaar tegen het verlenen van de steun, omdat zij menen dat: - er een felle concurrentie bestaat ten aanzien van de producten in kwestie in een steeds krimpende markt; - met de aanschaf van een nieuwe extrusielijn het mogelijk zal zijn producten zoals visnetten of synthetisch touw voor gebruik in de landbouw te vervaardigen, waarvoor in Europa overcapaciteit bestaat; een van de gevolgen van overcapaciteit is de druk op de prijzen en marges van de fabrikanten; - de lagere loonkosten in Portugal in vergelijking met Frankrijk al een concurrentievoordeel zijn dat niet met subsidies nog moet worden vergroot; - de afbraak van capaciteit moeilijk in de praktijk is te verifiëren; - enkele bedrijven beweren dat zij nooit subsidies hebben ontvangen, terwijl de investeringen van de Portugese producenten in ruime mate zijn gesubsidieerd. VI. OPMERKINGEN VAN DE PORTUGESE AUTORITEITEN (14) Bij schrijven van 26 januari 1999 hebben de Portugese autoriteiten hun opmerkingen gemaakt; de belangrijkste punten waren: - De gegevens die vóór het inleiden van de procedure aan de Commissie zijn verstrekt betreffende de geïnstalleerde capaciteit voor de extrusie van de vezels waarop de kaderregeling betrekking heeft, waren onjuist. Meer specifiek had de capaciteitsratio van 90 % (PP)/10 % (PE), die ten aanzien van de drie voorgaande jaren juist was, niet als basis genomen moeten worden om de verandering in de capaciteit gedurende de looptijd van het project te beoordelen. - Gedurende de levensduur van het project verhoogde Cotesi de capaciteit voor de productie van polyetheen met een hoge dichtheid (HDPE), ten nadele van PP. HDPE kan worden gebruikt in de landbouw, omdat het beter tegen UV-stralen en pesticiden bestand is dan PP. HDPE is daarnaast milieuvriendelijker en heeft een langere levensduur dan PP. Daarnaast leidde de investering ook tot de installering van een machine voor de extrusie van polysteel, een hybridevezel die voor 70 % uit PP en voor 30 % uit PE bestaat. Omdat het zo sterk is en in hoge mate slijtagebestendig, wordt polysteel steeds meer gebruikt in de visserij en voor het aanmeren van grote schepen. - De Portugese wetgeving op het gebied van arbeidstijd (wet nr. 21/96 van 23 juli, op 1 december 1996 van kracht geworden) leidde tot een vermindering van de rendabele capaciteit die op 8 % wordt geschat, aangezien de wekelijkse arbeidstijd ingevolge deze wetgeving daalde van 44 uur per week in 1995 (vóór het project) tot 40 uur in 1999 (na het project). Het aantal werkdagen per jaar verminderde aldus van 270 in 1995 tot 248 in 1999. - Tussen 1993 en 1998 werden 13 extrusielijnen voor PP afgebroken, terwijl er slechts drie nieuwe lijnen werden geïnstalleerd (één voor PP, één voor PE en één voor polysteel). - Uit de tabellen in de bijlage bij de brief, die gegevens over de capaciteit van alle extrusiemachines van Cotesi van 1993 tot 1999 bevatten, blijkt dat de verhouding 90 % (PP)/10 % (PE) die in 1995 (voor het begin van het project) bestond, in 1999, na de voltooiing van het project, 79,5 % (PP)/20,5 % (PE) was geworden. - De huidige geïnstalleerde capaciteit voor de extrusie van PP (de capaciteit van 70 % voor PP in de nieuwe machine die polysteel produceert, inbegrepen) verminderde van 20936 ton in 1995 tot 16800 ton in 1999, wat een capaciteitsvermindering van 19,7 % betekent. (15) Bij brief van 11 maart 1999 gaven de Portugese autoriteiten hun reactie op de opmerkingen van belanghebbenden. Zij wezen er met klem op dat dezen zich wat de capaciteitsvermindering betreft op onjuiste informatie hadden gebaseerd. Bovendien zou de productie van visnetten niet stijgen als gevolg van het project, dat in ieder geval niet binnen de werkingssfeer van de kaderregeling viel. Evenmin werden met het project investeringen voor de productie van vezels voor gebruik in de landbouw beoogd. Zij onderstreepten dat er materiële bewijzen voor de capaciteitsvermindering bestonden. De Portugese autoriteiten zijn het ermee eens dat een stijging van de productie de situatie van het overschot aan de aanbodzijde in de sector kan verergeren, en daarom hebben zij speciale aandacht gegeven aan projecten die in een capaciteitsvermindering zouden resulteren. Zij merkten daarbij op dat het niettemin belangrijk was te waarborgen dat de Portugese ondernemingen in moderne uitrusting investeren. Portugal heeft weliswaar bepaalde voordelen, zoals bijvoorbeeld betrekkelijk goedkope arbeidskrachten, maar heeft ook nadelen, zoals het gebrek aan grondstoffen en aan producenten van uitrusting, die derhalve moet worden ingevoerd uit andere EU-landen, welke aldus van de investeringen van de Portugese bedrijven profiteren. De Portugese autoriteiten concluderen dat de voorgenomen steun in overeenstemming is met de in de kaderregeling vervatte voorwaarden. VII. BEOORDELING VAN HET STEUNVOORNEMEN (16) Krachtens artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn, behoudens de hierin genoemde afwijkingen, steunmaatregelen die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. Ook artikel 61, lid 1, van de EER-Overeenkomst bepaalt dat dergelijke steun, behoudens afwijkingen, onverenigbaar is met de werking van de EER-Overeenkomst. (17) Het voornemen om steun te verlenen aan Cotesi is ongetwijfeld steun in de zin van de voormelde artikelen, aangezien het de onderneming in staat stelt de betrokken investering uit te voeren zonder dat zij de volledige kosten daarvan moet dragen. Binnen de EER bestaat er aanzienlijk handelsverkeer voor de door de onderneming in de handel gebrachte producten waarvoor hier wordt geïnvesteerd (GN-codes 56074930, 63053281, 56081191 en 60024331); in 1997 bedroeg de omvang van die handel ongeveer 30000 ton. Bijgevolg kan worden gesteld dat de voorgenomen steun de concurrentie dreigt te vervalsen en het handelsverkeer ongunstig kan beïnvloeden in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag en artikel 61, lid 1, van de EER-Overeenkomst. (18) De afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag en artikel 61, lid 3, onder a), van de EER-Overeenkomst heeft betrekking op steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst. Aangezien de voorgenomen steun de onderneming in staat stelt de desbetreffende investering uit te voeren, wordt hiermee de economische ontwikkeling van Carvalhos, een regio van doelstelling 1, bevorderd. De gevolgen van de steun voor de sector synthetische vezels worden niettemin aan toezicht onderworpen, zelfs wanneer het gebieden met de grootste ontwikkelingsachterstand in de Gemeenschap betreft. (19) Sinds 1977 zijn de voorwaarden waaronder steun mag worden verleend aan producenten van synthetische vezels, vastgelegd in een kaderregeling waarvan de bepalingen en de reikwijdte regelmatig zijn aangepast, laatstelijk in 1996(5). (20) Krachtens de huidige kaderregeling moet elk steunvoornemen ten gunste van producenten van synthetische vezels, ongeacht de vorm en de eventuele goedkeuring van de betrokken regeling door de Commissie, worden aangemeld voorzover de steun niet aan het de minimis-criterium beantwoordt en wordt verleend ter ondersteuning van: - de extrusie/texturisering van alle generieke soorten vezels en garens op basis van polyester, polyamide, acryl of polypropeen, ongeacht het eindgebruik; of - polymerisatie (inclusief polycondensatie), wanneer deze integrerend deel uitmaakt van extrusie wat de gebruikte installaties betreft; of - elk nevenprocédé dat verband houdt met de gelijktijdige installatie van extrusie-/texturiseringscapaciteit door de potentiële begunstigde onderneming of door een andere onderneming van het concern waartoe deze behoort en dat, wat de gebruikte machines betreft, in de betrokken specifieke bedrijfsactiviteit normaliter van een dergelijke capaciteit deel uitmaakt. (21) In deze zaak wordt de voorgenomen steun in belangrijke mate toegekend als steun voor de productie van synthetische vezels die binnen het toepassingsgebied van de kaderregeling vallen, met name de installatie van nieuwe capaciteit voor de extrusie van polypropeenfilamentgaren. Daarentegen valt de extrusie van polyetheen buiten het toepassingsgebied van de kaderregeling. (22) De Commissie betreurt dat de Portugese autoriteiten het project niet veel eerder hebben aangemeld, temeer daar de onderneming de aanvraag voor steun indiende in 1996, het jaar waarin het project van start ging. De Commissie wijst er echter op dat de voorgenomen steun spoort met het specifieke IMIT-programma, waaraan zij op 5 oktober 1995 haar goedkeuring hechtte en dat wordt uitgevoerd in het kader van het PEDIP-II-programma, dat door de Commissie werd goedgekeurd omdat het uit hoofde van artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt(6). (23) De kaderregeling zet uitvoerig de criteria uiteen die de Commissie moet hanteren bij haar onderzoek naar de verenigbaarheid van steunvoornemens die binnen de werkingssfeer van het toezicht vallen. Bij deze beoordeling is - onder meer - het effect van die steun op de relevante productmarkten, namelijk de vezels en garens waarvan de productie wordt gesteund, van fundamenteel belang. Ongeacht de marktsituatie voor de relevante producten en de gevolgen van de steun voor die markt, is in de kaderregeling in ieder geval in een beperking van de steunintensiteit voorzien. Voor ondernemingen buiten het MKB wordt investeringssteun tot 50 % van het toepasselijke steunplafond alleen dan goedgekeurd wanneer deze tot een aanzienlijke inkrimping van de relevante capaciteit leidt of indien de relevante markt door een structureel tekort aan de aanbodzijde wordt gekenmerkt en de steun niet in een aanzienlijke verhoging van de relevante capaciteit resulteert. (24) Aangezien de markt niet gekenmerkt lijkt te zijn door een structureel tekort aan de aanbodzijde, moet de Commissie zich er van kunnen vergewissen dat de steun resulteert in een aanzienlijke inkrimping van de desbetreffende capaciteit, in casu de capaciteit voor de extrusie van polypropeenfilamentgaren. (25) Gelet op de nieuwe gegevens die door de Portugese autoriteiten in de loop van de procedure zijn verstrekt betreffende de uit het project resulterende capaciteitsvermindering, die in de plaats komen van de informatie welke tijdens het voorafgaand onderzoek van de Commissie is gegeven en waarop de opmerkingen van belanghebbenden waren gebaseerd, kan de Commissie aanvaarden dat de huidige capaciteitsvermindering van 19,7 % aanzienlijk is zoals bedoeld in de kaderregeling voor steunmaatregelen aan de sector synthetische vezels. Daarenboven is de beoogde steunintensiteit van ongeveer 9 % (bruto) veel minder dan 50 % van het plafond van 75 % (bruto) dat in het kader van het PEDIP II-programma is toegestaan, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De staatssteun die de Portugese Republiek aan Cotesi, Companhia de Têxteis Sintéticos SA, voornemens is te verlenen in de vorm van een niet-terugvorderbare subsidie ten belope van 318446 EUR en een terugvorderbare renteloze subsidie ten belope van 2565418 EUR, over een periode van vijf jaar terug te betalen met een aflossingsvrije periode van 18 maanden, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Artikel 2 Deze beschikking is gericht aan de Portugese Republiek. Gedaan te Brussel, 4 mei 1999. Voor de Commissie Karel VAN MIERT Lid van de Commissie (1) PB C 94 van 30.3.1996, blz. 11. (2) PB C 405 van 24.12.1998. (3) Zie voetnoot 2. (4) PB L 86 van 20.4.1995, blz. 50. (5) Zie voetnoot 1. (6) Bij schrijven SG(94) D/5991 van 2 mei 1994.