31998R1508

Verordening (EG) nr. 1508/98 van de Raad van 13 juli 1998 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan

Publicatieblad Nr. L 200 van 16/07/1998 blz. 0009 - 0010


VERORDENING (EG) Nr. 1508/98 VAN DE RAAD van 13 juli 1998 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1),

Gelet op artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 van de Raad van 28 november 1997 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan (2),

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg met het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VORIGE PROCEDURE

(1) Bij Verordening (EG) nr. 2398/97 stelde de Raad een definitief antidumpingrecht in op de invoer in de Gemeenschap van katoenachtig beddenlinnen van de GN-codes ex 6302 21 00, ex 6302 22 90, ex 6302 31 10, ex 6302 31 90 en ex 6302 32 90 van oorsprong uit onder meer India. Bij de Indiase exporterende producenten werd gebruik gemaakt van een steekproef en werden aan de bedrijven in de steekproef individuele rechten opgelegd variërend van 2,6 % tot 24,7 %, terwijl op andere medewerkende bedrijven die geen deel uitmaakten van de steekproef een gewogen gemiddeld recht van 11,6 % werd toegepast. Op bedrijven die zich niet bekend hadden gemaakt of geen medewerking hadden verleend aan het onderzoek werd een recht van 24,7 % toegepast.

(2) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 bepaalt dat wanneer een exporterende producent voldoende bewijsmateriaal aan de Commissie kan voorleggen waaruit blijkt dat:

- hij de in artikel 1, lid 1, tijdens het onderzoektijdvak (1 juli 1995 tot 30 juni 1996) beschreven producten niet naar de Gemeenschap uitvoerde;

- hij niet verbonden is met één van de exporteurs of producenten in het exporterend land waarop de bij deze verordening ingestelde antidumpingmaatregelen van toepassing zijn;

- hij de betrokken producten daadwerkelijk naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd of dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een belangrijke hoeveelheid naar de Gemeenschap uit te voeren,

artikel 1, lid 3, van die verordening kan worden gewijzigd door op die exporterende producent het recht toe te passen dat van toepassing is op de medewerkende bedrijven die geen deel uitmaken van de steekproefgroep, dat wil zeggen 11,6 %.

B. VERZOEKEN VAN NIEUWE EXPORTERENDE PRODUCENTEN

(3) Zeven nieuwe exporterende producenten die hadden gevraagd om eenzelfde behandeling als de bedrijven die hun medewerking hadden verleend aan het oorspronkelijke onderzoek maar niet in de steekproefgroep waren opgenomen hadden op verzoek van de Commissie bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat zij voldeden aan de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2398/97 vervatte voorwaarden. Het door deze bedrijven voorgelegde bewijsmateriaal wordt voldoende geacht om een wijziging van Verordening (EG) nr. 2398/97 toe te staan de deze zeven nieuwe exporterende producenten toe te voegen aan de in bijlage I bij de verordening opgenomen lijst. Bijlage I geeft een gedetailleerd overzicht van de Indiase exporterende producenten waarop het gewogen gemiddeld tarief van 11,6 % van toepassing is,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2398/97 wordt hierbij als volgt gewijzigd:

De volgende bedrijven worden aan de in artikel 1, lid 3, van de verordening bedoelde bijlage I toegevoegd:

INDIA

- Aditya International, Mumbai (Bombay),

- Chevron Garments (P) Limited, Coimbatore,

- Euro Pacific Textiles, Mumbai (Bombay),

- Lalit & Co., Mumbai (Bombay),

- Radiant Exports, New Delhi,

- Redial Exim Pvt. Ltd, Mumbai (Bombay),

- Shades of India Pvt. Ltd, New Delhi.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juli 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. SCHÜSSEL

(1) PB L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (PB L 128 van 30. 4. 1998, blz. 18).

(2) PB L 332 van 4. 12. 1997, blz. 1.