31998R1284

Verordening (EG) nr. 1284/98 van de Raad van 16 juni 1998 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1868/94 tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de productie van aardappelzetmeel

Publicatieblad Nr. L 178 van 23/06/1998 blz. 0003 - 0004


VERORDENING (EG) Nr. 1284/98 VAN DE RAAD van 16 juni 1998 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1868/94 tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de productie van aardappelzetmeel

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1868/94 (4) de contingenten van de lidstaten voor de productie van aardappelzetmeel in de verkoopseizoenen 1995/1996, 1996/1997 en 1997/1998 zijn vastgesteld;

Overwegende dat er bij de politieke beoordeling van het steunregime voor de aardappelzetmeelsector rekening mee moet worden gehouden dat de zetmeelaardappel één van de gewassen is die van essentieel belang zijn voor de sociaal-economische situatie van bepaalde regio's, in relatie tot de inkomenssituatie van de betreffende telers maar ook in relatie tot de afgeleide werkgelegenheid; dat derhalve een specifieke regeling naast de granenregeling voor deze sector gerechtvaardigd blijft;

Overwegende dat er bij het steunregime voor de aardappelzetmeelsector recht gedaan moet worden aan het evenwicht tussen de zetmelen op basis van de verschillende grondstoffen, zoals dat vanaf het begin het basisprincipe van de communautaire zetmeelregeling is geweest;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1868/94 op basis van het verslag van de Commissie aan de Raad het driejaarlijkse contingent over de producerende lidstaten dient te worden verdeeld; dat in dat verband de huidige contingenten gehandhaafd dienen te worden, waarbij rekening dient te worden gehouden met de definitieve opneming van de in artikel 2, lid 1, tweede alinea, van die verordening bedoelde reserve van 104 554 ton in het contingent voor Duitsland;

Overwegende dat de producerende lidstaten hun contingent voor een periode van drie jaar over alle aardappelzetmeelfabrikanten dienen te verdelen op basis van de voor het verkoopseizoen 1995/1996 toegewezen contingenten, met uitzondering van Duitsland alwaar rekening zal worden gehouden met de overdracht van contingenten, als gevolg van fusies en met de extra toewijzingen uit de reserve die in 1997/1998 zijn geschied;

Overwegende dat het aan elke aardappelzetmeelfabrikant toe te wijzen subcontingent zal worden vastgesteld met inachtneming van de eventuele gebruikmaking in het verkoopseizoen 1997/1998 van de flexibiliteitsbepaling,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1868/94 wordt vervangen door:

"Artikel 2

1. De hiernagenoemde aardappelzetmeelproducerende lidstaten beschikken voor de verkoopseizoenen 1998/1999, 1999/2000 en 2000/2001 over de volgende maximale productiecontingenten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Iedere producerende lidstaat verdeelt, voor gebruik in de verkoopseizoenen 1998/1999, 1999/2000 en 2000/2001, het in lid 1 genoemde contingent over de aardappelzetmeelfabrikanten op basis van de voor het verkoopseizoen 1995/1996 toegewezen subcontingenten, met uitzondering van Duitsland voor welke lidstaat rekening wordt gehouden met de overdrachten van subcontingenten als gevolg van fusies en met de extra toewijzingen van subcontingenten uit de reserve in 1997/1998.

Het aan iedere zetmeelfabrikant toegewezen subcontingent wordt voor het verkoopseizoen 1998/1999 gecorrigeerd met de eventuele hoeveelheden waarin deze in het kader van artikel 6, lid 2, in het verkoopseizoen 1997/1998 zijn contingent heeft overschreden.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1998.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 16 juni 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. MEACHER

(1) PB C 369 van 6. 12. 1997, blz. 19.

(2) PB C 195 van 22. 6. 1998.

(3) PB C 129 van 27. 4. 1998, blz. 73.

(4) PB L 197 van 30. 7. 1994, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1863/95 (PB L 179 van 29. 7. 1995, blz. 1).