31998R0094

Verordening (EG) Nr. 94/98 van de Commissie van 14 januari 1998 betreffende de opslagcontracten voor olijfolie voor het verkoopseizoen 1997/1998

Publicatieblad Nr. L 009 van 15/01/1998 blz. 0025 - 0027


VERORDENING (EG) Nr. 94/98 VAN DE COMMISSIE van 14 januari 1998 betreffende de opslagcontracten voor olijfolie voor het verkoopseizoen 1997/1998

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1581/96 (2), inzonderheid op artikel 20 quinquies, leden 3 en 4,

Overwegende dat in artikel 20 quinquies, lid 3, van Verordening nr. 136/66/EEG is bepaald dat, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, ertoe kan worden besloten dat erkende groeperingen of unies in de zin van Verordening (EEG) nr. 1360/78 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3669/93 (4), opslagcontracten voor olijfolie mogen sluiten; dat is geconstateerd dat in sommige producerende lidstaten de marktprijzen, in het productiestadium, in de buurt van de interventieprijzen liggen, met name voor de kwaliteit die bepalend is voor de prijs van de meeste in de Gemeenschap verbruikte soorten olijfolie; dat derhalve de in Verordening nr. 136/66/EEG en Verordening (EEG) nr. 314/88 van de Commissie (5), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3788/89 (6), bepaalde voorwaarden in die lidstaten vervuld zijn; dat zij dus in de mogelijkheid moeten worden gesteld om opslagcontracten af te sluiten voor dat verkoopseizoen;

Overwegende dat het contract inzake de particuliere opslag bedoeld is om voorlopig producten te onttrekken aan een markt waar het evenwicht verstoord is, zonder dat het eigendomsrecht ervan wordt overgedragen, teneinde deze producten opnieuw op de markt te kunnen brengen wanneer de toestand weer normaal is; dat derhalve enerzijds dient te worden bepaald dat alleen voor olijfolie die in het lopende verkoopseizoen is geproduceerd, opslagcontracten kunnen worden afgesloten, en anderzijds per land maximumhoeveelheden moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat alleen erkende producentengroeperingen of unies mogen worden gemachtigd om door hun leden geproduceerde olijfolie op te slaan; dat, om deze lichamen in staat te stellen de producten die zij in voorraad hebben, niet op de markt te brengen, dient te worden voorzien in de mogelijkheid om steun te verlenen;

Overwegende dat de particuliere opslag een betere afzet van olijfolie moet bewerkstelligen; dat de periode tijdens welke opslagcontracten mogen worden afgesloten, derhalve dient te worden beperkt; dat bovendien de mogelijkheid om olijfolie na de afloop van het opslagcontract aan de interventiebureaus aan te bieden, onaantrekkelijk moet worden gemaakt; dat het derhalve dienstig is de opslagsteun te verlagen indien de olie achteraf voor interventie wordt aangeboden;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat het recht op steun voor een opslagcontract vervalt zodra een uitvoeraangifte wordt aanvaard;

Overwegende dat het Comité van beheer voor oliën en vetten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De interventiebureaus van de producerende lidstaten sluiten voor het verkoopseizoen 1997/1998 opslagcontracten voor olijfolie onder de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Artikel 2

1. De opslagcontracten, hierna "contracten" genoemd, worden slechts gesloten met erkende producentengroeperingen of unies van producentengroeperingen, in de zin van Verordening (EEG) nr. 1360/78, die in het bezit zijn van door hun eigen leden geproduceerde olijfolie van communautaire oorsprong en over daartoe geëigende opslaginstallaties beschikken.

2. De contracten hebben alleen betrekking op de kwaliteiten olijfolie die voor interventie kunnen worden aangeboden, en op partijen van minimaal 100 ton nettogewicht van dezelfde kwaliteit.

3. Het contract wordt gesloten voor een periode van 60 dagen. Het wordt automatisch met één of meer perioden van 60 dagen verlengd tenzij de belanghebbende vóór het verstrijken van elk van deze perioden zijn contract met het interventiebureau opzegt en indien de nieuwe einddatum van het contract niet later valt dan 31 oktober 1998, behoudens indien de mogelijkheid om nieuwe contracten te sluiten of om contracten te vernieuwen overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 314/88 wordt geschorst.

4. De maximumhoeveelheid waarvoor op een gegeven tijdstip contracten mogen zijn afgesloten, wordt voor het verkoopseizoen 1997/1998 op 100 000 ton vastgesteld, verdeeld als volgt:

- 70 000 ton in Italië,

- 30 000 ton in Griekenland.

Artikel 3

1. Aanvragen om een opslagcontract te sluiten moeten uiterlijk op 19 mei 1998 schriftelijk worden ingediend bij het interventiebureau van de lidstaat waar de olijfolie zich bevindt en moeten vergezeld gaan van het bewijs dat een zekerheid van 1 ECU per 100 kilogram olie is gesteld.

2. De aanvragen moeten wekelijks op maandag en dinsdag worden ingediend. De lidstaten doen iedere donderdag uiterlijk om 14.00 uur, plaatselijke tijd Brussel, aan de Commissie mededeling van de hoeveelheden waarvoor aanvaardbare aanvragen zijn ingediend en waarvan in de voorafgaande week de contracten zijn afgelopen.

De Commissie boekt iedere week de hoeveelheden waarvoor aanvragen zijn ingediend. Zij staat de lidstaten toe certificaten af te geven totdat het in artikel 2, lid 4, bepaalde contingent is uitgeput; bij een dreigende uitputting van het contingent staat zij de lidstaten toe certificaten af te geven pro rata van de gevraagde hoeveelheden, tot maximaal de beschikbare hoeveelheid.

3. Nadat de Commissie toelating heeft verleend, worden de contracten zo spoedig mogelijk gesloten zonder dat tussen de aanvragers enig onderscheid wordt gemaakt. Als sluitingsdatum voor een contract geldt de datum van verzending van de mededeling van het interventiebureau dat de aanvraag is aanvaard. Met de uitvoering van het contract mag eerst worden begonnen na de sluiting van het contract. De termijn voor de uitvoering van het contract gaat in op de dag volgende op de datum van de sluiting van het contract, behalve indien de aanvrager een latere datum heeft aangevraagd.

4. Contracten kunnen slechts voor olijfolie die in het lopende verkoopseizoen in de Gemeenschap is geproduceerd, worden gesloten.

Artikel 4

1. Het contract moet in tweevoud worden opgesteld en moet met name de volgende gegevens bevatten:

a) firmanaam van de medecontractant;

b) volledig postadres van het opslagbedrijf;

c) naam en adres van het interventiebureau;

d) nauwkeurig adres van de plaats waar de olijfolie wordt opgeslagen;

e) aantal en identificatie van de partijen waarop het contract betrekking heeft en, voor iedere partij, het nettogewicht en de kwaliteit;

f) het akkoord van de eigenaar van de opgeslagen olijfolie, indien de medecontractant niet de eigenaar is;

g) datum van het begin van de uitvoering van het contract;

h) de verwijzing naar de onderhavige verordening;

i) datum waarop het contract is gesloten.

2. Uit hoofde van het contract dient de medecontractant:

a) de overeengekomen hoeveelheid van het betrokken product voor eigen rekening en op eigen risico voor de aangegeven periode op te slaan in recipiënten als omschreven in het contract; voor elke wijziging moet door het interventiebureau machtiging worden verleend;

b) de verschillende kwaliteiten olijfolie in gescheiden, gemakkelijk te identificeren vaten op te slaan;

c) het interventiebureau te allen tijde toe te staan de naleving van de uit het contract voortvloeiende verplichtingen te controleren.

3. De medecontractant kan het contract op elk ogenblik opzeggen en dient het interventiebureau hiervan in kennis te stellen; hij verliest dan het recht op steun voor de periode van 60 dagen die is begonnen.

4. De verplichting tot opslag van de in het contract aangegeven hoeveelheid wordt geacht te zijn nagekomen, indien ten minste 98 % van die hoeveelheid in voorraad is gehouden.

Artikel 5

1. Voor elke periode van 60 dagen wordt een steun verleend waarvan het bedrag is vastgesteld op:

- 5,4 ECU per 100 kilogram, indien het opslagbedrijf, binnen een termijn van 60 dagen volgende op de datum van de afloop van het contract, het bewijs levert dat de olijfolie op de markt is afgezet,

- 0 ECU per 100 kilogram in de andere gevallen.

2. In de zin van deze verordening wordt olie geacht op de markt te zijn afgezet indien zij verkocht en geleverd is aan een erkend verpakkingsbedrijf in de zin van Verordening (EEG) nr. 2677/85 van de Commissie (7), of aan een raffinagebedrijf is geleverd, dan wel indien zij is uitgevoerd.

3. Een bedrag van 1 ECU per 100 kilogram kan als voorschot worden uitbetaald, zodra het contract is gesloten of vernieuwd, op voorwaarde dat voor hetzelfde bedrag zekerheid wordt gesteld.

4. De steun voor de opslag wordt in nationale valuta omgerekend aan de hand van de landbouwomrekeningskoers die op de sluitingsdatum van het contract van toepassing is.

5. De steun wordt berekend op basis van het op de datum waarop het contract ingaat vastgestelde nettogewicht.

Artikel 6

1. Onverminderd de bepalingen van artikel 7 wordt de steun eerst uitgekeerd nadat alle uit het contract voortvloeiende verplichtingen zijn nagekomen.

Binnen 60 dagen na afloop van het contract wordt de steun uitgekeerd en worden de in artikel 3, lid 1, en de in artikel 5, lid 3, bedoelde zekerheden vrijgegeven, nadat eerst een controle op de nakoming van de betrokken verplichtingen heeft plaatsgevonden.

2. Bij aanvaarding van een uitvoeraangifte vervalt voor de betrokken olie de opslagregeling. In dat geval wordt voor de op het tijdstip van de aanvaarding lopende opslagperiode geen steun uitgekeerd voor de hoeveelheid waarop de uitvoeraangifte betrekking heeft.

Artikel 7

1. In geval van overmacht bepaalt het interventiebureau welke maatregelen het wegens de ingeroepen omstandigheden nodig oordeelt. Het interventiebureau kan met name beslissen dat de steun wordt uitgekeerd pro rata van de opgeslagen hoeveelheden en de daadwerkelijke duur van de opslagperiode.

2. De lidstaten melden de Commissie ieder door hen als overmacht aangemerkt geval en geven daarbij telkens aan welke maatregelen zij in dat verband hebben genomen.

Artikel 8

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gedurende de opslagperiode, als bepaald in het contract, controle wordt uitgeoefend op de nakoming van de uit het contract voortvloeiende verplichtingen. De controle omvat een materiële inspectie van de opgeslagen, uitgeslagen of ingeslagen goederen, alsmede de verificatie van de desbetreffende registers.

In het kader van de materiële inspectie worden met name de identificatiemogelijkheden geverifieerd en wordt nagegaan of de voorraden beantwoorden aan de in artikel 2, lid 2, vastgestelde criteria en de opgeslagen en gemerkte hoeveelheden overeenkomen met de gedeclareerde hoeveelheden.

2. Indien de in het contract bepaalde verplichtingen niet zijn nagekomen wordt de in artikel 3, lid 1, bedoelde zekerheid verbeurd, onverminderd andere sancties die eventueel van toepassing zijn.

3. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de nationale maatregelen die zij ter uitvoering van deze verordening hebben genomen, en doen haar een contractmodel toekomen.

Artikel 9

De lidstaten doen de Commissie vóór de tiende van iedere maand mededeling van:

- de hoeveelheden en kwaliteiten olijfolie waarvoor in de voorafgaande maand opslagcontracten zijn gesloten of verlengd,

- de totale hoeveelheden olijfolie die van iedere kwaliteit aan het eind van de voorgaande maand in voorraad waren en het totale aantal lopende contracten.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 januari 1998.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66.

(2) PB L 206 van 16. 8. 1996, blz. 11.

(3) PB L 166 van 23. 6. 1978, blz. 1.

(4) PB L 338 van 31. 12. 1993, blz. 26.

(5) PB L 31 van 3. 2. 1988, blz. 16.

(6) PB L 367 van 16. 12. 1989, blz. 44.

(7) PB L 254 van 25. 9. 1985, blz. 5.