31998R2155

Verordening (EG) nr. 2155/98 van de Commissie van 7 oktober 1998 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1223/94 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen, wat betreft de geldigheidsduur van voorfixatiecertificaten voor zuivelproducten

Publicatieblad Nr. L 271 van 08/10/1998 blz. 0014 - 0014


VERORDENING (EG) Nr. 2155/98 VAN DE COMMISSIE van 7 oktober 1998 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1223/94 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen, wat betreft de geldigheidsduur van voorfixatiecertificaten voor zuivelproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen (1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1097/98 (2), inzonderheid op artikel 8, lid 3, eerste alinea,

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 1223/94 van de Commissie van 30 mei 1994 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van voorfixatiecertificaten voor bepaalde landbouwproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1479/98 (4), bepaalt dat de voorfixatiecertificaten voor melk en zuivelproducten geldig zijn tot het eind van de vierde maand volgende op die van de aanvraag daarvan;

Overwegende de bijzondere situatie op de wereldmarkt voor zuivelproducten en de moeilijkheid om de ontwikkeling van de prijzen te voorspellen, in het bijzonder tijdens heel de huidige geldigheidsduur van deze certificaten;

Overwegende dat het uitgavenniveau voor de uitvoer van landbouwproducten in de vorm van niet onder bijlage II vallende goederen de latere uitvoermogelijkheden voor deze producten overeenkomstig de door de Gemeenschap gesloten internationale verdragen dreigt te verminderen; dat derhalve moet worden voorkomen dat deze gevolgen nog krachtiger worden door in te grote mate een beroep te doen op de voorfixatie van de restitutieniveaus; dat de geldigheidsduur van de voorfixatiecertificaten in die omstandigheden moet worden beperkt tot het einde van de derde maand volgende op die van de aanvraag;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer in verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1223/94 zijn de voorfixatiecertificaten voor producten die onder de gemeenschappelijke marktordening voor melk en zuivelproducten vallen geldig tot het einde van de derde maand volgende op die van de aanvraag.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing op de certificaataanvragen die met ingang van donderdag 1 oktober 1998 worden ingediend.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 oktober 1998.

Voor de Commissie

Martin BANGEMANN

Lid van de Commissie

(1) PB L 318 van 20. 12. 1993, blz. 18.

(2) PB L 157 van 30. 5. 1998, blz. 1.

(3) PB L 136 van 31. 5. 1994, blz. 33.

(4) PB L 195 van 11. 7. 1998, blz. 9.